Welkom op de onderwegsite van Lady of the Lowlands

We hopen dat jullie wat mee kunnen genieten van onze belevenissen op zee en aan land. Ons belangrijkste vervoermiddel, onze beschutting en ons eigen kleine plekje is onze zeilboot "Lady of the Lowlands". Wat wij schrijven is onze beleving. Wetenschappelijke onderbouwing is niet noodzakelijk aanwezig.

maandag 5 april 2010

Rond Puerto Montt


AANKOMST

We leggen aan bij de club Deportes Náuticos Reloncaví. Eén van de drie havens in Puerto Montt. Het is een verenigingshaven.



Reloncavi vanaf het eiland gezien



Er is een hoog- en laagwater verschil van 6 meter en meer vandaar de lange palen in de haven.

De andere twee zijn zakelijke havens. Reloncavi heeft een travellift tot 25 ton. De 3e haven Marina del sur heeft weliswaar een travellift van 60 ton, maar die staat sinds 2004 ongebruikt omdat de walinfrastructuur nog steeds niet gemaakt is. Weer één van die typisch Zuid-Amerikaanse onbegrijpelijke zaken, voor ons europeanen.Daar de boot hier meer dan een half jaar gaat blijven vragen we vooraf de prijs op papier. Dat is erg handig omdat die achteraf nog al eens erg verandert (nooit naar beneden). Wanneer we een week later de hele periode vooruit gaan betalen, is de prijs opeens 12% gestegen. Zodra ze het papier, waarop ze vorige keer de prijs geschreven hebben, onder de neus krijgen, is dit weer akkoord. Er moet contant betaald worden, want creditkaartreader hebben ze niet. Dat levert weer de nodige pinproblemen op, gezien de gestelde maxima aan de ATM machines. Maar na twee dagen met twee verschillende pasjes hebben we de stapel biljetten compleet.

HANDEL EN WANDEL IN PURTO MONTT

De haven is 5 km buiten het centrum. Maar het openbaar vervoer is ook hier weer uitstekend geregeld! Elke 5 minuten komt er wel een bus langs. En dan is er ook nog de keus van een collectieve taxi. (vaste route/ vaste prijs). Het vaste bedrag in de bus, ongeacht de afstand binnen het traject wat de bus rijdt (meestal 20 km) is 50 eurocent. In de collectivo is het 60 cent. In Nederland is het gevolg van de schaalvergroting en managercultuur dat het openbaarvervoer veel duurder is en op het platte land bijna niet meer rijdt. Hier zijn de bussen en taxi’s kleine ondernemers zonder OH kosten! Maar alles is een kwestie van tijd, want ofschoon kleine winkeltjes en straathandel het straatbeeld nog steeds levendig houden, zijn de megasupermarkten en de kantoren van de grote banken in de stad verschenen. En ook wij zijn schuldig want we kopen de bulk voor het vertrek ook altijd in de supermarkt. Puerto Montt heeft niet veel oude gebouwen door de aardbeving van 1960, maar is een levendig stadje waar alles te koop is. Op de haven is het een gezellige tijd. Vele buitenlandse boten o.a. Nightfly (ned.), Marcy (US), Jenny (N) Blue Dame (S), Oange Blue (fr) e.a. Sommige boten hebben we eerder ontmoet, maar er zijn er ook die tot we nu toe we alleen kenden van stem. Het Patagonie radionetje voor zeilers wordt al jaren onderhouden door Wolfgang die hier in Chili ooit gekomen is en gebleven. Hij brengt een bezoek aan de haven tijdens zijn campervakantie en zo ontmoeten we ook hem en zijn vrouw persoonlijk. Achter het restaurant van het clubgebouw huren we de “asadoruimte” en hebben met een aantal bemanningen een barbecue. Hier hangt de clubvlag van WV. Noordbeveland aan de muur, die moet hier door de Bannister achtergelaten zijn.



Aan de asado

Na ons eigen fantastische brood hebben we nu ook door Rietje eigengemaakte Yoghurt!! Dat is een geweldige aanwinst, omdat je in Z.A in de supermarkten vrijwel alleen kunstmatig gekleurde en gezoete kunt vinden. Met deze methode kunnen we straks onderweg ook weer elke dag onze eigen yoghurt hebben! Aan de overzijde van de haven is een eiland waar je prachtig kan wandelen. Het is bramentijd hier, eind maart. De wilde bramen zijn hier prima en maken de yoghurt tot een traktatie.



Het kerkhof op het eiland vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de zee en de Andes.

VISUMVERLENGING

De toeristenvisa worden in Chili afgegeven voor 3 maanden. Omdat wij de boot ook voor drie maanden in kunnen voeren hebben we dus twee zaken om op te letten. De invoer van de boot kan steeds met drie maanden verlengd worden tot maximaal 2 jaar, via de Armada. We hebben de club gevraagd dit voor ons te regelen. David is een Brit, hier met zijn zeilboot in 2005 aangekomen als solozeiler. Maar als solozeiler moet je niet aan land gaan, want het zwerven is nu ingeruild voor: “ verliefd, getrouwd en vader worden”. We hebben David gevraagd het havenkantoor te controleren op het verlengen van de papieren en tijdens onze afwezigheid de boot in de gaten te houden. De haven is goed bewaakt, klein met grote sociale controle. Maar na onze ervaring in Buenos Aires zijn we voorzichtiger geworden!
Nu moeten we ons persoonlijk visum in het paspoort nog verlengen, want dit is afgelopen net voor we naar Nederland vliegen. Eerst proberen we met lokale bussen via Ensenada, Petrohué naar Peulla te gaan. De ferry vertrekt vanuit Petrohue aan de voet van de vulcaan Osorno.



De Osorno vulcaan

Na een prachtige tocht van 2,5 uur komen we in Peulla. We zijn nog 25 km van de grens met Argentinia. Maar de weg tot aan de Argentijnse grens is in handen van een toeristische onderneming die de ferry’s en de wegen in haar bezit heeft. Er mogen geen andere auto’s of bussen over die weg. Alleen bussen van de eigen maatschappij. Met de fiets is het wel mogelijk. Ook wandelend, maar dan met tent, omdat de afstand voor 1 dag wat ver is. Je moet in Argentinie, als je al over de grens komt, ook nog kilometers lopen. We krijgen deze informatie van de Chileense douane die aan de dorpsrand gevestigd is. In het dorp zijn de kleine ondernemers ook niet blij met het monopolie, want voor hen blijft er op deze manier weinig te verdienen over. Voor het wegmonopolie moeten de toeristen 240 US dollar betalen (inclusief ferry). In Puella eten we de “comida corriente” en overnachten we bij senora Irena op zolder. Er is ook een hotel van de georganiseerde tour met uiteraard erg hoge tarieven. Peulla ligt in een nationaal park. Maar hier gelden voor ons idee weer vreemde regels, b.v. er is wel een privé weg, een landhuis op een eiland voor de eigenaar van de ferry- en bus maatschappij, en diverse landhuizen in het park. De parkranger is een aardige jongen, die blij is eindelijk eens namen in zijn gastenboek te kunnen noteren. Want de toeristen die met de bussen en ferry’s langskomen stoppen hier bijna niet om te wandelen, ze gaan in 1 of 2 dagen door van hotel naar hotel. Helaas heeft hij geen goede wandelkaarten, maar hij verzekert ons dat de trails gemarkeerd zijn met oranje linten. De eerste middag doen we een proefrondje. Al spoedig blijkt dat de trail niet zo goed gemarkeerd is en er vele zijpaden zijn. Dus de volgende dag gaan we vroeg op pad met het kompas en de automap mee. Het wordt een steile klim naar een bergmeer met prachtig besneeuwde toppen op de achtergrond.



Na de klim is er een prachtig uitzicht



Even rusten na de klim

Om 15.00 zijn we weer beneden, halen de rest van de bagage op bij senora Irene en nemen de ferry en de bus terug naar Puerto Montt. Een tocht die erg de moeite waard is geweest. Een paar dagen later nemen we de uitstekende pullman bus naar Bariloche voor 30 Euro dollar pp. Van daaruit doen we een prachtige 2 daagse trekking met overnachting in een berghut.



In de keuken van de hut wordt voor ons het avondeten gekookt



Vanuit de hut hebben we een prachtig uitzicht over de meren en bergen

De derde dag gaan we niet verder, omdat het weer niet erg uitnodigend is. Als ook de volgende dag de bergen in de wolken blijven, nemen we de bus terug. Deze keer is ons hoofddoel bereikt, ons visum is met drie maanden verlengd.



Het weer is niet stabiel

VERTREK NAAR NEDERLAND

Het is inmiddels 2 april. De laatste weken zijn druk geweest met onderhoudsklusjes aan de boot. Lijsten met benodigdheden uit Nederland zijn opgesteld. Er is reisinformatie ingewonnen voor ons en onze gasten wanneer we hier terug zijn in september. Boten komen en gaan. Vandaag zijn we weer bijna de enige buitenlandse boot in de haven. We willen nog naar Valparaiso. Time flies! We willen 8 april de bus naar Santiago en/of Valparaiso nemen. De 15e vliegen we voor 5 maanden naar Nederland.



De kleurrijke straatjes tegen de berghellingen van Valpariaso



Santiago

vrijdag 5 maart 2010

VAN PUERTE WILLIAMS NAAR PUERTE MONTT



Champagne and ice

USHUAYA

30 december, net voor het eind van 2009 zijn we er. Het stadje ligt tegen de voet van de achterliggende bergen geplakt. Huizen in allerlei kleuren maken een vrolijk palet voor de aankomende zeiler. Maar, voordat we de stad ingaan, eerst even lekker bijkomen van het feit dat we er zijn!! Toch eigenlijk ons doel toen we in de zomer van 2008 vertrokken: “Patagonie en de westkust van Chili”. En nu ligt het Beagle kanaal voor ons open! We willen via de veelal beschutte kanalen naar Puerte Montt. Veel tijd om te dromen krijg je niet, want voor de uitbreiding van de papierwinkel dienen we de Prefectura met een bezoek te vereren. Bij aankomst hebben we al aan onze meldplicht over de marifoon voldaan. Er is maar één club nautica meer in Ushuaya. Onderweg hebben we herhaaldelijk gehoord dat het allemaal niet zo geweldig meer is. Maar ja, nergens is het nu eenmaal nog zoals het vroeger was….. Wij vinden, nadat we 3 dik afgemeerd hebben aan de steiger, alleraardigste en behulpzame mensen op de haven. Bovendien mag de werkplaats gebruikt worden voor reparaties. Met een paar stukken playwood knutselen we een rol in elkaar, die in de kuip gemonteerd wordt. Hier rollen we de 100 meter lijn op die we in Mar del Plate gekocht hebben. We zullen de komende maanden vaak tussen het anker en lijnen naar de wal liggen om beschut voor de wind te kunnen ankeren. Met de rol zal de lijn niet in de war gaan. Ook het buitenboordmotortje van de dingy gaat uit elkaar. In Deseado waaide het bijbootje met motor en al op zijn kop. Er blijkt water in de olie te zitten. Na aardig wat werk en enige malen olie verversen komt hij weer aan de praat. De steiger zelf blijkt geen succes. We moeten te vaak verkassen omdat er een boot tussenuit moet. Met wind tussen noordoost en zuidoost is er deining en de boten liggen soms tegen elkaar te raggen. Nadat we het op het kantoor gevraagd hebben krijgen we een mooring toewezen. Nu hebben we een prima stek en liggen dicht bij de steiger. Moeten wel steeds de dinghy gebruiken. Ondertussen speculeren we wat over de vele wind die we hadden aan de kust van Argentinie en het feit dat het een “el Nino” jaar is.

OUD EN NIEUW

We ontmoeten mensen en boten die we eerder onderweg gezien hebben. Er is op oudejaarsavond opeens een “asado” in het clubgbouw. Charteraars met klanten en bemanningen van boten zoals wij, vullen het clubgebouw. Het wordt een gezellige boel en om 12 uur knallen de kurken. We zijn in 2010 !



Clubgebouw op oudejaarsavond



Schippers uit vele landen vieren met hun crew oud en nieuw

Ushuaya, de zuidelijkste stad ter wereld, groeit erg snel. 20 jaar geleden een dorp van rond de 3000 inwoners, nu inmiddels 40.000 inwoners. Dat komt vooral door het toerisme. Veel charterschepen meren af aan de kade. De kleine charterschepen varen vanaf hier in “ de kanalen” en naar Antarctica. Er is ook een aantal jachten die met 4 tot 8 mensen charteren naar Antarctica. Om ook in de winter toeristen te lokken is een skigebied aangelegd. In 6 uur daglicht kun je waarschijnlijk toch nog wel een behoorlijk aantal keertjes naar boven en beneden. Het is nu hoog zomer, en wij genieten van de lange lichte dagen. Lopend in de stad, zeker met de besneeuwde bergen als achtergronddecor, waan je je in een wintersportplaatsje.

INKOPEN VOOR LANGE TIJD

We moeten inkopen doen voor drie maanden. In de Chileense kanalen zal weinig te koop zijn omdat het hele gebied vrijwel onbewoond is. Niet alleen het eten vraagt om lange boodschappenlijsten, maar er moet ook diesel ingekocht worden. De boodschappen komen eenvoudig met een taxi naar de boot, maar hoe krijg je de diesel daar. Geen pomp op de haven. We moeten naar een tankstation waar we twee vaten van 200 liter kopen. Met een gehuurd vrachtwagentje komen de vaten op de haven. De club heeft een wagentje laten maken waar de vaten mee over de wat gammele steiger vervoerd kunnen worden. Aan de kop van de steiger kun je afmeren om de vaten met een tuinslang over te hevelen. We horen van alle menen met ervaring dat op de tocht van 1200 mijl naar het noorden veel gemotord wordt. De wind tunnelt door de kanalen noord-zuid, dus steeds wind op de kop. De kachel en de generator drinken ook nog wat. Uiteindelijk gaan we met ruim 600 liter vertrekken. Tijdens onze diesel- voorbereidingen zien we een bekend gezicht op de haven verschijnen. Ed is aangekomen. Hij gaat op de Europa bemannen naar Antarctica. We krijgen cadeautjes overhandigd van Wilma en Jaap. Erg leuk, bedankt!! Helaas zijn de luchtpatronen voor de zwemvesten al op vlieghaven Brussel in beslag genomen! Na een gezellig etentje valt Ed na de vermoeiende vliegreis zowat in slaap. De volgende avond krijgen we een rondleiding op de Europa. Toch wel speciaal, zo’n klassiek gebouwde driemaster van 55 meter. De volgende dag zullen beide boten gaan vertrekken, de Europa naar Antarctica en wij naar Puerte Williams in Chili.



Voor de Europa

Ushuaya was gezellig. We ontmoetten er veel mensen uit vele landen die per boot, openbaar vervoer en op de fiets op weg waren. Vanuit dit zuidelijke punt worden dan nieuwe plannen gemaakt.

PUERTE WILLIAMS

Het vertrek uit Ushuaya krijgt nog enig oponthoud. De Prefectura wil een andere boot en onze boot controleren voor vertrek. Na afmeren aan de kopsteiger komen ze niet opdagen. Bij navraag over de marifoon wordt ons medegedeeld dat we kunnen gaan, dus we gooien meteen de trossen los!. Vervolgens worden we na 1 mijl gesommeerd terug te komen. Het vertreksein is ten onterechte verleent, volgens een hoger geplaatste officier. In eerste instantie willen we dit niet doen ( het waait net een slordige 25 knoop) maar met de patrouilleboot in de buurt rest ons niet veel anders dan teruggaan. Aan de steiger wordt de veiligheidscontrole uitgevoerd. Alles is in orde behalve dat we een paar rookpotten hebben die over de datum zijn. Uiteindelijk kunnen we zonder boete vertrekken. Het is maar 25 nml. van Ushuaya Argentinië, naar de overzijde van het Beagle kanaal en je bent Puerte Williams, in Chili. De Argentijnen en Chilenen houden elkaar nog steeds in de gaten. In de 60er jaren van de vorige eeuw moest de paus er nog aan te pas komen, om oorlog te voorkomen. Hij bemiddelde in het conflict over de landgrenzen. We worden opgelopen door de Esmaralda. Helaas niet onder zeil omdat de laatste 5 mijl de wind het laat afweten.



We worden opgelopen door de Esmarelda

De Esmaralda gaat op de rede van Puerte Williams voor anker. Als we passeren laat de kapitein als groet de matrozen even naar boven klimmen in de voorste van de vier masten, prachtig zicht.



De matrozen brengen ons een eregroet

De afmeerplaats is hier naast een afgezonken schip. Daardoor is een goed beschut klein haventje gecreëerd. In de deksalon is het clubhuis . s’Avonds ontmoetingsplaats voor zeilers en andere voorbijgangers.



Afgemeerd aan het clubgebouw

Alles in dit kleine plaatsje (2000 inwoners) heeft te maken met de armada. In het centrum zijn een paar kleine winkeltjes, een postkantoor en piepkleine eettentjes. Vanaf onze afmeerplaats hebben we een prachtig uitzicht over de kreek met daarachter de besneeuwde bergtoppen. De volgende morgen gaan we de berg op om te genieten van het uitzicht over het Beagle kanaal.



Berg op

Er is een nieuw antropologisch museum in Puerte Williams. Het vertelt vooral de geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners vanaf het moment dat de kolonisten kwamen. De laatste nog niet doodgeschoten of door geïmporteerde Europese ziekten overleden indianen werden uiteindelijk ondergebracht in een klein plaatsje net buiten Puerte Williams. Inmiddels is de allerlaatste overleden en begraven.

DE ZARPE VERKRIJGEN

Wij en de boot zijn nu wel ingeklaard in Chili, maar daarmee kunnen we nog niet naar het noorden vertrekken. We moeten nog een vaarplan indienen bij de Armada. Op zo’n Zarpe komen te staan: Alle gegevens van het schip, bemanning, route met de namen van de kanalen en aan te lopen plaatsen en de eindbestemming. Alles voorzien van datum en tijdstip. Tenslotte handtekeningen van commandant en schipper. We lachen maar wat en vullen in dat we 1 april om 10.32 in Puerte Montt aan zullen komen. De volgende morgen 17-01-2010 melden we ons vertrek per marifoon aan de Armada. Het avontuur door de Chileense kanalen kan gaan beginnen. We vertrekken met minimale wind, maar kruisend onder zeil! We moeten zuinig zijn op de diesel en hebben (nog) geen haast. In de loop van de middag neemt de westenwind nogal toe. Er zijn talloze ankerplaatsjes in de Patagonia Tierra Del Fuego pilot van Mariolina Rolfo en Giorgio Ardrizzi te vinden. Dit is, zeker om elke avond een ankerbaai te vinden, een fantastisch boekwerk . Het is ook met enorm veel enthousiasme geschreven.

TOUW IN DE SCHROEF

De eerste ankerpoging is geen succes. Nog even wennen aan de enorme kelpvelden, die ankeren lastig maken. Wij zijn gewend om het anker met flink motorvermogen enige minuten in te trekken. Maar in de kelp met rotsondergrond blijkt al snel dat dit meestal niet gaat. Bij de volgende poging in de tweede baai krijgen we een touw in de schroef. Het in Piriapolis gemonteerde snijmes op de schroefas doet zijn werk, maar kan niet verhinderen dat er een enorme bol touw om het stuk as ervoor wordt gewikkeld. We kunnen nog motoren, maar komen niet erg hard meer vooruit en zeker niet achteruit.. De derde baai en poging wordt eindelijk een succes. We kunnen hier gelijk de voor deze omgeving handige en beste ankermethode toepassen. Anker in de bodem en achteruit naar de wal met twee lange lijnen.



1e ankerpogingen met lijnen op de wal



En het uitzicht is fantastisch!

Om de lijnen aan de wal vast te maken is de dingy nodig. Met de wal als hoger wal en de bescherming voor de wind van een berg of bosrand wordt de houdkracht van het anker minder belangrijk. De wind komt hoofdzakelijk vanuit zuidwest tot noord. Dus zoek en vind de plaats met die beschutting en je ligt veilig. Hoe veilig we ook liggen: ik slaap die nacht niet erg rustig. De volgende morgen zal ik moeten duiken. We hebben de uitrusting, na de cursus “touw in de schroef” in Colijnsplaat, nog maar 1 keer eerder in Noorwegen toegepast. Het water is hier maar een paar graden boven nul, hoe lang kun je met een duikpak onder water blijven? We weten er eigenlijk veel te weinig van. De volgende morgen wordt het cursusboek nog eens goed bestudeerd. Oké…. dan moet het maar. Lostrekken en de as mee laten draaien lukt niet. De tweede poging met speciaal geslepen mes wordt wel een succes. De as en de schroef zijn weer touwvrij! Duiken zal onze sport wel nooit worden. Tevreden beklimmen we de heuvel achter onze ankerbaai. We worden beloond met een prachtig uitzicht op de baai en de boot. Daarachter de besneeuwde bergen en aan de overkant van het Beagle canal Ushuaya. Veel verder zijn we met al onze caperiolen nog niet gekomen.

WAT GAAN WE ETEN

In Puerte Williams hebben we wat gebabbeld met Marcel. Hij is een Antwerpenaar die hier al 5 jaar rondvaart met zijn zeilboot. Kingskrabben kunnen hier gevangen worden. Maar waarschijnlijk is ons krab- en kreeftkooitje uit Noorwegen te klein. Volgens Marcel laten vissers in vele ankerbaaien oude kooien achter. Daar moeten we maar eens op gaan letten. Riet heeft weliswaar van alles ingekocht en kip en vlees geweckt, maar voor de afwisseling eens wat krab zou geen kwaad kunnen. Inderdaad vinden we de oude krabkooien. Maar dat zijn oude roestige frames, die een enorme troep aan dek gaan geven! Dus nog maar even wachten op een beter idee. Vlechten van hout of de Noorse kooi verbouwen? Het broodbakken doen we, nu we de kachel aan hebben, bijna iedere dag daarop en het resultaat is geweldig! Bijna nog beter dan in de broodmachine. We kunnen ook nog kabeljauw gaan vissen. Volgens Marcel in diep water met zwaar lood en vele haken aan een lijn. Het probleem bij het vissen is steeds dat we geen aas hebben. Dus voorlopig nog maar even kip en gehakt. Zonder koelkast is nu alles prima houdbaar onder de vloer. De watertemperatuur is immers maar een paar graden. De sinaasappelen blijven makkelijk een maand goed.

NAAR DE GLETSJERS

De volgende dag zeilen we met verrassende noordenwind verder. Dat moet je waarnemen, want meestal is hij hier west en dus pal tegen. De wind is niet erg constant, varieert van 7 tot 27 knoop, maar we zijn er blij mee, want we hebben echt geen diesel genoeg om 1200 mijl te motoren, de kachel te branden en de generator te laten draaien! Voor ons opent het Beagle kanaal zich in al zijn schoonheid. Groen tot de boomgrens op ongeveer 450 meter. Een scherpe lijn in het verlaten landschap, direct daarboven zijn ook de eerste sneeuwplekken op de donkere rotsen. De toppen van de bergen zijn bedekt met sneeuw.





Gletsjers en watervallen glijden aan ons voorbij tijdens het varen

Geen electriciteitskabels, telefoonpalen, alleen puur oernatuur. Verrassend genoeg zijn we vandaag toch niet de enige boot. Want de Kyrne, een Franse boot die we al regelmatig tegenkwamen, is ook op weg. Later zeilen wij door en zij nemen een eerdere ankerbaai. Ons boeganker en twee lijnen naar de wal moeten de boot op zijn plaats gaan houden in Caleta Olla. Voordat de boot naar onze zin vast ligt met anker en twee lijnen aan de bomen zijn we 1,5 uur verder. Maar dan liggen we ook heerlijk beschut achter een bosrand. Naast ons rijst een 400 meter steile bergwand op. Een goed beschutte ankerplaats is in dit gebied erg belangrijk, zelfs in de baaien zijn er sterke valwinden van de besneeuwde berghellingen. De volgende morgen komt de zon door de wolken, we maken een wandeltocht naar de gletsjer. Erg modderig en steil, maar het blijft droog en het uitzicht is geweldig. Er zijn hier drie gletsjers in de buurt, de Hollanda, de Francis en de Italia. s’Nachts gaat het weer hard waaien.



De luchten voorspellen niet altijd mooi weer!

De mast is net wat hoger dan de bomen. Hierdoor liggen we wat licht te rollen bij zware windstoten, maar we liggen goed vast, dus draaien we ons nog eens om en slapen lekker door.

MIJLEN MAKEN

Verder, want er moeten nog aardig wat mijlen gemaakt worden. Onze route gaat eerst naar het westen, daarna enige tijd naar het noordoosten. Daarna zullen we een stuk van de Straat van Magelaan naar het westen moeten nemen. Een berucht stuk omdat het recht in de harde westenwind is die meestal opgevrolijkt wordt met regen. Daarna gaat de route noordwaarts. Maar het water is vlak en dat is wel even een verademing na de kust van Argentinië. De pilot geeft overal in de route mogelijke ankerplaatsen aan. Er zijn er natuurlijk veel meer, maar pionieren kost veel meer tijd. Vaak lijkt er een leuk plekje te zijn met goede beschutting voor de wind, maar het kan te diep zijn om te ankeren, of de bodem blijkt ongeschikt. We zijn blij met het snijmes op de schroef. Wanneer er kelp in de schroef draait zetten we de motor enige tijd wisselend voor- en achteruit. De roeren maken we schoon met de pikhaak vanuit het bijbootje. Met de nodige tijd die het kost om te ankeren s’avonds, de volgende morgen alles weer los moeten maken en het feit dat we s’nachts niet kunnen varen, worden niet zo veel mijlen per dag gemaakt. En meestal moeten we kruisen. Dan komen we niet meer dan 30 mijl op de kaart vooruit! Na het ankeren is de heathpol/rietpol dieselkachel het grote succesnummer. Eerst even de boot voorwarmen met de Webasto met ringleiding en daarna neemt hij het over. Riet bakt brood en cake op de Rietpol van een betere kwaliteit dan in de broodoven. Zo komen we niets te kort in de wildernis. Als we overdag op de motor varen hebben we een radiatorkacheltje dat gratis gebruik maakt van de koelvloeistof van de motor en zo de boot verwarmt. Ook een aanrader, zeker wanneer je zo vaak natregent als wij in deze weken! Soms is het lastig om de zeilkleding weer op tijd droog te krijgen voor de volgende dag. Gelukkig hebben we allebei 2 pakken.

ALLEEN MET ZIJN TWEEEN

De natuur is overweldigend aanwezig. Nergens is enig beeld of geluid wat er op wijst dat er nog andere mensen op aarde zijn. Als we aan het varen zijn zien we nog wel eens een heel enkele keer een ander zeilbootje, een marineboot of een ferry. Maar voor anker liggend is er alleen wij en de natuur. Voor een Europeaan een onbekend fenomeen. Omdat daar altijd nog wel een bouwwerk, weggetje, telefoonpaal of wat dan ook in het landschap te ontdekken valt. Lukt dat niet dan is er het geluid van een vliegtuig. Wij leven met het geluid van de wind en soms een vogel. Het gesnuif van een dolfijn kan je al doen opschrikken. Je kijkt vanaf een berg op de boot in de baai met daarachter een af en toe afbrokkelende gletsjer. Intens genieten. Je wordt veel met je eigen gedachten geconfronteerd in deze verlaten wereld. De oneindige natuur hier, wat een tegenstelling met het gemaakte landschap in Nederland!! Zo liggen we voor anker in Caleta Beaulieu. Brazo Noroeste, Canal Beagle. Prachtig beschutte ankerplaats. Achter de boot een dicht beboste helling. Voor ons de gletsjer. Af en toe rommelt het als onweer op de achtergrond. Brokken ijs vallen in het water. We worden wakker met rond de boot drijvende resten hiervan. Hier komen op vele plaatsen de gletsjertongen naar beneden tot in de zee. Aan de andere kant van de bergen met als hoogste Mount Darwin (hoe kan het anders), komen de gletsjers tot in het zeewater van de Straat van Magelaan. Aan alle gletsjers is te zien dat ze recent gekrompen zijn. Kale stukken rotswand boven de gletsjer geven aan dat de dikte de laatste ? jaar afgenomen is met 10 tot 20 meter dikte.









Ankeren met uitzicht op de gletsjer

WOEST EN LEDIG

We zeilen en ankeren in een woeste, verlaten omgeving . We moeten in Nederland nog ergens een foto-boek hebben met als onderlegger het scheppingsverhaal van Genesis uit de bijbel. Bij de eerste foto staat: . Daar doet deze omgeving aan denken. We hebben hier opnieuw een schitterende ankerplek! Een kom omgeven door hoge granieten bergen. Het hoekje waar we liggen heeft enig groen en geeft beschutting naar het westen.



Enige beschutting tussen de afgesleten granietklompen

Vissers hebben lijnen op de wal achter gelaten waar we dankbaar gebruik van kunnen maken om aan de wal vast te maken. Hier zie je weer een heel andere kant van gletsjers en geschiedenis. Deze jonge bergen, die eens enorm spits waren zijn afgeschuurd door terugtrekkende gletsjers tot ronde bergen. Twintigduizend jaar geleden gedurende de ijstijd in het pleistoceen was hier een ijskap die op sommige plaatsen 1000 meter dik was. Wij liggen voor anker in een morene die nu zee is. De verdwijning van de ijstijd creëerde dit landschap. Dag voor dag glijdt dit ongerepte wonder- landschap aan ons voorbij.

PROBLEMEN ONDERWEG

Je kunt naar niets en niemand toe. Als iets niet meer werkt of niet te vervangen is, zul je het moeten missen voor de rest van deze tocht. Steeds weer zijn er technische problemen op te lossen. De watermaker lekt. Na overleg met Rob Wink kan (garantie) onderdeel vervanging wachten tot we in Nederland geweest zijn. De generator werkt goed maar er flikkert een oranje lampje. Mailen naar Kemper en van Twist vanuit de bewoonde wereld. Bij inspectie van de motor vinden we een weggecorrodeerde slangetuille op het spruitstuk van de warmtewisselaar. Nog even en hij was spontaan afgebroken en het uitlaatwater was in de boot gepompt. Gelukkig op tijd ontdekt, maar hoe op te lossen? Het gat uitgefreesd, een dop 21 met epoykneedkit er in gelijmd en daar de slang weer op vastgezet. Nieuw spruitstuk meenemen uit Nederland! Je kan geen complete motor van zolder meenemen! De elektronische kaarten waren tot het Beagle Canal accuraat. Maar even na Ushuaya klopte de positie niet meer met de kaart. 1,2 mijl, hoofdzakelijk in NO richting , verschil tussen positie op de kaart en de werkelijkheid. Dat maakt het navigeren opeens weer ouderwets ingewikkeld. Zeker in weer met bijna geen zicht. Wat is de radar dan toch een fijn hulpmiddel. Zo voer je strijd met gemak en ongemak van onze technische beschaving. Na Caleta Brecknock wordt de kaart weer accuraat. De achter ons liggende kaarten zijn waarschijnlijk ingescand van oude Engelse kaarten, en in dit GPS tijdperk nog niet bijgewerkt. In ieder geval kunnen we weer het gemak ervaren van je bootje op de Navionic kaart te zien, daar waar je werkelijk bent.

VERBODEN VAARROUTE

Om vanuit het Canal Cockburn de Straat van Magelaan te bereiken hebben we drie opties. Maar daarvan zijn er twee door de armada verboden. De toegestane route gaat via Canal Magdalena. Dit is een prachtig route, maar ligt gezien de overheersende westenwinden meer voor de hand wanneer je vanaf het noorden komt. Nu is hij is 50 mijl om. Het beste alternatief is voor ons het “verboden” Canal Acwalisnan. Dit canal is goed bevaarbaar en beschut tussen hoge bergen. Er zijn twee kleine problemen. Wanneer je de Armada tegenkomt wordt je waarschijnlijk met een boete erbij teruggestuurd. Het tweede obstakel is een nauwe doorgang tussen een onder water verborgen rots en een eilandje. Hier loopt met springtij 8 knoop stroom en de doorgang is maar 4 meter diep bij laag water. De passage van dit punt is veilig op tijdstip van hoog of laag water omdat er dan weinig stroom staat.. De avond voor de passage wordt op de ankerplek flink gerekend. 1 febr. 2010 om 13.00 verrekken we van onze ankerplaats om de laatste 15 mijl naar de passage te doen. Zoals meestal in dit soort toestanden komen we toch nog een uur te vroeg op het bewuste punt. Maar het invaren van de straat begint al niet minder spannend. Is dat een bootje daar of een rots? Een bootje. O, jee de Armada? Gelukkig zien we na enige tijd teveel kleur voor een marineboot. Moet een visser zijn, die mogen wel door de straat. Jachten worden beschouwd als grote schepen en mogen dit niet. Opgelucht zwaaien we naar de visser. Wel toevallig, de eerste die we zien sinds ons vertrek in Puerto Williams. Een uur voor hoog water gaan we door de passage. Nog maar 2,5 knoop stroom tegen. Om 19.00 uur liggen we voor anker in Caleta Murray . De Straat van Magelaan ligt nu open voor ons.

IN DE STRAAT VAN MAGELAAN

2 febr. 2010 Om 7.00 gaan we de Straat van Magelaan in. De wind is hier bijna altijd west, van zee naar land, zo ook nu. We hebben een dag met wisselend windsterktes. In de westzijde van de Straat van Magelaan valt er 272 dagen op een jaar regen! Maar ook nu is het tussen de buien droog.





Tussen de buien is het droog en zijn prachtige luchten te zien

Die buien gaan regelmatig vergezeld van hagel. Dus de nodige zeilwisselingen in fris weer. Meestal varen we met 2 reven vanwege de valwinden. Genua uitrollen, genua inrollen, stagfok uitrollen, stagfok inrollen. Vervolgens reven en uitreven. Hard werken dus. Geweldig om weer eens lekker op breed vlak water te kunnen zeilen. Niet zoals op zee reven steken in metershoge golven. Net een dagje Oosterschelde in de winter. Alleen wordt hier de horizon gevormd door berglandschap met vele diepe baaien in plaats van dijken. In veel van die baaien zijn prachtige, goed beschutte ankerplaatsen te vinden. De boot en wij hebben er zin in. Tussen de buien valt er zonlicht op de besneeuwde bergtoppen. De dag kan niet meer stuk als we half de middag Humpback walvissen zien. Rondom ons spuiten ze hun fonteinen vrolijk de lucht in. Regelmatig zien we een enorme rug boven water komen en af en toe een grote staart. Het decor op de achtergrond zijn de met sneeuw bedekte bergtoppen die af en toe uit de overwaaiende wolken komen. Wel moeilijk om die visjes op foto of video vast te leggen.68 mijl kruisen we en uiteindelijk zijn we om 18.00 veertig mijl op de kaart gevorderd.



68 mijl kruisen

Lang niet slecht voor deze omstandigheden, vinden we vanaf onze opnieuw schitterende ankerbaai Bahia Borja. Ook weer een baai verbonden met verhalen van wereldomzeilers van het eerste uur. Zoals b.v. Joshua Slocum met zijn legendarische Spray. Hij zeilde door de Straat van Magelaan zonder motor!! Dat betekende wel dat hij in de baai Puerto Angusto een maand moest ankeren voordat er hij de Straat van Magelaan uit kon zeilen. In de baai staat een boom waar naar traditie zeelui een houten bordje met de naam van hun boot ophangen. De volgende dag zeilen we weer verder in licht zonnig weer s’morgens. We komen een Chileense zeevisser tegen uit Valparaiso. Ze wijken van hun route af om ons van dichtbij te kunnen bekijken en te fotograferen. Uitbundig gezwaai en geroep over en weer. We ontwijken af en toe een drijvend kelpveld. s’Middags komen de buien weer. Maar we zijn inmiddels tot één baai voor Puerto Angusto gevorderd, bijna alles zeilend.

OVERLEVEN OP WESTERSE VOORWAARDEN

Bijna een maand zijn we onderweg door dit indrukwekkende landschap. Bergen, bossen, ijs en sneeuwvlaktes en rommelende gletsjers. Een paar keer hebben we een vissersbootje gezien en dat was het. Het is wennen, een wereld zonder mensen. Toch moeten in dezelfde tijd nog een stuk of 8 boten zoals wij onderweg zijn naar het noorden. Via het Patagonie radionetwerkje worden contacten onderhouden. Dat kan erg handig zijn als je in de wildernis een probleem hebt wat je niet zonder hulp kunt oplossen. De radiozender is hier misschien ook wel het belangrijkste veiligheidsmiddel van de boorduitrusting. Er is nooit een andere boot op de ankerplek die je kiest. Dat kan ook niet want dit gebied lijkt bijna oneindig. Maar uit radiocontact kan blijken dat er iemand in je buurt is. Er heeft zich een dagelijks ritme ontwikkeld. Opstaan wanneer het licht wordt, ontbijten, anker op en de dagtocht varen. Elke dag bakken we brood en/of cake op de kachel, warme maaltijden koken. 9.00 uur Patagonie radionet (niet elke dag). Om 9 uur s ávonds het Nederlandse Pat. netje. Elke avond vinden we weer een ankerbaai met de beschutting in de gewenste windrichting. De baaien zijn allemaal even mooi, maar ook weer anders. Vaak wordt er geankerd met de twee lijnen op bomen aan de wal. Daardoor lig je heel dicht onder de oever in de beschutting van de bomen. Daarmee verzekeren we ons van een goede nachtrust. Verder uit de beschutting worden de baaien steeds geteisterd door valwinden van de berghellingen.

PUERTE EDEN

16-02-2010. Na bijna vier weken komen we met prachtig weer aan in Puerte Eden, Dat is bijzonder, want de uren dat de zon in zicht was waren de afgelopen weken te tellen op één hand. Dan opeens zijn er weer tekenen van de aanwezigheid van mensen en hun werken in het landschap! Een zonovergoten dorpje met fel gekleurde huisjes, op de achtergrond de groene berghellingen met de besneeuwde kammen. Het dorp heeft 200 inwoners.



Dorpsaanzicht Puerte Eden

We ankeren bij de armadapost en krijgen de armada op bezoek. De zarpe wordt bekeken en akkoord bevonden. De heren gaan weer weg met een kopie van de zarpe voor het archief. Daarna ankeren we in de dorpskom en genieten nog wat na van de ondergaande zon, in ons kuipje. De volgende morgen gaan we aan wal. Naast het bekijken van het dorp hebben we drie belangrijke doelen. Diesel, internet en aanvullende boodschappen. Via Wolfgang, de geweldige bedenker en instandhouder van het Patgonienet, hebben we vooraf diesel besteld. Deze is inmiddels per vat en boot uit Natales gekomen. Er is geen pomp in Puerte Eden. Dat zou ook weinig zin hebben daar er geen wegen zijn en dus ook geen auto’s. De diesel wordt met een handpomp overgepompt in onze vier tanks en de jerrycans. De diesel is hierdoor wel duurder dan normaal, maar daarmee ondersteun je dan ook de lokale economie. Don Jose ziet niet op een druppeltje morsen. Voor de betaling van de diesel zitten we al spoedig in de huiskamer van Don Jose. Erg gezellig, je kunt ook met de familie mee-eten (wat de pot schaft), tegen vergoeding. Samen met zijn vrouw heeft hij naast de dieselhandel een hostel waar 30 mensen kunnen overnachten. Maar, klaagt Don Jose, “er komen bijna geen toeristen”. De familie heeft geluk deze week, want er werden kamers verhuurd aan een groep evangelisten. De zendelingen gaan vandaag met de ferry terug naar Natales. De ferry kan vanwege zijn afmetingen niet afmeren aan de prachtige nieuwe steiger die het dorp sinds een jaar rijk is. Wij wel. Passagiers en goederen worden met kleine bootjes heen en weer getransporteerd. We hadden gehoopt hier weer eens de digitale snelweg op te kunnen. De school met bibliotheek heeft internet. Maar de zomervakanties zijn nog niet om dus school en de bieb zijn dicht. Het dorpje heeft verschillende “supermarkten” (miniwinkeltjes). Na de aankomst van de ferry hebben de winkeltjes wat groente en fruit. Je moet snel zijn want het hele dorp gaat naar de winkels. Door Don Jose’s vrouw wordt ons afgeraden om in een bepaalde winkel te kopen! Is de andere familie?, vragen we. Ze lacht maar blijft bij haar mening. Voor de laatste van onze boodschappen komen we toch in de “verboden” winkel terecht.



Kopen in de verboden supermarkt

We kopen 6 artikelen. De vrouw is heel lang aan het schrijven voor de optelsom, maar komt er niet uit. Uiteindelijk doet ze er een gooi naar. Als Rietje wat aarzelend kijkt krijgen we een herhaling van het ritueel en is het een paar kwartjes minder geworden. Een geweldig dorp met een infrastructuur van wandelpaden die gemaakt zijn van houten vlonders.

GROENE BERGEN EN IJS

Na Puerte Eden gaan we de natuur weer terug in. De ankerbaaien zijn nog steeds even mooi en de omgeving wordt steeds groener. We gaan een zijfjord in: Seno Iceberg. Dat dagtripje wordt beloond. Tussen zwaar beboste bergen met sneeuwtoppen varen we door tot aan de voet van de gletsjer.





Aan de voet van gletsjer

Een enorme wand van blauw ijs ligt voor de boot. We strijken de dingy om wat foto’s van de boot en en gletsjer te nemen. Af en toe vallen, na onweer-achtige geluiden, brokken diepblauw ijs in het water. Na enige tijd ankeren we in de hoek van de baai onder een waterval met uitzicht op de gletsjer. Zó’n waterval zie je bijna niet meer, we zijn verwend door al het moois. We zijn in een nationaal park. Er is een huisje van de park rangers. Ze zwaaien vanaf de wal en nemen later contact met ons op via de marifoon. Voor hen waarschijnlijk een afwisseling om vanaf hun eenzame post eens contact met een paar andere mensen te hebben, want op een andere manier dan per boot of helikopter is deze plaats niet bereikbaar. We ankeren niet overnacht omdat de ronddrijvende brokken ijs van de gletsjer bij opstekende wind schade aan de boot kunnen veroorzaken. Begin van de avond liggen we weer voor anker op de stek van gisteren, een caleta bij de ingang van het fjord.

DE GOLF OVER

We steken de Golf de Penas over. Dit is het enige stuk waar je zo’n 80 mijl buiten op zee bent op de tocht naar het noorden. Sinds Puerte Eden hebben we aardig weer, en met de afgegeven zuidwestelijke licht wind lijkt dit het juiste moment om de golf over te steken. Er loop in de golf altijd een behoorlijke deining vanuit het westen. Het is lagerwal van duizenden kilometers Pacific Ocean. De wind neemt in de middag toe tot boven de 25 knoop en zitten we in hoge golven uit het westen met daaroverheen nu zuiden wind. Akelig hoge golven met een onrustig patroon. In de late avond neemt de wind af en wordt het rustiger. Zo krijgen we toch nog een rustige zeilnacht. Wanneer het licht wordt moeten we zelfs de motor starten om de beschutte kanalen boven de golf in te varen.

EEN BIJZONDERE ONTMOETING

Na de golf wordt het landschap opener met lagere eilanden en bergen. Op de achtergrond komen nu de besneeuwde toppen van het hooggebergte van de Andes in zicht. Je ziet ze alleen bij mooi weer. Dat is het nu en we hebben zuiden wind! Boffen dus. 23-02-2010 In de vooravond gaat het anker de modder-grind bodem van Caleta Sepulcro in. De ankergrond is steeds beter geworden na het zuiden. Dat komt omdat de graniet- bergen nu vervangen zijn door een berglandschap van leisteen en andere zachtere steensoorten. De zachter steensoorten spoelen meer uit en laten een goede ankerlaag achter op de baai-bodems. Er is ook minder kelp, onze grootste vijand in het zuiden. Een roeibootje met twee figuurtjes komt in de zonsondergang de baai overgestoken. Langzaam maar duidelijk op weg naar ons. Naast ons geroeid nemen beide paren elkaar met enige verwondering op. Ze zijn in oude lappen gekleed en de man heeft bijna geen tanden meer in de mond. Uiteindelijk lachen we vriendelijk naar elkaar. De vrouw heft een grote krab in de lucht, die ze uit de voor een behoorlijk deel met water gevulde bootbodem tevoorschijn haalt. We vragen of ze krab willen verkopen. Nee, ze willen alleen maar ruilen. Voor geld is hier geen gebruik. Ze leven in een visserskamp aan de overzijde van de baai. We hebben in onze ankerbaaien meer van deze kampen gezien, met hutjes van lappen en stukken plastic. Maar altijd verlaten. Nu niet dus. Beide partijen zijn gelukkig met deze ruilhandel. Zij roeien terug naar de overkant met meel, suiker en rijst. Wij hebben een emmer met 6 grote krabben die we nu nog moeten koken en leegmaken, dus wordt het vanavond een latertje. Twee dagen krab eten. Zelf vangen we in ons Noorse krabkooitje niet veel meer dan vis en kleine krab. We moeten een grotere kooi hebben. Maar we kunnen pas in de bewoonde wereld aan de materialen komen voor een opvouwbaar exemplaar.

CHILOE

Steeds meer tekenen van mensen in het landschap. Huisjes en visfarmen. Eén baai die open ligt naar zee moet nog worden overgestoken. Vroeg in de morgen verlaten we de prachtige ankerbaai Caleta Boca Chica. Gisterenavond zijn we naar en eilandje aan de overzijde gegaan met de dingy. We hebben daar genoten van de zonsondergang en de opkomst van de maan. Prachtige pasteltinten kleurden de besneeuwde toppen van de Andes in het oosten .



Pasteltinten in het oosten

In de schemer zat achter ons een pinquin zijn avondtoilet op te maken en nam daarbij nauwelijks notitie van ons.

Een pinquin maakt zijn avondtoilet

Waarschijnlijk mijn zonnebril op sterkte laten liggen. Als we er nog eens langs komen even gaan kijken. Nu zijn we aan het motoren, want er is geen wind. Het lijkt of het hogedrukgebied recht boven ons ligt. Het is maar een oversteekje van 25 mijl. Er is bijna geen wind, maar wel deining. Zeilen wordt pas mogelijk als we in de beschutting van Chiloe zijn. Met tegenstoom bereiken we eind van de middag zeilend de baai van Puerte Quellon. Met de zuidelijke windrichting is de beste ankerplaats nu tegen het strandje in de westhoek van de baai. Er is eergisteren in deze haven een dingy met buitenboordmotor gestolen hebben we via het patagonie-netje vernomen. Het schijnt de eerste keer in de geschiedenis schijnt te zijn. Er is meer wat refereert aan de beschaving. Het verschil tussen het vissersechtpaar in het kamp en de bevolking hier is groot. Alles ziet er hier opeens welvarend uit. Dat is voor een groot deel te danken aan de industrie van de zalmfarmen. De welvaart werpt ook hier zijn schaduw af. Zeilend tussen de eilanden rond Chiloe drijft overal tempex van vissersboeitjes en visfarmen. Het is zo wie zo wennen aan een gecultiveerd landschap na zo veel natuur! De volgende morgen overleggen we waar we de dingy achter zullen laten. Uiteindelijk vragen we het bij een paar vakantiehuisjes. We mogen de dingy in de tuin achterlaten i.p.v. op het strand.

AARDBEVING

28-02-2010 Van deze mensen horen we het nieuws dat er vanmorgen op 4.00 uur 1500 km noordelijk van ons een aardbeving geweest is. Volgens hen 9.0 op de schaal van Richter. Wij hebben er op de boot natuurlijk niets van gemerkt. Zij hebben het wel gevoeld. Het dorp is nu zonder elektrisch en internet. Internet kunnen we dus opnieuw vergeten. Voor de rest is weinig van de gebeurtenis te merken, alles gaat zijn normale gang, behalve dat er bij de tankstations gehamsterd wordt. Agenten vervangen de stoplichten en de winkels zijn zonder licht. We kunnen wel eten, want er wordt op gas gekookt. Maar de enige bankautomaat die nog werkt op een noodaggregaat, handelt geen transacties buiten de regio af. Waarschijnlijk zijn de data- lijnen verbroken. We hebben net nog genoeg geld over om de paar boodschappen te doen die we nodig hebben. Inmiddels dringt het ook tot ons door dat de wereldpers hier op gesprongen moet zijn. Er zal in de Nederlandse huiskamers meer bekend zijn dan wat wij weten. NOS en Nova zullen overuren maken. Dus bellen we direct met de satelliettelefoon op om de familie gerust te stellen. Op het Nederlandse netje is het die avond een chaos. Van de boten die in de Pacific zijn horen we speculaties over de snelheid waarmee een vloedgolf van zo’n aardbeving zich verplaatst. Ook begrepen we dat er schade is op het vliegveld in Santiago. De vluchtleidingstoren zou omgevallen zijn. Maar doordat alles en iedereen door elkaar praat en de slechte ontvangst kunnen we er voor de rest niet veel van maken. We bellen nog op naar de Armada of er hier geen gevaar bestaat voor vloedgolven. Ons vermoeden dat dit niet het geval is wordt bevestigd. Voor de rest zullen we de situatie uit moeten zoeken als we in Puerte Montt zijn. Hier worden we niet veel wijzer.

NAAR PUERTE MONTT

Het weer blijft ongewoon mooi. Niet te geloven, in een gebied waar het zoveel kan regenen. In de morgen vertrekken we bijna zonder wind. In de middag neemt hij lekker toe vanuit het zuiden zodat we alles voor de wind kunnen zeilen. Aan onze stuurboordzijde pieken steeds de met slagroom overgoten toppen van de Andes boven de ochtendnevel uit. Maar aan alles komt een eind. Maandag 1 maart is op de gribs te zien dat de zuidenwind gaat stoppen. Eind van deze week lijkt het weer om te gaan slaan. De zonsopkomsten worden geliger en veel vochtiger. Vandaag hebben we geen wind meer, en dus maakt de plof overuren. Ik wordt opgeschrikt van mijn schrijfwerk want Rietje signaleert walvissen! Inderdaad, het zijn er twee. Loom bewegen ze zich door het spiegelgladde water. Na een lange motordag ankeren we bij een eilandje 25 ml. voor Puerte Montt. 2 maart 2010 liggen we in in haven Reloncavi in Puerte Montt. Even wennen om na half november 2009 weer in een box afgemeerd te liggen! Als we kunnen gaan we zeker nog een keer naar beneden! .

donderdag 31 december 2009

VAN PIRIAPOLIS NAAR USHUAYA



Vanuit Ushuaya wensen wij onze blogbezoekers een gezond en voorpoedig 2010 !!!!

ZUIDWAARDS

24-11-2009
Om 17.00 uur is zo ver. We verlaten Piriapolis. Na het verrichten van alle nodige klusjes zijn de boot en wij er weer klaar voor. We hebben 48 uur een redelijk goed weergat om in Mar del Plate te komen denken we. Het heeft vanmorgen nog hard gewaaid. Er staan vervelende golven uit het zuidoosten. Onze wind komt uit het westen. Doordoor staat er een rommelig zee met door elkaar lopende golven. De eerst uren zijn we beiden wat katterig. Riet kan ondanks haar zeeziektepillen het eten niet in de maag houden, voor de eerste keer op onze “grote tocht”. Maar het gaat wel hard. In de loop van de nacht draait de wind zodat we hem nu achterop hebben. De katterigheid is over en er wordt weer gegeten. Er is geen maan. Maar met het licht van de sterren en de fosforiserende zee wordt het een prachtige nacht. Af en tot breekt er een golf over de boeg en licht het hele voordek op! Ook het witte schuim van de golftoppen licht op. De volgende morgen zitten we opgescheept met veel te grote golven voor de weinige wind die er nog staat. We kunnen een tijd melkmeisje varen. Om het rollen wat te onderdrukken wordt de stagfok strak geschoot tussenin gehouden. De wind wisselt regelmatig van meer naar minder en omgekeerd. De tweede middag wordt een heerlijke zeilmiddag in prachtig zonnig weer. Riet heeft uitgerekend dat we veel te vroeg (midden in de nacht) aan gaan komen. Maar je moet de huid niet verkopen voor de beer geschoten is! Want de wind zakt steeds verder in en een zwarte lucht verschijnt voor ons.

EEN KLEINE PAMPERA

Er is geen wind genoeg meer om te zeilen in de nog altijd doorlopende golven uit het noorden. Met de motor en strak grootzeil komen we dichter bij de nu tot wel zeer dreigende maar ook fascinerende lucht. Links voor ons zien we een bergachtig eiland. Daar we zeker weten dat daar absoluut geen land kan zijn aanvaarden we met moeite dat dit een wolkenpartij is. De zwarte wolken echt voor ons worden vooraf gegaan door witte kringelende slierten. Een sprookje! Maar hoe gevaarlijk is dit sprookje? We besluiten het grootzeil ook te strijken en de bui langzaam in te moteren. Zeilen zijn weg. Nu zien we aan de voorkant van de bui dat de slierten kleine windhoosjes zijn die water opzuigen. Net nog tijd voor een foto. En dan begint het te waaien. Wind recht op de kop. In 30 sec. 32 knoop. Het water stuift een beetje maar is nog wel vlak. Na een half uur beginnen de golven op te bouwen en komen we op de motor niet veel meer vooruit. Na twee uur zitten we aan de andere kant van de bui in de koude zone. De wind is weer langzaam afgenomen. Het is al 3 uur licht als we, begeleid door een school van misschien wel 100 dolfijnen, de laatste 6 mijl naar Mar del Plate nog op de motor afleggen. Het anker gaat in 4 meter diep water voor de swingbridge van de jachthaven. Wachten tot ze daar wakker worden en dan naar binnen.

MAR DEL PLATE

De volgende dag willen we het gebruikelijke rondje, immigratie, douane en prefectua gaan doen. Maar dat gaat niet zomaar. Eerst moet er een gezondheidsinspecteur aan boord komen! Hier is dus een vierde aan het rondje toegevoegd. Maar hier bij Yachtclub Argentia weten ze in ieder geval hoe en waar het moet. Ze hebben alle formulieren op het havenkantoor. De mensen van deze jachtclub zijn erg behulpzaam en vriendelijk. Er zijn nog twee Franse boten, een Poolse boot en een Amerikaanse. Alle boodschappen kunnen we in de stad doen. Voor lange tijd dus grote hoeveelheden inslaan.



Voor lange tijd inslaan

Vervolgens slaat Riet aan het wecken en sealen. Mar del Plate is een grote vissershaven aan de westkust. Maar ook een vakantiestad voor Buenos Aires. Achter de haven is het stadsdeel wat eigenlijk ontstaan is door de visserij. Meer noordoostelijke is het deel waar oorspronkelijk veel 2e woningen stonden van mensen uit Buenos Aires. Deze zijn nu bijna allemaal vervangen door appartementengebouwen zoals je dat in de meeste oorden ziet. De vissershaven is de grootste attractie. Een bedrijvigheid van oranjerode vissersboten die de vis aanlanden. Rijen boten liggen in de haven. Tegen hoog water komt de zeeleeuwen- colonie de betonkade op en gaat liggen luieren in de zon.



De vissersvloot



Luieren op de kade



Moeder en kind

Zaterdag heeft de jachtclub de afsluitwedstrijd van het winterseizoen. Bedrijvigheid op de haven. We worden uitgenodigd om naar de prijsuitreiking te komen. Het blijkt dat de club nog een ander clubgebouw heeft. Vreemd omdat er niet meer dan 30 boten in de haven liggen. Het restaurant wat bij ons op de haven staat is dus het oude clubgebouw. Bij het nieuwe clubgebouw is niet een eens haven. Alleen een groot strand. Bij de prijsuitreiking is iedereen behalve de bediening informeel gekleed. Grote tafels met wijnglazen en koelers staan gereed.

CLUBVLAG

We worden aan de voorzitter voorgesteld en overhandigen 1 van de clubvlaggetjes van “De Werf”. Deze komt nu te hangen in het clubgebouw van de vereniging waar Maxima haar lessen in de optimist kreeg! De voorzitter overhandigt ons een clubvlaggetje van “Yachtclub Argentinie. Voor de collectie van de “Werf” ! De club heeft 60 leden. Omdat het een onderdeel is van de grote Yachtclub Argentinie in San Fernando (BA), kunnen ze al deze faciliteiten hebben. Na de toespraak van de voorzitter worden de wijnglazen gevuld. Met bier! Een beetje in tegenstelling met heel deze deftige opzet, maar daar staat tegenover dat de mensen niet snel veel drinken! Na de prijsuitreiking nog een glaasje en het feest is afgelopen. Wel erg leuk om mee te maken.



Prijsuitreiking

VITO DUMAS

In alle havenplaatsen in Argentinië is een straat naar hem genoemd. Hij was de eerste Argentijn die solo de wereld rond zeilde. In 1944 was dit toch nog een prestatie van formaat. Hier is hij de nationale zeeheld. De naar hem genoemde straat in San Fernando (BA), die uitkomt op Yachtclub Barlevento is voorzien van een plaquette. Hier is naast de plaquette ook een heus Dumas museum. Sinds een aantal jaren is het een nostalgische pub, als museum alleen niet meer rendabel te maken. Zijn hoed, model van de Leg 2, foto’s en wat snuisterijen. Maar een logboek of verdere details van de reis ontbreken.De collectie is niet bijzonder groot. Wel schilderijen van hemzelf en een aantal van derden. Het is vooral een heel gezellige plaats om te bezoeken. Het boek wat hij schreef over zijn reis is in het Nederlands vertaald.



Vito Dumas

VERDER NAAR HET ZUIDEN

Mar del Plate is het eerste stapje naar het zuiden. Maar daarna wordt het serieus. Vanaf hier lees je in verhalen van anderen: kapot gescheurde zeilen, altijd draaiende winden, toenemend getij en weinig veilig aan te lopen plaatsen voor een tussenstop of om te schuilen. De gebruikte pilot voor deze kust en de rest van Patagonie is : “Patagonie & Tierra Del Fuego” van Mariolina Rolfo en Giorgio Ardrizzi. Volgens hun beschrijving is dit een van de zwaarste routes die een jacht kan doen. Zij geven daarvoor de volgende redenen op: extreme wisselingen in klimaat en wind, de altijd overkomende depressies die over de Andes komen van de Pacific. , weinig plaatsen met een goede beschutting voor slecht weer, sterke getijdenstromen met veel verval, die men tegenkomt bij het binnenlopen van de beschutte plaatsen. En dan is er nog het gevaar van de storm uit het oosten. Gelukkig komt die vrijwel alleen tussen juli en oktober voor. Maar bijna alles verwoestend. Want dan is de westkust van Zuid Amerika lager wal (Vergelijk maar met de golf van Biskaje en de Ierse westkust)! Natuurlijk zijn er ook lichtpunten.



Lichtpuntje

In de zomer beginnend in december passeren de depressies van west naar oost. Dus je zit aan hoger wal in zo’n geval. Dicht bij de kust blijven geeft het voordeel van minder golfopbouw. Wij hebben besloten waar mogelijk de kustlijn te volgen, het weer goed in de gaten te houden en (waar mogelijk) bij naderend slecht weer een tussenstop te maken.

25-11-2009
Om 14.30 melden we ons af per marifoon bij de havencontrole. Tussen de grote pieren door, de ondiepte met brekers stuurboord van ons latend. We zijn op zee.
De voorspelling klopt, we vertrekken met afnemende zuiden wind. In de veel te grote golven voor de aanwezige wind beginnen we te kruisen, er van uitgaande dat de wind zal gaan draaien. De wisselvalligheid van het weer wordt de komende twee dagen direct bewezen. Wind, geen wind en steeds uit andere richtingen zodat er altijd oude golven uit een andere richting dan de huidige wind onder de golven zitten. Kruisen, moteren, halve wind. Toe nu toe klopt de richting en sterkte van de windgribs aardig.
Eindelijk de middag van de 2e dag krijgen we noordelijke wind en kan zelfs de spinaker er een tijdje op. Maar s-ávonds is de wind weer op en moeten we opnieuw de moter starten.



En altijd zijn er mooie zonsondergangen

Nu moeten we ook gaan rekenen. Er is minder weer op komst. Kunnen we Puerte Madrin nog bereiken voor die tijd? Via de zender vragen we nieuwe windgribs op. Het blijft een twijfelgeval. De ontvangst van het Chileense station van Sailmail is hier steeds prima. Na wikken en wegen besluiten we San Blas aan te lopen. Nog een spannende aangelegenheid. Tussen de twee zandbanken waar je naar binnen moet staat een kaartdiepte van 5 meter. Als dan de dieptemeter even terug gaat tot onder de 4 meter is het even knijpen. Maar dan zijn we over de bar en spoelt de vloed ons naar binnen. Precies om 20.00 uur, net voor het donker wordt, valt het anker bij de 3e poging op de goede plaats (8 tot 10 meter diep). De eerste 280 mijl zitten er op.

SAN BLAS

We hebben ankeralarmen ingesteld en om ze te horen heb ik op de salonbank geslapen. Maar de boot is half de nacht keurig met de stroom gedraaid. In een prachtige zonnige ochtend zien we op de wal auto’s en bussen met mensen arriveren, vergezeld van enorme partijen hengels. San Blas blijkt een sportvis oord te zijn. De bootjes worden vanaf het grindstrand het water in geduwd. Voor de terugweg wordt een touw en de trekhaak van de auto gebruikt. Dan komt de prefectura met een speedboot opeens naar ons toe. O jee, gisteren vergeten ons te melden per marifoon. Één van de drie kijkt en doet nogal kwaad. Dus bieden we ze voordat ze wat kunnen zeggen koffie aan. Dat werk ondanks de coffeïne ontspannend. Er worden de nodige papieren ingevuld en of we later nog naar het kantoor willen komen voor de stempels. Riet krijgt van alle 3 een hartelijke kus! Het dorp heeft volgens de pilot 500 inwoners. Wij zien ongeveer 10 supermarkten die voor de helft meestal vissportartikelen verkopen. Zo te zien hoeven de vissers toch niet van de honger naar de supermarkt. De visbootjes, waar 4 tot 6 mannen met een hengel in zitten, komen na een paar uur terug. Dan zie je een vat vol met vis eruit komen. Ze varen twee keer op een dag uit. Dit is geen vis voor eigen consumptie maar voor de handel lijkt het. Er zijn speedboten die met 20 km per uur het grindstrand opvaren. Stoer en bedaard stappen de mannen uit. De gaucho’s van het water, de hoeden hebben ze nog op uit de tijd dat ze op een paard zaten. Uit een verhaaltje op de getijdenfolder leren we dat hier oorspronkelijk de Puelches indianen leefden. Die zijn allen uitgeroeid door de Spanjaarden. De meesten hoefden ze niet eens dood te schieten. Want de Spanjaarden brachten de simpele Europeese ziektes zoals de griep mee. Die waren hier onbekend. Zonder enige weerstand stierven de meeste indianen hier aan. Er is nog een kerkhof in het dorp waar de laatste indianen begraven zijn. Het klinkt erg cru, maar het is gewoon zo gegaan. Alle oorspronkelijke bewoners in Patagonie zijn op deze wijze volledig verdwenen. Aan de wal blijkt het internet plat te liggen. Gelukig zijn de nazaten van de emigranten erg aardig voor ons. Maar ze kunnen ons niet meer vertellen dan dat het internet plat ligt. Niemand weet wanneer er weer een signaal zal zijn. Dus vragen we weer nieuwe gribs via de zender op.

ANKEREN IN ONVOORPELBAAR WEER

Dezelfde middag vervaagt de blauwe lucht in een licht wolkendek met onweerskoppen met daarachter een zwarte lucht. Ja, het weer wisselt snel, we zijn toch niet voor niets binnen gelopen. Met de noordelijke wind die inmiddels 20 tot 25 knoop is liggen we aan lager wal. Dus anker op naar de overkant waar een eilandje is. Voor de zekerheid voor vertrek de prefectura maar even per marifoon op de hoogte gesteld. Ja, je gaat het leren of je wilt of niet! Het eiland is laag, dus niet zo heel veel beschutting voor de wind, maar minder golven en meer tijd om te reageren mocht het anker niet houden. We zullen nog vele malen opnieuw ankeren de komende dagen, want het grind met de sterke stoom geven niet altijd de gewenste houdkracht. Op de instrumenten stellen we dieptealarm, ondieptealarm en wind alarm in. Om beurten waarschuwen ze voor de plaatsgevonden wijzigingen. Volgens de pilot kun je ankeren in een diepte van 5 tot 6 meter diep voor het dorp. Dit blijkt niet te werken omdat de wal te stijl oploopt en uit grind bestaat. Beter resultaat hebben we in een dipte van 10 tot 12 meter. Daar is bodem vlakker. Maar ook meer stroom en met het kenteren van het tij moeten we opletten of we vast blijven. De nacht van 10 op 11 december hebben we een beetje pech. Het anker is gaan krabben en heeft zich achter een kabel van een mooring (afmeerboei) gehaakt. Het waait nogal hard. We mogen eigenlijk niet aan de mooring afmeren. Maar als we zien hoe dik de kabel is doen we het toch maar tot de volgende morgen. Maar niet voordat we eerst met enige moeite het anker uit de lijn van de mooring hebben weten te ontwaren. Half de nacht in de weer geweest. Volgende morgen zien we dat er een M12 bout van het ankerbeslag losgegaan is. Na veel zoeken en improviseren weten we uiteindelijk ook dit op te lossen.

STOFBIJTEN

Het internet blijft plat, blijkt ook de volgende dagen. We begrijpen verkeerd dat het met de bus naar Carmen de Patagonie 10 km. is. Later blijkt 100 km. bedoeld te zijn, twee bussen in de week. Dat gaat over onverharde wegen. De afstanden zijn immens in Patagonie. Mensen rijden hier 400 km. om een dagje te komen vissen. De dag in Mar del Plate dat het ging regenen was nadat we de boot schoongespoeld hadden met zoet water. Ook zijn alle schoten en vallen daar in de wasmachine gegaan. Nu komt de westenwind over de pampas en daarmee het stof. Het enige verschil met Marokko is dat het hier niet rood, maar geelbruin is. Er wordt hier veel gesproken over de verandering van het klimaat. Het is veel droger dan voeger. Patagonie wordt woestijn zegt men. We lezen ”In het voetspoor van Darwin in Zuid Amerika” van Toby Green. (aanrader om wat van de sfeer van Zuid-Amerika te proeven). Hier komt dit thema en de uitgestrektheid goed tot in uitdrukking. Maar ons is het waswerk weer voor niets geweest. Maandag middag ontmoeten we op het grindstrand iemand die achter het dorp aan de waterrand van de lagune woont. Waarom gaan jullie daar niet liggen? Het prima beschut. We zijn een beetje huiverig, omdat we in het verhaal van de Gibateau gelezen hebben dat de ingang te ondiep is om er in te komen. Maar de man verzekert ons dat er geen enkel probleem is. De volgende morgen doen we het uiteindelijk niet, omdat we wellicht binnen twee dagen kunnen vertrekken. Het is springtij, daarna zal de waterstand lager worden, we voelen er niets voor in de lagune opgesloten te liggen tot het volgende springtij! Omdat we dagelijks maar bakken met vis op het grindstand aangeland zien worden, kopen we wat grote garnalen om ook eens een hengeltje uit te werpen. Ofschoon wij hier voor het dorp niet op de goede stek zitten vangen we toch een rog en een “ramzays rotskabeljauw”. We weten de namen van de vissen die we vangen via een computerprogrammaatje van Smidt vishandel. Het enige onhandige hieraan is dat je eerst de naam in moet voeren voor je het plaatje van de vis ziet. Maar wie heeft er nu ook nog nooit van een ramzays rotskabeljauw gehoord?

3-12-2009
Het weer ziet er de komende dagen wat beter uit. S’morgens nemen we afscheid van onze vrienden van de prefectura met papieren en stempels. Met hoog water om 15.30 gaan we anker op. We willen liefst de baai Golvo Nueve aanlopen. Vanaf San Blas is dit 180 nm. Puerto Madryn is een stad met 80.000 inwoners, zo groot geworden door het walvistoerisme en zijn aluminiumfabriek. Daar moeten we toch eindelijk onze internet zaken eens af kunnen handelen. De weergaatjes zijn klein. Opnieuw vertrekken met noorden wind. Maar ook nu houdt hij niet het hel traject aan. Als alles klopt zal de noorden wind na het moment dat we het schiereiland Peninsula Valdes voorbij zijn naar het zuidoosten draaien. Met die wind kunnen we dan precies de baai inzeilen. De middag voor de nacht dat we de baai aan kunnen lopen houdt de noorden wind inderdaad op. Wat vervelend is dat de barometer veel te snel daalt. Op de elektronische is een steil laddertje te zien en het horloge gaat braaf mee. Voorspelling ZO 26 knoop. Voor de zekerheid steken we gelijk het 2e rif. We winnen nog wat extra hoogte om, wanneer de wind komt, de baai ruim en ver van lager wal aan te kunnen lopen. In de schemering begint de wind en als het donker is komt er meer. In de nacht wordt het 30 knoop met regelmatige uitschieters naar 38. Niet de plaats waar je met deze wind wil zijn. De golven zijn hoog en steil en in het donker niet te zien. Af en toe zie ik een witte schuimkop ver boven de zijkant van de boot torenen. Twee keer breekt een golf half over de boot. Riet doet binnen de navigatie en ik zit buiten te sturen en de kont op de golven te houden. Als het licht wordt komen we in de beschutting van de zuidelijk landtong van de baai. Om 8.30 meren we af aan een mooring in Puerto Madryn om eerst wat slaap in te halen.

PUERTO MADRYN

We zijn terecht gekomen bij een allervriendelijkst jachtclubje. Een haven hebben ze niet. Boten wordt met behulp van karren en tractoren (die door het zout lekker roesten) over het strand in het water gereden.



Een beetje roestig maar werkt nog wel

Wij denken dat we een geschikte mooring hebben, want er zit een armdikke kabel aan. Maar we horen al spoedig dat de betonblokken op de bodem niet zwaar genoeg zijn. We mogen blijven liggen maar als het hard gaat waaien moeten we weg. Leuk vooruitzicht! In ieder geval zijn leden en personeel van de club er vriendelijk en behulpzaam en er is internet! En er is, naast het officiële restaurant en clubgebouw een soort “oorlam”. Het lijkt wel Wolphaartsdijk in de oud tijden. Met het bijbootje naar de wal en vooral terug door de branding wordt regelmatig een natte aangelegenheid. De club wil al jaren een jachthaven, maar de plaatselijke politiek en de aluminiumfabriek willen niet betalen horen we van de commodore. Hij is erg aardig, tegen Maxima (oud politiek zeer van de vader) . Hij helpt ons met zijn auto en motorboot van de club diesel halen. Gelukkig krijgen we die nu eens eenvoudig aan boord deze keer. Op zaterdag is er een clubwedstijd. Zoals overal zitten beste stuurlui in het oorlam. Ook de rekenmeester (Kees v.d.V noemen we hem voor het gemak maar) is aanwezig. Niet zo slim om zich niet af te zonderen. De zeilers komen na afloop met de bekende klachten over meting en tegenstanders. Maar zoals het een goede rekenmeester betaamd blijft hij onverstoorbaar en onomkoopbaar zijn gezag uitoefenen. Puerto Madryn is een moderne stad met een lange boulevard. In het weekeind is het gezellig druk op het strand en de boulevard. Maandag is het zo ver. Voor die nacht wordt nog al veel wind uit het noorden afgegeven. We hebben al een nacht achter de rug met zuidoosten wind. Die gaf zoveel deining dat we de hele nacht onmogelijk konden slapen. Nu zeilen we naar de noordwesthoek van de baai om beschutting voor de noordenwind te zoeken. Eerst melden bij de prefectua. Er zijn verboden gebieden om te zeilen om de walvissen te beschermen. De clubleden vinden dit terecht belachelijk omdat motorboten met 200 PK, met disco en toeristen wel in deze gebieden mogen. Hadden wij ook niet zo iets in het oliegeultje?



Eenzame Gaucho op het eindeloze strand ten noorden van Puerto Madryn

NA 8 DAGEN WEER OP WEG

Met een flauw wit schijnsel aan de horizon breekt de dageraad aan. De sterren beginnen te verbleken in oosten, maar echt boven zijn ze nog volop aanwezig. Een half uur later, om 4.00 uur is valt er oranje te ontdekken. In het westen is het nog donker. Weer een half uur later wordt het overal langzaam licht. Een vogel schrikt wakker van de langskomende boot en begint slaperig aan zijn eerste vlucht. In het oosten is nu de lucht roodoranje met daarboven blauw. De zon is nog niet op maar het belooft een mooie dag te worden langs de kust van Patagonie. Zo begint de tweede dag na ons vertrek uit Puerto Madryn. Wanneer mijn wacht erop zit om 5.00 uur en Rietje wakker maak, proberen we te motor zeilen. Er staat bijna geen wind en de hele nacht hebben we ook al gemoterd. Dat kan dus ook in Patgonie. Tot nu toe is het eigenlijk hollen of stilstaan met de wind. En het verandert heel snel. Je kan zo vanaf een flauwe noordenwind in een front van een bui komen en 30 knoop of meer op de kop krijgen. Gelukkig duurt zo’n bui niet lang, maar als je teveel zeil op hebt loop je kans op schade. S’middags komt er een beetje wind. We kunnen de spinaker weer eens hijsen! Hij moet er na een uur weer af omdat de wind het opnieuw af laat weten. Maar hij komt terug en blijft. We hebben nieuw weer via de gribs binnen. Dat maakt de keus wel moeilijker. We kunnen best door naar Deseado. Dat is nog 200 nm. erbij. Maar Caleto Horno heeft zo’n magische klank dat we het niet willen passeren. We hopen dat we ons niet weken op gaan sluiten in afwachting van goed weer.

CALETO HORNO

Nu we besloten hebben Caleto Horno niet te laten voor wat het is gaat het er om spannen of we het nog voor donker aan kunnen lopen. De laatste 20 mijl gaan westwaarts. Met de wind uit het noorden die aantrekt tot 18 knoop lopen we nu flink snelheid. Maar we hebben ook behoorlijk stroom tegen. Alleen de aanloop blijkt dit bezoek al waard. De bijna ondergaande zon maakt de harde zandsteenrotsen oranje, rood met diepe zwarte reliefs. De ingang van de baai tussen de rotsen is tot het laatste moment geheel verborgen. Om 21.00 uur net voor het donker wordt zijn we in de meest beschutte ankerbaai van de gehele Argentijnse kust.



Caleto Horno



Voor alle windrichtingen beschutting

O, er ligt een boot voor anker met twee lijnen over de baai naar de roten aan de overkant! Greg blijkt een Canadees. Hij komt van het zuiden. Dus kunnen we nog aardig wat informatie met hem uit gaan wisselen. Normaal gaat hij om 20.00 naar bed, maar hij komt er net even uit voor een pie. Hij zeilt de meeste tijd solo en een paar keer op een jaar komt zijn vrouw eens langs. Met zijn hulp maken we voorlopig drie lijnen vast. Morgen zullen we de zaak wel verbeteren, want inmiddels is het donker. Na flink uitgeslapen te hebben verbeteren we de lijnen naar de wal. Greg heeft zijn lijnen voorzien van voorlopen van ketting en wij doen dat ook. Als je dat niet doet, verslijt je veel lijnen door het schuren op de ruwe rotsen. De rest van de dag genieten we van de prachtige omgeving. De boot ligt in een klein beschut paradijsje. We roeien naar de wal en bekijken de baai eens van bovenaf. Om 19.00 uur zitten we bij Greg boord. Hij komt uit B.C. Canada. Al spoedig verwondert hij zich er over dat we de buurt daar zo goed kennen. Hij is toen hij jong was in Europa geweest en wij in Canada. Maar midden in de gesprekken horen we een scheepstoeter. Wat is dat? De Rhythme of Life komt de baai binnen! Dezelfde problemen die wij hadden gisterenavond, de lijnen zitten in de weg. Dus met zijn allen in de weer om alles te herrangschikken. Maar wat leuk! Na Buenos Aires weer eens op de zelfde stek. Caleto Horno is een klein Patagonisch paradijsje. We wandelen door het bijna kale landschap. Cactussen bloeien. We zien een kudde Guanachos. verderop en kudde verwilderde schapen. Ze zien er woest uit en kunnen echt op hol slaan! Dat hebben we van Nederlandse schapen nog nooit gezien!



Wandelen rond Caleto horno



De bewaker van de kudde Guanachos



Verwilderde schapen

De derde dag is er weer en weergaatje om door te gaan naar Deseado. We willen nog wel langer op deze veilige ankerplek blijven, maar de weer-vraag is steeds wanneer komt de volgende mogelijkheid?

19-12-2009
Er is wind afgegeven. Maar als we op weg gaan blijft die uit. Het is constant hollen of stilstaan met de wind. S’-middags proberen we te spinakeren, wat een paar uur gaat daarna komt de wind recht van achter en kunnen we “melkmeisje” verder. In de avond komt de wind en de barometer blijft vallen. Midden in de nacht varen we met 2 reven in een hoge fosforescerende zee. Prachtig zicht op de afwaaiende golftoppen. Maar een beetje minder wind had ook wel gemogen. Deseado aanlopen gaat alleen met opkomend water. De stroomsnelheid in de monding kan op lopen tot 6 knoop.
Dat komt precies verkeerd uit, dus maken we een overnacht-ankering in Caleto Sur. Dit is een baaitje achter de rotsen en de vuurtoren. Goede beschutting tussen ZW en NO. We hebben 6 pogingen nodig om het anker echt vast te trekken. Maar er wordt voor vannacht weer 25 knoop wind uit een passerend koufrontje afgegeven. Dus moet het goed vast zitten. Als het anker vast zit trekken we altijd enige tijd op vol motor vermogen aan de ketting. De volgende morgen zeilen we samen met de Rhythme of Life door naar Deseado. Een prachtig bijna aan de winds tochtje langs de kust.

VEEL WIND IN DESEADO

In Deseado blijkt anders dan de pilot aangeeft maar 1 mooring te zijn. Aan de mooring ligt al een Franse zeilboot. De Rhythme of life besluit af te meren aan een sleep boot die aan de loswal ligt. Wij gaan ankeren. Omdat er veel stroom op de rivier staat en het er hard kan waaien willen we een lijn op de steiger achter ons zetten en een lijn op de wal voor ons. Wanneer ik met de tweede lijn voor ons aan wal kom word ik door iemand van de Prefectura verboden een lijn op de wal vast te maken. De argumenten dat hij hierdoor de veiligheid van onze boot in gevaar brengt doen er voor hem niets toe. Ook de lijn van de steiger moet los. Inmiddels is stroom gedraaid. Zonder lijnen komen we nu naast de Franse boot te liggen. Wat we absoluut niet wilden gebeurt nu toch, twee boten naast elkaar aan een mooring. Het anker kunnen we ook niet meer ophalen want dan trekken we ons misschien vast aan de kabel van de mooring. De Fransen zijn inmiddels ook aan boord. Dan gaat het waaien en de ellende begint. Ik vraag of de Fransen niet achter ons willen gaan liggen. Eerst zien ze de noodzaak niet in. Maar een half uur later, wanneer ondanks al onze stootwillen en bollen de boten tegen elkaar beginnen te slaan, wel. Het is dan al te laat. Van hun stalen boot is de complete houten stootrand aan splinters geslagen. Nadat hun boot achter de onze is vastgemaakt is de situatie voorlopig opgelost, maar eerst is de dinghy met buienboordmotor er aan nog omgeslagen, de motor is nu zout! Onder een pilsje beloof ik hun nieuwe hout te betalen en we zullen het er samen weer opzetten. Het wordt een nacht met wachtjes van 2 uur op en af. Want is het touw van de mooring wel sterk genoeg voor de twee boten? De rotsen zijn dichtbij! De boten rollen erg maar wij een stuk minder met een contra gewicht aan de spiegel. De Fransen doen de hele nacht geen oog dicht. De volgende morgen mogen ze in de luwte van de sleepboot vastmaken. Deseado was in het verleden al geen gelukkige plaats voor de Nederlanders. “De Hoorn” behorend tot de expeditie van Isaak Le Maire in 1615 is hier vergaan. Je zou denken: op een van de vele rotsen. Maar de zeelui van die tijd waren extreem vakkundig. Zonder moter wisten ze dergelijke rivieren, die gieren van de stroom heelhuid op te komen. Le Maire wilde “De Hoorn” schoon hebben voor vervolg van de tocht naar het zuiden. Dat kalkbranden werd als volgt gedaan. Men liet het schip droogvallen op een zandbank. Daarna werden onder de romp takken-bossen aangestoken. Door het vuur loste de kalk van de pokken op. Schoonvegen en klaar. Goedkopere antiefouling bestaat er niet. Maar de wind in Patagonie, ja , dat is eerst geen wind en tien minuten later 7BF. “De Hoorn was niet meer te redden. Ook zijn er goede dingen in Deseado. Goed restaurant, en er is iemand erg aardig ons met zijn auto te helpen diesel op te halen. Drie keer vier cans met auto en dinghy. Voor de komende avond en nacht wordt nog meer wind afgegeven. En drie boten liggen niet meer veilig aan deze kant van de rivier. Deze nacht liggen we samen met de Rhythme of Life aan de overkant voor anker met 40 knoop wind. Daar komt de stroomsnelheid van de rivier nog bij. Maar de ankergond is goed en de ankers houden. Vandaag bevestigen we de nieuwe stootlijst op de Franse boot. Er is een mogelijkheid in de weerkaarten te zien om aan de laatste 480 nml. naar Ushuaya te beginnen. We moeten dan wel met behoorlijk wat wind vertrekken.

KERST 2009

Om 10.00 vertrekt de Rhythme of Live. Ze konden niet langer zonder schade aan de sleepboot liggen (weer 40 knoop). Om 11.00 uur willen wij en de Fransen ook. Maar de haven is inmiddels gesloten wegens te hare wind. We mogen niet weg! We weten dat 60 mijl zuidelijker minder wind is of komt. Uiteindelijk, na uitleg door Riet in haar beste Spaans krijgen we toestemming om 12.00 uur te vertrekken. Voor de wind, op de stagfok zeilen we in 40-45 knoop de monding uit. Maar de wind is met de stroom over de eb dus geen probleem. Met de Rhytme ofLlive hebben we onderweg contact over de radio, maar de Fransen hebben alleen een marifoon. Met hen is het contact na enige uren niet meer mogelijk. De “Rol” blijft in de westelijke wind zitten. Maar wij komen door ons latere vertrek in de lichtere noordelijke wind. Samen met de oude golven van de westelijke wind is hierin bijna niet te zeilen. De barometer valt veel te hard! We krijgen een windstille periode. 1e Kerstavond wordt een zware avond. We varen in een front! Spoedig zitten we in wind van 40 + knopen. Er moet met de hand gestuurd worden om de golven onder de juiste hoeken op en af te varen. Gelukkig hadden we op tijd een derde rif gestoken. Na 2 uur matigt de wind weer. Opnieuw blijven we met lichte wind en grote golven zitten zodat we niet kunnen zeilen. Gelukkig vrolijken dolfijnen ons op met hun voortdurende bezoekjes. Ze vertonen hun kunstjes en kijken alsof ze zeggen: “zie je me wel”. Albatrossen zweven onvermoeibaar over de golftoppen. Daarop volgt een morgen een paar goede zeil-uren. Maar ook dat duurt niet lang. We komen nu in een gebied met buien. Niet zo erg als een front. Als je er in vaart krijg je 5 tot 10 minuten 20 tot 35 knoop wind op de kop van de boot en dan is het weer over. Een enkele keer komt er een beetje regen van. Een tocht met uitersten! Af en toe zeer vermoeiend. Zeilen in en uit rollen, reven, uitreven, spi erop en alert zijn voor de buien. Als er tijd is nemen we om beurten extra rust.

VUURLAND EN STATEN EILAND

De nachten zijn gelukkig kort geworden! Het is nog hooguit 4 uur donker. Als we de straat van Magelaan bijna gepasseerd zijn krijgen we toch nog de beloofde westen wind. Met een gemiddelde windsterkte van 25 knoop die inkomt over 110 graden zeilen we nu hard. De middag van 28-12 schrikken we. Opnieuw een grote bui. Op het moment dat we daar voor “steken” (boot d.m.v. motor met de kop in golven en wind houden) zien we op het log dat er geen enkele vooruitgang meer in zit! Is er iets met de maxprop? Gelukkig blijkt er weer kelp ingedraaid te zijn. Dit gebeurt nog al eens na een zeilperiode en het nieuw gemonteerde snijmes op de as kan het niet geheel aan. Een keer vol gas achteruit en dan weer vooruit bevrijdt ons van de taaie stengels. De bui is over en de westenwind op. “Kijk daar” ,roept Rietje, besneeuwde bergtoppen. Achter de golftoppen zien we stukjes kust met daarachter besneeuwde bergtoppen. Dat maakt dan toch opeens een enorme indruk. Met eigen boot langs de kust van Tierra del Fuego! (vuurland). De Rhythme of Live gaat naar Staten eiland. Eind van de dag horen we dat ze voor anker zijn gegaan in Hopner bay. Wij hebben nog steeds het plan door te gaan. Om 23.00 uur zijn we nog 25 mijl van de ingang van de Straat de la Maire. Het tij val precies verkeerd voor ons uit. Dus proberen we met minder snelheid te zeilen. De volgende mogen om 6.00 uur heeft Riet een briefje op de navigatie tafel gelegd, met daarop de strelende tekst “Henk je bent een rekenwonder!”. Want precies bij de ingang van de straat krijgen we inderdaad de stroom mee. Maar er is ook een domper als ik uit bed kom. In de Straat de La Maire hangt een zwaar zwarte lucht. We durven de bui niet invaren, want als deze bui 30 knoop of meer gaat geven wordt het te gevaarlijk. Je krijgt dan een situatie van wind tegen stroom. En volgens de pilot kunnen er dan muren van water ontstaan. Dus verleggen we de koers naar een prachtig in de wolken hangend Staten eiland (toch wel leuk al die Nederlandse namen). In de buurt van Staten eiland gekomen zien we toch wat gaten in de bui ontstaan en besluiten met 1,5 uur gemist tij toch de straat in te varen.



Staten eiland achter ons

Het valt uiteindelijk mee, ook met de stroom. In de nacht en op 30 december varen we de laatste mijlen door het Beagle Canal en bereiken voor oud en nieuw Ushuaya.



Ochtendlicht op de besneeuwde bergen in het Beagle canal



We bereiken Uhuaya

Blogarchief