Welkom op de onderwegsite van Lady of the Lowlands

We hopen dat jullie wat mee kunnen genieten van onze belevenissen op zee en aan land. Ons belangrijkste vervoermiddel, onze beschutting en ons eigen kleine plekje is onze zeilboot "Lady of the Lowlands". Wat wij schrijven is onze beleving. Wetenschappelijke onderbouwing is niet noodzakelijk aanwezig.

vrijdag 2 januari 2009

GAMBIA


Van Sal naar gambia

De ingang van de Gambia rivier
8.00 gaat het anker op. We moteren aan de beschutte zuidwestpunt van Sal. Net om de kaap kunnen de zeilen gehesen worden. Met een lichte Oostenwind zeilen we naar de zuidoostpunt. Daar nemen we afscheid van de Kaapverden. De wind draait door naar de beloofde noordoostelijke richting. Maar net niet helemaal. We zeilen hoog aan de wind en hebben ons doel Gambia net niet bezeild. Maar het is 400 mijl van hier, we verwachten dat ergens onderweg de wind nog af gaat buigen iNaar Gambia
Dinsdag 9 december 2008
Om 8.00 gaat het anker op. We moteren aan de beschutte zuidwestpunt van Sal. Net om de kaap kunnen de zeilen gehesen worden. Met een lichte Oostenwind zeilen we naar de zuidoostpunt. Daar nemen we afscheid van de Kaapverden. De wind draait door naar de beloofde noordoostelijke richting. Maar net niet helemaal. We zeilen hoog aan de wind en hebben ons doel Gambia net niet bezeild. Maar het is 400 mijl van hier, we verwachten dat ergens onderweg de wind nog af gaat buigen naar Gambia in ons voordeel. Dus laten we de boot op de windvaan aan de wind gaan maar wel met volle snelheid om niet in de golven te liggen hakken. De windvaan is een verhaal apart. Niet veel tijd gehad om uit te proberen voor ons vertrek uit Nederland. 2 keer op de Oosterschelde met zeer licht weer leek hij te werken. Maar alle pogingen onderweg mislukten.

WINDVAANDESKUNDIGHEID


Natuurlijk windvaandeskundigen genoeg onderweg, met advies. Maar op het laatst hadden we alles uitgeprobeerd. Was ons schip , ondanks zijn neutrale roerligging, misschien te zwaar voor dit kleine compacte apparaat? Uiteindelijk ben ik er achter gekomen dat de overbrenging van het verticale asje van boven uit de borging los was gekomen. Dus de uitslag van het windvaantje werd niet overgebracht naar het hulproer! Wonderlijk dat we met uitproberen soms toch wel 10 minuten op koers bleven! Dit kwam dus niet door de vaan, maar is eerder een compliment aan de ontwerper van de boot! Vandaag zit het asje vast, en het schip wordt met zeer geringe roeruitslag prachtig op koers gehouden! Weer een overwinning dus. De windvaan heeft 2 belangrijke voordelen op de elektrische stuurautomaat. Hij gebruikt geen stroom en hij volgt de windrichting. De elektrische daarentegen volgt de ingestelde kompaskoers. Zo zeilen we met de vaan aan de wind, die voorlopig rond de 10 knoop blijft, met een snelheid van 7 knoop de oceaan op in Oostelijke richting. In de namiddag heeft Riet, als bevoegd zendamateur, radiocontact met Christien van de Rythme of Life. Ze zijn een uurtje na ons vertrokken. Hun doel is Dakar i.p.v. Gambia. Dat betekent 10 graden hoger aan de wind. De Ovni is een prachtig schip, maar met zijn zwaard niet het beste schip om hoog aan de wind te varen. Ze mopperen dan ook wat over het hakken in de golven en de daarmee samenhangende snelheid. We proberen ze een beetje op te beuren door hen te verzekeren dat de wind over 2 dagen toch wel noordelijker gaat worden. In ieder geval is het een leuke onderbreking voor beide boten om 2 keer per etmaal een babbeltje te hebben. We luisteren ook nog met enige regelmaat naar het groepje Nederlandse boten wat ons op de Kaapverden verlaten heeft richting Carib en Suriname. Die hebben over het algemeen in het begin veel licht weer en moeten af en toe een behoorlijke aanslag doen op de meegenomen voorraad diesel. Wij prijzen ons inmiddels gelukkig met het feit dat we sinds de Canarische eilanden bijna de moter niet gebruikt hebben. De boot presteert gewoon prima in licht weer ondanks zijn geladen gewicht van 15 ton!

WEERSVOORSPELLING


De volgende middag gaan we voor het eerst eens rekenen naar een geschatte aankomsttijd. Want ja, 400 mijl is op deze manier ook weer niet zo lang. We krijgen geen nieuwe gribs binnen. Diederik heeft er vanmorgen wel gekregen. Deze middag 15 knoop wind, vannacht afnemend tot 7 knoop NO. Maar daar heb ik mijn twijfels bij, want ik zie veel windveren aan de lucht. Ofschoon het om een oplossend laag gaat kun je naar mijn mening toch wel wat meer wind gaan verwachten. De wind zal volgens de gribs naarmate we vorderen ook nog wat noordelijker worden, dus gaat onze snelheid alleen maar toe nemen. S´-nachts gaat er een rif in, de genua wordt verwisseld voor de stagfok, en comfortabel zeilen we de nacht door met 15 tot 20 knoop wind. Het blijft lekker hard gaan.

11 december 2008


TE HARD

De volgende morgen gaan we opnieuw speculeren over een eventuele aankomsttijd. Daar met de iets ruimere wind het log regelmatig boven de 8 knoop uitkomt is een oversteek van 410 mijl opeens geen super afstand meer. Na enig rekenwerk komen we tot een geschatte aankomsttijd: tussen 18.00 en 20.00 . We zijn ongeveer 12 uur sneller gegaan dan vooraf ingeschat. We wilden overdag aankomen en nu dreigen we, net wanneer het donker wordt, de ondiepe aanloop bij Banjul te moeten gaan doen. Dus besluiten we nog meer af te remmen. 12 uur varen met 3 knoop moet de juiste vertraging op gaan leveren om in daglicht aan te komen. Grootzeil met een rif en later alleen de stagfok leveren de gewenste snelheidsresultaten op. Alle gelezen artikelen over boeien zonder licht en verhalen van anderen blijken deze keer niet te kloppen. De uitterton is keurig verlicht. Even nadat het licht wordt zeilen we, met alleen de genua en het laatste uur van de vloed mee in het betonde aanloopkanaal. Ook hier zijn de twee op de kaart aangegeven groene tonnen keurig in positie aanwezig. Achteraf is alles eenvoudig, we hadden Banjul gewoon midden in de nacht aan kunnen lopen. We zijn in Gambia!!!

12 december 2008
Om 8.00 uur gaan we voor anker voor de dokyard van Banjul. We durven de boot niet alleen te laten, dus hebben de volgende strategie bedacht. Ik breng Riet binnen het ommuurde terrein van de douane met de scheepspapieren, paspoorten en de medische paspoorten. Ook neemt ze de handheld marifoon mee, zodat we wanneer nodig, contact kunnen hebben. Vervolgens ga ik terug om de boot te bewaken. In alle pilots staat namelijk dat dit een gevaarlijke plaats is om te ankeren. Voorlopig zie ik daar weinig aanleiding voor, maar we nemen het zekere voor het onzekere. Uit gelezen verhalen weten we dat zo’n inklaringsgedoe van kantoor naar kantoor hier 2 tot 4 uur gaat duren.

EERSTE ERVARINGEN

Na een uur of 3 krijg ik bezoek van een jongen of man, leeftijd inschatten is moeilijk, in een brede kano, die in een nog net drijvende staat is. Hij legt uit dat zijn familie gevlucht is uit Senegal. Hij probeert wat te verdienen door zijn kano als taxi aan te bieden. Ook haalt hij de vuilnis op van boten die hier ankeren (later ontdekken we dat,als je het afgeeft, het bruikbare eruit gehaald wordt en de rest de rivier in gaat). Inmiddels komt ook de marifoon tot leven. Riet is gearriveerd op de pier, alles is gelukt, of ik haar op kan komen halen. Als ik haar uitleg even te wachten tot mijn bezoek vertrokken is wordt op de kade direct aangeboden security-guards te sturen. Ik leg uit dat het zo’n vaart niet loopt en stuur mijn bezoek voorzichtig maar beslist weg. Hij laat nog een briefje achter met tel. nr. van een neef of oom. Als we ooit hulp nodig hebben. Alle papieren zijn in orde gemaakt, we hebben een visum voor een maand en een permit om de rivier te bevaren. Verder heeft ze nog brood gekocht en is op bezoek geweest bij de familie van de gids die haar door de verschillende kantoren heeft geleid. Een complete inburgeringscursis dus, zonder eerst 6 maanden in een barak te moeten leven! Een uiterst vriendelijke ontvangst in Gambia! Iedereen wil je helpen, wil daar niets voor hebben, maar accepteert uiteraard bij het afscheid elke euro. Van Riets gids weten we inmiddels ook iets over werkgeversverhoudingen in Gambia. Hij mag op de sleepboot, na strenge selectie, een half jaar zonder loon komen werken. Als hij bevalt na deze periode kan hij een betaalde aanstelling krijgen. Hij mag wel onder werktijd kleine bijverdiensten proberen te halen uit klusjes voor derden, zoals ons. Riet zegt: Het is wel een vreemde ervaring: je bent in een heel vreemd land en als je voet aan wal zet wordt je vriendelijk te woord gestaan door een erg donkere jongeman die zegt dat hij je gaat helpen met de inklaring. Hij heeft een kaartje om zijn nek waaruit zou moeten blijken dat hij op de werf werkt. Tja….en dan ga je mee, via een vaag werfterrein naar een stadje om geld te wisselen, fotocopies te maken en de officials op de haven. Dat was best spannend….je moet er maar op vertrouwen dat hij eerlijk is!

IN DE MODDER

We willen hier nog dezelfde dag weg om een betere ankerplaats te vinden. Voordat we de rivier op gaan willen we een paar dagen gaan ankeren in één van de mangrove- kreken hier aan de kust. Het moet mogelijk zijn om vandaaruit ook wat inkopen per taxi te doen . We wachten tot net na laag water om de kreek in te varen. Op die manier hopen we de modderbanken beter te kunnen zien en bij vastlopen ook weer vlot te komen. De Seamax kaart houdt hier op nauwkeurig te zijn. Volgens de kaart varen we over land! Dus moeten we het doen met de combinatie van een vage beschrijving in de pilot en de wetenschap dat het in de buitenbocht meestal het diepst is. We hebben nog enige discussie vooraf gehad over het wel of niet ophalen van de kiel. Maar ik wil niet vastlopen met de opgehaalde los hangende kiel, dus de moeren blijven erop. Wel een diepgang van 2,6 meter zo. Een tijd gaat het goed, we vinden de afslag naar Oyster kreek. Bij de invaart gaat het fout. Vast. Op verschillende plaatsen geprobeerd met het zelfde resultaat. Te weinig water, de vraag is of er zelfs met hoog water in te komen is met 2,6 meter diepgang. Het verval is niet meer dan een meter. Dan maar naar plan 2, door naar Lamin Lodge. Ook dat gaat weer een tijd goed, maar dan?

We zitten in een heerlijk vooravond- briesje in de open verdieping van Lamin Lodge.

Zonsondergang in de Lodge
Ik vraag Peter, de Duitse eigenaar die hier in 1976 gekomen is en gebleven, of er op een bepaalde plaats in de buitenbocht wellicht nog een wrak onder water ligt. Dat is goed mogelijk. Oude schepen worden meestal met springtij zo hoog mogelijk op de oever gevaren en daar achtergelaten om te verrotten. Als ik de plaats nader aanduidt denkt Peter te weten dat er een scheepswrak moet liggen met een bijzondere historie. Eerst een ander biertje, dan hij begint te vertellen. Kennen jullie Radio Caroline. Dat is lang geleden, maar die kennen we zeker uit onze jeugd als concurrent van Radio Veronica. Rob, die geen bier drinkt zit vol aandacht te luisteren en maakt aantekeningen. Hij wil een boek schrijven over zijn zeilreis rond de wereld tegen de tradewinds in. Volgens Peter is Radio Caroline na gedwongen vertrek uit Engeland naar Gambia gegaan. Daar is het schip voor anker gegaan, met een paar Engelse ponden was de zendvergunning geregeld. Na verloop van tijd was het schip half verrot en werden de uitzendingen vanaf de wal gedaan. Inmiddels gestopt omdat de ondernemende familie te onder is gegaan aan de plaatselijk gestookte alcohol.

VAST IN EEN WRAK!

Je moet hier meer de buitenzijde aanhouden, er ligt een bank links van je, roept Riet van binnenuit. Ik stuur met de hand en andere op gas en koppeling om direct achteruit te kunnen slaan. De snelheid houden we onder de 3 knoop. Ik zit al heel dicht bij de wal hoor! Dat moet ook! Diepte 4 meter. Waarschijnlijk goed dus. Voordat ik iets heb kunnen doen is de diepte even 1.8 meter een bons, en dan staat de meter weer op 3,5 meter. Ik kan niet meer vooruit, we zijn ergens opgevaren! Dan maar achteruit om los te komen. Achteruit lukt het ook niet. We zitten vast! Vreemd want de dieptemeter staat hier op 3.5 meter. Op de top van een rots? Maar die horen hier niet te zijn. Doordat we vele half boven water stekende scheepswrakken gepasseerd zijn is de volgende gedachtensprong eenvoudig. Waarschijnlijk is de bulbkiel door het dek van een scheepswrak geduwd en meten we nu diepte op de bodem van het wrak. Bouten los en kiel ophalen? Het water is bruin, geen moeren te zien. Laten we een half uur wachten, kijken wat de vloed doet. Ik laat de motor stationair in achteruit bijstaan om de stroomsnelheid van het water te compenseren. Als het half uur bijna om is begint de boot wat te draaien. Ik geef wat gas bij en we zijn los. Terug of verder? Dit zal toch geen 2e keer gebeuren, en vast in de modder is niet zo erg, dus doorgaan! Een paar keer wordt het nog behoorlijk ondiep, maar na een uurtje zien we zonder verder problemen Lamin lodge vanachter de mangrove opdoemen. De volgende avond vertel ik het verhaal aan Peter en zo komen we er achter dat we waarschijnlijk vastgezeten hebben op het wrak van Radio Caroline.

W2N

We hebben Rob eerder ontmoet in Santiago op de Kaapverden. Waren enigszins verbaasd hem hier aan te treffen, want hij was naar Senegal vertrokken. Rob is bezig met een bijzonder project. Hij wil hier een boek over schrijven. Hij wil tegen de wind in rond de wereld. Kiest daarbij steeds d.m.v. dobbelstenen uit een aantal bestemmingen. De naam van de boot “ W2N” is een afkorting van “Where to next”. Rob was bij de aankomst in Senegal onaangenaam verrast toen een boot met strak kijkende mannen met grote wapperende vlaggen op hem af kwam. Hij wantrouwde hun bedoelingen en is meteen omgedraaid zonder voet aan wal te zetten. Hij zou nu verder moeten naar het zuiden. Het idee was om voor Kerst in Ascension te zijn. Maar dit is qua tijd niet meer mogelijk. Dus hij is ondanks, zijn dobbelstenen, weifelend over zijn volgende bestemming. De 2e avond zitten we op de veranda van de lodge met Peter te praten. En zo krijgen we te horen hoe hij hier tot ondernemen is gekomen.

PETER

In 1976 deed hij samen met zijn vrouw met zijn houten zeilboot Gambia aan. Hij was daar al eerder geweest, maar was toen teruggegaan naar de Middellandse zee. Nu terug in Gambia vormde zijn vrouw een muziekband met lokale mensen. Ze werd verliefd op een van de bandleden en verliet Peter om met de band in Europa op tournee te gaan. Peter bleef in Gambia. Begon de lodge te bouwen en boten om met toeristen in de kreek en de rivier te varen. In 2000, toen het bedrijf aardig liep, sloeg het noodlot toe. In de nacht van 29 april 2000 branden de lodge en de twee afgemeerde piroques geheel af.

PIROQUES

Piroques zijn uit kano’s doorontwikkelde boten. Eerst was er de kano uitgehold uit de boomstam. Deze worden nog veelvuldig gebruikt voor vissen, oesterschrapen en verplaatsing. Maar met meer dan drie of vier mensen en meer goederen wordt dat moeilijk. Dus is de vorm van de kano onder de boot aanwezig, als een niet uitgeholde boomstam. Dit is de kielbalk nu. Daarop is eigenlijk van planken een bak getimmerd. Door de vorm van de kielbalk raakt de bodem van de bak het water en de stabiliteit is daar. De piroque is geboren. Leuk is dat je dit nog zo goed kunt zien aan de vorm van deze boten. De resten van de afgebrande palen van de lodge zijn nog in het water te zien. Na enige jaren was de lodge weer opgebouwd maar de boten zijn nog niet helmaal klaar. Daar moet nu toch een keer hard aan gewerkt gaan worden, want de twee kleine boten zijn te weinig voor het aanbod van de hotels. Het is hier in de loop van de dag heet en het werk gaat langzaam. Voor de mannen die voor Peter werken is Peter nu een soort (Peet)vader. Als kleine jongens zijn ze klusjes voor hem gaan doen. Hij heeft werk in het dorp gebracht. Maar werken is voor de meeste Gambianen anders dan in Noordeuropa. Als je werkt doe je dat omdat er direct voedsel of geld nodig is. Zodra de behoefte bevredigd is ontbreekt de reden om iets te doen. Je onderneemt pas weer iets als er volgende een directe noodzaak is. Wel is er een toenemende groep in de samenleving die door de misleidende massacommunicatiemiddelen, die overal voorhanden zijn, ook permanent wil gaan werken om een hoger welvaartsniveau te bereiken. Maar vervolgens is er geen werk in Afrika. Er zijn soms wel mogelijkheden, maar vreemd genoeg zijn vrijwel alle ondernemingen op gebied van toerisme en productie europees initiatief. En dan ben je weer terug bij af, want voor ondernemen moet je vermogen hebben om vooruit te denken, en dat zit niet in de genen.

ROND DE LODGE

Het is warm en werken is er zwaar. Maar er moet vaak gewerkt worden om te kunnen eten. Wanneer het water in de kreek half is afgegaan, komen de vrouwen van het dorpje Lamin in hun uitgeholde boomstamkano’s uit de kleine zijkreek de ebbende hoofdkreek op. Voor ons, rustig voor anker liggend, een prachtig zicht. Maar voor hen is het zwaar werk. Peddelend stoomafwaards langs de mangrove zoeken naar plaatsen waar oesters zich op de droogvallende takken hebben vastgezogen. Het is geen licht werk. Net voor donker komen ze met de binnenlopende vloed terug. Ze komen langs, deels nieuwsgierig en groeten uiterst vriendelijk. De tegenstelling is groot. Voor ons is het een vakantiesfeertje. Alle mensen zijn erg vriendelijk en omdat het allemaal vanaf het terrein van Peter komt, weet je dat het te vertrouwen is. Natuurlijk willen ze allemaal voor een vergoeding wat voor je doen, maar als je dat niet wilt, is dat ook goed. Eenmaal van het terrein van Peter af, stap je midden in het Afrikaanse platteland. Daar maken we kennis met de bumpers (klevers). Bumpers zijn mensen die wat aan europeanen willen verdienen. Willen je gids zijn, alles voor je doen en later zonder afspraken vooraf afrekenen. Onder deze mensen is de vriendelijkheid gemaakt en als je van hen af wil komen slaat de vriendelijkheid om in een brutale, soms agressieve houding. Elke dag komen wat toeristen vanaf de hotels naar de lodge van Peter om met een piroque een rondvaartje door de kreek te maken. Dus kun je aan de poort bumpers verwachten. En ja hoor, heel vriendelijk groetend worden we benaderd door iemand die een lijst onder onze neus duwt. Of we even willen tekenen en een bedrag in willen vullen. Voor een plaatselijk te stichten school. Ons wantrouwen blijkt spoedig terecht. Want als we niet direct tekenen zien we de grimas van vriendelijkheid veranderen in frustratie. Even later wordt hij opdringerig brutaal. Dus nemen we met nadruk afscheid en gaan door de velden op weg naar het dorpje Lamin. Tussen steeds kleiner wordende kreken bereiken we het hoger gelegen land. Broodbomen, casewnutbomen en kleine in cultuur gebrachte lapjes vormen nu het landschap. Hier en daar zijn vrouwen op de akkers aan het werk. Groenten, kruiden en knolgewassen. Erg zwaar werk in deze hitte , die het water van de kreek met bijbehorend windje opdroogd, zwaar op je valt. Dan komen we in het dorpje. Een lange zandweg met aan twee zijden bebouwing van huizen en hutten, veelal omheind met een muur. De mensen zijn allemaal even vriendelijk! Iedereen groet en vraagt hoe het met je gaat. Van welk land? Kinderen vragen om snoep en muntjes. We geven geen snoep met de mededeling dat het slecht voor de tanden is. Na 2 km. bereiken we de hoofdweg, die geasfalteerd is. Taxibusjes van oorsprong uit Nederland en Duitsland komen regelmatig voorbij. Hand opsteken en je zit er in. Het is zo’n 6 km naar Serakunda. De bijrijder hangt voortdurend uit de schuifdeur aan de zijkant om nieuwe passagiers te werven. Er is nog 1 plaats vrij naast Rietje op de achterbank. Daar komt iemand te zitten met een spelende transistorradio. Vergeleken met de andere mensen wil hij net iets te graag een praatje beginnen. We komen natuurlijk niet meer van hem af, het prototype van een bumper! Het bekende verhaal: “Zijn broer woont in Amsterdam en heeft een vriend die Jan heet”. Hij ons naar de bank.

GEEN GELD UIT DE MUUR

Ofschoon vooraf met alle klem ontkend zal hij uiteraard een beloning willen. Maar uiteindelijk gaat dat niet door, want ook wij hebben geen geld! De pinautomaat accepteert geen mastercard en we hebben de Visakaart aan boord gelaten. Morgen opnieuw. We hebben nog net 20 eurocent voor het busje terug. Van nu af gaan we over op de met succes in Marroko toegepaste tactiek. De volgende morgen gaan we weer richting Bakau samen met Rob. We nemen nu een gidsje mee uit het dorp. We kunnen nu net als in Marokko iedereen weer eenvoudig afschudden, “Sorry we hebben al een gids. Dit is Stevin Gerard. Hij is de held van het dorp, de midvoor van het voetbalteam van Lamin’. Dan druipt men meestal wel af. Vandaag gaan we naar een krokodillen poel. Ofschoon Stevin Gerard ons heeft verzekerd de plaats te kennen weet hij natuurlijk niet waar het is. Nu is Serakunda ook best een grote stad. Er schijnen hier inmiddels 700.000 mensen te wonen! Het is allemaal opgezet in de voor Gambia bekende compounds. Want we zijn hier in een islamitisch land. Het hebben van meerdere vrouwen moet de Gambianen erg aangesproken hebben toen ze islamiet werden. Veel mannen hebben 3 vrouwen. Daar er toch echt ongeveer evenveel meisjes als jongens geboren worden is het voor de armste mannen moeilijk aan een vrouw te komen. Een compound in een dorp bestaat uit het huis van de man. Verder is hij min of meer verplicht voor iedere vrouw een huis(je) te hebben. Dus staan er binnen de ommuring van de compound een aantal huisjes. Hij kan op afroep een van de vrouwen naar zijn huis laten komen voor diverse diensten. Alle de vrouwen hebben kinderen die samen spelen op het erf en natuurlijk gewoon broertjes en zusjes zijn. Iedereen is zo’n beetje familie van iedereen. Wanneer de man oud wordt, wordt de oudste zoon van zijn eerst gehuwde vrouw het hoofd van de familie. De hele familie heeft er aan gewerkt dat hij een hogere opleiding heeft gehad. Hij is immers de financieel verantwoordelijke voor de familie. Het is duidelijk dat wanneer hij ook weer vrouwen heeft het aantal huisjes binnen de muren groter wordt. Het is wel heerlijk dat de meeste mensen hier Engels kunnen en heel gemakkelijk en open over hun leven spreken. Op deze manier wordt voor een deel snel duidelijk hoe de samenleving hier in elkaar steekt.

GODSDIENSTVRIJHEID

De mensen zijn diep gelovig. 95% van de bevolking is islamiet. Maar vermengd met de Afrikaanse tradities is dit niet te vergelijken met de Arabische wereld. Er is godsdienstvrijheid en respect voor andere geloofsopvattingen. Reclameborden voor allerlei kerken langs de kant van de weg zijn normaal. Met Stevin Gerard zijn wij met het busje en daarna een taxi inmiddels bij de ingang van het krokodillenpark in Bakau beland. Ook hier weer een uiterst vriendelijke ontvangst. Er is een nationaal historisch museumpje aan verbonden. Via maskers, voodoo’s en foto’s uit de koloniale tijd komen we in de prachtige oude tuin met de krokodillenvijver. In Europa wordt je op eerbiedige afstand gehouden met hekjes en bordjes. Hier is het allemaal wat gemoedelijker. Je zit tussen de krokodillen, kan ze aaien, ofschoon de velletjes hard zijn, en vervolgens samen op de foto. De bewaker verzekert ons dat ze absoluut geen honger hebben, ze krijgen voldoende vis. Nadat hij ons gevraagd heeft: “Welk land?” , is Nederland het beste land samen met Gambia. Vervolgens laten we ons natuurlijk een krokodillentand aansmeren. Weet Steven Gerard de weg naar het strand? En hoe ver is het lopen? Dat weet hij wel en natuurlijk is het niet ver. Dus gaan we weer op weg. Je kan het de jongen niet kwalijk nemen. Alle streets en Avenue’s zijn dezelfde zandstofstraten met langs de kanten de omheiningen van de compounds. Wat moet deze stad een oppervlak hebben met zijn 700.000 inwoners! Na een uur door hitte,stof en prachtige tafereeltjes op straat te hebben gelopen komen we in de ambassadewijk. Die ligt natuurlijk aan het strand. De volgende middag komt Stevin Gerard na school de foto van hem ophalen die we inmiddels aan boord geprint hebben. Inmiddels weten we aardig de weg in het dorp en hoe in Serakunda te komen. We gaan nog een keer inkopen doen. We kopen een hoeveelheid pennen en notitieblokken. Die kunnen we in plaats van snoep uitdelen wanneer we de rivier opgaan en een paar dorpjes bezoeken. Wat fruit en groente van de markt en we zijn klaar om Lamin lodge te verlaten om de Gambia rivier op te gaan. Rob met W2N gaat met zijn Grand Soleil met ons mee, zodat we met 2 boten zijn. We komen dit keer zonder problemen de af en toe ondiepe kreek uit en gaan voor anker voor Banjul om de volgende morgen met de komende vloed de rivier op te gaan.
17 december 2008
Om 8.00 gaan we ankerop. De Engelse boot en de Nederlandse moteren de nog brede rivier op. Al spoedig besluiten we dat er met de achteropkomende wind best nog te zeilen valt. Met uitgerolde genua zeilen de 2 boten verder. We moeten de kaart goed in de gaten houden. De positie van de boot op de kaart is onnauwkeurig. Dat komt omdat het hier gaat om oude ingescande kaarten, die nooit meer bijgewerkt zijn sinds in 1965 Gambia onafhankelijk werd van Engeland.

HERINNERINGEN AAN DE SLAVENHANDEL


Na enige uren passeren we Fort James, door de Engelsen gebouwd op een strategisch eilandje in de rivier. Op de wal ligt het plaatsje Jufureh. Hier werden in het verleden mensen als beesten op de markt verhandeld. Zelfs op het kleine eilandje werden soms 600 slaven voor de verscheping gevangen gehouden. Je snapt niet hoe ze er op pasten! In de middag komen gidsen met piroques met kleine groepjes toeristen het eilandje op. Toeristen zoeken langs de waterkant naar resten van de zwarte kralensnoeren, die van de lichamen van de slaven gerukt werden en in het water werden gegooid. Het eilandje is inmiddels werelderfgoed en wordt dus onderhouden.


Ankeren bij en bezoeken van James eiland

Wij gaan verder de rivier op. Langzamerhand wordt de rivier iets smaller, zodat we wat meer van de oevers gaan zien. Voor de ingang van Mandori kreek gaan we voor anker. Met het laatste restje vloed roeien we met Rob de kreek in. Pogingen om met de grote boten erin te komen zijn uitgelopen op vastlopen in de modder.

In de kreek
De kreek is smal en afwisselend zijn we omsloten door mangrove of zijn er meer open stukken. Hierin staan veel dode bomen. Waarschijnlijk in het verleden al eens platgebrand voor landbouw. Met een plons laat een leguaan zich uit een boom vallen in het water. Prachtige vogels in kobaltblauwe kleuren. Op hoog water keren we om en zijn net voor donker terug bij de boten. De zon is onder.

Zonsondergang op de rivier

Detail mangrove
Een half uur later is het aarde-donker. Het nachtelijk krekelconcert is begonnen. Hinder van muggen valt tot nu toe mee. Gelukkig zitten we in het droge seizoen. We hebben een muskietennet omgebouwd, zodat we heel de kuip kunnen overdekken.

NOG WARMER

Zo kunnen we ook buiten slapen, want in de boot kan het nog heel lang warm blijven. Op het eind van de middag loopt de binnentemperatuur op tot 33-35 graden. Zodra de zon onder is koelt het buiten aardig wat af, maar in de boot blijft het warm tot half de nacht. De volgende dag valt het tij ongunstig uit. We kunnen pas gaan varen om 7.00 uur wanneer het licht is. Maar de stroom loopt al 4 uur. Dus krijgen we na een paar uur de stroom tegen. We komen steeds verder van de zee. Daarmee wordt het nog warmer en heieger. Zonder zonnetent is het op het heetst van de dag niet meer mogelijk in de kuip te vertoeven. Riet bakt brood en cake. De moter is aan, dus stroom genoeg. De rivier wordt smaller, de stroom sterker. Uiteindelijk gaan de ankers in de modder, een paar mijl voor Elefant eiland. Bij een hutje op de wal staat iemand te zwaaien. Gedrieën gaan we met de dingy aan wal. We krijgen het zoveelste verhaal te horen. “Toen ik een klein kind was”, vertelt de man, “was dit de aanlandplaats van de ferry die de rivier op en neer ging.” We hebben zelf gelezen dat de ferry met alle aanlegplaatsen, een geschenk was van Zweden. In zeer gebrekkig Engels vertelt hij dat de ferry gezonken is.

Het wrak van de Zweedse veerboot

Wij zijn inmiddels het wrak in de rivier gepasseerd. Wat hier rest is een ruïne van het wachthuisje en de verrotte paalresten van de steiger. Het dorp waar de man woont is hier 4 km. vandaan.

VISJE KOPEN

Elke morgen komt hij hier om zijn netten uit te zetten in de rivier. Daarna zoekt hij de schaduw van de overkapping op. Eind van de middag, wanneer de zon niet meer zo hard brandt, gaat de boomstamkano de rivier weer op om de netten op te halen. Willen jullie vis kopen? Het water is hier inmiddels bijna zoet, en we zijn geen liefhebbers van zoetwatervis. Maar goed, het is voor hem een kans een extraatje te verdienen. Met behulp van een roestig bot mes wordt de vis aan diverse kanten behakt en de schubben vliegen in het rond. Hij benadrukt dat we ook de kop op moeten te eten. “Very good vis!!”. De keuken-klaargemaakt vis wordt nog even nagespoeld in het modderige rivierwater. “Good cooking”, is het laatste advies. Rob is verbijsterd! Terug aan boord spoelen we de vis na in schoon water, zouten hem, en stoppen hem tot morgen in de koelkast. De volgende dag blijkt dat ik als enige terecht vertrouwen had in dit visje. Goed doorbakken, ontdaan van de graten, is het een uitstekende vulling voor de spaghetti.

Visje prepareren
19 december 2008
Vandaag gaan we het beter aanpakken met de stroom. Het is nog nauwelijks licht als de ankers op gaan. Naar verwachting zijn er nu nog vier uur stroom mee te pakken. Zodra de stroom het sterkst tegen gaat lopen zijn we van plan te gaan ankeren. Waarschijnlijk kunnen we dan eind van de middag weer een paar uur varen. Het landschap verandert langzamerhand van mangroveoevers in tropisch. Op de oevers verschijnen de eerste palmen. Het water is modderbruin. We proeven niet maar na Elefant eiland is het volgens de pilot zoet. Af en toe zien we kleine dorpjes op de oever waar kinderen zwaaien. Als wij terugzwaaien gaan de volwassen ook enthousiast zwaaien. Er wordt van alles geroepen, maar we kunnen het niet verstaan. Waarschijnlijk willen ze dat we stoppen voor een bezoek. Aan het eind van de middag zijn we bij Kantour. We zijn inmiddels 250 km. de rivier op gevaren. De stroom bleef vandaag veel langer meelopen dan verwacht. Net voor het plaatsje gaan we na een schitterende, maar warme vaardag weer voor anker. Kantour is een verschepingsplaats van landbouwproducten. Ook is er een fabriek voor de verwerking van casewnoten. Of het allemaal nog werkt is ons niet duidelijk. Er liggen een drietal roestige stalen transportbakken afgemeerd. De bedrijven zien er verwaarloosd en verlaten uit. Het lijkt erop dat na 1965 een aantal activiteiten doodgebloed zijn. Later op de terugweg krijgen we toch nog een binnenvaartschip in actie zien.

NATIONAAL PARK

Na Kantour gaan we het River Gambia Nationale Park in. We worden benaderd door twee jongens in een open motorbootje. Kaartje kopen, ze wijzen ons een route aan tussen de eilandjes. Die is wat anders dan we ons voorgenomen hadden. Hopelijk diep genoeg. Wij varen nog steeds met onze diepgang van 2,6 m1. Maar Rob´s boot steekt 2 m1 en vaart voorop, dus we voelen ons redelijk safe. We belanden bij een eilandje waar de jongens ons chimpansees laten zien. We zien ook een kooi. Waar is die voor? De apen blijken deels uit België te komen!! Er wordt gefokt met apen uit de Antwerpse dierentuin! De bedoeling is dat ze langzamerhand weer aan de wildernis wennen. Ze kunnen niet zwemmen, dus is het niet mogelijk voor ze om het eiland te verlaten. Volgens de folders zijn er inmiddels een 20 tal in deze nieuwe omgeving geboren. De parkwachters , deze jongens, gaan ze regelmatig voeren met bananen en mangoo´s. Ik heb bij het ingaan van het park inmiddels een hippokop boven water gezien. De jongens verzekeren ons dat we er aan de andere kant van het park vele zullen gaan zien. Twee andere wachters zullen ons daar opwachten. Met moeite slepen we de kiel over de bar aan het eind van de kreek en komen weer in iets dieper water. We speuren de oevers af naar krokodillen en het water naar hippo´s, maar voorlopig zien we niets van dit al. Dat is niet nodig want de vegetatie op de oevers en de talloze prachtig gekleurde water- en landvogels zijn al een avontuur uit een andere wereld op zich. Aan de oostzijde van het park aangekomen komt inderdaad het volgende moterbootje op ons af. Hippo´s? Ja man, heel veel. Wanneer wil je ze zien, wij kunnen je gidsen. De beste tijd schijnt met laag water te zijn. Op afstand hebben we de hippo´s inmiddels ontdekt. Maar de nijlpaarden laten allen hun hoofden boven water zien. De massa eronder blijft verborgen in het bruine water. We maken een afspraak met de jongens. Op de terugweg komen we hier ankeren en zullen met hun bootje met laag water de hippo´s gaan bezoeken.

GEORGETOWN

Vandaag moteren we door tot JanJanbureh, de ander naam voor Georgetown. We zijn 292 km rivieropwaarts. We kunnen niet verder. Vorig jaar is een electriciteitskabel over de rivier opgehangen. Niemand weet de hoogte. Maar die is in het midden zeker niet meer dan 14 m1. Jachten kunnen niet meer verder. Toekomstvisie is een onbekend fenomeen in Gambia. Onze ankerplaats is juist voor de oversteekplaats van de twee kleine veerpondjes. Deze maken de verbinding tussen JanJanbureh op het eiland en de vaste wal. Op de oever blijven kinderen en volwassenen naar ons roepen. De ankerbodem is slecht. Tot onze verbazing rotsachtig hier. Wij ankeren opnieuw aan de eilandkant van de rivier. Rob is inmiddels aan wal op de andere oever en meteen omringt door de plaatselijke bevolking. Bij ons is het nog rustig. Twee jongentjes staan voortdurend te roepen. Dus ga ik met de dingy, gewapend met twee schriftjes en pennen aan wal. Ze zijn 9 en 11 jaar, gaan naar school, en spreken goed Engels. Ze willen natuurlijk aan boord, dus neem ik ze mee en Riet voorziet ze van een glas appelsientje. Uiterst beleefd dankjewel. We willen nu er zoet water in de rivier zit, eindelijk de boot schoonmaken. Dus zet ik ze weer op de wal. De boot is bedekt met zout en fijn bruin Afrikaans stof. De schoten en vallen kun je rechtop zetten! Dit wordt een meerdaagse schoonmaakoperatie. Je moet de tijdstippen in de vroege morgen en late namiddag plannen. Van 11.00 tot 16.30 is het veel te heet. We schatten de buitentemperatuur in de zon dan zeker tot boven de 40gr. In de boot is het eind van de dag 35 gr….. Riet gaan met Rob boodschappen doen en ziet hoe een net uit de gevangenis ontsnapte dief wordt achtervolgd tot op de veerpont en meteen opnieuw de boeien om zijn polsen krijgt!

BOODSCHAPPEN

De volgende morgen ga ik met Rob opnieuw aan de wal. Je ontkomt er niet aan hulp te accepteren van hulpvaardige mensen. De motivatie is tweeërlei. Ze hebben niets anders te doen en zijn nieuwsgierig. In de tweede plaats kunnen ze er misschien materieel iets op vooruit gaan. Als Rob en ik op de wal zijn, en de twee kleine jongens van gisteren op de dingy passen, roepen ze onafgebroken naar Riet MISS,MISS, money, money. Ze willen over komen roeien met de dingy, maar wanneer strenge Riet dat verbiedt geven ze op. Rob en ik doen inmiddels boodschappen met een jongen en een volwassen man als begeleiders. Rob kan niemand wegsturen dus hij heeft altijd een wolk van begeleiders om zich heen. We hebben weinig geld meer en JanJanbureh is eigenlijk maar een dorp van 500 inwoners waar geen bank is. En zeker geen door Rob beoogde pin machine, maar misschien wel de mogelijkheid om gasflessen te wisselen. Als je op een veronderstellende manier iets aan iemand vraagt zal het antwoord altijd positief zijn. Wellicht kunnen ze met je mee??. Na Robs vraag schijnt er dan ook een bank te zijn in Kantour. Hoe kunnen we daar komen? Met een taxi. We staan enige tijd zinloos te wachten voor een pont en uiteindelijk geven we het op.
Georgetown was een belangrijk verzamelpunt voor slaven die in het achterland gevangen werden. De ruïne van de gevangenis voor de weerbarstige slaven staat er nog. Er is geen enkele wrok tegen de blanken over dit zwarte stukje zwarte geschiedenis. Het was verkeerd, maar onze stammen hadden zelf ook al slaven zeggen ze. Die stammen zijn hier veel belangrijker dan wij beseften. In Gambia zijn er 7. De twee belangrijkste zijn: Madinkas en Wolofs. Ofschoon alles in vrede naast elkaar leeft, krijgen we steeds meer kleine kleine dingen te horen over onderlinge wrijving. Deels uit frustratie met de eigen situatie. Maar als de president een Wolof is zijn natuurlijk alle belangrijke posten en banen binnen de stam uitgedeeld. Van ontwikkelde Gambianen krijgen we duidelijk te horen dat de macht bij de president ligt en niet bij het parlement. Maar van welke stam is de persoon die dit aan je verteld? Het blijft moeilijk een goed beeld te krijgen. De president zegt: “Vriendelijk zijn voor alle toeristen”, dat is goed voor jezelf en het land! Dat brengt iedereen in de praktijk en verwacht vervolgens een materiele beloning.

NEDERLANDS SUCCES

Het bekende riedeltje klinkt hier en daar : “Hoe heet je”, “Van welk land”, “Mijn naam is….”, Overal horen we dat. Maar als ze dat in JanJanbureh vragen, wordt daarna enthousiast gewezen naar de twee veerpontjes, die het eiland met het vasteland verbinden. Ontwikkelingshulp uit Nederland. From Greuningen zeggen ze. Ik heb inmiddels op de lokale markt wat groente en fruit kunnen kopen. Vervolgens vraag je je af waarom hier in elk winkeltje eieren uit Nederland verkocht worden? Terwijl er toch in elke compound kippen te houden zijn. Waarom moeten de eieren van zo ver komen? In Serakunda zien we ook allerlei Nederlandse producten. Bintjes, kippenpoten in de diepvries. Is dit een dumping van onze overschoten ? Ontwikkelingshulp? Of hebben een paar figuren een gouden handel? We komen er niet achter. De handel in oude auto’s, hoofdzakelijk oude Mercedessen voor taxi en minibusjes voor het groepsvervoer is enorm. In Serakunda hebben we ook een winkel “Amsterdam inport en export” gezien. …De fietsen, opgeraapt van de grachten, zijn in alle maten en kleuren te koop.

VOGELLODGE


Laat in de middag besluiten we voor een betere ankerplek alvast de rivier 2 km.terug af te zakken. Er schijnt daar een lodge te zijn waar toeristen komen om vogelontdekkingstochten te maken. Wij hebben weinig verstand van vogelmodellen, maar inmiddels wel ontdekt dat er ongelofelijk veel soorten zijn in alle mogelijke kleuren. Door hier en daar wat te vragen weten we inmiddels dat de grote roofvogels die rondcirkelen arenden zijn. Verder zijn er grote gieren, allerlei gekleurde zwaluwen, kanaries e.d. in felle kleuren en de prachtige kobaltblauwe langstaarten. We bezoeken de lodge en ontmoeten de Engelse eigenaar. Ook hier weer een buitenlands initiatief dus. Via het internet worden de klanten gevonden. De situatie dat we geen lokaal geld hebben is ongewijzigd en we kunnen dus alleen koffie drinken in de lodge. Geld voor het restaurant hebben we niet meer! Rob voelt zich hier wat ongelukkig bij, maar wij troosten ons met de gedachte dat we nog voldoende voorraden aan boord hebben. Bovendien hebben we de broodmachine. Water moeten we nu wel zuinig mee zijn. Ik durf het niet aan in dit erg zanderige water de watermaker te draaien! Maar omdat we nu zo ver stroomopwaarts zijn is het water zoet. Dus kunnen we ons er mee wassen en afkoelen. Het is, zoals gezegd, tussen 14.00 en 18.00 te warm om iets te doen. En vaak moeten we ons, om af te koelen, overgieten met emmers water! We spoelen dan het dek van de boot ook mee, omdat je daar anders je voeten aan verbrandt. Toch is het aan het eind van de middag in de boot zo’n 35 gr. C. De volgende morgen wandelen we door de jungle naar de andere kant van het eiland. Voordat het te warm wordt zijn we weer terug op de boten. Morgen willen we de rivier terug af gaan zakken.
21 december 2008
Gelukkig hoefden we vanmorgen niet vroeg weg voor het tij. Vannacht is er een kleine ramp gebeurd! Als ik opsta ligt er een kano met een zwijgende man naast de boot. Eerst denk ik dat hij vis wil verkopen.

GEVANGEN IN NET

Maar al spoedig zie ik dat zijn visnet rond de boot zit! Hoe kan dat nu? De boot ligt aan ca 40 meter ketting voor anker. Hij heeft zijn net dicht achter de boot uitgezet in de schemering. Vervolgens is in het donker het tij gekeerd. 40meter+40meter is 80 meter, dus is de boot tijdens het draaien van de stroom in het net gekomen. In plaats van dat hij ons gewaarschuwd heeft is hij heel de nacht blijven wachten tot het tij weer zou keren. Helaas draaide deze keer nu de boot in de andere richting rond zijn as. Daardoor zit het net nu twee keer rond de boot en hopeloos vast aan roeren en kiel en misschien schroef. Enorm stom van hem om dat net zo dichtbij uit te zetten. Maar ook een strop. We proberen het net zo voorzichtig mogelijk te ontwarren, wat gedeeltelijk lukt. Maar een ander deel zit vast onder de scheggen van de roeren, dus hij moet hier en daar toch snijden. Wij zijn bang dat er iets in de buurt van de schroef blijft zitten, want in dit modderwater te moeten gaan duiken lijkt geen leuk vooruitzicht, zeker als je weet dat er ook krokodillen zitten! Hij kan geen woord Engels of Frans. Deze vissers komen uit Senegal. Ze vestigen zich langs de oevers van de rivier om een nieuw bestaan op te bouwen, hebben we gehoord. Het is blijkbaar een illegale activiteit, maar het wordt toegestaan. Paspoorten of zo bestaan niet, dus ja wie komt nu uiteindelijk van waar? Goed, als hij weg is met een enorme herstelklus voor zijn vrouw ga ik nog met de verlengde grote vishaak vanuit de dingy op zoek naar netresten. Ik vind niets meer aan de roeren, maar bij de schroef kan ik net niet komen. Motor aan. Stationair vooruit. Een zacht getik. Waarschijnlijk van een netkurk. Maar de schroef blijft draaien, achteruit ook! Opgelucht halen we adem. Om twaalf uur zijn we op weg. Zeilend en moterend komen we eind van de middag aan bij de grens van het nationale park waar het anker er weer in gaat. De parkwachters die ons de volgende morgen opzoeken zijn niet die van vorige keer.

HOEZO TOEGANGSBILJET?

Nieuwe afspraken worden gemaakt. Maar de jongens willen nu geld hebben voor de benzine van de buitenboordmotor. Een buitenkansje voor hen, salarisaanvulling natuurlijk. We hebben wel geld voor de toegangskaartjes gereserveerd, maar niet voor 250 dalaris benzine. Op hun voorstel als volgt opgelost. Entree zonder toegangskaartjes! De 300 kunnen we betalen voor de benzine en verdwijnt in hun eigen zak. O.K. Op weg met het bootje naar de hippo’s. Inderdaad krijgen we de hippo’s die we heel de nacht al hoorden, nu te zien. Maar ze lopen over de bodem dus je ziet nog steeds alleen de koppen! We zien ook nog het dagkamp van de jongens waar ook weer chimps opgevoed worden. Terug in de boot bieden we ze een kop koffie aan. Nu krijgen we veel te horen. Het nationale park was van een Duitser. Opnieuw een buitenlands initiatief dus! Door overlijden is het overgegaan in handen van zijn vrouw. Nu heeft de regering inmiddels recht op 50% van de opbrengst (de President dus). En vanuit Duitsland of Amerika worden de salarissen van de parkwachters en het voer voor de apen betaald.

De Parkwachters en Rob en Henk

Nou ja, als de gidsen op deze manier aan iedereen tickets verkopen zal de president er voorlopig ook niet veel beter van worden. De jongens zitten wel lekker bij ons aan boord. Maar we willen de boot weer schoonspoelen nu we nog in zoet water zitten, dus nemen we na uitwisselen van adressen afscheid. Een paar uur later is het tij gekeerd en vervolgen we onze weg.
Wat doe je met Kerstfeest op een tropische rivier waar het in de loop van de middag 35 graden in de boot is en buiten boven de 40?

DE RODE ROTS

We liggen voor anker bij een rode rots. Een van de hoogste bergen van Gambia, hoogte 40 meter! De avond na de aankomst klimmen Rob en ik voor zonsondergang naar boven. Omringd door een kinderhorde. Het dorp blijkt 2 km. van de rivier te liggen. Er is één meisje wat Engels kan in het groepje. Ze vraagt of we pennen voor de schoolkinderen hebben. We kunnen het dorpje vanaf de rots zien en beloven de volgende morgen te komen. Het uitzicht op de rivier is geweldig. Maar de kinderen vragen alle aandacht. Ze hebben de fototoestellen ontdekt en willen allemaal een foto nemen. Terwijl de koeien regelmatig in de rivier komen afkoelen en drinken zijn de moeders beneden in de rivier de was aan het doen. De volgende morgen wandelen we door de droge velden naar het dorp. De pindaoogst wordt binnengehaald. Overal wordt enthousiast gezwaaid en geroepen. Natuurlijk hebben we al begeleiding van een paar kinderen. In het dorp aangekomen nemen de kinderen ons mee naar wat waarschijnlijk hun compound is. De huisjes van de compound bestaan uit een vierkant van 4x4 meter wat gevormd wordt door 4 muren. Deze zijn van rechthoekige zandsteenblokken die opeengestapeld zijn met klei. Het dak met grote overstekken is piramidevormig. Houten sparren afgedekt met een laag palmbladeren. We worden door de leider van de compound ontvangen. Hij zit in het midden op een kleed en is pinda’s aan het eten. Wij krijgen er ook aangeboden en we kunnen gaan zitten. Na het groeten verstomd het gesprek want noch een van de vrouwen, kinderen of hijzelf spreekt Engels. De vrouwen hebben weer prachtig gekleurde jurken aan en bekijken ons zonder gene van alle kanten. Dan komt er een jongen aan van een andere compound die ons rond wil leiden in het dorp. We twijfelen een beetje hoe we de verdeling van de pennen en schriften aan gaan pakken. Want als we dat hier doen blijft het overgrote deel wellicht alleen bij deze familie. Gelukkig komt dan het Engels sprekende meisje aan wat we gisteren ontmoet hebben. We vragen haar de schriftjes uit te delen aan de kinderen die naar het dorpsschooltje gaan. De jongen neemt ons nu mee voor de rondleiding en door vragen komen we aardig wat te weten. Het dorp heeft ca 400 inwoners. Die zijn verdeeld over een 20 compounds. De mannen in compound hebben 2 tot 6 vrouwen. Dat hangt af van hoe welvarend je bent. Want voor iedere vrouw betaalt hij een bruidschat aan de compound waaruit ze afkomstig is. Ook moet voor iedere vrouw een hut gebouwd worden. Een dure aangelegenheid dus. Vervolgens krijgen we de watervoorziening te zien van het dorp. De bron met de twee uiterst effectieve handpompen is aangelegd door de regering zegt hij. Vrouwen in prachtige gewaden met kinderen in doek op de rug gebonden staan aan de pompen te zwengelen om hun water te tappen.

BURGEMEESTER

We worden voorgesteld aan een oude man. Dit is het dorpshoofd. De jongen legt uit dat hij verantwoordelijk is voor recht en orde, beheer van gemeenschappelijke bezittingen, zoals een oude automotor met opgebouwde vermaaltrechter voor mais e.d. Hij is ook verantwoordelijk voor contacten en verdeling van hulp van de overheid. Ofschoon de jongen zegt dat het prima is dat we foto’s nemen zien we vele, vooral mannen, minder blij kijken. Ze gaan direct naar binnen. Vrouwen en kinderen schijnen het eerder prachtig te vinden. Uiteindelijk belanden we bij de jongen zijn eigen compound. Hij is de oudste zoon van de eerste vrouw. Daardoor is hij de toekomstige leider van de compound. Dat is een grote verantwoording. Al het geld wat de compound kan sparen wordt in zijn opleiding gestoken. Dit heeft ook een grote invloed op de ontwikkeling van de andere kinderen. Het basisonderwijs is gratis, maar de leermiddelen moet men zelf betalen. Hoe de keuze tot stand komt komen we niet aan de weet, maar lang niet alle kinderen krijgen basisonderwijs. Alleen de oudste zoon krijgt voortgezet onderwijs en wanneer de compound de middelen bij elkaar krijgt ook hoger onderwijs. Sommigen hebben een sponsor voor de studie in het buitenland. Er is (g)een universiteit in Gambia. Als je universitair studeert zoek je de verschillende professoren thuis op. Dat betekent in de praktijk: rondreizen door het land. Als we rondgekeken hebben in de compound komen een paar vrouwen met een jongen aan die een lelijke wond aan de hand heeft. Niet ontsmet, dus aan het zweren. Hand en onderarm dik. We hebben antibiotica aan boord en beloven dit s’middags te brengen. Ze leggen uit dat ze wel naar een medische post kunnen voor een recept maar geen geld hebben om de medicijnen in de apotheek te kopen. We zijn erg onder de indruk van al deze impressies. Onder de daken van de rieten hutjes (je ziet hier nog geen roestige golfplaten) is ook de harde wereld waarin je moet zien te overleven, aanwezig.





Rond het dorp aan de rivier

ZONDER GELD

Rob heeft een probleem. Hij wordt uitgenodigd om bij een familie te komen eten. Moreel kan hij dat niet want hij heeft geen geld om wat terug te doen. Dus zint hij op nieuwe mogelijkheden om aan zijn geld te komen. De ellende is dat als je iets aan iemand vraagt, je altijd een bevestigend antwoord krijgt. Ook als ze het niet weten. Het lijkt wel of ze bang zijn je teleur te stellen. In ieder geval gaat Rob s’-middags om 15.30, gewapend met onze laatste 65 dalasi, op weg naar een pinautomaat. Of er in Farrafenni een bank met pinautomaat is? Ja, die zou er wel zijn. Eind van de middag is Rob in Farrafenni, waar wel een bankgebouwtje in aanbouw is, maar zeker geen pinautomaat. Hij is nu kwaad op zijn gids. Krijgt uiteindelijk het geld van de autobenzine terug om de bus terug te nemen. Maar de bus stop 5 km. van onze ankerplaats. De tocht naar de rivier is in het donker niet te doen en gevaarlijk. Maar er zijn weer al een paar gidsen die met hem teruglopen door de jungle. Zo zien we Rob s’-avonds laat weer terugkomen met nog steeds geen geld. Hij heeft nu nog het plan een 2-daagse reis te ondernemen naar Banjul. We ontraden hem dit ten zeerste omdat we de volgende dag willen vertrekken en die busreis best 2-3 dagen kan gaan duren. Hij is het wel met ons eens en probeert een paar dagen te leven zonder geld. Wij hebben een ander idee gekregen. Morgen is het eerste kerstdag. We denken dat het leuk is om voor de kinderen die zich elke dag op de rivieroever vermaken pannenkoeken te gaan bakken. Gewapend met de koekenpan, 2 (onze laatste) eieren, meel, melk, boter, zout en suiker gaan we aan wal. Eerst is er wat onbegrip, maar zodra de driepoot van stenen gemaakt is en ik wat hout sprokkel voor het vuurtje wordt het duidelijk. Twee jongens, blijken later volwassen mannen, nemen deze taak direct over. Riet maakt het beslag en het feest kan beginnen. De kinderen vinden het prachtig en de moeders die natuurlijk weer aan het wassen zijn in de rivier, komen kijken en stralen. Af en toe wordt het geheel opgevrolijkt door een kudde koeien die komt baden in de rivier. Het kerststalletje is compleet. De mannen zorgen er voor dat de kinderen netjes op beurt hun pannenkoek krijgen. Rob en ik voorzien ze van suiker. Oppassen! Niet met je linker hand aanraken. We zijn in een islamitisch land, er wordt met de hand gegeten, maar alleen met rechts. Na de kinderen zijn de moeders aan bod. Daarna ontstaan er spontane dansen, de kinderen zingen, en een emmer wordt tam-tam. Prachtig kerstfeest!
26 december 2008
We hebben geluk, als het om kwart voor zeven licht is gaat de stoom precies de goede richting uitlopen. We zijn op weg naar Banjul. We hebben nog 160 km. voor de boeg. Dat moeten we in drie dagen kunnen doen. Eenmaal voor anker in Banjul moeten we diesel in de twee boten zien te krijgen. Dat wordt een hele operatie. Onderhandelen over de prijs. Daarna het transport per auto naar de kade en vervolgens met de dingy’s naar de voor anker liggende boten. Onze jerrycan’s worden aangevuld met een aantal van de pomphouder. Toch moet de auto drie keer rijden met drie man op de voorbank en de met diesel besmeurde can;s op de achterbank. Maar auto’s zijn hier geen heilige koeien. Gestapeld in containers komen gebutst en gedeukt uit Hamburg en Rotterdam. De betaling voor de diesel is een soort Monopoly. Het grootste Gambiaanse biljet is ca. 4 euro waard. Er moet met de visakaart 7 keer gepind worden voor een enorm pak biljetten in de rugzak. Geen winkel, restaurant of pomp accepteert een kaart. Aan het eind van de dieseloperatie ontstaat er helaas/ natuurlijk een verschil van mening over de betaling. Steeds meer mensen zijn ingeschakeld voor hulpdiensten, maar we hebben een prijs afgesproken, en daar blijven we bij. Dat levert een hoop vervelend gedoe op, waardoor we het behoorlijk beu zijn in Banjul, Riet wil er nooit meer naar toe!
30 december 2008
We liggen weer voor anker in de vertrouwde ankerkreek van Lamin Lodge. Inkopen doen in Serakunda voor de oversteek. Supermarkt gevonden. Natdat we weten wat het eindbedrag is, weer naar de bank om geld in de rugzak te pinnen. Uiteindelijk komt alles aan boord. Op oude jaarsdag liggen twee Nederlandse, twee Engelse en een Australische boot voor anker in Lamin Kreek. Met een prima verzorgd etentje vieren we gezamenlijk oud-en nieuw in de Lodge.

Van 2008 naar 2009!
1 januari 2009
In het nieuwe jaar gaan straks alle boten weer hun eigen weg. Rob gaat op weg naar Zuidafrika. Ascencion en ST.Helena zijn voor hem de volgende doelen. De Rhythme of Life gaat de Gambiarivier op. Wij maken ons klaar voor de oversteek naar BRAZILIË!!

maandag 8 december 2008

KAAPVERDEN


De route

De max sea kaart


10 november 2008Het is zover. Om 12.00 hebben we diesel getankt, zelfs 2 extra can’s van 0 liter. Totaal aantal liters inclusief opvoertank bedraagt nu 500. Angela en Henk van de Mi Dushi hebben nog een bakje koffie bij ons gedronken. De spanning voor het vertrek zit er inderdaad in, beaam ik op Henk’s vraag. Hij heeft dat ook altijd en we zijn het er over eens dat je daar na vertrek, al doende wat je moet doen, wel vanaf komt. Vanaf woensdag zullen we proberen radiocontact te leggen met een aantal andere Nederlandse vertrekkers. De Senang is gisteren voor een laatste tussenstop naar El Hierro vertrokken. Wij gaan rechtstreeks. Het verlaten van de haven van San Sebastian begint met het vrijslepen van een Frans jacht, wat met defecte motor vast zit in de ring van gele boeitjes van de haveninvaart. Ze willen naar open zee om de zeilen te kunnen zetten. Zodra we buiten zijn gooien we de sleeplijn los. Ze willen blijkbaar terugzeilen naar Tenerife voor mechanische hulp. Wij moteren door naar het zuiden om uit de windvrije zuidzone van Gomera te komen. Na een half uurtje voelen we de oostenwind beginnen, de zeilen gaan er op, we zijn op weg.

WINDGRIBS

De barometer staat op 1022 en we zeilen met een lichte wind weg van Gomera. Eind van de dag zijn er wat tekenen aan de lucht die op meer wind wijzen. Maar gaan die Zeeuwse gezegdes hier voor de Afrikaanse kust ook op? “Ring rond de zon: regen in de ton”, “Ring rond de maan : wind op de baan”, “Maan in z’n nist: morgen regent dat pist”. Bij zonsondergang waren bovendien wat te wilde rode en gele kleuren aan de westelijk hemel te zien. De windgribs van vanmorgen geven gedurende de komende dagen meestal een gemiddelde aan van 15 knoop. Richting tussen oost en noordoost. Zeilersdroom dus. Woendagnacht wordt een uitzondering voorspeld van 20 knoop.

11 november 2008We hebben vannacht met volle maan gezeild. Dat was Riet haar wens voor deze oversteek. Lekker maanlicht in deze lange nachten! Nadeel is dat de sterrenlucht dan dunbevolkt is. In tegenstelling tot de verwachting van de windgribs houdt de wind heel de nacht aan. Als het om 7.30 licht begint te worden zeilen we rustig door met het 1e rif en gedeeltelijk weggerolde genua. Om 12.00 uur hebben we de eerste 160 mijl afgelegd. Via de SSB zender zenden we de positie door naar Anne en halen nieuwe gribs op. Riet is verre van blij wanneer blijkt dat we meer wind gaan krijgen gedurende de eerste vier dagen van de tocht. De Zeeuwse weerspreuken gaan hier dus wel voor een deel op! Niet wat de regen betreft, maar wel wat de wind betreft. De voorspelling is niet dramatisch, als we de gang er in houden zullen we de meeste wind voor blijven.

12 november 2008
Voor de tweede nacht gaat uit voorzorg het 2e rif erin. Daarmee kun je voorkomen dat je tijdens je wacht een ander uit bed moet trommelen. Omdat de wind in de loop van de nacht ruimt, wordt de genua wel afgedekt. Die wordt dus weggerold. Nu varen we duidelijk ondertuigd. De maan is vannacht weer onze beste vriend ofschoon hij zich af en toe met grote ring en gedeeltelijk gesluierd laat zien. Doordat de wind heel de tijd tussen de 20 en 25 knoop staat, moet de stuurautomaat flink aan de bak op deze zeer ruime koers. Een enkele keer klapt een van opzij komende golf tegen het achterste van de zijkant van de boot. Dan beveiligt de automaat zichzelf tegen overbelasting door “eruit te springen”, hij gaat dan piepen en weigert verder dienst. Opnieuw op “auto” drukken en dan doet hij weer wat hij moet doen. Nadat het licht is geworden loopt de wind nog wat op. De golven zijn af en toe indrukwekkend maar we krijgen door de achterlijke wind bijna geen spatje aan dek. Wel stuur ik meer met de hand daar de stuurautomaat van deze koers erg hongerig naar stroom wordt. We hebben geen last van zeeziekte en vandaag is na het inslingeren van de eerste twee dagen mijn eetlust ook weer op peil. Riet heeft zich verzoend met de gewijzigde omstandigheden en zich dapper ingesteld op de realiteit van nu. De 12.00 uursposite wijst uit dat we ondanks de ondertuigde nacht met het 2e rif opnieuw 150 mijl afgelegd hebben. Dus wanneer we de positie naar Anne mailen zijn we positief ingesteld. We zien natuurlijk ook wel het grote voordeel van deze windsnelheid: het snelle opschieten! We beginnen voorzichtig te rekenen. We hebben inmiddels besloten de Kaapverden voor Gambia aan te doen. De nieuwe gribs bevestigen de veronderstelling dat we op tijd vertrokken zijn om de allermeeste wind voor te blijven. Het eerste radiocontact is erg slecht, maar we begrijpen dat de Senang een dag later dan ons vertrokken is en in 30 knoop wind zit. Wij zullen nog tot donderdagmiddag 20 knoop hebben en daarna 15 knoop. Prima vooruitzichten dus.

13 november 2008Ook deze nacht weer maan met een super grote ring. Veel wind maar de zee lijkt wat vlakker. Als het licht wordt gaat de wind regelmatig boven de 25 knoop. De boot doet het lekker met 1 rif. We sturen weer veel met de hand. We slapen goed buiten de wacht. Hebben wel veel verschillende posities uitgeprobeerd! Voorpunt rolt te veel, bewegingen te heftig. Achterkajuit gaat beter maar veel “gegierlawaai” van stuurautomaat. Luchtbed op vloer naast eetbar. Dit probeert Riet uit, het gaat goed, maar het comfort van het luchtbed laat te wensen over. Het beste is uiteindelijk de zit bank in de kajuit. Grote voordeel, je ligt dwarsscheeps waardoor je veel minder last van rollen hebt. Om 12.00 gaat de positie weer naar Anne, opnieuw 160 mijl afgelegd, nou die meegenomen diesel gaan we niet opmaken. Om 17.00 uur is er een geslaagd radiocontact met de haven in San Sebastian. Riet heeft een gesprek met Angela van de Mi Dushi. Ook de Senang is in de lucht. Maar dat gaat er lastig. We kunnen elkaar slecht verstaan. Zou hij voldoende stroom in zijn accu´s hebben? Wel vangen we op dat ze 40 knoop wind gehad hebben! O jee, niet echt leuk en dat met twee kinderen. Wij gooiden altijd een rol biscuit naar ze toe. Na afloop vond je dan de koekrestanten door heel de boot! Maar zo lang volhouden dat is wellicht een opgave. We begrijpen van Angela dat de rest van de Nederlandse vloot zijn vertrek uitgesteld heeft tot zaterdag. Riet geniet van haar eerste goede radiocontact op zee! We zijn over de helft! Zo zouden we in de loop van Zaterdag al aan kunnen komen. Maar we komen langzamerhand in het lichtere weer. Eind van de middag is de wind geminderd naar 15 knoop. Opnieuw de vislijn uit maar zonder succes.

14 november 2008
Voor deze nacht hebben we uiteindelijk voor de volgende tactiek gekozen. We voeren tot nu toe net zo laag dat we nog een halve genua konden bijzetten zonder klapperen. Nu halen we de genua weg en varen 8 graden lager dan nodig. We hopen hiermee morgen een spinnaker koers mee in huis te halen als de zee meer vlak is geworden en de wind 10 knoop of minder. Tot onze verbazing en geluk houden we de hele nacht 12 tot 16 knoop waardoor we voor de wind op alleen het grootzeil toch nog steeds 6 knoop halen. De volgende morgen hebben we enige vliegende vissen aan dek. We zien ze overdag regelmatig voor de boeg uit het water vliegen. Een eindje verder ploppen ze weer weinig elegant in het water om hun vissenbestaan weer op te pikken. We vinden het een heel bijzonder verschijnsel, hun vleugeltjes zijn erg mooi. ’s-Nachts zien ze blijkbaar niet waar ze landen en komen zo af en toe aan dek. Uiteindelijk blijkt de spinaker toch geen optie. De wind komt recht achterop. Met spinaker moeten we te grote afwijkende hoeken varen. Dus wordt het melkmeisje. Grootzeil over stuurboord en de genua uitgeboomd over bakboord. Opeens buigt de vanmorgen vroeg in stelling gebrachte hengel door. Langzaam inhalend komt de buit binnen. Twee dorades tegelijk! Eindelijk toch weer succes. Even komt de wind een paar uur onder de 10 knoop. Het water is nog steeds niet vlak, dus wordt het zeilen met deze wind recht van achter toch echt erg moeilijk. Maar na een poosje hebben we weer 10 tot 13 knoop. Dit is net genoeg om met een gangetje van 5 tot 6 knoop te blijven zeilen.

LAND IN ZICHT

15 november 2008
We zijn de Kaapverden tot 35 mijl genaderd. Maar nog geen land in zicht. Ook geen wolken aan de lucht die een eiland verraden. Het is erg vochtig boven het water. Je ziet hier de wolken geboren worden. De zon brandt op het water, wat verdampt. We moeten de motor bijzetten. Er is te weinig wind, die bovendien recht van achter komt. Twee uur later kan hij weer uit. Uiteindelijk komt er land in zicht als we nog 6 mijl van het eiland Sal verwijderd zijn. We zeilen inmiddels weer. Met alle geluk van de wereld liggen we Zaterdag om 18.00 uur voor anker in de ankerbaai van Ilho del Sal! Een half uur later is het donker. We zijn op de Kaapverden! We hebben vanaf Gomera van de 5 etmalen ( 130 uur) maar 5 uur gemoterd! De dieselvoorraad is dus nog aardig intact gebleven. We hebben een snelle overtocht gehad: 762 mijl in 130 uur is zo’n 6 knoop per uur.
Het eiland Sal is een van de drie in-en uitklaringsplekken van de Kaap Verden. We liggen hier met zo’n 25 boten voor anker, maar er is plek genoeg.

EUROPA UIT

Uit het kleine café aan de haven, een houten barak met de bekende verzinkte, half roestige golfplaten, klinkt onafgebroken Afrikaanse muziek, ondersteunt met veel tam/tam geluiden. Over de kade slenteren een groepje jongens doelloos rond. Onder het afdak van het café zitten een paar mannen bier te drinken. Een vrouw komt voorbij met een fel gekleurde plastic teil, waaruit de staart van een vis de lucht in steekt.

Visje op je hoofd

Je bent hier echt Europa uit! Deze wereld is Afrikaans! Totaal anders en niet te vergelijken met de Spaanse Canarisch. Niets hoeft hier en alles gaat langzaam. Wanneer een kleine vissersboot aan de kade afmeert ontstaat even wat commotie. Een truck rijdt het havenplateau op.

Vis op de kade
Vanuit de roeiboot worden tonijnen opgegooid in de bak van de truck. Nooit geweten dat zoveel tonijn van gemiddeld 80 cm. lang in een roeiboot kunnen! Afwijkende vissen en wat onder de maat is wordt uitgedeeld aan de armste toeschouwers.

QUOTUM KONTROLE

Een vrouw telt de opgegooide vissen mee en schrijft de aantallen op een voorgedrukte lijst. Even later is alles weer tot rust gekomen en staan 10 mannen te kijken naar 1 man die onverstoorbaar netten zit te boeten op de kade. Tot iedereen weer een blik gaat werpen op een nog kleinere roeiboot die binnen komt. Daar liggen maar een 8 tal vissen in. Maar daarmee is hij dan ook vol. Want dit zijn de echt grote exemplaren. Tot over de 2 meter! Deze worden voor de vrouw met het schrijfblok opgemeten en door haar genoteerd. Aan het eind van de middag komt de stemming er in. Het bier is verwisseld voor de plaatselijk gestookte rum. Het leven van deze vissers lijkt te bestaan uit 3 delen. S’-morgens vroeg, net voor het licht wordt uitvaren. Begin van de middag de gevangen vis aanlanden. Eind van de middag bier en rum.

Op straat in Sal

Roes uitslapen en de volgende morgen opnieuw. Maar er is hier ook een andere wereld ontstaan sinds de aanleg van het vliegveld. Op onze ankerplaats liggen ook 3 boten die met groepen toeristen varen. Aan de zuidoostkant van het eiland is een vakantiedorp gebouwd. Maar door de Atlantische swell is het niet mogelijk de toeristen daar met droge voeten aan boord te nemen. Dus liggen de boten hier voor anker. Met auto’s worden de groepen dagelijks vanuit het resort naar deze ankerplaats gebracht. Daarna gaan ze met kleine boten vanaf de kade naar de “funboten”. Met veel harde muziek aan dek vaart het spul dan uit. Als we een paar dagen later voor anker liggen aan de zuidkant van het eiland zien we ze elke middag komen ankeren. Vanaf hun ankerplaats hebben ze uitzicht op hun eigen vakantiedorp! Na een paar uur gaan ze weer terug.

21-11-2008
We rollen de genua uit om wederom met de noordoosten wind mee een eiland verder te gaan. Het vistuig wordt weer uitgegooid. Halverwege… beet! Een goudmakreel? We zullen het nooit weten. Want op het moment dat ik de hengel wil pakken bijt een grotere vis in de gevangen kleine. Een enorme zwieperd aan de hengel, nog even zien we een enorm stuk staart. Vis met lijn afgebeten! Hé, wij willen alleen de kleine! Een kleine 30 mijl zuidelijker vinden we aan de noordwestkust van het eiland Boavista een prachtige beschutte ankerplaats. Beschermd door een rif in het noorden, een eilandje in het westen en zandstranden met duinen van Boavista aan onze oostzijde, liggen we swell-vrij in 3 tot 4 meter diep water. Door de witte zandbodem is de waterkleur helderblauw. We laten ons anker vallen naast de Laaxum. Een tijd geleden dat we elkaar zagen, dus ervaringen uitwisselen in de kuip van onze Nederlandse buren. Ze hebben 2 dochtertjes aan boord, van 4 en 2 jaar oud. Het zal voorlopig de laatste keer zijn dat we hen zien want de Laaxum gaat westwaarts naar de Carib en wij nog wat zuidelijker en daarna Oostwaarts naar Gambia. Onderweg heeft Riet dagelijks nog meegedaan aan het Nederlandse radio-onderonsje. Zo hebben we de boten die na ons van de Canarisch vertrokken nog kunnen volgen. Maar nu vallen deze contacten weg omdat vrijwel iedereen afbuigt naar de Carieb. Van de Nederlandse boten gaat alleen de Rytme of Life onze kant op. Maar die hebben een latere planning. Misschien zien we ze in Brazilië weer?

RESORTS

Het is prachtig op Porto Sal Rei Bonavista. En dat hebben inmiddels de reisburo’s ook gezien. Vanaf onze ankerplek strekken de prachtig witte zandstranden en duinen zich uit langs de kustlijn. Daarin zijn twee grote onderbrekingen te vinden. Groots opgezette vakantieparken. Zodra een eiland een vliegveld heeft ontstaat dat. De tegenstelling tussen het oude dorp en de resorten is wel erg groot. In het dorp proberen de vrouwen van de vissers onder de bomen langs het strand een beetje koelte te vinden. Dat is zeker nodig voor de te verkopen vis. Want alles gaat zonder ijs of koeling. Van de enorme tonijnen worden ter plaatse de kilo’s zware biefstukken gesneden. Voordat er gesneden kan worden moet eerst een leger vliegen verjaagd worden. Af en toe komt een visser van het strand aangelopen met een enorme vis, die dan weer op het gemetselde muurtje tussen het stand en de dorpsstraat gekwakt wordt.
2
Riet aan het winkelen

Ook in dit dorp is het aantal cafés weer enorm. Hier lopen ook toeristen rond die uit de resorts een uitje maken. We komen in gesprek met een Antwerp’s paar. Tussen het resort, waar 1500 mensen vakantie vieren, en het dorp is het strand veilig. Ze worden in het hotel gewaarschuwd niet ten westen van het resort, de natuur in dus, te gaan wandelen. Daar kun je overvallen en zonder bezittingen achtergelaten worden. De vakantiegangers lijken bijna opgesloten te zitten in het resort. Het dorp zelf is wel veilig. Iedere auto is een taxi. Truckjes met op de open bak twee houten bankjes. Er is een tweede Nederlandse boot voor anker gekomen. De helft van de voor anker liggende boten is nu Nederlands! De Senang hebben we de laatste tijd regelmatig gezien. Net als de Laaxum met twee kinderen aan boord. Ze krijgen volgens schema elke morgen onderwijs van Ma en Pa. De kinderen van de Laxuum zijn daar nog niet aan toe. Scharrellen in zwemvest en luier over het dek. Op de ankerplek en langs de kust van het tegenover ons liggende eilandje is zwemmen en snorkelen geweldig. Met een watertemperatuur van 25 graden zelfs voor ons wel even uit te houden. We hebben voor het eerst zeeschildpadden gezien. Het toerisme wordt hier blijkbaar veel ontwikkeld door Italianen. Zo vinden we in de nieuwe aanbouw van het dorp een echte pizzeria en een Italiaanse bakker. Deze hele wijk is hier het laatste jaar gebouwd. De veranderingen gaan erg hard.

27 november 2008
We verlaten ons geweldige ankerplekje op Boavista. Er is vanmorgen weinig wind en veel golven en deining. Daardoor kunnen we de eerste uren niet zeilen. Het wordt een dag van belevenissen. Eerst zien we branding op 5 mijl afstand. We denken even aan walvissen. Maar het wilde water blijft op dezelfde plaats. Bij nadere bestudering van de kaart blijkt er enige meters onder water nog een verdwaalde rots te zitten. Nul voor kaartlezen dus!!!! Als er wind komt gaat de spinaker erop. Er komt nog meer wind denken we, dus er weer af. Helaas heb ik het koord waarmee de slurf dichtgetrokken wordt niet goed vastgemaakt. Waait weg, spinaker wordt op de val gestreken, maar beland tegen onze zin in het water. Na een gedoe van een half uur het ding nat en gelukkig met maar kleine schade binnenboord getrokken. Dan maar vissen. Geen enkele beet! Totdat we de volgende ankerbaai bijna bereikt hebben. Ik roep nog “beet”!!! De koolstof hengel buigt enorm, hij komt terug. Achterom kijkend, een zilveren flits uit het water, gevolgd door een plons. Dan met een enorme klap verdwijnt de hengel in het water! Even later realiseren we ons dat hij is gebroken! Precies op de plaats waar de molen bevestigd is. Zou de vis er nog aanzitten? Jammer of gelukkig niet. We realiseren ons dat we de strijd aan zullen moeten gaan met grover materiaal. Volgende keer gaat de gekochte 150 kg. breeksterkte lijn op een haspel met veervoorslag!

Gebroken hengel

Na deze beladen dag gaat de pin er net voor donker in bij Porto Maio. We zijn vertrokken toen het licht werd, maar de dagen zijn kort. Het is maar 12 uur licht. We hebben in die 12 uur ondanks alle perikelen wel 70 mijl afgelegd. We zijn hier het enige jacht. Er staat nog al wat swell in de baai. De pier biedt weinig beschutting. Het water komt er onder door want hij is op palen gebouwd. Toch slapen we goed maar het lijkt geen eenvoudige klus om door de hoge branding op het strand te komen. Helaas hebben we deze haven opgegeven als doel en moeten dus eigenlijk vertrekken met de nodige stempels. Gelukkig wordt daar later op Santiago niet moeilijk over gedaan.

SANTIAGO

De oversteek naar Santiago is vanaf hier maar 24 mijl. Maar vanaf Boavista meestal net te veel voor een dagtocht. Vandaag hebben we alle tijd, dus rustig zeilen we voor de wind naar de overkant. In Santiago aangekomen vinden we nog 3 andere boten voor anker. Bij het inklaren worden we door de politie gewaarschuwd voor criminaliteit en vooral goed op de boot te passen. Maar je bent wel verplicht om samen naar ze toe te gaan, waarbij je dus begint met de boot onbeheerd achter te laten. Maar we hebben vooraf al toezicht-afspraken met de ankerende buren gemaakt. Het aanlanden met de dingy lijkt een veilig gebeuren. In de hoek van de vissershaven staan jongens (boatboys) gereed om tegen vergoeding van een 1 of 2 euro je bootje te bewaken als je naar de stad bent. Naar de stad is best een aardig tippeltje. In het donker ook erg verlaten hier en daar. Dus als we in het donker teruggaan nemen we een taxi. De visverkoop op de kade en de markt in de stad zijn een prachtige belevenis.

Vismarkt Santiago

De stad heeft ook gezellige pleinen. Maar je moet wel op blijven letten voor kleine criminaliteit. Een jongen probeert mij onder bedreiging van een scheermesje de boodschappen afhandig te maken. Pas na een nadrukkelijke toespraak in rond Zeeuws kiest hij het hazenpad. Maar je moet er niet aan denken als dat soort jongens in groepjes gaat opereren. De tegenstelling tussen arm en rijk is hier ook wel weer erg groot! 2 jongens gekleed volgens de mode uit de laatste videoclip zitten met de laptop te internetten op de WIFI zone in het stadspark. Naast hun bankje haalt een oude vrouw de vuilnisbakken leeg om wat van haar gading te vinden. Wij eten s’avonds op het terras een heerlijke tonijnbiefstuk. Je krijgt het kant en klaar op je bord en ziet dus het voortraject niet wat we van de kade´s kennen. Naast ons zit een vrouw die alle talen lijkt te spreken. We komen wat over de stad te weten daar ze Vlaams kan. Maar of het erg betrouwbaar is weten we niet. Naast haar staat de pillenpot van haar psychiater. Ze is dochter van een Belgische tandarts en een Kaapverdische moeder. De keus van de tandarts lijkt erg begrijpelijk want ook wij constateren dat er veel prachtige Kaapverdische vrouwen zijn. Maar blijkbaar heeft het Brussel-Santiago bestaan de dochter niet tot de meest evenwichtige persoonlijkheid gemaakt. Terug met de taxi.

VERTREKKEN?

Na enige dagen van klussen en bezoekjes aan de stad beginnen de gedachten ook naar het volgende traject uit te gaan. Dus maar eens windgribs ophalen. Via de zender is het zoals gewoonlijk in een haven geen succes. Dus zitten we ’s-middags weer in het internet cybercafe op het centrale plein. Tot onze schrik de eerst komende week alleen oostenwind! Daar Gambia in oostelijke richting is zitten we daar niet op te wachten. We hebben ook een mail naar de Nederlandse ambassade gestuurd in Dakar gestuurd. We vroegen of het reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken van mei 2008 nog steeds gold. Verder naar de dieselprijs en eventuele verdere aandachtspunten of tips. Een flauw mailtje terug.”Het laatste reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken is altijd geldig. De dieselprijs weten we niet. Als we verder nog wat willen is hier het mailadres van het consulaat in Banjul”. Zo daar zijn we mooi vanaf dus! We hadden iets meer service voor de Nederlandse belastingbetaler verwacht. Op het mailtje naar het consulaat hebben we bij ons vertrek nog steeds geen antwoord! Terug bij de vissershaven wacht onze bootjongen ons steeds op. We zijn inmiddels privé klant van Lucas. Als iemand anders een hand uitsteekt om een tas aan te pakken, kapt hij die bijna onmiddellijk af. Want die hulp accepteren zou gedeeltelijk afstaan van de fooi betekenen. Een dag later zien we Lucas in een deftig overhemd! Ja hij is jarig, wordt 31! Nou ja bootjongen? Dan is er ook nog Pedro. Die is een jaar of 14 en weet met zijn grote glanzende ogen Riets charme gelijk te winnen. Hij mag de kruimeltjes van Lucas opeten. Hij neemt soms klusjes van Lucas over en krijgt daar minifooitjes voor. We kunnen op korte termijn niet vertrekken want de gribs blijven hardnekkig oost zeggen. Ofschoon de stad best gezellig is moeten we een alternatief bedenken want op deze ankerplek is een probleem!

OPNIEUW ZANDSTOF

We liggen hier goed swell vrij voor anker. Dicht bij de vissershaven waar we aanlanden. Maar de bergwand die voor ons ligt bestaat uit veel stofzand. En om het nog beter te maken is aan de linkerzijde van de havenkom een zanddepot. Daardoor wordt de boot weer langzaam bedekt met een laagje van dat heerlijke Saharazand. We kunnen voorlopig alleen wat spoelen met zout water, daar we het zonde vinden ons eigen gemaakte zoete water in te zetten. Na 2 dagen is er immers weer een nieuwe zandlaag. Aan werk dus geen gebrek. De spinaker wordt hersteld van de opgelopen ~kleine~schade. Maar met de hand zijn dat toch nog twee lange naaimiddagen voor Riet. Onze dagen zien er als volgt uit. Opstaan 7.00 uur. Het is dan een half uur licht. Maar om 18.30 wordt het weer donker. Dus de dagen zijn ook weer niet zo lang. De morgen besteden we voor werk aan de boot. En na de siesta gaan we naar de stad. Groente en fruit wat we kopen wordt voor dat het aan boord komt stuk voor stuk met zoet water gewassen en gedroogd in het bijbootje. Zo hebben we tot op heden kakkerlakken aan boord weten te vermijden. Uiteindelijk maken we een alternatief plan. We gaan met de oostenwind terug naar Sal zodat we 120 mijl extra hoogte winnen voor de oversteek naar Gambia. In Sal kunnen we ook uitklaren. De gribs geven voorzichtig aan dat over 5 dagen de wind weer noordoost wordt. We doen de bulkinkopen met de taxi naar de grote supermarkt in de buitenwijk deze keer. Daar we niets van verschil in dieselprijs weten halen we hier nog maar diesel in jerrycan´s. We schakelen Pedro in voor hulp. Stralend ontvangt hij deze keer zelf de hele fooi. Van Lucas hebben we na het inladen van de boodschappen afscheid genomen.

TERUG NAAR SAL

Vrijdag 5 december
Om 15.00 uur gaan we de haven van Santiago uit. Eerst moteren we enige uren. Zodra we om de zuidoostpunt zijn gaan we zeilen. Dat valt in het begin nog niet mee, want de wind laat het behoorlijk afweten. Omdat het 5 december is maken we het pakje open wat we van Willy en Adrie gekregen hebben. Geweldig, nu is onze puzzelvoorraad gelijk weer aangevuld! Een biertje erbij maar we hebben geen pepernoten. Uiteindelijk blijft de oosten wind de hele nacht tussen de 10 en 15 knopen. We zeilen aan de wind, maar hebben Sal niet bezeild. De volgende middag moeten we nog een slag maken van een mijl of 10. Om 17.00 uur gaat het anker erin in een ankerbaai aan de westkust van Sal. Zondag besteden we bijna de hele dag aan de boot zandstofvrij te maken. Vallen, schoten, reling. We spoelen eerst alles met zout water. Daarna brengen we de Kercher in stelling om alle blokken en lieren zoet te spoelen. Wat hebben we toch al veel plezier van onze watermaker gehad. Overal zie je mensen sjouwen met jerrycan’s met zoet water nu er geen havens meer zijn. Wij hebben altijd zoet water, en kunnen douchen wanneer we willen. Maandag morgen starten we de motor om het laatste stukje naar Palmeira te varen. Tussen de jachten ontwaren we twee Nederlandse boten, waarvan de ene de Rhythme of Life. Dat hadden we wel een beetje verwacht. Even later zien we elkaar op de wal in het internetwinkeltje. Aan boord bij Christine en Diederik worden we verblijd met extra kaarten en de enige pilot van Gambia. Aan de wal hebben we ons uitreisvisum in orde gebracht. Na een prima tijd op de Kaapverden, in een Afrikaanse cultuur, vertrekken we naar het vasteland van Afrika.


-

zondag 9 november 2008

Canarische eilanden


Zeilroute Canarisch
25 sepember 2008
Na bijna een maand in fascinerend Marokko gaan, na naar buiten gemoterd te zijn, twee boten onder zeil, de Rythme of Life en de Lady of the Lowlands. De wind sterkte is net iets beter dan volgens de windgribs voorspeld. De spinaker gaat erop en met de noordoostenwind presteert de Lady optimaal. 5 knoop wind en 5 knoop snelheid, precies een windhoek van 120 gr. Er gaat wel 15 ton door het water! Met meer wind schiet harder op. Eind van de middag gaat hij er af. De afgesproken windgrens van 18 knoop is bereikt. Toch wel meer dan de windgribs voorspelden.

ROLPRBLEEM

Met grootzeil en genua gaan we lekker door. s’Nachts nog een probleem. Bij het wegrollen van de genua draait Riet ongemerkt de loshangende schoot mee in het zeil waarna er niet meer te rollen valt. Met de spival en de reserve genuaval weet ik het loshangende deel redelijk strak rond de voorstag te twisten. We gokken erop dat het bij het eerste morgenlicht even windstil wordt. Op dat moment slagen we erin de zaak te klaren door het zeil naar beneden te halen. Nadat alles weer op orde is blazen we even uit. Ondanks dat we een paar uur hieraan gemodderd hebben, zijn we zo hard gegaan (of net niet hard genoeg?) dat we al s-avonds om ca. 22.00 de Canarisch aan kunnen lopen. Hoe dan ook we willen de aanloop van Graciosa niet in het donker doen. Dus om 12.00 uur beginnen we de rest van de dag af te remmen door zeil te minderen om nog een volgende nacht op zee te blijven. Die nacht kloppen de gribs en de wind gaat eruit tot 5 knoop of minder. We rekenen uit dat met een motersnelheid van 3 knoop bij het eerste morgenlicht de haven te bereiken valt. Er is die nacht niets te zien. Geen maan, geen sterren, alleen zwart! Met de radar erbij wordt het een zeer rustige nacht waarbij we om beurten de gemiste rust van de vorige nacht in kunnen halen. Bij het eerst morgenlicht wordt het beeld van de straat tussen Lanzarote en Gracioza op de radar nu ook buiten waarneembaar. Kaart en radar kloppen weer, we zijn er!

GRACIOZA

27 september 2008
Eenmaal in de haven zien we de Laaxum afgemeerd aan een kopsteiger. Voor de rest blijken de meeste boxen afgezet met een touw. Door de bewaking wordt een touw weggenomen en we hebben een box. Daar worden de landvasten aangepakt door Bert en Annette van de Aventyr. Een boot uit Colijnsplaat! De havenmeester blijkt op vakantie. Er hoeft dus niet betaald te worden, want daar gaat de bewaking niet over. Vooraf hadden we een idee van grote toeristische havens. Dat beeld moeten we hier direct bijstellen want dit is een geweldig leuk klein haventje voor een schilderachtig dorpje met witte huisjes. Gracioza is een klein vakantie eilandje. Er zijn geen verharde wegen en alleen de vaste bewoners beschikken over 4-wheel drives. Het dorpje met zijn zandstraten wordt hoofdzakelijk bewoond door Spaanse toeristen. Deze komen en gaan met de pont, waarop geen auto´s kunnen. Een soort Vlieland dus.

DE GELE BERG

Een paar dagen later liggen we 3 mijl verder in een ankerbaaitje. De zandstrandjes liggen aan de voet van een berg met vulkaankrater. Aan de andere kant van de straat kijken we uit op de ruige Noorwest kust van Lanzarote. We vermoeden dat we niet veel mooiere ankerplekjes tegen gaan komen op de Canarisch. Dus blijven we hier 8 dagen. We wandelen door de zandduinen waarvan het zand vermengd is met vulkanische brokken en as. Beklimmen de gedoofde vulkaan. We bewonderen deze berg toch vooral om zijn gele kleur met paarse gloed over de vulkanische brokken.

De gele berg

Detail gele berg
De baai ligt er beschut voor de noordoostpassaat die hier meestal waait. Af en toe zet hij in de loop van de middag wel eens door tot boven de 25 knoop.

Detail vegetatie Gracioza

Een opgebrachte smokkelboot ligt te vergaan in de haven van Gracioza
BOOT GERED

Er ligt een Franse Ovni 43 naast ons voor anker. De schipper heeft een 2e anker uitgebracht. Ik overweeg dit ook al enige tijd, maar bij ons blijft er in de middag steeds 1 aan boord. Gisterenavond is tussen ons en het strand nog een Zwitserse boot voor anker gegaan. Beide opvarenden zijn vanmorgen naar het dorp vertrokken. De Fransen zien de boot langzaam op zich afkomen. O jee, anker los! Wonderlijk genoeg gaat de boot langzaam langs de Ovnie, zonder hem te raken. De Fransman is nu inmiddels overgegaan tot actie, want de Zwitserse boot gaat langzaam op de rotskust af. Eenmaal aan boord probeert de Fransman uit te vinden hoe de motor te starten en hoe het slepende anker binnenboord te krijgen is. Ik probeer eerst vanuit ons bijbootje het anker te lichten, maar dat blijkt een onmogelijke opgave. Dus probeer ik vol gas met het bijbootje de boot van de rotsen af te duwen. Op het allerlaatste moment slaagt de Fransman erin de motor aan te krijgen. De boot wordt weer ten anker gelegd. De inmiddels gealarmeerde reddingsbrigade kan alleen nog constateren dat de boot weer ten anker ligt. Hulde aan deze handige Fransman dus!
Ik heb zelf nog een half uur langs de wal in ons bijbootje, tergend langzaam tegen de golven in, moeten roeien om onze eigen boot weer te bereiken. Vanaf twee ander voor anker liggende Engelse boten werd de hele operatie vanuit de kuip bekeken zonder een hand uit te steken. Teatime? Nu brengen ook wij natuurlijk een 2e anker uit. Maar dan is het nadeel weer dat je niet snel kunt vertrekken indien nodig. Ook dat ondervinden we, maar gelukkig in windstil weer.
7 oktober 2008
Met een prachtig zeiltocht rondom Gracioza vertrekken we naar de Oostkust van Lanzarote. Ik heb inmiddels van Bert en Lars grote visverhalen gehoord en we moeten tot onze schande bekennen dat bij ons de pan droog staat. Nu kon ik nog steeds als excuus aanvoeren dat we na de geur in Marokko even genoeg hadden van vis. Maar nu moet toch echt de eer gered gaan worden. Na een bezoek aan de hengelwinkel op Gracioza en het bestuderen van lokale vangtechnieken moet het wel gaan lukken.

WAT VOOR VIS IS DIT ?

Toch zijn we nog blij verbaasd wanneer bij het ronden van de Noordkop van Lanzarote de hengel krom gaat. Ofschoon niet direct duidelijk wat voor vis het is, zit er wel een mooi exemplaar aan. Later zullen we aan de hand van nagekregen informatie tot de conclusie komen dat we een tonijnhaai(tje) gevangen hebben. Vanaf nu wordt er af en toe wat gevangen, Tonijn en Dorade. De Dorade is een gevangen wonder. Goudglinsterend komt hij uit het water. Nadat het leven hem ontnomen is, verandert in een uur zijn kleur in mat zilver! Na een prachtige zeiltocht ankeren we in de havenkom bij het plaatsje Aricife. De volgende morgen zeilen we verder langs de Oostkust. Dat gaat allemaal met de wind achter. Als je bij de te bezoeken eilandvolgorde zoveel mogelijk uitgaat van een windrichting tussen Oost en Noord is het zeilen hier wel erg gemakkelijk. Dus zeilen we door naar Marina Rubicon aan de zuidkust van Lanzarote. Zoals we vermoeden blijkt dit een resorthaven te zijn. Alle faciliteiten, winkelcentrum, vakantiebungalows rond de haven enz. Maar wel een haven waar je je boot even achter kunt laten. Dus huren we een auto om een dagtocht over het eiland te doen. Een prachtige tocht door Parque Nacional De Timanfaya.

Krater en lavavlakte

Gedeeltelijk moet dit met de bus daar auto´s niet op alle wegen mogen. Ofschoon massaal toeristisch opgezet toch erg indrukwekkend. We staan op de Noordwestpunt en kijken op ons ankerbaaitje en het haventje van Gracioza.

Kijkend naar onze voormalige ankerbaai op Grazioza


CEZAR MANRIQUE

Cezar Manrique was een architect met heel veel invloed op de bebouwde omgeving hier. Je vind hier, op een enkele uitzondering na, geen hoogbouw. Alle huizen en dorpen worden nog steeds opgezet in traditioneel wit met groene of blauwe deuren, ramen en kozijnen. Als je de kustbebouwing van de andere eilanden ziet ben je dankbaar voor de invloed die de man had op dit eiland. We bezoeken ook zijn privé-woning. Gebouwd in een vulkanische grot.

In de woning van Cezar Manrique

Na zijn overlijden wordt dit beheerd door de Fundation Cesar Manrique en is museum. Werk van Picasso en Miro is aanwezig. Ook bijzonder op Lanzarote is de wijnbouw en cactusteelt voor likeur. De druivenstammen worden kort gehouden, niet aangebonden. Uit de vulkanische ondergrond worden van de grove brokken muurtjes gestapeld die beschutting geven tegen de Noordoostpassaat. Vierkante en ronde varianten. Bij de ronde staat de druif in een kuil en groeit in de fijne vulkanische as. Naar de zuidkant wordt de cirkel opengehouden waardoor een warme binnenruimte ontstaat. Natuurlijk hebben we ook een witte en rode gekocht. De witte smaakt uitstekend bij zelfgevangen vis!
11 Oktober 2008
Voor het krieken van de dag zijn we op weg naar onze volgende bestemming. De wind is vandaag west, een wat ongewonde richting hier. Maar dat geeft ons toch weer de mogelijkheid bezeild naar het zuiden te gaan. Met behoorlijk wat wind, terwijl het langzaam licht wordt, steken we de straat over tussen Lanzarote en Fuente ventura.
Eenmaal aan de Oostkant van Fuenteventura zitten we aan hoger wal. We zijn van de hoge onregelmatige golven af. Het wordt opnieuw een prachtige zeildag. We lijken van de bewolking weg te zeilen, de zon tegemoet. Dolijnfijnen rond de boot, een Dorade aan de haak. Maar aan het eind van de middag haalt de bewolking ons onnieuw in. Ankeren in 1 van de twee baaien blijkt niet mogelijk door de valwinden van de bergen. We zeilen door naar de zuidkant. Eenmaal om de punt krijgen we de wind pal op de kop. Even later gaat het zelfs een beetje regenen! Maar dan gaat ook de wind ver weg. En met de laatste paar mijl op de motor bereiken we Gran Tarajal.

BEDROEVENDE ANTIFOULING

We willen proberen hier uit het water te gaan voor de vervanging van het Volvo seal.
Dat is na de motoruurtjes van 4 jaar versleten. De antifouling van Hempel die we dit voorjaar aanbrachten is erg slecht. Nadat we de waterlijn hebben schoongemaakt laadt het steeds sneller aan natuurlijk. In de haven worden we weer opgewacht door Bert en Annette. Ook hier is de havenmeester weer op vakantie en kan niet betaald worden. Nederlanders hebben daar geen hekel aan want onze natie is weer rijkelijk vertegenwoordigd.! Na het weekeinde en een extra feestdag op maandag komen we er achter dat bij deze coöperatie ``op de wal gaan`` gaan niet zo direct gaat. Vele papieren en faxen naar Las Palmas zijn nodig. We zijn op het laatst licht geïrriteerd daar de haven wederom geheel aangelegd is met Europese subsidie. Kom je daar als Europeaan en kun je geen gebruik maken van je eigen geïnvesteerde belastinggeld!

NAAR GRAN GANARIA

Dus verlaten we de haven een dag later dan de twee andere Nederlandse boten. De Aventyr en De Rhytme of Life liggen in al in Morro Jable als we daar aankomen. Net nog een plekje aan de steiger.
15 oktober 2008
De drie Nederlandse zeilboten vertrekken om 6.00 uur voor de dagtocht naar Gran Ganaria. Wij hebben uit de pilot begrepen dat vier havens in aanmerking komen voor uit het water gaan. Twee commerciële en twee coöperatie havens. Dat moet gaan lukken. We willen dit hier per se doen omdat de Kaapverden of Gambia ons minder geschikte plaatsen lijken voor een dergelijke operatie. Vandaag komt de wind net 10 graden te achterlijk in om heel de tijd met beide zeilen te profiteren van de NO wind van 17 tot 22 knoop. Dus zeilen we een tijd wat hoger met genua en grootzeil, en later een deel alleen op het grootzeil. Het wordt een snelle oversteek, dus het vroege vertrek was achteraf wat ``pessimistisch`` ingeschat. Maar de dagen zijn tamelijk kort en aankomen in het donker is ook niet alles op een onbekende kust. Bij het naderen van de wal neemt de wind niet noemenswaardig toe. Wel worden de golven op de ondieper wordende kust hoger en steiler. Nadat ik naar Riets mening de vislijn wat laat ingehaald heb, moet het grootzeil er nog af omdat dit toch wel erg hard op de onbekende ingang af gaat. Aan het eind van de betonmuur vinden we uiteindelijk de ingang van de in aanleg zijnde haven. Ankeren lijkt ons oncomfortabel gezien de valwinden.

ZANDSTORM

Door de bemanning van een werkboot wordt ons aangeboden aan een steenstortbak af te meren. Dat doen we. Even later komen de Aventyr en de Rhytme of Life binnen en die kunnen weer aan ons afmeren. We liggen nu prima aan hoger wal in de haven. Vrachtwagens laden steenstort van een hoop waarachter we uit de wind liggen. De daarbij opwaaiende stofwolken van fijn zand bedekken al spoedig de drie boten. Boot was net grondig schoongemaakt en alle lijnen waren in zoet water gewassen. Toch vieren we s-ávonds in de kuip gezessen de verjaardag van Bert met door Annette eigengebakken tompoezen en thee. Na het gooien van 50 emmers zeewater over het dek en een glas wijn vallen we spoedig in slaap.
16 oktober 2008
We gaan met de afgenomen wind elders in de haven voor anker om de schoonmaakklus zo goed mogelijk af te maken. We willen geen zand in lijnen en blokken. Na een paar uur hard werken en koffie gaan we anker op. Zo verlaten we als laatste boot deze in aanbouw zijnde haven in Baya Arigana aan de oostkust van Gran Ganaria. Later zullen we merken dat altijd na een schaarse regenbui er fijn Saharazand aan dek ligt. Het wordt ook een regelmaat dat zo’n buitje altijd komt nadat de boot zijn wasbeurt gekregen heeft.

WALBEURT

We vervolgen de tocht van haven naar haven om te bekijken of er walmogelijkheden zijn. Havencapitano niet aanwezig, kraan niet geschikt e.d. Bij de 3e haven gaan we voor anker. Daar zou de havencapitano de volgende morgen om 8.00 uur aanwezig zijn. We zijn nu inmiddels aan de zuidkust van Gran Ganaria. Elke baai is volgebouwd met appartementen. De volgende dag is het inmiddels weer vrijdag. Met het weekeinde voor de deur mogen we dus blij zijn met een mogelijkheid voor a.s. maandag. Om negen uur zou het kantoor open moeten gaan, dus niet! Gepensioneerde vissers denken dat de capitano zijn kind naar school brengt, maar 10.00 uur wel komen zal. Om 11.30 zie ik een heftruck op het haventerrein rijden. Iedereen rijdt niet op een heftruck, dus die moet wat weten! De capitano is vandaag naar Las Palmas, komt misschien om 16.00 uur nog terug. “Wat is mijn probleem?” Ik wil vier tot zes uur uit water en daarna terug. Bij mijn vraag naar de papierwinkel en hoeveel tijd dat gaat kosten begint hij te lachen! Dat gaan we doen voor de capitano terug is!

Walbeurt bij COOP

ZWAAR VAATJE

Eindelijk de goede vent. Vervolgens wordt ik naar zijn vriend die visser en handelaar in van alles en nog wat blijkt te zijn. “Ja ik heb prima antifouling” Toevallig een vaatje teveel gekocht voor mijn eigen boot. Speciale prijs! Onderweg verkoopt de vriend nog hier en daar een zak vis aan een restaurant. Dan zien we de antifouling. Ha, eindelijk een product van Sigma! 15 liter weegt 40 kilo. Waar hebben we zo’n een vaatje eerder gezien? Eens even aan Dolf vragen? Om 15.00 gaan we uit het water. We kunnen de volgende morgen om 10.00 uur terug! We staan al op de wal als in de namiddag de capitano komt. Gelukkig dit keer ook een geschikte vent, die natuurlijk niet anders meer kan doen dan instemmen. ``Papieren maak ik wel klaar, kom morgenochtend de zaak maar afhandelen``. We werken door tot het donker is en de volgende morgen gaan we verder net voor het licht is. Uiteindelijk liggen we de volgende morgen om 12.00 uur weer in het water. Volvoseal vervangen en het hele onderwaterschip voorzien van antifouling. Na betaling van de capitano nog een boekje met alle vissen van de Canarisch gekregen. Zo weten tenminste eindelijk, indien we wat vangen, wat we eten!
23-10-2008
Ik lees achteraf in het door Riet bijgehouden logboek dat we om 8.00 vertrokken zijn naar Tenerife. Verder leest ik 9.25 1e rif. En 10.40 2e rif. Dat hebben we nog niet vaak gestoken. De gleuf in het zeil waar de smeerreep doorgaat is door de zeilmaker te kort gemaakt. En omdat we het nog al flink aanlieren scheurt het onderlijk in. Vervelend nu, weer wat te repareren! Om de zaak verder heel te houden strijken we het grootzeil. Maar alleen de stagfok blijkt toch te weinig voor 30 knoop. Dus gaan we verder op een beetje ingerolde genua, waarna het log weer opklimt naar 7 knoop.

ACCELERATIEZONES

Tussen de eilenden kan de wind vooral in een zone van 30 tot 40 mijl onder de kust nogal aantrekken. Het is natuurlijk een terugkerend onderwerp van gesprek tussen de zeilers in de havens. We steken nu een paar keer over met wind tussen half en aan. De boot krijgt af en toe veel water over en de kuip verandert een paar keer in een badkuip met zout water. Het is dus wel terecht dat de pilot voor deze zones waarschuwt! De effecten ontstaan door de tunnelvorming tussen de eilanden en temperatuurverschillen van hoog in de bergen en het water. Eenmaal dicht onder de kust van het Tenerife wordt de wind minder. Om de zuidpunt valt de wind volledig weg. Daarna krijgen we lichte westenwind, aan de wind over de andere boeg dus. Zo merkt Riet dus terecht op in het logboek dat we vandaag zo´n beetje alles gehad hebben. Veel wind, weinig wind, geen wind en/of uit alle richtingen!

LANGER OP TENERIFE DAN GEPLAND

Ankeren blijkt aan de zuidkust van Tenerife door de swell geen comfortabele zaak. In de baai bij Los Christinas zien we vijf boten erg oncomfortabel voor anker liggen. Bovendien zijn we op zoek naar een zeilmaker. Dus varen we terug naar het haventje van Las Galletos. Hier krijgen we wat verschillende dingen te horen, maar uiteindelijk is er geen zeilmaker. We volgen het advies op om naar Puerto Colon te gaan. Daar zal een zeilmaker zijn. De volgende morgen in Puerte Colon worden we verzocht de haven weer onmiddellijk te verlaten, daar er geen plaats voor ons is. Even afmeren om de zeilmaker te bezoeken mag niet! Dus boot voor anker, net buiten de haveningang. Gezien de enorme swell en het in en uitgaande verkeer Riet snel aan wal gezet met het bijbootje en zelf weer terug aan boord. Contact met elkaar via de boot marifoon en de handheld marifoon. Er blijkt ook hier geen zeilmaker te zijn. Uiteindelijk teruggevaren naar het haventje van San Miguel waar we wel uiterst vriendelijk ontvangen worden. Maar ook geen zeilmaker! Ze willen het allemaal wel regelen, maar via via en we zijn bang dat dit even te lang zal gaan duren! We hebben inmiddels besloten het zeil zelf te repareren.

Het repareren en verstevigen van de zeilen onder toezicht van Bert


Maar we missen ook een zeillat! Grondige inspectie van het grootzeil wijst uit dat de stiksels van Hagoorts hier en daar weer loskomen en met name de zeillatzakken baren zorgen. We hebben een handig gereedschapje. Met de Speedy-stichter kun je handmatig steken en aan de onderzijde van je werk de draad lussen. Het werkt prima, maar speedy is erg overdreven! In ieder geval lukt de klus op deze manier zonder nog meer naalden te breken! Na verloop van tijd raken we er redelijk handig in. Echt teamwork. Allebei aan een kant van het zeil. Na vijf dagen hebben we alle zeilzakken vervangen en dubbel doorgestikt. Verder alle nodige versterkingen aangebracht en de slecht gestikte naden opnieuw gestikt. Ook de reefopeningen in het grootzeil zijn vergroot. Ondertussen is het al weer gezellig in de haven. De Aventyr, De Mi Duchi en later ook de Rhytme of Life liggen in de haven. De belangstelling voor de Speedysticher groeit en Bert gaat ook aan de slag.

SNEEUW !

We hebben een auto gehuurd om naar Santa Cruz te rijden. We hebben geluk, de chandler heeft 2 zeillatten. We weten allebei bijna zeker dat we er twee gekocht hebben voor ons vertrek, maar kunnen ze in heel de boot niet vinden! We hebben een tekening met 46 verschillende bergplaatsen met bijbehorende lijst! Maar we zijn ze vergeten erop te zetten. Na ons bezoek een prachtige rondrit over het eiland! Dennebossen, en prachtige lavaformaties rond de hoogste berg de Teide.

Lavaveld op Tenerife

De noordwestzijde van het Tenerife
Op de terugweg kunnen we met moeite het oord waar onze haven ligt terugvinden, omdat we geen naam weten en de haven net nieuw is. Net voor donker slagen we erin de boot terug te vinden. We worden opmerkzaam gemaakt op het feit dat er sneeuw op de top van de Teide ligt. Bij navraag blijkt dat dit niet zo vroeg voorgekomen is sinds 1929. Als dit gebeurt is het meestal minimaal half december. Dus maken we een wel heel bijzondere oktober mee hier! Later gaan we nog een keer naar Santa Cruz. Door de naaiactiviteiten is onze zeildoekvoorraad bijna op gegaan. Maar de chandlers hebben geen zeildoek! Henk en Angela hadden het al eerder voor ons geprobeerd en ook nul op het rekest gekregen. Uiteindelijk lukt het ons adres en naam van de zeilmaker te ontfutselen! Maar er wordt ons verzekerd dat hij bijna niet te vinden is. Na een flinke speurtocht lukt ons dat uiteindelijk toch. Ergens achteraf in een bergdorpje zonder straatnamen. De tweede keer dat we er voorbij rijden zie ik op een geel busje `Neil Pride` staan! Dat is hem! Met zeildoek en na opnieuw een mooie rondrit komen we thuis. Zo hebben we dus al met al 9 dagen in de haven van San Miguel gelegen!!

GOMERA

De rand van de depressie die via Gibraltar de Middelandse zee indook heeft net de Canarisch geschrampd en dus ook de sneeuw op de Teide veroorzaakt. De laatste dagen heeft het ook hier stevig gewaaid. Er wordt nu dus volop gespeculeerd in hoeverre dit normaal is. Met het acceleratie-effect erbij worden de gribs nog even goed nagekeken. Zelfs voor het kleinste oversteekje wat je hier kan doen, 25 mijl van Tenerife naar Gomera.
2 november 2008
Wij gaan vandaag in zonnig weer. Toch nog weer 20 knoop ipv. de beloofde 15. De zee is nog wat ruw van de afgelopen dagen. En deze keer is het aan de wind. Massa´s water over dek, zeilpakken aan. Maar de boot zeilt onverstoorbaar door de golven. Helaas kunnen we weer niet filmen. Er vliegt continu zout water over, dat zou de camera direct om zeep helpen. Onderwaterhuis, voor vertrek uit Nederland niet meer te leveren, komt opnieuw op boodschappenlijst. Opnieuw eenmaal aan de zuidkust, is de wind weg. We vinden een prachtige ankerbaai bij Pt. Gaviosa. Riet is meteen veliefd op Gomera en het dipje van Tenerife is vergeten. De volgende morgen tuffen we op de motor naar de haven van Puerta Valle Rey. We willen kijken of daar inmiddels al iets aan de haven infrastructuur gedaan is.

EUROPESE SUBSIDIE

Zoals bijna alle havens hier is ook deze aangelegd met behulp van geld uit Brussel. In 2005 is het havencasco opgeleverd. Voorwaarde voor de subsidie is o.a. dat er plaats moet zijn voor transit-verkeer. Dat zijn wij toch, dus maar eens even kijken. De betonnen havendammen en kades beginnen al aardig te verkleuren. Maar er is verder niets meer mee gedaan! Geen beroepsvaart, geen vissers en geen pleziervaart! Wel een ankerverbod voor de pleziervaart in de lege havenkom. Helaas is dit niet een op zichzelf staand voorbeeld. Dus tuffen wij, schande uitsprekend, weer terug naar een ankerplaats.

BLIKNOSTALGIE

We liggen voor anker bij de baai van Cantera. Volgens de pilot een baai waar een oude visfabriek staat. We verbazen ons opnieuw dat we de enige ankerende boot zijn. Opnieuw een prachtige ankerbaai tussen de steile klippen van de zuidkust van Gomera. De ruines van de visfabriek zijn de enige bebouwing. Over land niet per weg bereikbaar. Dus alles wat hier gebouwd is en de benodigdheden voor productie moeten ooit over het water aangevoerd zijn. Inmiddels zijn we met twee ankerende boten. Sal Dragado van het ons inmiddels bekende Schotse, altijd ankerende, echtpaar is er bij gekomen. Nieuwsgierig naar de visfabriek roei ik naar de wal, waar ik de dingy vastmaak aan de half vergane kade. Een wonderbaarlijk stukje geschiedenis openbaart zich. De woning van de eigenaarfamilie, half gesloopt maar ook weer ingericht door een voormalige hippie-kolonie. Gordijnen gemaakt van met ijzerdraad aaneengeregen conservenblikdekseltjes! De verblijven langs de rotswand van de seizoenarbeiders, 3 bij 5 meter met gemetselde bedden. Maar echt mooi wordt het pas in de productiehal. Gietijzeren machines, verroeste blikken in verschillende maten en de kookketels. Uit de opzet en de leeftijd van de machines meen ik op te maken dat het om een sardientjesinblikfabriekje gaat. Opgericht in het stoomtijdperk. Ten onder gegaan toen er al elektromotoren waren ingevoerd. In ieder geval vijf kookketels met daaronder gestookte houtvuren om het ingeblikte te steriliseren.
Kijkend vanaf de visfabriek over de ankerbaai naar Hierro


De oost en west zijde van de ankerbaai bij de visfabriek
5 november 2008
De volgende morgen lichten we het anker en moteren langs de windstille zuidkust naar San Sebastian. Hier kunnen we ons voorbereiden op de oversteek van 700 mijl naar de Kaapverden en de boot achterlaten om een paar dagen te wandelen.

NEDERLANDSE KOLONIE

In de haven lijkt een Nederlandse kolonie neergestreken te zijn. Iedereen geniet een laatste weekje van Gomera voor de oversteek naar de Kaapverden. Het valt op dat hier nog veel mensen van plan zijn via de Kaapverden naar de Carieb te gaan. Tegenwoordig is de meer gebruikelijke route wel richting Kaapverden, maar op ca. 2/3 van de afstand met de passaat af te buigen naar het westen. Vanaf de Kaapverden naar de Carieb komt de wind meestal rechtachterop wat de boten nogal doet rollen. Maar ja, als je ook de Kaapverden wilt zien moet je dat maar voor lief nemen. Wij zijn er ook nog niet helemaal uit of we nu eerst naar de Kaapverden zullen gaan, of gelijk door naar Gambia. Bij ons speelt de latere oversteek naar Brazilië een rol. Doen we dit vanuit Gambia, dan hebben we redelijk veel kans eerst terug naar het Noordwesten, richting Kaapverden dus, te moeten om de wind te vinden. Dus zou je ook eerst Gambia kunnen doen en daarna de Kaapverden. Op die manier heb je bij het vertrek van de Kaapverden meer kans de wind te vinden en het is de kortste oversteek. We hebben besloten halverwege op weg van Gomera naar de Kaapverden de uiteindelijke beslissing te maken. Voor de rest is de boot inmiddels helmaal klaar voor de oversteek en de laatste inkopen zijn gedaan.

WANDELEILAND GOMERA

Ondertussen hebben we ook nog tijd gevonden om 2 dagen te gaan wandelen. Een dag in het midden van het eiland in het nationale park GARAJONAY, en een tocht in het noordwesten. De eerste dag door veel sprookjesbossen. Deze nevelige omgeving, met mossen, paddestoelen heeft een sprookjeachtig uitstraling. De tweede dag in het noorden naar boven door een langgerekte kloof met rietvelden, palmbomen en berghellingen met in het verleden aangelegde terrassen. De landbouwterrasjes in de bergen doen ons steeds weer opnieuw verzuchten,´wat moesten die mensen toch vroeger ploeteren´. Daarna over een bergkam met uitzichten landinwaarts en op de kust met op de achtergrond de Tenerife met de Teide. Vervolgens over een uit haarspeldbochten bestaand geitenpaadje terug naar het dal. Opnieuw een prachtige wandeling, nu met klimmen, dalen en fantastische vergezichten!

De reliefkaart van Gomera
Zo vliegen de laatste dagen op de Canarisch om. Het gaat naar volle maan, dus zal er de komende dagen in de lange nachten op zee aardig wat zicht zijn. Tijd om te gaan.

Blogarchief