Welkom op de onderwegsite van Lady of the Lowlands

We hopen dat jullie wat mee kunnen genieten van onze belevenissen op zee en aan land. Ons belangrijkste vervoermiddel, onze beschutting en ons eigen kleine plekje is onze zeilboot "Lady of the Lowlands". Wat wij schrijven is onze beleving. Wetenschappelijke onderbouwing is niet noodzakelijk aanwezig.

donderdag 31 december 2009

VAN PIRIAPOLIS NAAR USHUAYA



Vanuit Ushuaya wensen wij onze blogbezoekers een gezond en voorpoedig 2010 !!!!

ZUIDWAARDS

24-11-2009
Om 17.00 uur is zo ver. We verlaten Piriapolis. Na het verrichten van alle nodige klusjes zijn de boot en wij er weer klaar voor. We hebben 48 uur een redelijk goed weergat om in Mar del Plate te komen denken we. Het heeft vanmorgen nog hard gewaaid. Er staan vervelende golven uit het zuidoosten. Onze wind komt uit het westen. Doordoor staat er een rommelig zee met door elkaar lopende golven. De eerst uren zijn we beiden wat katterig. Riet kan ondanks haar zeeziektepillen het eten niet in de maag houden, voor de eerste keer op onze “grote tocht”. Maar het gaat wel hard. In de loop van de nacht draait de wind zodat we hem nu achterop hebben. De katterigheid is over en er wordt weer gegeten. Er is geen maan. Maar met het licht van de sterren en de fosforiserende zee wordt het een prachtige nacht. Af en tot breekt er een golf over de boeg en licht het hele voordek op! Ook het witte schuim van de golftoppen licht op. De volgende morgen zitten we opgescheept met veel te grote golven voor de weinige wind die er nog staat. We kunnen een tijd melkmeisje varen. Om het rollen wat te onderdrukken wordt de stagfok strak geschoot tussenin gehouden. De wind wisselt regelmatig van meer naar minder en omgekeerd. De tweede middag wordt een heerlijke zeilmiddag in prachtig zonnig weer. Riet heeft uitgerekend dat we veel te vroeg (midden in de nacht) aan gaan komen. Maar je moet de huid niet verkopen voor de beer geschoten is! Want de wind zakt steeds verder in en een zwarte lucht verschijnt voor ons.

EEN KLEINE PAMPERA

Er is geen wind genoeg meer om te zeilen in de nog altijd doorlopende golven uit het noorden. Met de motor en strak grootzeil komen we dichter bij de nu tot wel zeer dreigende maar ook fascinerende lucht. Links voor ons zien we een bergachtig eiland. Daar we zeker weten dat daar absoluut geen land kan zijn aanvaarden we met moeite dat dit een wolkenpartij is. De zwarte wolken echt voor ons worden vooraf gegaan door witte kringelende slierten. Een sprookje! Maar hoe gevaarlijk is dit sprookje? We besluiten het grootzeil ook te strijken en de bui langzaam in te moteren. Zeilen zijn weg. Nu zien we aan de voorkant van de bui dat de slierten kleine windhoosjes zijn die water opzuigen. Net nog tijd voor een foto. En dan begint het te waaien. Wind recht op de kop. In 30 sec. 32 knoop. Het water stuift een beetje maar is nog wel vlak. Na een half uur beginnen de golven op te bouwen en komen we op de motor niet veel meer vooruit. Na twee uur zitten we aan de andere kant van de bui in de koude zone. De wind is weer langzaam afgenomen. Het is al 3 uur licht als we, begeleid door een school van misschien wel 100 dolfijnen, de laatste 6 mijl naar Mar del Plate nog op de motor afleggen. Het anker gaat in 4 meter diep water voor de swingbridge van de jachthaven. Wachten tot ze daar wakker worden en dan naar binnen.

MAR DEL PLATE

De volgende dag willen we het gebruikelijke rondje, immigratie, douane en prefectua gaan doen. Maar dat gaat niet zomaar. Eerst moet er een gezondheidsinspecteur aan boord komen! Hier is dus een vierde aan het rondje toegevoegd. Maar hier bij Yachtclub Argentia weten ze in ieder geval hoe en waar het moet. Ze hebben alle formulieren op het havenkantoor. De mensen van deze jachtclub zijn erg behulpzaam en vriendelijk. Er zijn nog twee Franse boten, een Poolse boot en een Amerikaanse. Alle boodschappen kunnen we in de stad doen. Voor lange tijd dus grote hoeveelheden inslaan.



Voor lange tijd inslaan

Vervolgens slaat Riet aan het wecken en sealen. Mar del Plate is een grote vissershaven aan de westkust. Maar ook een vakantiestad voor Buenos Aires. Achter de haven is het stadsdeel wat eigenlijk ontstaan is door de visserij. Meer noordoostelijke is het deel waar oorspronkelijk veel 2e woningen stonden van mensen uit Buenos Aires. Deze zijn nu bijna allemaal vervangen door appartementengebouwen zoals je dat in de meeste oorden ziet. De vissershaven is de grootste attractie. Een bedrijvigheid van oranjerode vissersboten die de vis aanlanden. Rijen boten liggen in de haven. Tegen hoog water komt de zeeleeuwen- colonie de betonkade op en gaat liggen luieren in de zon.



De vissersvloot



Luieren op de kade



Moeder en kind

Zaterdag heeft de jachtclub de afsluitwedstrijd van het winterseizoen. Bedrijvigheid op de haven. We worden uitgenodigd om naar de prijsuitreiking te komen. Het blijkt dat de club nog een ander clubgebouw heeft. Vreemd omdat er niet meer dan 30 boten in de haven liggen. Het restaurant wat bij ons op de haven staat is dus het oude clubgebouw. Bij het nieuwe clubgebouw is niet een eens haven. Alleen een groot strand. Bij de prijsuitreiking is iedereen behalve de bediening informeel gekleed. Grote tafels met wijnglazen en koelers staan gereed.

CLUBVLAG

We worden aan de voorzitter voorgesteld en overhandigen 1 van de clubvlaggetjes van “De Werf”. Deze komt nu te hangen in het clubgebouw van de vereniging waar Maxima haar lessen in de optimist kreeg! De voorzitter overhandigt ons een clubvlaggetje van “Yachtclub Argentinie. Voor de collectie van de “Werf” ! De club heeft 60 leden. Omdat het een onderdeel is van de grote Yachtclub Argentinie in San Fernando (BA), kunnen ze al deze faciliteiten hebben. Na de toespraak van de voorzitter worden de wijnglazen gevuld. Met bier! Een beetje in tegenstelling met heel deze deftige opzet, maar daar staat tegenover dat de mensen niet snel veel drinken! Na de prijsuitreiking nog een glaasje en het feest is afgelopen. Wel erg leuk om mee te maken.



Prijsuitreiking

VITO DUMAS

In alle havenplaatsen in Argentinië is een straat naar hem genoemd. Hij was de eerste Argentijn die solo de wereld rond zeilde. In 1944 was dit toch nog een prestatie van formaat. Hier is hij de nationale zeeheld. De naar hem genoemde straat in San Fernando (BA), die uitkomt op Yachtclub Barlevento is voorzien van een plaquette. Hier is naast de plaquette ook een heus Dumas museum. Sinds een aantal jaren is het een nostalgische pub, als museum alleen niet meer rendabel te maken. Zijn hoed, model van de Leg 2, foto’s en wat snuisterijen. Maar een logboek of verdere details van de reis ontbreken.De collectie is niet bijzonder groot. Wel schilderijen van hemzelf en een aantal van derden. Het is vooral een heel gezellige plaats om te bezoeken. Het boek wat hij schreef over zijn reis is in het Nederlands vertaald.



Vito Dumas

VERDER NAAR HET ZUIDEN

Mar del Plate is het eerste stapje naar het zuiden. Maar daarna wordt het serieus. Vanaf hier lees je in verhalen van anderen: kapot gescheurde zeilen, altijd draaiende winden, toenemend getij en weinig veilig aan te lopen plaatsen voor een tussenstop of om te schuilen. De gebruikte pilot voor deze kust en de rest van Patagonie is : “Patagonie & Tierra Del Fuego” van Mariolina Rolfo en Giorgio Ardrizzi. Volgens hun beschrijving is dit een van de zwaarste routes die een jacht kan doen. Zij geven daarvoor de volgende redenen op: extreme wisselingen in klimaat en wind, de altijd overkomende depressies die over de Andes komen van de Pacific. , weinig plaatsen met een goede beschutting voor slecht weer, sterke getijdenstromen met veel verval, die men tegenkomt bij het binnenlopen van de beschutte plaatsen. En dan is er nog het gevaar van de storm uit het oosten. Gelukkig komt die vrijwel alleen tussen juli en oktober voor. Maar bijna alles verwoestend. Want dan is de westkust van Zuid Amerika lager wal (Vergelijk maar met de golf van Biskaje en de Ierse westkust)! Natuurlijk zijn er ook lichtpunten.



Lichtpuntje

In de zomer beginnend in december passeren de depressies van west naar oost. Dus je zit aan hoger wal in zo’n geval. Dicht bij de kust blijven geeft het voordeel van minder golfopbouw. Wij hebben besloten waar mogelijk de kustlijn te volgen, het weer goed in de gaten te houden en (waar mogelijk) bij naderend slecht weer een tussenstop te maken.

25-11-2009
Om 14.30 melden we ons af per marifoon bij de havencontrole. Tussen de grote pieren door, de ondiepte met brekers stuurboord van ons latend. We zijn op zee.
De voorspelling klopt, we vertrekken met afnemende zuiden wind. In de veel te grote golven voor de aanwezige wind beginnen we te kruisen, er van uitgaande dat de wind zal gaan draaien. De wisselvalligheid van het weer wordt de komende twee dagen direct bewezen. Wind, geen wind en steeds uit andere richtingen zodat er altijd oude golven uit een andere richting dan de huidige wind onder de golven zitten. Kruisen, moteren, halve wind. Toe nu toe klopt de richting en sterkte van de windgribs aardig.
Eindelijk de middag van de 2e dag krijgen we noordelijke wind en kan zelfs de spinaker er een tijdje op. Maar s-ávonds is de wind weer op en moeten we opnieuw de moter starten.



En altijd zijn er mooie zonsondergangen

Nu moeten we ook gaan rekenen. Er is minder weer op komst. Kunnen we Puerte Madrin nog bereiken voor die tijd? Via de zender vragen we nieuwe windgribs op. Het blijft een twijfelgeval. De ontvangst van het Chileense station van Sailmail is hier steeds prima. Na wikken en wegen besluiten we San Blas aan te lopen. Nog een spannende aangelegenheid. Tussen de twee zandbanken waar je naar binnen moet staat een kaartdiepte van 5 meter. Als dan de dieptemeter even terug gaat tot onder de 4 meter is het even knijpen. Maar dan zijn we over de bar en spoelt de vloed ons naar binnen. Precies om 20.00 uur, net voor het donker wordt, valt het anker bij de 3e poging op de goede plaats (8 tot 10 meter diep). De eerste 280 mijl zitten er op.

SAN BLAS

We hebben ankeralarmen ingesteld en om ze te horen heb ik op de salonbank geslapen. Maar de boot is half de nacht keurig met de stroom gedraaid. In een prachtige zonnige ochtend zien we op de wal auto’s en bussen met mensen arriveren, vergezeld van enorme partijen hengels. San Blas blijkt een sportvis oord te zijn. De bootjes worden vanaf het grindstrand het water in geduwd. Voor de terugweg wordt een touw en de trekhaak van de auto gebruikt. Dan komt de prefectura met een speedboot opeens naar ons toe. O jee, gisteren vergeten ons te melden per marifoon. Één van de drie kijkt en doet nogal kwaad. Dus bieden we ze voordat ze wat kunnen zeggen koffie aan. Dat werk ondanks de coffeïne ontspannend. Er worden de nodige papieren ingevuld en of we later nog naar het kantoor willen komen voor de stempels. Riet krijgt van alle 3 een hartelijke kus! Het dorp heeft volgens de pilot 500 inwoners. Wij zien ongeveer 10 supermarkten die voor de helft meestal vissportartikelen verkopen. Zo te zien hoeven de vissers toch niet van de honger naar de supermarkt. De visbootjes, waar 4 tot 6 mannen met een hengel in zitten, komen na een paar uur terug. Dan zie je een vat vol met vis eruit komen. Ze varen twee keer op een dag uit. Dit is geen vis voor eigen consumptie maar voor de handel lijkt het. Er zijn speedboten die met 20 km per uur het grindstrand opvaren. Stoer en bedaard stappen de mannen uit. De gaucho’s van het water, de hoeden hebben ze nog op uit de tijd dat ze op een paard zaten. Uit een verhaaltje op de getijdenfolder leren we dat hier oorspronkelijk de Puelches indianen leefden. Die zijn allen uitgeroeid door de Spanjaarden. De meesten hoefden ze niet eens dood te schieten. Want de Spanjaarden brachten de simpele Europeese ziektes zoals de griep mee. Die waren hier onbekend. Zonder enige weerstand stierven de meeste indianen hier aan. Er is nog een kerkhof in het dorp waar de laatste indianen begraven zijn. Het klinkt erg cru, maar het is gewoon zo gegaan. Alle oorspronkelijke bewoners in Patagonie zijn op deze wijze volledig verdwenen. Aan de wal blijkt het internet plat te liggen. Gelukig zijn de nazaten van de emigranten erg aardig voor ons. Maar ze kunnen ons niet meer vertellen dan dat het internet plat ligt. Niemand weet wanneer er weer een signaal zal zijn. Dus vragen we weer nieuwe gribs via de zender op.

ANKEREN IN ONVOORPELBAAR WEER

Dezelfde middag vervaagt de blauwe lucht in een licht wolkendek met onweerskoppen met daarachter een zwarte lucht. Ja, het weer wisselt snel, we zijn toch niet voor niets binnen gelopen. Met de noordelijke wind die inmiddels 20 tot 25 knoop is liggen we aan lager wal. Dus anker op naar de overkant waar een eilandje is. Voor de zekerheid voor vertrek de prefectura maar even per marifoon op de hoogte gesteld. Ja, je gaat het leren of je wilt of niet! Het eiland is laag, dus niet zo heel veel beschutting voor de wind, maar minder golven en meer tijd om te reageren mocht het anker niet houden. We zullen nog vele malen opnieuw ankeren de komende dagen, want het grind met de sterke stoom geven niet altijd de gewenste houdkracht. Op de instrumenten stellen we dieptealarm, ondieptealarm en wind alarm in. Om beurten waarschuwen ze voor de plaatsgevonden wijzigingen. Volgens de pilot kun je ankeren in een diepte van 5 tot 6 meter diep voor het dorp. Dit blijkt niet te werken omdat de wal te stijl oploopt en uit grind bestaat. Beter resultaat hebben we in een dipte van 10 tot 12 meter. Daar is bodem vlakker. Maar ook meer stroom en met het kenteren van het tij moeten we opletten of we vast blijven. De nacht van 10 op 11 december hebben we een beetje pech. Het anker is gaan krabben en heeft zich achter een kabel van een mooring (afmeerboei) gehaakt. Het waait nogal hard. We mogen eigenlijk niet aan de mooring afmeren. Maar als we zien hoe dik de kabel is doen we het toch maar tot de volgende morgen. Maar niet voordat we eerst met enige moeite het anker uit de lijn van de mooring hebben weten te ontwaren. Half de nacht in de weer geweest. Volgende morgen zien we dat er een M12 bout van het ankerbeslag losgegaan is. Na veel zoeken en improviseren weten we uiteindelijk ook dit op te lossen.

STOFBIJTEN

Het internet blijft plat, blijkt ook de volgende dagen. We begrijpen verkeerd dat het met de bus naar Carmen de Patagonie 10 km. is. Later blijkt 100 km. bedoeld te zijn, twee bussen in de week. Dat gaat over onverharde wegen. De afstanden zijn immens in Patagonie. Mensen rijden hier 400 km. om een dagje te komen vissen. De dag in Mar del Plate dat het ging regenen was nadat we de boot schoongespoeld hadden met zoet water. Ook zijn alle schoten en vallen daar in de wasmachine gegaan. Nu komt de westenwind over de pampas en daarmee het stof. Het enige verschil met Marokko is dat het hier niet rood, maar geelbruin is. Er wordt hier veel gesproken over de verandering van het klimaat. Het is veel droger dan voeger. Patagonie wordt woestijn zegt men. We lezen ”In het voetspoor van Darwin in Zuid Amerika” van Toby Green. (aanrader om wat van de sfeer van Zuid-Amerika te proeven). Hier komt dit thema en de uitgestrektheid goed tot in uitdrukking. Maar ons is het waswerk weer voor niets geweest. Maandag middag ontmoeten we op het grindstrand iemand die achter het dorp aan de waterrand van de lagune woont. Waarom gaan jullie daar niet liggen? Het prima beschut. We zijn een beetje huiverig, omdat we in het verhaal van de Gibateau gelezen hebben dat de ingang te ondiep is om er in te komen. Maar de man verzekert ons dat er geen enkel probleem is. De volgende morgen doen we het uiteindelijk niet, omdat we wellicht binnen twee dagen kunnen vertrekken. Het is springtij, daarna zal de waterstand lager worden, we voelen er niets voor in de lagune opgesloten te liggen tot het volgende springtij! Omdat we dagelijks maar bakken met vis op het grindstand aangeland zien worden, kopen we wat grote garnalen om ook eens een hengeltje uit te werpen. Ofschoon wij hier voor het dorp niet op de goede stek zitten vangen we toch een rog en een “ramzays rotskabeljauw”. We weten de namen van de vissen die we vangen via een computerprogrammaatje van Smidt vishandel. Het enige onhandige hieraan is dat je eerst de naam in moet voeren voor je het plaatje van de vis ziet. Maar wie heeft er nu ook nog nooit van een ramzays rotskabeljauw gehoord?

3-12-2009
Het weer ziet er de komende dagen wat beter uit. S’morgens nemen we afscheid van onze vrienden van de prefectura met papieren en stempels. Met hoog water om 15.30 gaan we anker op. We willen liefst de baai Golvo Nueve aanlopen. Vanaf San Blas is dit 180 nm. Puerto Madryn is een stad met 80.000 inwoners, zo groot geworden door het walvistoerisme en zijn aluminiumfabriek. Daar moeten we toch eindelijk onze internet zaken eens af kunnen handelen. De weergaatjes zijn klein. Opnieuw vertrekken met noorden wind. Maar ook nu houdt hij niet het hel traject aan. Als alles klopt zal de noorden wind na het moment dat we het schiereiland Peninsula Valdes voorbij zijn naar het zuidoosten draaien. Met die wind kunnen we dan precies de baai inzeilen. De middag voor de nacht dat we de baai aan kunnen lopen houdt de noorden wind inderdaad op. Wat vervelend is dat de barometer veel te snel daalt. Op de elektronische is een steil laddertje te zien en het horloge gaat braaf mee. Voorspelling ZO 26 knoop. Voor de zekerheid steken we gelijk het 2e rif. We winnen nog wat extra hoogte om, wanneer de wind komt, de baai ruim en ver van lager wal aan te kunnen lopen. In de schemering begint de wind en als het donker is komt er meer. In de nacht wordt het 30 knoop met regelmatige uitschieters naar 38. Niet de plaats waar je met deze wind wil zijn. De golven zijn hoog en steil en in het donker niet te zien. Af en toe zie ik een witte schuimkop ver boven de zijkant van de boot torenen. Twee keer breekt een golf half over de boot. Riet doet binnen de navigatie en ik zit buiten te sturen en de kont op de golven te houden. Als het licht wordt komen we in de beschutting van de zuidelijk landtong van de baai. Om 8.30 meren we af aan een mooring in Puerto Madryn om eerst wat slaap in te halen.

PUERTO MADRYN

We zijn terecht gekomen bij een allervriendelijkst jachtclubje. Een haven hebben ze niet. Boten wordt met behulp van karren en tractoren (die door het zout lekker roesten) over het strand in het water gereden.



Een beetje roestig maar werkt nog wel

Wij denken dat we een geschikte mooring hebben, want er zit een armdikke kabel aan. Maar we horen al spoedig dat de betonblokken op de bodem niet zwaar genoeg zijn. We mogen blijven liggen maar als het hard gaat waaien moeten we weg. Leuk vooruitzicht! In ieder geval zijn leden en personeel van de club er vriendelijk en behulpzaam en er is internet! En er is, naast het officiële restaurant en clubgebouw een soort “oorlam”. Het lijkt wel Wolphaartsdijk in de oud tijden. Met het bijbootje naar de wal en vooral terug door de branding wordt regelmatig een natte aangelegenheid. De club wil al jaren een jachthaven, maar de plaatselijke politiek en de aluminiumfabriek willen niet betalen horen we van de commodore. Hij is erg aardig, tegen Maxima (oud politiek zeer van de vader) . Hij helpt ons met zijn auto en motorboot van de club diesel halen. Gelukkig krijgen we die nu eens eenvoudig aan boord deze keer. Op zaterdag is er een clubwedstijd. Zoals overal zitten beste stuurlui in het oorlam. Ook de rekenmeester (Kees v.d.V noemen we hem voor het gemak maar) is aanwezig. Niet zo slim om zich niet af te zonderen. De zeilers komen na afloop met de bekende klachten over meting en tegenstanders. Maar zoals het een goede rekenmeester betaamd blijft hij onverstoorbaar en onomkoopbaar zijn gezag uitoefenen. Puerto Madryn is een moderne stad met een lange boulevard. In het weekeind is het gezellig druk op het strand en de boulevard. Maandag is het zo ver. Voor die nacht wordt nog al veel wind uit het noorden afgegeven. We hebben al een nacht achter de rug met zuidoosten wind. Die gaf zoveel deining dat we de hele nacht onmogelijk konden slapen. Nu zeilen we naar de noordwesthoek van de baai om beschutting voor de noordenwind te zoeken. Eerst melden bij de prefectua. Er zijn verboden gebieden om te zeilen om de walvissen te beschermen. De clubleden vinden dit terecht belachelijk omdat motorboten met 200 PK, met disco en toeristen wel in deze gebieden mogen. Hadden wij ook niet zo iets in het oliegeultje?



Eenzame Gaucho op het eindeloze strand ten noorden van Puerto Madryn

NA 8 DAGEN WEER OP WEG

Met een flauw wit schijnsel aan de horizon breekt de dageraad aan. De sterren beginnen te verbleken in oosten, maar echt boven zijn ze nog volop aanwezig. Een half uur later, om 4.00 uur is valt er oranje te ontdekken. In het westen is het nog donker. Weer een half uur later wordt het overal langzaam licht. Een vogel schrikt wakker van de langskomende boot en begint slaperig aan zijn eerste vlucht. In het oosten is nu de lucht roodoranje met daarboven blauw. De zon is nog niet op maar het belooft een mooie dag te worden langs de kust van Patagonie. Zo begint de tweede dag na ons vertrek uit Puerto Madryn. Wanneer mijn wacht erop zit om 5.00 uur en Rietje wakker maak, proberen we te motor zeilen. Er staat bijna geen wind en de hele nacht hebben we ook al gemoterd. Dat kan dus ook in Patgonie. Tot nu toe is het eigenlijk hollen of stilstaan met de wind. En het verandert heel snel. Je kan zo vanaf een flauwe noordenwind in een front van een bui komen en 30 knoop of meer op de kop krijgen. Gelukkig duurt zo’n bui niet lang, maar als je teveel zeil op hebt loop je kans op schade. S’middags komt er een beetje wind. We kunnen de spinaker weer eens hijsen! Hij moet er na een uur weer af omdat de wind het opnieuw af laat weten. Maar hij komt terug en blijft. We hebben nieuw weer via de gribs binnen. Dat maakt de keus wel moeilijker. We kunnen best door naar Deseado. Dat is nog 200 nm. erbij. Maar Caleto Horno heeft zo’n magische klank dat we het niet willen passeren. We hopen dat we ons niet weken op gaan sluiten in afwachting van goed weer.

CALETO HORNO

Nu we besloten hebben Caleto Horno niet te laten voor wat het is gaat het er om spannen of we het nog voor donker aan kunnen lopen. De laatste 20 mijl gaan westwaarts. Met de wind uit het noorden die aantrekt tot 18 knoop lopen we nu flink snelheid. Maar we hebben ook behoorlijk stroom tegen. Alleen de aanloop blijkt dit bezoek al waard. De bijna ondergaande zon maakt de harde zandsteenrotsen oranje, rood met diepe zwarte reliefs. De ingang van de baai tussen de rotsen is tot het laatste moment geheel verborgen. Om 21.00 uur net voor het donker wordt zijn we in de meest beschutte ankerbaai van de gehele Argentijnse kust.



Caleto Horno



Voor alle windrichtingen beschutting

O, er ligt een boot voor anker met twee lijnen over de baai naar de roten aan de overkant! Greg blijkt een Canadees. Hij komt van het zuiden. Dus kunnen we nog aardig wat informatie met hem uit gaan wisselen. Normaal gaat hij om 20.00 naar bed, maar hij komt er net even uit voor een pie. Hij zeilt de meeste tijd solo en een paar keer op een jaar komt zijn vrouw eens langs. Met zijn hulp maken we voorlopig drie lijnen vast. Morgen zullen we de zaak wel verbeteren, want inmiddels is het donker. Na flink uitgeslapen te hebben verbeteren we de lijnen naar de wal. Greg heeft zijn lijnen voorzien van voorlopen van ketting en wij doen dat ook. Als je dat niet doet, verslijt je veel lijnen door het schuren op de ruwe rotsen. De rest van de dag genieten we van de prachtige omgeving. De boot ligt in een klein beschut paradijsje. We roeien naar de wal en bekijken de baai eens van bovenaf. Om 19.00 uur zitten we bij Greg boord. Hij komt uit B.C. Canada. Al spoedig verwondert hij zich er over dat we de buurt daar zo goed kennen. Hij is toen hij jong was in Europa geweest en wij in Canada. Maar midden in de gesprekken horen we een scheepstoeter. Wat is dat? De Rhythme of Life komt de baai binnen! Dezelfde problemen die wij hadden gisterenavond, de lijnen zitten in de weg. Dus met zijn allen in de weer om alles te herrangschikken. Maar wat leuk! Na Buenos Aires weer eens op de zelfde stek. Caleto Horno is een klein Patagonisch paradijsje. We wandelen door het bijna kale landschap. Cactussen bloeien. We zien een kudde Guanachos. verderop en kudde verwilderde schapen. Ze zien er woest uit en kunnen echt op hol slaan! Dat hebben we van Nederlandse schapen nog nooit gezien!



Wandelen rond Caleto horno



De bewaker van de kudde Guanachos



Verwilderde schapen

De derde dag is er weer en weergaatje om door te gaan naar Deseado. We willen nog wel langer op deze veilige ankerplek blijven, maar de weer-vraag is steeds wanneer komt de volgende mogelijkheid?

19-12-2009
Er is wind afgegeven. Maar als we op weg gaan blijft die uit. Het is constant hollen of stilstaan met de wind. S’-middags proberen we te spinakeren, wat een paar uur gaat daarna komt de wind recht van achter en kunnen we “melkmeisje” verder. In de avond komt de wind en de barometer blijft vallen. Midden in de nacht varen we met 2 reven in een hoge fosforescerende zee. Prachtig zicht op de afwaaiende golftoppen. Maar een beetje minder wind had ook wel gemogen. Deseado aanlopen gaat alleen met opkomend water. De stroomsnelheid in de monding kan op lopen tot 6 knoop.
Dat komt precies verkeerd uit, dus maken we een overnacht-ankering in Caleto Sur. Dit is een baaitje achter de rotsen en de vuurtoren. Goede beschutting tussen ZW en NO. We hebben 6 pogingen nodig om het anker echt vast te trekken. Maar er wordt voor vannacht weer 25 knoop wind uit een passerend koufrontje afgegeven. Dus moet het goed vast zitten. Als het anker vast zit trekken we altijd enige tijd op vol motor vermogen aan de ketting. De volgende morgen zeilen we samen met de Rhythme of Life door naar Deseado. Een prachtig bijna aan de winds tochtje langs de kust.

VEEL WIND IN DESEADO

In Deseado blijkt anders dan de pilot aangeeft maar 1 mooring te zijn. Aan de mooring ligt al een Franse zeilboot. De Rhythme of life besluit af te meren aan een sleep boot die aan de loswal ligt. Wij gaan ankeren. Omdat er veel stroom op de rivier staat en het er hard kan waaien willen we een lijn op de steiger achter ons zetten en een lijn op de wal voor ons. Wanneer ik met de tweede lijn voor ons aan wal kom word ik door iemand van de Prefectura verboden een lijn op de wal vast te maken. De argumenten dat hij hierdoor de veiligheid van onze boot in gevaar brengt doen er voor hem niets toe. Ook de lijn van de steiger moet los. Inmiddels is stroom gedraaid. Zonder lijnen komen we nu naast de Franse boot te liggen. Wat we absoluut niet wilden gebeurt nu toch, twee boten naast elkaar aan een mooring. Het anker kunnen we ook niet meer ophalen want dan trekken we ons misschien vast aan de kabel van de mooring. De Fransen zijn inmiddels ook aan boord. Dan gaat het waaien en de ellende begint. Ik vraag of de Fransen niet achter ons willen gaan liggen. Eerst zien ze de noodzaak niet in. Maar een half uur later, wanneer ondanks al onze stootwillen en bollen de boten tegen elkaar beginnen te slaan, wel. Het is dan al te laat. Van hun stalen boot is de complete houten stootrand aan splinters geslagen. Nadat hun boot achter de onze is vastgemaakt is de situatie voorlopig opgelost, maar eerst is de dinghy met buienboordmotor er aan nog omgeslagen, de motor is nu zout! Onder een pilsje beloof ik hun nieuwe hout te betalen en we zullen het er samen weer opzetten. Het wordt een nacht met wachtjes van 2 uur op en af. Want is het touw van de mooring wel sterk genoeg voor de twee boten? De rotsen zijn dichtbij! De boten rollen erg maar wij een stuk minder met een contra gewicht aan de spiegel. De Fransen doen de hele nacht geen oog dicht. De volgende morgen mogen ze in de luwte van de sleepboot vastmaken. Deseado was in het verleden al geen gelukkige plaats voor de Nederlanders. “De Hoorn” behorend tot de expeditie van Isaak Le Maire in 1615 is hier vergaan. Je zou denken: op een van de vele rotsen. Maar de zeelui van die tijd waren extreem vakkundig. Zonder moter wisten ze dergelijke rivieren, die gieren van de stroom heelhuid op te komen. Le Maire wilde “De Hoorn” schoon hebben voor vervolg van de tocht naar het zuiden. Dat kalkbranden werd als volgt gedaan. Men liet het schip droogvallen op een zandbank. Daarna werden onder de romp takken-bossen aangestoken. Door het vuur loste de kalk van de pokken op. Schoonvegen en klaar. Goedkopere antiefouling bestaat er niet. Maar de wind in Patagonie, ja , dat is eerst geen wind en tien minuten later 7BF. “De Hoorn was niet meer te redden. Ook zijn er goede dingen in Deseado. Goed restaurant, en er is iemand erg aardig ons met zijn auto te helpen diesel op te halen. Drie keer vier cans met auto en dinghy. Voor de komende avond en nacht wordt nog meer wind afgegeven. En drie boten liggen niet meer veilig aan deze kant van de rivier. Deze nacht liggen we samen met de Rhythme of Life aan de overkant voor anker met 40 knoop wind. Daar komt de stroomsnelheid van de rivier nog bij. Maar de ankergond is goed en de ankers houden. Vandaag bevestigen we de nieuwe stootlijst op de Franse boot. Er is een mogelijkheid in de weerkaarten te zien om aan de laatste 480 nml. naar Ushuaya te beginnen. We moeten dan wel met behoorlijk wat wind vertrekken.

KERST 2009

Om 10.00 vertrekt de Rhythme of Live. Ze konden niet langer zonder schade aan de sleepboot liggen (weer 40 knoop). Om 11.00 uur willen wij en de Fransen ook. Maar de haven is inmiddels gesloten wegens te hare wind. We mogen niet weg! We weten dat 60 mijl zuidelijker minder wind is of komt. Uiteindelijk, na uitleg door Riet in haar beste Spaans krijgen we toestemming om 12.00 uur te vertrekken. Voor de wind, op de stagfok zeilen we in 40-45 knoop de monding uit. Maar de wind is met de stroom over de eb dus geen probleem. Met de Rhytme ofLlive hebben we onderweg contact over de radio, maar de Fransen hebben alleen een marifoon. Met hen is het contact na enige uren niet meer mogelijk. De “Rol” blijft in de westelijke wind zitten. Maar wij komen door ons latere vertrek in de lichtere noordelijke wind. Samen met de oude golven van de westelijke wind is hierin bijna niet te zeilen. De barometer valt veel te hard! We krijgen een windstille periode. 1e Kerstavond wordt een zware avond. We varen in een front! Spoedig zitten we in wind van 40 + knopen. Er moet met de hand gestuurd worden om de golven onder de juiste hoeken op en af te varen. Gelukkig hadden we op tijd een derde rif gestoken. Na 2 uur matigt de wind weer. Opnieuw blijven we met lichte wind en grote golven zitten zodat we niet kunnen zeilen. Gelukkig vrolijken dolfijnen ons op met hun voortdurende bezoekjes. Ze vertonen hun kunstjes en kijken alsof ze zeggen: “zie je me wel”. Albatrossen zweven onvermoeibaar over de golftoppen. Daarop volgt een morgen een paar goede zeil-uren. Maar ook dat duurt niet lang. We komen nu in een gebied met buien. Niet zo erg als een front. Als je er in vaart krijg je 5 tot 10 minuten 20 tot 35 knoop wind op de kop van de boot en dan is het weer over. Een enkele keer komt er een beetje regen van. Een tocht met uitersten! Af en toe zeer vermoeiend. Zeilen in en uit rollen, reven, uitreven, spi erop en alert zijn voor de buien. Als er tijd is nemen we om beurten extra rust.

VUURLAND EN STATEN EILAND

De nachten zijn gelukkig kort geworden! Het is nog hooguit 4 uur donker. Als we de straat van Magelaan bijna gepasseerd zijn krijgen we toch nog de beloofde westen wind. Met een gemiddelde windsterkte van 25 knoop die inkomt over 110 graden zeilen we nu hard. De middag van 28-12 schrikken we. Opnieuw een grote bui. Op het moment dat we daar voor “steken” (boot d.m.v. motor met de kop in golven en wind houden) zien we op het log dat er geen enkele vooruitgang meer in zit! Is er iets met de maxprop? Gelukkig blijkt er weer kelp ingedraaid te zijn. Dit gebeurt nog al eens na een zeilperiode en het nieuw gemonteerde snijmes op de as kan het niet geheel aan. Een keer vol gas achteruit en dan weer vooruit bevrijdt ons van de taaie stengels. De bui is over en de westenwind op. “Kijk daar” ,roept Rietje, besneeuwde bergtoppen. Achter de golftoppen zien we stukjes kust met daarachter besneeuwde bergtoppen. Dat maakt dan toch opeens een enorme indruk. Met eigen boot langs de kust van Tierra del Fuego! (vuurland). De Rhythme of Live gaat naar Staten eiland. Eind van de dag horen we dat ze voor anker zijn gegaan in Hopner bay. Wij hebben nog steeds het plan door te gaan. Om 23.00 uur zijn we nog 25 mijl van de ingang van de Straat de la Maire. Het tij val precies verkeerd voor ons uit. Dus proberen we met minder snelheid te zeilen. De volgende mogen om 6.00 uur heeft Riet een briefje op de navigatie tafel gelegd, met daarop de strelende tekst “Henk je bent een rekenwonder!”. Want precies bij de ingang van de straat krijgen we inderdaad de stroom mee. Maar er is ook een domper als ik uit bed kom. In de Straat de La Maire hangt een zwaar zwarte lucht. We durven de bui niet invaren, want als deze bui 30 knoop of meer gaat geven wordt het te gevaarlijk. Je krijgt dan een situatie van wind tegen stroom. En volgens de pilot kunnen er dan muren van water ontstaan. Dus verleggen we de koers naar een prachtig in de wolken hangend Staten eiland (toch wel leuk al die Nederlandse namen). In de buurt van Staten eiland gekomen zien we toch wat gaten in de bui ontstaan en besluiten met 1,5 uur gemist tij toch de straat in te varen.



Staten eiland achter ons

Het valt uiteindelijk mee, ook met de stroom. In de nacht en op 30 december varen we de laatste mijlen door het Beagle Canal en bereiken voor oud en nieuw Ushuaya.



Ochtendlicht op de besneeuwde bergen in het Beagle canal



We bereiken Uhuaya

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Blogarchief