NAAR DE BOUNTY SFEER
PERFECTE TOCHT
WANNEER DOOR DE PAS ?
Het wordt het rekenen. Want om het atol in te komen moet je door een pas. In deze passen staat meestal een sterke ebstroom. Kan oplopen in sommige gevallen tot over de 10 knoop. Het beste is dus een entree rond de kentering en overdag, want deze nauwe gaten zijn vaak niet voorzien van verlichte betonning. Teamoverleg. We kunnen 22 april om 17.00 bij de pas zijn, denken we. Dat is te laat want het wordt om 18.00 donker. Een uur om door de pas te gaan (is het op dat moment eb of vloed in de pas?) en een ankerplaats te vinden lijkt ons te krap. Na wat rekenwerk komen we erop uit dat we vandaag en de komende nacht de snelheid moeten vertragen tot 3,5 knoop. Met alleen het stagfokje op lukt dat bijna. In de nacht trekt de wind nog wat aan waardoor we toch nog 4 uur voordat het licht wordt bij de pas bij Makemo zijn. Nog even wachten tot het licht wordt dus.
NEDERLANDS LANDSCHAP?
Wanneer het daglicht daar is verwonderen we ons over een bijna Zeeuws dijklandschap vanaf het water. Een lage landstrook met wat plukjes bomen. Alleen de boerderijdaken ontbreken. Dichterbij gekomen zien we echter wuivende palmen ipv. canada’s of iepen. We gaan de pas verkennen. Er loopt een sterke ebstroom uit. Dus meer geduld is noodzakelijk. Na een uur of twee horen we op de marifoon Rupert van de Kaya. Ze zijn na ons vanuit Gambier vertrokken en nu 30 NM voor de pas. We vertellen ze dat ze gewoon door kunnen zeilen want over een paar uur kunnen we naar binnen. Wij zeilen, opnieuw vislijnen slepend, met halve wind de ingang van de pas op en neer in de getijde golven. Wanneer we dicht bij de doorgang komen neemt de stroom te veel toe. Bij de 3e poging lijkt de stroom wat te minderen en zeilen we door. We komen binnen maar op een paar plaatsen moeten we de motor nog even bijzetten omdat we nog steeds 5 knoop stroom tegen hebben.
PAS OP, EEN KORAALBOM
Nu zijn we binnen in de wondere wereld van het atol, na het dorp wat langs de pas ligt, gepasseerd te zijn. Weg is alle oceaandeining. Zaterdagmiddag Veerse meer….. Zo een atol is een vulkanische oprisping van moeder aarde. Een kraterrand van basaltlava. Hierop is het koraal tot ontwikkeling gekomen. Een klein wonder midden in de oceaan wat maar net boven water steekt. De hoogste boven de zee uitstekende delen liggen meestal aan de (noord) oostzijde. De westzijde is meer blootgesteld aan de zomerstormen en dus lager. Zoals we later zelf zullen zien zijn daar delen die praktisch op zeeniveau liggen. Een atol heeft meestal 2 tot 3 passen. Al het water wat dus met vloed en windstuwing door de poreuze lage delen komt moet er bij eb door de passen uit. Vandaar dus dat de ebstroom in de pas langer en sterker is dan de vloedstoom. Het zeilen in dit binnenmeer is niet geheel zonder gevaar. Er bevinden zich koraalkolommen die verticaal oprijzen van de gemiddelde bodemdiepte van 20 meter tot het oppervlak. Ze zijn niet op de navigatiekaarten aangegeven. Je moet hier profiteren van de waterkleur en de zon. Je vaart met de zon in de rug of van opzij. Water ondieper dan 10 meter verkleurt van donker blauw naar lichtblauw. Midden in zo’n gebied zie je dan de “koraalbom”, net onder water. Niet varen in het donker, met tegenlicht of bewolkt weer dus. We danken Rupert en Judy van de Kaya voor een heleboel kennisoverdracht! We ankeren nog een paar uur na de pas om op de goede lichtval te wachten. Dan zien we Rupert en Judy ook door de pas komen, steeds nog tegenstroom. Ervaren als zij zijn zeilen ze , nu de zon inmiddels goed staat, door naar de oostzijde van het binnenmeer. Het is onze eerste ervaring en we doen het rustig aan op de motor. Riet staat op de voorpunt om de bommen tijdig te spotten, en er wordt door mij gestuurd met de hand. We vinden het allemaal nogal mee vallen, omdat de bommen ruim vooraf duidelijk zichtbaar zijn. Maar op het eind rijst er een ongezien, klein bommetje vlak naast de boot op. Het blijft dus goed uitkijken!! Na 15 mijl gaan we voor anker in de oosthoek van het binnenmeer. De echte bountysfeer. Wuivende kokospalmen, witte strandjes en het water kleurt van diep blauw naar heel lichtblauw.
ANKEREN BIJ HUBERT
Het ankeren vergt hier speciale aandacht omdat in de prachtig witte zandbodem overal koraalplekken uitsteken. De ankerketting kan, vooral met het drijven van de boot in windstil weer, zich rond deze koraalplekken gaan draaien en vast komen te zitten. Daar is de truc met de boeitjes op bedacht. We gebruiken daarvoor de boeibollen die je hier vaak langs de waterkant vindt. Ze zijn afkomstig van de parelfarms. We bevestigen ze met een lijntje om de 8 meter aan de ketting, waardoor de ketting vrij van de bodem blijft. Helpt vaak vrij goed.
ANKEREN BIJ HUBERT
We hebben tekenen van leven en
een soort bebouwing tussen de palmen ontdekt. Aan wal gekomen blijkt hier
Hubert te wonen. De meeste van deze buitenplaatsen zijn alleen bewoond tijdens
de kopra- oogst. Maar Hubert woont hier permanent. De kennismaking loopt
grotendeels via Rupert., die alles zoveel mogelijk volgens Polynesische culturele
gewoontes en gebruiken aan wil pakken. Hij heeft 25 jaar geleden een tijd op
een eilandje gewoond en weet dus erg veel van gebruiken en omgangsvormen. Nu is
25 jaar best een aardige tijd. Dus vermoeden we later, in tegenstelling tot
Rupert, dat ook hier de tijd niet geheel stil gestaan heeft.
ERVARINGEN MET DE POLYNESISCHE CULTUUR EN HUISVESTING
Hoe dan ook, we benaderen Hubert met kleine cadeautjes, waarop hij weer dingetjes aan ons geeft. Omdat er hier zo weinig land is, in deze enorme oceaan, is alle land particulier bezit. Hubert geeft ons toestemming om zijn land te betreden en neemt ons mee op expeditie. Hij is een vrouwman- mens. Het is een oud gebruik in de Polynesische cultuur om de (meestal oudste?) zoon als vrouw op te voeden. Dat is waarschijnlijk ontstaan om het voortbestaan van de familie te waarborgen. In het verleden werden veel oorlogen tussen de stammen gevoerd. De oudste zoon werd dus niet in de oorlogshandelingen betrokken. (Het fijne weten we er nog steeds niet van). Hij is meestal de spil van de familie, verantwoordelijk voor het welzijn van de rest van de familie. Niet te vergelijken met wat wij in de westerse samenleving onder travestieten verstaan dus. We leren van Hubert snel heel wat over zijn manier van leven hier en hoe hij in zijn voedselbehoefte voorziet. Dit soort sociale contacten zijn het leuke van het reizen. De taal is een probleem maar met een beetje Frans, gebaren en tekeningen in het zand komen we een eind. Hubert heeft dit stukje land verkregen nadat zijn zuster is overleden. In de meeste families is er strijd en verwarring over het grondbezit. De bezitcultuur is ook wat anders dan in de westerse wereld. “Wat van jou is , is ook van mij” wanneer je familie bent. Je kan dit voorkomen door te zeggen dit was een geschenk van mijn grootvader. (door Rupert zo uitgelegd). In het dorp staan prima huizen. Maar hier bij Hubert op de buitenpost wordt geleefd onder een afdak van golfplaten. Rooktonnen worden smeulend gehouden om de muggen enigszins te verdrijven.
Omdat het een regenachtige dag is wordt er niet in de kopra gewerkt door Rino en Mosu en andere vrienden, werkers. De heren hebben de hele dag van het zelfgemaakte cocobier (zeer licht alcoholisch) zitten drinken. Nu moeten we komen eten. Eind van de middag zitten we te genieten van de prima verzorgde maaltijd. Rijst, linzen, kip, vlees en vis. Maar zij eten niet mee.
IN DE KEUKEN VAN HUBERT
Gestadig drinken ze door van het cocobier. Ze zijn behoorlijk door de thee, maar eten niet. We vermoeden nu dat het niet gebruikelijk is om samen met je gasten te eten. Ze eten zelf erna wat over is. Inmiddels regent het behoorlijk hard. De borden lopen vol. Dus gaan we naar binnen. Niet dat het daar veel beter is want de stalen golfplaten zijn op vele plaatsen doorgeroest. Overal kun je gratis douchen dus. Een paar dagen later koken wij samen met Judy en Rupert voor hen. Zelfde patroon, ze eten niet mee, maar zijn blij met de grote hoeveelheden die overblijven en brengen de volgende dag keurig de lege pannen terug.
KOPRA OOGST
We begrijpen dat de Kopra teelt hier nog steeds een goede bron van inkomsten is. Ofschoon de prijs van Kopra op de wereldmarkt erg laag is maakt de Franse subsidie veel goed. De palmen dragen het hele jaar door. Een palm gaat na het planten na ongeveer 5 jaar vrucht dragen en doet dat ongeveer 25 jaar daarna. Per 3 a 4 maanden wordt de palmgaard bezocht om de gevallen noten te verzamelen. Die worden met een bijlslag door de helft geslagen en tot muurtjes gestapeld om voor te drogen. Na enige dagen wordt het kokosvlees er uit gehaald, gedroogd en in zakken van 50 kg. gedaan en daarna naar het dorp gebracht.
DE KOPRAOOGST DROOGT
Zoals wij gezien hebben kan bij regen dit proces heel wat ingewikkelder worden. Bij Hubert komen de twee familieleden die op dit moment in de kopra werken meestal om een uur of twee van het werk terug. Ze beginnen om 6.00 in de morgen. Daarna moet er gegeten worden. Hubert doet het huishoudelijke werk, zoals koken, brood bakken, kleren wassen enz. Maar de mannen moeten voor eten zorgen. Hoogtepunt: “Hubert plant kokospalmen met ons”, “ Kom terug over 5 jaar dan dragen ze vrucht”, zegt hij.
RIET PLANT EEN KOKOSPALM
VISSEN
Rino en Mosu gaan na het werk op jacht naar voedsel voor het avondeten. Meestal draait dat uit op vissen. We begrijpen van hen dat aan deze zijde van Makemo, zowel binnen en buiten het rif, er geen vis met ciguatera besmet is. En al snel worden we deelgenoot van hun visavonturen. Vissen met het net. Dat wordt gespannen over de uitgang van een inham (binnenzijde rif). Vervolgens jagen we de vis op met stenen en klappen met kokostakken op het water, richting net. Het net kan niet zo lang blijven staan. Wanneer er vis in zit komen de Blacktip haaien er op af. De heren doen ook veel aan speargun vissen met Rupert. Maar wij zijn daar te slechte duikers voor. Hubert doet niet aan de manlijke takken van net- en spearvissen. Maar vissen met de hengel is vrouwelijk genoeg. We leren spoedig dat een lange stok en een lijntje met haakje en steentje hier handiger is dan een werphengel. Hoogtepunt is het nachtvissen met volle maan op Red snapper. Met Hubert, Rino en Mosu ga ik met de hengelstokken het buitenrif op. Een wat gevaarlijke onderneming met op het rif brekende golven en spleten. Het hoofdzaklampje bleek weer eens een belangrijk wapen. Tegen de tijd dat ik mijn eerste Red Snapper gevangen had, hadden de mannen de tas vol en gingen we weer op huis aan.
RED SNAPPER IN DAGLICHT
WILMA EN JAAP KOMEN
Donderdag 31 mei is het zo ver. We hebben een busje gehuurd om Jaap en Wilma op het vliegveld af te halen. Met wapperende Zeeuwse vlag worden ze op Makemo onthaald. Grote hoeveelheden meegebrachte onderdelen en pakjes komen uit de rugzakken, ze hebben er krom van gelopen. Grote verrassing: Gegraveerde glazen en fles. Prachtig gedicht over de “Lady of the Lowlands” door Pernette. Heel lief en hartelijk bedankt!!
EEN PRACHTIG GESCHENK
De volgende dag zeilen we naar de ankerplaats in het oosten bij Hubert. De dag erna is het volle maan. Dat komt prima uit want nu kan Jaap gelijk zijn eerste viservaring op het rif hebben. Met Hubert en zijn neef Napoleon gaan we in het donker het rif op. Voordat Jaap goed en wel aan het vissen is haalt de neef de ene na de andere vis uit de spleten in het rif. Maar deze keer zijn we beter voorbereid met de stokken met lijn en haak. Ook wij vangen een aantal Red snappers. Er is deze nacht weinig swell, dus minder golven op het rif. Wilma, Riet en Frances en Marianne (van de Spaanse boot Badoc), lopen op de binnenrand van het rif, en maken foto’s. De volgende dag nemen we afscheid van Hubert en zeilen naar de overzijde, waar we achter de twee motuutjes (eilandjes in het rif) ankeren (beste ankerplaats in geval van harde wind tussen Zuidoost en Oost). Uit de waterkelder onder het gemeenschapsafdak wat op deze motu staat gebruiken de dames dankbaar het water voor de was (we zijn hier twee keer geweest en nooit iemand gezien). Jaap vangt nog een reusachtige paling in een plas wanneer we over de keien van het rif lopen. Hij is erg verwonderd over de dikte van de huid, die we samen als een soort touwtrekwedstrijd verwijderen.
TOUWTREKKEN MET PALING
Daarna gaan de Red Snappers en de paling op het rooster boven het kokosnootbast-vuurtje. Smullen!! De rest van de dagen wordt nog op andere plaatsen op het rif gevist en gesnorkeld. Zeilend naar de volgende ankerplaats in het atol hebben we eindelijk succes met de sleeplijn. 2 flinke Jobvissen achter elkaar.
JAAP HEEFT BEET! JOBVIS
De laatste dag ankeren we bij de Noordwestpas. Hier is het snorkelen fantastisch. Prachtige hoge koraalrotsen en allerlei kleine en grote vissen. Riet komt met hoge snelheid naar de boot gezwommen na het zien van een Blacktip haai.
MUURVAST
Het hoge koraal is prachtig, maar heeft wel onze ankerketting te pakken. Wanneer we willen vertrekken zit het hele zaakje muurvast. Na enige uren van gemeenschappelijke inspanning, duwen met het bijbootje, snorkelen en voor- en achteruit met de boot krijgen we tot onze opluchting het anker toch uit het water. Jaap en Wilma zijn inmiddels aardig ingeburgerd maar nu gaan we zee op, weg uit het beschutte water van het atol.
TAHANEA
7 juni om 11.00 uur is het zo ver, we verlaten na 1,5 maand Makemo. Wat hebben we hier een geweldige tijd gehad! Voor Jaap en Wilma was het 6 dagen, maar er staat meer op het programma voor de vier weken dat ze hier zijn. Met 5 knoop stroom vliegen we de pas uit. Aan de beschutte kant van Makemo is de zee nog vlak. Eenmaal voorbij de punt gaan we de zuidelijke swell wel een beetje voelen. We maken gelijk goede voortgang omdat we met lichte wind aan de wind zeilen. Voor Jaap en Wilma een beetje wennen, nu opeens midden op de Grote Oceaan. Jaap voelt zich het best buiten en Wilma zit nog een tijdje met het emmertje voor zich, maar houdt bijna alles “binnen”. Door ons oponthoud met het anker op halen komen we nu in het donker aan op Tahanea. Dus uren heen en weer zeilen tot het licht wordt. De volgende morgen ankeren we tussen de twee passen. Het water is ongelofelijk helder.
HELDER WATER
We maken prachtige wandelingen over het motu tussen de twee passen, snorkelen en vissen, eten met barbecue. We zijn en blijven nog steeds verwonderd over de grote hoeveelheid en verschillende soorten vis die we met de primitieve methode, bij Hubert geleerd, vangen. Het hoofdgerecht blijft deze dagen vis. Ook Tahanea is een atol waar je langer zou willen blijven, maar we willen ook nog eilanden na Tahiti gaan zien met Jaap en Wilma.
TAHANEA NATUURRESERVAAT
NAAR TAHITI
Nu wordt het een wat langere tocht voor onze gasten. Tahanea- Tahiti is 290 NM. In de Pacific een snapje, maar als je het niet gewend bent is het toch een heel eind. De omstandigheden zijn prima. Na een bewolkte en wat wisselvallige start staat de wind tussen Zuidoost en Oost en is de swell niet noemenswaardig. Wilma en Jaap houden zich prima en kunnen genieten van deze tocht met achterlijke wind. Ik leest in het logboek van Riet: “Heren melkmeisje in de nacht, dames alleen grootzeil”. Ingedeeld en actief in de wacht dus. De tweede nacht is het onrustiger, meer wind en swell. Bij een gijp breekt de mantel van de grootzeilval. We repareren de zaak provisorisch en gaan met 1 rif verder. We willen de val pas repareren/keren in Papeete. Jaap en wilma liggen die nacht flink te zweten in de hittige voorpunt. 14 juni om 11.00 uur varen we de Passe de Papeete in. We gaan meteen door, via de binnenzijde van het rif naar Marina Teina waar we tussen een enorme vloot van wereldzeilers ons anker laten vallen. Twee dagen worden besteed aan de bootpapierwinkel, boodschappen doen en lekker eten op de wal. Verwonderd kijken we naar al het autogeweld en fileverkeer. Dat zijn we niet meer gewend. We gaan door naar Moorea. In het begin van deze kleine oversteek kan er niet gezeild worden. Wind en geen wind uit alle kanten tussen deze twee eilanden. Na 1,5 uur zijn we ver genoeg weg van Tahiti om weer de oostenwind op te pakken. Nadat we de zuidpunt van Moorea bereiken vervolgen we onze tocht langs de prachtige oostkust van Moorea. Het anker valt in Opunohu bay. Lichtblauw water tussen het rif en de wal. Adembenemend uitzicht op de groene bergen van Moorea. De volgende dag wandelen we en de dag daarop huren we een auto’tje. De tocht rond het eiland is niet super omdat de hele weg rond het eiland met huizen bebouwd is. Wel prachtig is het uitzicht vanaf de Belvedere en aan de oostkant het uitzichtpunt op het rif. Ook de onverharde weg langs de ananasplantages is erg mooi.
NAAR HUAHINE
We vertrekken om 3.00 uur, om de volgende dag voor donker aan te komen. Maar omdat we de eerste uren bijna geen wind hebben lukt dat net niet. Op dit oversteekje is er nogal wat swell uit het zuiden. Wilma is korte tijd zeeziek maar knapt snel weer op. Jaap voelt zich alleen buiten goed. Maar opeens springt hij op en is springlevend wanneer de fietsband van de vislijn tot het uiterste uitgerekt wordt. Beet!! Worstelend, maar snel, haalt hij een MAHI-MAHI (gouddorade) van 115 cm. binnen. Dit is echt een prachtige vis, goudkleurig met blauwe kam!!
EEN MAHI-MAHI
De dag kan niet meer stuk. Het laatst deel van de tocht trekt de wind nog goed aan maar we halen het net niet meer voor het donker.
DE WIND TREKT AAN
Het is ook maar 12 uur licht. De aanloop van de pas van Huahine is echter uitstekend verlicht en we lopen aan zonder problemen. We ankeren in Bay Haaray omdat we liever niet in het donker in een koraalgebied voor anker gaan. De volgende dag ankeren we op een van de mooiste ankerplaatsen, Point Teapara. Voor ons licht lichtblauw water tot het rif. Aan de andere zijde de in en in groene bergen met aan de voet een wit zandstrandje. Het strandje is publiek, maar wordt onderhouden door Siki. Hij verkoopt ons kralensnoeren van bonen. “Niet mee zwemmen want dan gaan ze groeien”.
SIKI IN ZIJN KANO
We horen van hem dat hier een 5 sterren hotel gebouwd is en een restaurant. In 1994 zijn deze mensen vetrokken omdat het zaakje failliet ging door gebrek aan gasten. Er is een prachtig aangelegd uitzichtpunt (laatste stuk houten trap bijna vergaan) waar je een fabelachtig uitzicht over het eiland en het rif hebt.
FABELACHTIG UITZICHT
Siki brengt ons naar de verborgen boomgaard van het hotel waar we pompelmoezen en bananen kunnen verzamelen. Jaap en Henk gaan de bananenstruik met de machete te lijf…Meer dan 100 bananen aan deze kam!! Dat wordt weer bananen eten tot ze de oren uitkomen! Omdat Jaap en Wilma over twee dagen vertrekken zullen we dat veelal met zijn tweeën moeten doen. Het is het bijna het eind van de 4 weken die Jaap en Wilma bij ons aan boord zijn. We gaan anker op naar het dorp Fare. De volgende dag huren we twee scooters en toeren rond Huahine, wat eigelijk bestaat uit twee eilanden, verbonden met een brug. Prachtige tocht, we genieten. Erg leuke ervaring en veel meer midden in de natuur dan toerend met een auto. Tot nu toe bevalt Huahine ons het best van de Society archipel (Tahiti en de eilanden ten westen ervan). Erg mooi en rustig. De avond voor hun vertrek bieden Jaap en Wilma ons een heerlijk etentje aan. De vier weken dat ze aan boord waren zijn omgevlogen.
VERTREK VAN WILMA EN JAAP