
We kruisen naar de PIO XI gletsjer (foto Fleur de Sel)
NADAT WILMA EN JAAP UIT PUERTE WILLIAMS VERTROKKEN ZIJN MAKEN WE ONS WEER REISKLAAR.
Stel je voor ….. je verlaat Zeeland en fietst naar het zuiden. Na verloop van tijd ben je over de Pyreneeën, een stuk Spanje in, wanneer je eindelijk het eerste dorp tegenkomt. Daar wonen 144 mensen. Na je vertrek tot hier heb je niets gezien wat op menselijke bewoning lijkt. Geen auto’s, telefoonpalen, huizen. Alleen een ongerepte natuur van bergen, bossen en gletsjers. Vervolgens fiets je verder om ergens diep in Marokko weer in de bewoonde wereld te komen. Vervang het fietspad door een waterweg via fjorden, eilanden en bergen om een idee van deze tocht te krijgen. Na vorig jaar hadden we meteen het idee dat het zonde zou zijn om zo’n uniek gebied meteen weer te verlaten. We willen het deze keer rustig aan doen en voor dit stuk 3 maanden uittrekken. Dus voor deze periode voedsel en diesel inslaan. We kunnen er niet van uitgaan dat we elke dag vis vangen! Rietje heeft weer talloze jampotten geweckt met vlees, kip enz. in heerlijk sausen met kruiden. Verder zijn er weer pakketten gedroogd fruit gesealed en de wijnvoorraad is op peil gebracht.
Henk maakt pindakaas want dat was niet te koop
Typisch voor de westerse mens, wel willen afzien, maar onder je eigen voorwaarden….
Dat was, en is, voor de centoillakrabvissers wel anders. Wanneer je in de caletas ( een caleta is een natuurlijke, beschutte ankerplek) de optrekjes ziet van takken en lappen plastic, waarmee ze beschutting creëer(d)en tegen wind, regen en sneeuw, begrijp je dat dit leven erg hard was/is. De krabvangst is alleen toegestaan in de winter. Vroeger met open boten, maar nu hebben steeds meer vissers een opbouwtje op de boot en een houtkachel aan boord. Want hout is hier onbeperkt voorradig.
VUURTORENWACHTERGEZIN
We zijn al verschillende keren langs de laatste beschavingspost, de vuurtoren Yamana gekomen. Altijd leuke gesprekken over de marifoon in een mengeling van Spaans en Engels. Deze keer besluiten we dan ook om een bezoekje aan de vuurtorenwachter te brengen. Omdat de wind uit het oosten waait kunnen we niet op zijn verzoek ingaan om aan de oostkant te ankeren. Aan de westkant is wel een baai waar we beschut kunnen liggen. Aan wal worden we allervriendelijkst ontvangen. We horen dat de vuurtorenwachters zo’n project voor een jaar doen. In dit soort afgelegen gebieden is het altijd een gezin. Ze hebben beiden een opleiding gevolgd voor marconist. De kinderen krijgen les van hun moeder. Ze zijn blij met wat versnaperingen, die we meegenomen hebben, want de bevoorrading loopt al enige weken achter. Ze leven hier volledig geïsoleerd. Hun enige contact met de buitenwereld is de tv. via de schotelantenne. Geen telefoon of internet, wegen of paden die hen met de rest van de wereld verbinden. We vinden het vreemd dat de armada hen zelfs geen roeibootje beschikbaar heeft gesteld. Marifoon-contacten met voorbijkomende schepen en de Armadapost tegenover Ushuaya dat is het zo’n beetje. Ze zijn dan ook erg blij met het verzetje van ons bezoek. Hun Engels is even belabberd als ons Spaans. Rietje helpt hen nog de Engelse vragenlijst voor jachten aan te passen. Eind van de middag vertrekken we weer, na uitwisseling van de Werfse clubvlag en een houtsnede die door de vuurtorenvrouw is gemaakt. Daar moet nog een koperplaatje op en dan komt hij op de Werf te hangen.
De vuurtorenwachter en zijn vrouw
Het uitwisselen van vlag en Plaquette
TEGEN DE WIND IN LICHT- EN ZWAAR WEER
Harde wind en bijna windstille dagen wisselen elkaar af. De eerste paar honderd mijl naar het westen zijn tegen de wind in. Wanneer het hard waait kruisen we zeilend op, omdat op de motor dan ook weinig vooruitgang te boeken valt. Met windstilte komen we motorend het beste vooruit. Bovendien lekker comfortabel. De zon is zelden te zien en de regen is gemeengoed.
De zon is zelden te zien
Ankeren geeft af en toe zelfs met lijnen op de wal onrustige nachten met harde valwinden van de bergen. Ondanks gribs en weerkaarten levert de barometer ons de meest betrouwbare gegevens. Wanneer deze gedurende enige tijd 2 mb. per uur blijft vallen, zoek dan maar een veilige caleta op! Kelpvelden markeren de rotsen onder water, maar zijn een ellende aan je lijnen en anker. Wanneer we ankeren met lijnen op de wal hebben we het windalarm aan. Meestal zetten we het op 27 knoop. Mocht er iets niet kloppen, dan hebben we daardoor nog tijd om maatregelen te treffen voordat het nog harder gaat waaien. Op een enkele nacht met ankerwacht na, hebben we eigenlijk weinig problemen. Wel letten we altijd erg goed op dat de ankerplaats beschut ligt voor de heersende en komende windrichtingen. Beschutting tussen zuid en noord over de west (3e en 4e kwartier) zijn vrijwel altijd noodzakelijk in deze gebieden.
Ankeren met lijnen op de wal
Kelp: je vriend en vijand
11 februari zijn we voorlopig aan het eind van onze westelijke koers. De betoverende wereld van Caleta Brecknock….. Maar wat nu, er liggen al twee boten! Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Het is dit jaar erg druk met Franse jachten. Er schijnen er wel 10 op weg te zijn naar het noorden. De kans dat je er één ziet is niet erg groot, maar nu liggen er opeens twee... Ook weer wel even gezellig.

Met drie boten in Caleta Brecknock!
De volgende dag hebben we het rijk weer voor ons alleen, stilte en verlatenheid horen voor ons gevoel bij het woeste landschap van Brecknock. Omdat we de tocht naar het noorden deze keer langzamer dan vorig jaar willen doen genieten we nog een extra dagje van deze schitterende caleta.
De rust is weergekeerd in Brecknock
NAAR DE GLETSJERS VAN DE CORDILLERA DARWIN
We hebben de gletsjers van deze ijsvlakte in Brazo Noroeste bezocht en bewonderd. De hoogste bergen in deze ijsvlakte zijn Mnt. Darwin 2488 m. en Mnt. Sarmiento 2235 m. Dat lijkt niet zo hoog, maar vergeet niet dat de sneeuwgrens hier in de zomer rond de 600 meter ligt en wij zelf op zeeniveau zitten! We willen nu de nog meer ontoegankelijke noordzijde van dit gebied gaan verkennen. Je kan hier zoveel doen en zien, we zijn blij dat we hier twee jaar zijn! De koers vanaf Brecknock wordt nu Noordoost en dan Oost. Hard opschieten dus nu we de wind achter i.p.v tegen hebben. Om bij het gletsjer gebied te komen gaan we voorbij aan de kortere route via het Acwalisnan canal. Het nadeel is nu wel dat we in de Straat van Magelaan een stuk verder tegen de noordwestenwind in zullen moeten. Maar dat zien we dan weer wel. In het gebied aangekomen hebben we de eerste dagen regenachtig en bewolkt weer. Wel vinden we opnieuw prachtige ankercaletas. Regen is hier zo’n beetje het normale weer. Ons geduldig wachten wordt de 3e dag al beloond. Het mooiste moment in de bergen: de wolken rond de toppen lossen op en het eerste blauw komt. Steeds meer bergen en gletsjers verrijken ons uitzicht vanaf de ankerplaats. Met de dingy tuffen we naar de voet van de gletsjer waar, wanneer de zon schijnt, de vele blauwtinten in het ijs nog mooier zijn.
Gehypnotiseerd door alle schakeringen blauw
OP MOTOR DOOR DE WINDERIGE “ MAGELAAN”
Na 1 ½ dag opboksen tegen wind en golven in het Magdalena-kanaal treffen
we tot onze verbazing de eerste twee dagen bijna windstil weer in de Magelaan. Eenvoudig bereiken we, opnieuw op de motor, Paso Ingles, waar het water vernauwd. We zien deze keer alleen een paar walvissen op afstand. De volgende dag toch weer even echt Magelaans weer. Binnen 3 uur gaan we van moterend onder een stralend blauwe lucht naar zware bewolking met regen opkruisend in 25 knoop wind. Maar het lichte weer houdt wel hoofdzakelijk aan, en daarmee slinkt onze dieselvoorraad. Puerte Eden kunnen we makkelijk halen, maar daar is de diesel wel een stuk duurder. Zullen we niet naar Puerte Natales gaan?
Op weg naar Natales
ESTERO EBERHART
Een nieuwe detour, maar we hebben tijd genoeg. We twijfelen lang, want in Natales zelf lijkt ons niet veel te doen, behalve wanneer we Torres del Paine kunnen bezoeken. In Natales is geen veilige ankerplaats of haven om de boot achter te laten. Er is wel een ankermogelijkheid in Estero Eberhardt bij Estancia Eberhardt, Dit is een mijl of 15 van Natales. Maar de diepte om er te komen lijkt beperkt. Het wordt echter door meerdere boten gedaan en desnoods kunnen we de kiel ophalen. In Natales aangekomen melden we ons per marifoon bij de Armada, maar varen gelijk door naar de Estéro/Puerte Consuelo. Dat vinden ze goed, als we de volgend dag maar met de papieren over land komen. Spannend met de diepte…..gecombineerd met windstoten. Zonder de kiel opgehaald te hebben (2,65 m1 diepgang), zitten we in het laatste rechte stuk voor de boerderij, volgens de dieptemeter 40 cm. in de grond. Maar de modder is hier zo zacht dat de boot er probleemloos doorheen glijdt. Het geluk blijft met ons. Want we zien een grote boei met rondom diep water en dat is precies wat we heel erg graag willen hebben om aan te meren! We zijn op dit moment de enige boot. Aan de wal komen we al spoedig in gesprek met Rudi Eberhardt. Hij is de derde generatie van een Duitse familie die hier in de Estéro een estancia is begonnen. Hij heeft als familiehoofd de Duitse taal nog steeds in ere gehouden. We mogen voor onbepaalde tijd gebruik maken van de boei en van betalen wil hij absoluut niets weten. Ook niet echt nodig want de boerderij is inmiddels hoofdzakelijk overgegaan van schapen naar (vlees) koeien. Bovendien kunnen hij, zijn broer en zus ook stukjes land verhuren of verkopen. Kortom, ze behoren nu tot de welgestelden van Natales. In het stadje is zelfs een straat naar Eberhardt genoemd. Omdat we de boot nu veilig kunnen achterlaten ligt de weg naar Torres del Paine open.
TORRES DEL PAINE EN ARGENTINIE
De volgende dag zitten we in de bus naar Torres Del Paine. Vier dagen doen we wandelingen van hut naar hut. In de hutten, die je beter complete herbergen kunt noemen, is het niet overdreven vol. Ook de wandeltrails zijn rustig in het naseizoen.
De 1e dagwandeling gaat naar de Torres zelf. Op het laatst is het een behoorlijk steile klim, maar het zicht op de Torres is subliem.
Aan het eind van de klim
De 3e dag is het regenachtig. Dat betekent hier dat je van de prachtige omgeving weinig ziet. Daarom gebruiken we alleen de middag om de volgende hut te bereiken. De laatste dag lopen we naar Glacier Grey en dezelfde avond nemen we de catamaran en de bus terug naar Natales. Een echte highlight, het wandelen daar. Bovendien hadden we in de “hutten” veel contacten met andere wandelaars. Hoor je weer eens wat anders dan zeil-aangelegenheden.Een paar dagen later zitten we weer in de bus om over de grens naar Argentinië te gaan. Visumverlenging van 3 maanden zal net voldoende zijn tot ons vertrek uit Chili naar Nederland. Op deze manier hoeven we in Puerte Montt niet meer naar Argentinie om ons visum voor Chili te verlengen. We gaan door naar El Calafate. Want nu we zo dicht in de buurt zijn kunnen we een bezoek aan de Perito Moreno gletsjer niet voorbij laten gaan. Behalve een dagbezoek aan de gletsjer is er in Calafate niet veel te doen. Maar we genieten erg van het mooie weer door eens lekker op een terras te zitten met een hapje en een drankje. Per slot van rekening zijn we al weer een hele tijd Spartaans aan het leven. Ons dagreisje naar de gletsjer vindt plaats onder een strak blauwe lucht en met zomerse temperaturen. We hebben inmiddels veel gletsjers gezien, maar dit is toch een geweldige ervaring, ondanks het feit dat we het deze keer niet met zijn tweeën, maar met een hele groep mensen ervaren.
In stille verwondering kijkend
Het wonder heet Perito Moreno
DE CHILEENSE ARMADA
11 maart vertrekken we, nadat we de vorige dag alle papieren bij de armada in orde gemaakt hebben, uit Estéro Eberhart. We boffen met het prachtige, bijna windstille weer wat we bij Natales hebben. Het waait hier meestal hard, maar hoofdzakelijk in de middag. We melden ons af en worden een goede reis toegewenst, buena navigation. Na tien minuten worden we weer opgeroepen en gesommeerd terug te komen. Geen duidelijke reden wordt opgegeven. Het weer kan het niet zijn… beter weer kunnen we niet hebben, zeggen we en varen ondertussen rustig door. Even later worden we achteropgelopen door een speedbootje van de armada. Nadat we ze duidelijk gemaakt hebben dat ze niet langszij aan ons vast mogen maken i.v.m. mogelijke schade, ontstaat een conversatie van boot tot boot met een meter tussenstand. We moeten terug omdat “het” te gevaarlijk is. Ik wijs op onze windmeter die 10 knoop aangeeft, we kunnen nauwelijks de zeilen volhouden! Uiteindelijk blijkt er een bevel van hogerhand te zijn dat alle havens in Chili tot nader order gesloten zijn. Dit i.v.m. een mogelijke tsunami, gevolg van de aardbeving in Japan waarvan we via de BBC gehoord hebben. Uiteindelijk beseft de man zelf ook hoe belachelijk dit verbod voor Natales is. Natales ligt immers veel te ver in het binnenland. Uiteindelijk mogen we veder, nadat we onze volgende caleta opgegeven hebben en beloofd hebben ons de volgende dag weer te melden. Zelf zijn we wat ongerust geworden over Hanny en Hendrik-jan, omdat we weten dat ze in Japan zijn. Gelukkig krijgt Wolfgang van het Patagonie-net spoedig een mailtje van hen dat alles oké is met henzelf en de boot.
TILMANSTORY MET 1 L
Moterend en zeilend gaan we via Canal Saramiento naar boven. Met redelijk wat regen is er niet zo veel te zien van de bergen en gletsjers van dit deel van de Campo de Hielo. We horen dat hier een catamaran in de buurt moet zijn met aan boord één van de oud-bemanningsleden van de Mischief, een British Channel Pilot cutter van Harold W. Tilman, die in dit gebied in 1956 ankerde en de Patagonische ijsvlakte over ging. Tilman was bergbeklimmer, maar op oudere leeftijd gaat dat niet meer zo hoog. Hij zocht nieuwe uitdagingen in afgelegen gebieden waar hij eerst naar toe zeilde. (Lees Mischief in Patagonie door H.W. Tilman). Als je zo iets doet wordt er wel een caleta naar je vernoemd, dus is er nu de Caleta Mischief.
NAAR PIO XI
14-3. Prima zeildag met lichte wind. Catamaran gezien. Komen ook een zeilboot tegen met jonktuig!
15-3 Weer zeildag met lichte wind. Maar zien grote ring rond de zon door zonnebril.Regen gaat dus komen. Een dag schuilen tot barometer weer gaat stijgen.
We hebben intussen contact met de catamaran “Lambada” Het is een Nederlands stel wat op Curacao woont, zij is een echte Zeeuwse. We hebben hen kort in Ushuaya gezien. Samen varen we richting PIO Xl. Dan komt er nog een derde boot vanuit een zijarm. De “Fleur de Sel” . Dit franse stel hebben we eerder in Caleta Brecknock gezien. De laatste 5 mijl wordt het kruisen naar de gletsjer. “Fleur de Sel” motorzeilt, omdat ze vinden dat je met hun boot niet aan de wind kunt varen. De “Lambada” houdt moedig vol! Je kunt nu zien hoe moeilijk het is om met zo’n toercat aan de wind te zeilen. Vanaf de “Fleur de Sel” nemen ze foto’s waarop wij kruisend naar de gletsjer te zien zijn. Helaas sterk gezoemd. Maar we hebben nog geen foto waar onze boot opstaat, kruisend naar een gletsjer.
kruisend naar de PIO XI
Ja, al zo veel gletsjers gezien, en dan toch maar weer nog een keer. De PIO XI zijn we twee keer op afstand gepasseerd in regenachtig weer. Ook nu is het buiig weer.
We naderen de gletsjer in buiig weer
Maar wanneer we voor de gletsjer geankerd hebben breekt zowaar de zon door, bofferds. We blijven nog twee dagen in Calleta Sally, dichtbij de gletsjer. Het uitgezette net blijft helaas leeg. Wanneer we daarna vertrekken drijft er ongelofelijk veel afgebrokkeld ijs in Seno Eyre. Het is warm en heeft vannacht veel geregend, zou dat de oorzaak zijn?
Geankerd voor de gletsjer breekt de zon door
DE GOLFO DE PENAS OVER
Een van de volgende dagen passeren we Puerte Eden, waar we deze keer niet stoppen. We hebben in Estéro Eberhart een tankwagen laten komen en hebben nu diesel genoeg tot Puerte Montt. Vier dagen na ons vertrek bij de PIO XI valt het anker in Caleta Hale Er wordt veel wind afgeven. Naast het anker gebruiken we vier lijnen om de boot te zekeren. We liggen heerlijk beschut achter de bomen en bergen wanneer regen en wind over gieren. Voor de zekerheid houden we toch deze nacht wacht. Het is nu wachten op een goed oversteekmoment voor De Golfo de Penas. We hebben door vorige ervaringen behoorlijk respect voor dit stukje water gekregen. 50 mijl water oversteken en dan nog 70 mijl aan lager wal is niet ver. Maar… altijd is er de hoge zuidwestelijke deining. Noordwaarts moet je erover met zuidelijke wind. Die is er meestal niet lang en direct nadat het hard uit het noordwesten gewaaid heeft. We hebben tijd, we wachten en het regent en het waait maar de caleta is safe. Rietje wordt zenuwachtig, ziet op tegen het oversteken van “De Golfo”. Weerberichten worden nauwgezet gevolgd en geanalyseerd. 31 maart verhuizen we naar Caleta Ideaal. Dit is de laatste caleta en een goed startpunt voor de oversteek van de Penas. Het eerste weergat dat komt lijkt ons toch te kort. Het tweede ziet er beter uit. 2 april is het zover. 24 uur tijd hebben we om over te steken. We vertrekken half in de middag. In het begin is de wind nog west, maar hij zal zuidwest worden. Eerst nog aan de wind dus, maar niet te hoog want de wind zal later ruimer in gaan komen. 15 knoop in de gribs is zoals gewoonlijk hier min. 25 knoop en nu in buien tot over de 30. Maar de boot doet het prima met een rif en het stagzeil. Rietje wordt een poosje licht zeeziek en zit als een ziek vogeltje buiten onder het afdakje. Met 8 knoop schiet het hard op. In de nacht wordt de wind minder en neemt langzaam af. Eind van de volgende morgen zitten we opgehoopt met meters hoge golven en bijna geen wind meer. Er zit niets anders op dan de motor te starten en met het grootzeil als steun verder te gaan voor de laatste 20 mijl.
Videofragment Penas
STINKEND BEZOEK
Voordat we, door Bahia Pink in te varen, weer in de beschutte wateren gaan komen krijgen we bezoek van walvissen. Ze zwemmen de hele tijd rond de boot. We vinden het prachtig maar bij elke uitademingstoot komt er een enorme stank van rotte vis over ons. Ze komen ook wel erg dichtbij, voor de zekerheid doen we lifelines en zwemvesten aan en sluiten de boot af. Je leest nog wel eens een verhaal van walvissen die een boot omgooien. Bovendien weten we niet welke soort het is. Ze blijken alleen nieuwsgierig en na een groot kwartier verdwijnen ze. Mooier welkom in Bahia Pink kunnen we ons niet voorstellen…. Het valt nog niet mee in een zee met deining een af en toe bovenkomende walvis op de video te krijgen, ontdekken we.
Video fragment van de walvissen
Zonder wind zijn we eind van de middag Bahia Pink binnen en gaan we voor anker in Caleta Milabu. Deze prachtige baai heeft witte zandstranden en een schitterende waterval. We blijven hier 3 dagen, zetten het net en de krabkooi (zonder succes overigens), en maken strandwandelingen. Lekker ontspannende dagen.
DE BESCHAVING RUKT OP NAAR HET ZUIDEN
Dagenlang moteren we langzaam door prachtige kanalen noordwaards.Bijna geen wind. Af en toe kunnen we in de middag een paar uur zeilen.
In de middag kunnen we zeilen
Aangezien niet alleen de motor, maar ook de kachel en de generator diesel lusten lijkt onze voorraad niet geheel toereikend meer tot Puerte Montt. Maar langzamer hand bereiken we ook de bewoonde wereld. We komen in de buurt van Aguirre waar we voor de zekerheid wat bij kunnen tanken. Dit is momenteel de nieuwe, meer zuidelijk “outpost” van een almaar groeiende zalmindustrie. Voorheen was het een vissergehucht. Er zijn nog steeds vissers actief. Met kleine bootjes vissen ze in de kanalen rond Aquirre. Met tempex boeitjes , waaronder lange lijnen met veel haken hangen, wordt op grote diepte (200 meter en meer) gevist. We naderen Aguirre door een woud van dit soort boeitjes die door een 30- tal bootjes is uitgezet. Een waar zig-zag parkoers. Je kan er wel dicht langs varen want de lijnen hangen recht naar beneden. Een vissertje komt langszij om ons een vis te geven. Geld willen ze niet hebben, dus geven we een pak met müeslirepen. In tegenstelling tot dit primitieve en armoedige bestaan is de zalmindustrie een grootschalig, welvarend gebeuren. De zalmkwekerijen zijn door ziekte en vervuiling in de Puerte Montt area en Chiloé steeds verder naar het zuiden opgerukt. Daarmee ook de belasting voor het milieu en de aantasting van de natuur. Zou het nog 20 jaar duren voordat deze industrie zich tot Puerte Williams in het diepe zuiden uitstrekt? Het lijkt onvermijdelijk, omdat we tenslotte allemaal moeten eten, en de natuur de hoeveelheden gevraagde vis niet meer aan kan.
De oprukkende zalmindustrie
BIJ WILLIAM IN MARINA QUINCHED
Via de laatste mooie kanalen, met 2 dagen stralende zon, bereiken we het noordelijkste deel van dit gebied, Melinka. We steken over naar Chiloé. Het is nog steeds licht weer, waardoor het in de kanalen alleen moteren is. Maar hier in de zeestraat waait een lichte westelijke wind, waardoor we aan de wind toch met 6 knoop kunnen zeilen. Eenmaal aan de beschutte oostkant van Chiloé wordt het weer hoofdzakelijk moteren. De ankerplaatsjes vallen vaak tegen hier. Vrijwel alle baaien zijn volgebouwd met mosselhangcultuur en zalmkwekerijen. Mosselen kweken en eten kan hier weer omdat het dodelijke virus “Redtide” boven de 44e graad zuid niet meer voorkomt. 15 april arriveren we in het piepkleine haventje Quinched. Ons idee is hier de boot achter te laten, auto te huren en het nationale park aan de westkust te bezoeken. Maar van dat idee komt niet veel. We maken kennis met William. Hij heeft dit haventje opgezet. Hij had genoeg van zijn IT bedrijf in Santigo, verkocht alles en kocht deze plaats aan het water. Met zijn hele familie. We vragen of hij nooit genoeg heeft van de regen. O,nee hij houdt van de regen! De luchtverontreiniging in Santiago en het zakelijk klimaat vond hij verschrikkelijk. Wie we ook ontmoeten van de familie, ze houden allemaal van de regen! Dat lijkt goed ingepeperd door William! Het haventje is (nog?) van ondergeschikt belang. Williams hart ligt bij de traditionele scheepsbouw. Het totale complex is op de wal groter dan in het water. Kantoor-verkoopruimte, theehuis met handgemaakte souvenirs (schoondochters handel in de zomer), cabanas om te huren en een achthoekig prieel met vuurplaats, dus kookgelegenheid voor de bezoekende boten. Dat zijn er 5 tot 10 in het zomerseizoen, maar er zit groei in. Daarnaast natuurlijk de loods waar hij inmiddels in de 9 jaar dat hij hier zit 20 boten gebouwd heeft.
De laatst gebouwde boot van Williams werf
Nieuwe motorboot in aanbouw. Links de timmerman, midden William.
Er zijn nog heel wat houten botenbouwers op Chiloé, wat we ook zien vanuit de bus naar Castro. Wij zijn natuurlijk erg geïnteresseerd in de botenbouw en William in de bouwmethode van onze boot. Toch blijkt zijn bouwmethode niet helemaal klassiek. De spanten worden gemaakt uit hout wat vergelijkbaar is met eiken. De tekening van het ontwerp is zeer miniem. De opzet van het spantenframe is zichtwerk met behulp van touwtjes. De huid bestaat uit vooraf geschaafde cedar planken van 22 mm. dik. Deze worden met koperen nagels op de spanten bevestigd. Maar i.p.v. breeuwen wordt tussen de planken een niet wateropnemend touw gelegd. Vervolgens worden de naden van de binnen- en buitenzijde gekit met sikaflex.
Zo zijn we wel meteen ingeburgerd, William neemt ons mee wanneer hij om boodschappen gaat, naar de kerk rijdt, of hij brengt ons met zijn 4wiel drive naar de bushalte. Dat is handig want zijn haventje ligt 6 km. van de hoofdweg en dan is het nog 15 km. naar Castro. Castro blijkt een aardig plaatsje.
Paalwoningen aan het waterfront van Castro
In het culturele museumpje maken we nog kennis met Hendrik Brouwer. De VOC heeft zich hier nog gevestigd in de 80 jarige oorlog en er is een plaatsje gesticht met de voor ons bekende naam Brouwershaven. Hendrik Brouwer is in Chile overleden, gebalsemd en begraven in Valdivia. Later hebben de Spanjaarden de touwtjes toch weer in handen genomen. Er staat een prachtig model van een VOC schip.
De houten kerken op Chiloe zijn bijzonder. Negen staan er op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Er zijn meestal geen spijkers gebruikt omdat er in vroegere eeuwen hier geen ijzer was. Alle verbindingen zijn met houten deuvels gemaakt.
De kerk van Castro
Nu we William beter kennen komen we ook meer te weten over het eiland en zijn bewoners. Waarheden en onwaarheden in reisgidsjes. Er is helemaal geen werkeloosheid meer hier. Door de zalm- en mossel bedrijven is er zelfs een gebrek aan werkkrachten. De meeste mensen hebben een vrijstaand huis met verbouw van eigen groente en vlees. Door een paar maanden op een jaar in zalm- of mossel industrie te werken kunnen ze de extra’s ( b.v. auto’s) bekostigen. Het bijgeloof van de overwegend Roomskatholieke Chiloten klopt wel, volgens William. Zo mag de kielbalk van een nieuwe boot alleen bij afgaand water gelegd worden en de huid mag alleen gebogen worden tussen volle maan en geen maan. William gelooft er zelf inmiddels ook in maar probeert het tevens (wetenschappelijk) te verklaren. Ook William is verontrust over de vervuiling van Chiloé. Verlaten resten van zalmkwekerijen worden niet opgeruimd. Alle stranden zijn vervuild met tempex van de visserij, maar vooral van de mosselhangcultuur. Volgens hem worden nieuwe hangcultuurvelden alleen nog toegestaan als er plastic boeien gebruikt worden i.pv. tempex blokken. Wij hebben er nog niet veel van gezien. Maar…waar hoop is, is leven.
We komen niet meer in het nationale park aan de westzijde. Het weer zat niet mee en het huren van een autootje bleek buiten het seizoen ook niet zo simpel. Bovendien zijn er aan de rand van het park ook geen Alerces meer.(patagonische cipres, kan 3000 jaar oud worden, 40 meter hoog). Ze zijn allemaal omgehakt voor scheepsbouw. Je moet minimaal een dag diep het park in wandelen om ze te zien. Dat heeft geen zin zonder tent.
OPWARMEN AAN MOEDER AARDE
Na vijf geweldig dagen steken we over naar het vaste land. Ons doel is Estéro Cahuelmó. Deze baai met omgevend natuurpark behoort aan Mr. Douglas Tompkins. Juist,… dezelfde van Baya Yendegaia, waar Annemie en Jose het gaucho- leven lei(ij?)den Omdat het een natuurpark is verwachten we hier geen mossel- of zalmkwekerijen, wat toch wel eens een keer prettig zou zijn. Maar de hoofdreden van ons bezoek is de natuurlijke heetwaterbron met zijn baden. We zijn verschillende plaatsen met natuurlijke warme bronnen gepasseerd, nu willen we er toch echt een keer in liggen. Omdat de bron midden in het park ligt, we buiten het seizoen zijn, en de bronnen over land niet bereikbaar (lijken te) zijn zal het waarschijnlijk rustig zijn. We slagen erin aan de noordkant van de baai een prima beschutte ankerplaats te vinden. Wel opletten dat we geen wind tussen zuid en noordwest krijgen, want dan moeten we onmiddellijk vertrekken, we liggen dan pal aan lager wal, dicht bij de rotsen. Maar er is de komende dagen alleen lichte noordenwind, dus de boot ligt optimaal beschut.
Ankerplek naar de noordkant van de baai
Met de dinghy kunnen we er naar toe varen. We hebben twee heerlijk ontspannende dagen in de baden. De temperatuur zelf kunnen regelen. Vanaf de bron loopt het kokende water door een klein netwerk van in de graniet uitgesleten mini-kanaaltjes naar de verschillende baden. Door middel van stenen en graspollen kunnen we de toevoerstromen regelen en daarmee dus de temperatuur. Geweldige ervaring, midden in deze ongerepte natuur.
In ons eigen kuuroord
TERUG IN PUERTE MONTT
Ons vertrek begint met motoren tegenstrooms wat altijd een
frustrerende bezigheid is. Maar eenmaal buiten blijkt het tij goed berekend. De ebstroom loopt hier naar het noorden. Verder ruimt de wind naar het zuidwesten, volgens afspraak. En al spoedig gaan we heerlijk zeilend 9 knoop over de grond richting Puerte Montt. Nog één overnachtankering in een baai met mosselhangcultuur. De volgende middag liggen we weer op onze oude stek bij Club Nautico Reloncavi in Puerte Montt. Nagenietend beseffen we afscheid genomen te hebben van een van de weinige vaargebieden waar nog zoveel ongerepte natuur valt te bewonderen. Achteraf zijn we erg blij dat we hier twee seizoenen gebleven zijn. Er is niet alleen ongelofelijk veel te zien en te doen. Door meer tijd te hebben kan je beter zelf bepalen wanneer je wat doet, want het blijft wel…… Patagonie!
GEBRUIKTE KAARTEN EN EXTRA VEILIGHEDEN VOOR DIT GEBIED
De 2 seizoenen dat we in dit gebied zeilden gebruikten we de Navionics Zuid-Amerika kaart. Ofschoon we de elektronische kaarten op twee afzonderlijke computers hebben, maakten we van de max-sea kaart vooraf zelf papieren plotjes van de gehele route op A4. Papieren en elektronische kaarten zijn onnauwkeurig tussen Brazo Norte en Brecknock, en naar het schijnt in de omgeving van Tortel. Voor de rest zijn ze prima. Als guidebook/pilot maakten we, zoals bijna iedereen, gebruik van “Patagonia Tierra Del Fuego, Nautical Guide van Mariolina Rolfo en Ardrizzi. 2e editie.” Prima boek, met veel liefde geschreven. Geweldig voor het eenvoudig vinden van ankerbaaien, maar niet te gebruiken voor getijde-gegevens! We gaven uit veiligheidsoverweging onze positie per sailmail dagelijks door aan de Armada en we hielden radiocontact met anderen via het geweldige Patagonie-net van Wolfgang. Voor de handigheid van ankeren met lijnen op de wal bevestigden we een extra haspel met 100 meter lijn en een afrolbare band van 75 meter.