Welkom op de onderwegsite van Lady of the Lowlands

We hopen dat jullie wat mee kunnen genieten van onze belevenissen op zee en aan land. Ons belangrijkste vervoermiddel, onze beschutting en ons eigen kleine plekje is onze zeilboot "Lady of the Lowlands". Wat wij schrijven is onze beleving. Wetenschappelijke onderbouwing is niet noodzakelijk aanwezig.

vrijdag 2 januari 2009

GAMBIA


Van Sal naar gambia

De ingang van de Gambia rivier
8.00 gaat het anker op. We moteren aan de beschutte zuidwestpunt van Sal. Net om de kaap kunnen de zeilen gehesen worden. Met een lichte Oostenwind zeilen we naar de zuidoostpunt. Daar nemen we afscheid van de Kaapverden. De wind draait door naar de beloofde noordoostelijke richting. Maar net niet helemaal. We zeilen hoog aan de wind en hebben ons doel Gambia net niet bezeild. Maar het is 400 mijl van hier, we verwachten dat ergens onderweg de wind nog af gaat buigen iNaar Gambia
Dinsdag 9 december 2008
Om 8.00 gaat het anker op. We moteren aan de beschutte zuidwestpunt van Sal. Net om de kaap kunnen de zeilen gehesen worden. Met een lichte Oostenwind zeilen we naar de zuidoostpunt. Daar nemen we afscheid van de Kaapverden. De wind draait door naar de beloofde noordoostelijke richting. Maar net niet helemaal. We zeilen hoog aan de wind en hebben ons doel Gambia net niet bezeild. Maar het is 400 mijl van hier, we verwachten dat ergens onderweg de wind nog af gaat buigen naar Gambia in ons voordeel. Dus laten we de boot op de windvaan aan de wind gaan maar wel met volle snelheid om niet in de golven te liggen hakken. De windvaan is een verhaal apart. Niet veel tijd gehad om uit te proberen voor ons vertrek uit Nederland. 2 keer op de Oosterschelde met zeer licht weer leek hij te werken. Maar alle pogingen onderweg mislukten.

WINDVAANDESKUNDIGHEID


Natuurlijk windvaandeskundigen genoeg onderweg, met advies. Maar op het laatst hadden we alles uitgeprobeerd. Was ons schip , ondanks zijn neutrale roerligging, misschien te zwaar voor dit kleine compacte apparaat? Uiteindelijk ben ik er achter gekomen dat de overbrenging van het verticale asje van boven uit de borging los was gekomen. Dus de uitslag van het windvaantje werd niet overgebracht naar het hulproer! Wonderlijk dat we met uitproberen soms toch wel 10 minuten op koers bleven! Dit kwam dus niet door de vaan, maar is eerder een compliment aan de ontwerper van de boot! Vandaag zit het asje vast, en het schip wordt met zeer geringe roeruitslag prachtig op koers gehouden! Weer een overwinning dus. De windvaan heeft 2 belangrijke voordelen op de elektrische stuurautomaat. Hij gebruikt geen stroom en hij volgt de windrichting. De elektrische daarentegen volgt de ingestelde kompaskoers. Zo zeilen we met de vaan aan de wind, die voorlopig rond de 10 knoop blijft, met een snelheid van 7 knoop de oceaan op in Oostelijke richting. In de namiddag heeft Riet, als bevoegd zendamateur, radiocontact met Christien van de Rythme of Life. Ze zijn een uurtje na ons vertrokken. Hun doel is Dakar i.p.v. Gambia. Dat betekent 10 graden hoger aan de wind. De Ovni is een prachtig schip, maar met zijn zwaard niet het beste schip om hoog aan de wind te varen. Ze mopperen dan ook wat over het hakken in de golven en de daarmee samenhangende snelheid. We proberen ze een beetje op te beuren door hen te verzekeren dat de wind over 2 dagen toch wel noordelijker gaat worden. In ieder geval is het een leuke onderbreking voor beide boten om 2 keer per etmaal een babbeltje te hebben. We luisteren ook nog met enige regelmaat naar het groepje Nederlandse boten wat ons op de Kaapverden verlaten heeft richting Carib en Suriname. Die hebben over het algemeen in het begin veel licht weer en moeten af en toe een behoorlijke aanslag doen op de meegenomen voorraad diesel. Wij prijzen ons inmiddels gelukkig met het feit dat we sinds de Canarische eilanden bijna de moter niet gebruikt hebben. De boot presteert gewoon prima in licht weer ondanks zijn geladen gewicht van 15 ton!

WEERSVOORSPELLING


De volgende middag gaan we voor het eerst eens rekenen naar een geschatte aankomsttijd. Want ja, 400 mijl is op deze manier ook weer niet zo lang. We krijgen geen nieuwe gribs binnen. Diederik heeft er vanmorgen wel gekregen. Deze middag 15 knoop wind, vannacht afnemend tot 7 knoop NO. Maar daar heb ik mijn twijfels bij, want ik zie veel windveren aan de lucht. Ofschoon het om een oplossend laag gaat kun je naar mijn mening toch wel wat meer wind gaan verwachten. De wind zal volgens de gribs naarmate we vorderen ook nog wat noordelijker worden, dus gaat onze snelheid alleen maar toe nemen. S´-nachts gaat er een rif in, de genua wordt verwisseld voor de stagfok, en comfortabel zeilen we de nacht door met 15 tot 20 knoop wind. Het blijft lekker hard gaan.

11 december 2008


TE HARD

De volgende morgen gaan we opnieuw speculeren over een eventuele aankomsttijd. Daar met de iets ruimere wind het log regelmatig boven de 8 knoop uitkomt is een oversteek van 410 mijl opeens geen super afstand meer. Na enig rekenwerk komen we tot een geschatte aankomsttijd: tussen 18.00 en 20.00 . We zijn ongeveer 12 uur sneller gegaan dan vooraf ingeschat. We wilden overdag aankomen en nu dreigen we, net wanneer het donker wordt, de ondiepe aanloop bij Banjul te moeten gaan doen. Dus besluiten we nog meer af te remmen. 12 uur varen met 3 knoop moet de juiste vertraging op gaan leveren om in daglicht aan te komen. Grootzeil met een rif en later alleen de stagfok leveren de gewenste snelheidsresultaten op. Alle gelezen artikelen over boeien zonder licht en verhalen van anderen blijken deze keer niet te kloppen. De uitterton is keurig verlicht. Even nadat het licht wordt zeilen we, met alleen de genua en het laatste uur van de vloed mee in het betonde aanloopkanaal. Ook hier zijn de twee op de kaart aangegeven groene tonnen keurig in positie aanwezig. Achteraf is alles eenvoudig, we hadden Banjul gewoon midden in de nacht aan kunnen lopen. We zijn in Gambia!!!

12 december 2008
Om 8.00 uur gaan we voor anker voor de dokyard van Banjul. We durven de boot niet alleen te laten, dus hebben de volgende strategie bedacht. Ik breng Riet binnen het ommuurde terrein van de douane met de scheepspapieren, paspoorten en de medische paspoorten. Ook neemt ze de handheld marifoon mee, zodat we wanneer nodig, contact kunnen hebben. Vervolgens ga ik terug om de boot te bewaken. In alle pilots staat namelijk dat dit een gevaarlijke plaats is om te ankeren. Voorlopig zie ik daar weinig aanleiding voor, maar we nemen het zekere voor het onzekere. Uit gelezen verhalen weten we dat zo’n inklaringsgedoe van kantoor naar kantoor hier 2 tot 4 uur gaat duren.

EERSTE ERVARINGEN

Na een uur of 3 krijg ik bezoek van een jongen of man, leeftijd inschatten is moeilijk, in een brede kano, die in een nog net drijvende staat is. Hij legt uit dat zijn familie gevlucht is uit Senegal. Hij probeert wat te verdienen door zijn kano als taxi aan te bieden. Ook haalt hij de vuilnis op van boten die hier ankeren (later ontdekken we dat,als je het afgeeft, het bruikbare eruit gehaald wordt en de rest de rivier in gaat). Inmiddels komt ook de marifoon tot leven. Riet is gearriveerd op de pier, alles is gelukt, of ik haar op kan komen halen. Als ik haar uitleg even te wachten tot mijn bezoek vertrokken is wordt op de kade direct aangeboden security-guards te sturen. Ik leg uit dat het zo’n vaart niet loopt en stuur mijn bezoek voorzichtig maar beslist weg. Hij laat nog een briefje achter met tel. nr. van een neef of oom. Als we ooit hulp nodig hebben. Alle papieren zijn in orde gemaakt, we hebben een visum voor een maand en een permit om de rivier te bevaren. Verder heeft ze nog brood gekocht en is op bezoek geweest bij de familie van de gids die haar door de verschillende kantoren heeft geleid. Een complete inburgeringscursis dus, zonder eerst 6 maanden in een barak te moeten leven! Een uiterst vriendelijke ontvangst in Gambia! Iedereen wil je helpen, wil daar niets voor hebben, maar accepteert uiteraard bij het afscheid elke euro. Van Riets gids weten we inmiddels ook iets over werkgeversverhoudingen in Gambia. Hij mag op de sleepboot, na strenge selectie, een half jaar zonder loon komen werken. Als hij bevalt na deze periode kan hij een betaalde aanstelling krijgen. Hij mag wel onder werktijd kleine bijverdiensten proberen te halen uit klusjes voor derden, zoals ons. Riet zegt: Het is wel een vreemde ervaring: je bent in een heel vreemd land en als je voet aan wal zet wordt je vriendelijk te woord gestaan door een erg donkere jongeman die zegt dat hij je gaat helpen met de inklaring. Hij heeft een kaartje om zijn nek waaruit zou moeten blijken dat hij op de werf werkt. Tja….en dan ga je mee, via een vaag werfterrein naar een stadje om geld te wisselen, fotocopies te maken en de officials op de haven. Dat was best spannend….je moet er maar op vertrouwen dat hij eerlijk is!

IN DE MODDER

We willen hier nog dezelfde dag weg om een betere ankerplaats te vinden. Voordat we de rivier op gaan willen we een paar dagen gaan ankeren in één van de mangrove- kreken hier aan de kust. Het moet mogelijk zijn om vandaaruit ook wat inkopen per taxi te doen . We wachten tot net na laag water om de kreek in te varen. Op die manier hopen we de modderbanken beter te kunnen zien en bij vastlopen ook weer vlot te komen. De Seamax kaart houdt hier op nauwkeurig te zijn. Volgens de kaart varen we over land! Dus moeten we het doen met de combinatie van een vage beschrijving in de pilot en de wetenschap dat het in de buitenbocht meestal het diepst is. We hebben nog enige discussie vooraf gehad over het wel of niet ophalen van de kiel. Maar ik wil niet vastlopen met de opgehaalde los hangende kiel, dus de moeren blijven erop. Wel een diepgang van 2,6 meter zo. Een tijd gaat het goed, we vinden de afslag naar Oyster kreek. Bij de invaart gaat het fout. Vast. Op verschillende plaatsen geprobeerd met het zelfde resultaat. Te weinig water, de vraag is of er zelfs met hoog water in te komen is met 2,6 meter diepgang. Het verval is niet meer dan een meter. Dan maar naar plan 2, door naar Lamin Lodge. Ook dat gaat weer een tijd goed, maar dan?

We zitten in een heerlijk vooravond- briesje in de open verdieping van Lamin Lodge.

Zonsondergang in de Lodge
Ik vraag Peter, de Duitse eigenaar die hier in 1976 gekomen is en gebleven, of er op een bepaalde plaats in de buitenbocht wellicht nog een wrak onder water ligt. Dat is goed mogelijk. Oude schepen worden meestal met springtij zo hoog mogelijk op de oever gevaren en daar achtergelaten om te verrotten. Als ik de plaats nader aanduidt denkt Peter te weten dat er een scheepswrak moet liggen met een bijzondere historie. Eerst een ander biertje, dan hij begint te vertellen. Kennen jullie Radio Caroline. Dat is lang geleden, maar die kennen we zeker uit onze jeugd als concurrent van Radio Veronica. Rob, die geen bier drinkt zit vol aandacht te luisteren en maakt aantekeningen. Hij wil een boek schrijven over zijn zeilreis rond de wereld tegen de tradewinds in. Volgens Peter is Radio Caroline na gedwongen vertrek uit Engeland naar Gambia gegaan. Daar is het schip voor anker gegaan, met een paar Engelse ponden was de zendvergunning geregeld. Na verloop van tijd was het schip half verrot en werden de uitzendingen vanaf de wal gedaan. Inmiddels gestopt omdat de ondernemende familie te onder is gegaan aan de plaatselijk gestookte alcohol.

VAST IN EEN WRAK!

Je moet hier meer de buitenzijde aanhouden, er ligt een bank links van je, roept Riet van binnenuit. Ik stuur met de hand en andere op gas en koppeling om direct achteruit te kunnen slaan. De snelheid houden we onder de 3 knoop. Ik zit al heel dicht bij de wal hoor! Dat moet ook! Diepte 4 meter. Waarschijnlijk goed dus. Voordat ik iets heb kunnen doen is de diepte even 1.8 meter een bons, en dan staat de meter weer op 3,5 meter. Ik kan niet meer vooruit, we zijn ergens opgevaren! Dan maar achteruit om los te komen. Achteruit lukt het ook niet. We zitten vast! Vreemd want de dieptemeter staat hier op 3.5 meter. Op de top van een rots? Maar die horen hier niet te zijn. Doordat we vele half boven water stekende scheepswrakken gepasseerd zijn is de volgende gedachtensprong eenvoudig. Waarschijnlijk is de bulbkiel door het dek van een scheepswrak geduwd en meten we nu diepte op de bodem van het wrak. Bouten los en kiel ophalen? Het water is bruin, geen moeren te zien. Laten we een half uur wachten, kijken wat de vloed doet. Ik laat de motor stationair in achteruit bijstaan om de stroomsnelheid van het water te compenseren. Als het half uur bijna om is begint de boot wat te draaien. Ik geef wat gas bij en we zijn los. Terug of verder? Dit zal toch geen 2e keer gebeuren, en vast in de modder is niet zo erg, dus doorgaan! Een paar keer wordt het nog behoorlijk ondiep, maar na een uurtje zien we zonder verder problemen Lamin lodge vanachter de mangrove opdoemen. De volgende avond vertel ik het verhaal aan Peter en zo komen we er achter dat we waarschijnlijk vastgezeten hebben op het wrak van Radio Caroline.

W2N

We hebben Rob eerder ontmoet in Santiago op de Kaapverden. Waren enigszins verbaasd hem hier aan te treffen, want hij was naar Senegal vertrokken. Rob is bezig met een bijzonder project. Hij wil hier een boek over schrijven. Hij wil tegen de wind in rond de wereld. Kiest daarbij steeds d.m.v. dobbelstenen uit een aantal bestemmingen. De naam van de boot “ W2N” is een afkorting van “Where to next”. Rob was bij de aankomst in Senegal onaangenaam verrast toen een boot met strak kijkende mannen met grote wapperende vlaggen op hem af kwam. Hij wantrouwde hun bedoelingen en is meteen omgedraaid zonder voet aan wal te zetten. Hij zou nu verder moeten naar het zuiden. Het idee was om voor Kerst in Ascension te zijn. Maar dit is qua tijd niet meer mogelijk. Dus hij is ondanks, zijn dobbelstenen, weifelend over zijn volgende bestemming. De 2e avond zitten we op de veranda van de lodge met Peter te praten. En zo krijgen we te horen hoe hij hier tot ondernemen is gekomen.

PETER

In 1976 deed hij samen met zijn vrouw met zijn houten zeilboot Gambia aan. Hij was daar al eerder geweest, maar was toen teruggegaan naar de Middellandse zee. Nu terug in Gambia vormde zijn vrouw een muziekband met lokale mensen. Ze werd verliefd op een van de bandleden en verliet Peter om met de band in Europa op tournee te gaan. Peter bleef in Gambia. Begon de lodge te bouwen en boten om met toeristen in de kreek en de rivier te varen. In 2000, toen het bedrijf aardig liep, sloeg het noodlot toe. In de nacht van 29 april 2000 branden de lodge en de twee afgemeerde piroques geheel af.

PIROQUES

Piroques zijn uit kano’s doorontwikkelde boten. Eerst was er de kano uitgehold uit de boomstam. Deze worden nog veelvuldig gebruikt voor vissen, oesterschrapen en verplaatsing. Maar met meer dan drie of vier mensen en meer goederen wordt dat moeilijk. Dus is de vorm van de kano onder de boot aanwezig, als een niet uitgeholde boomstam. Dit is de kielbalk nu. Daarop is eigenlijk van planken een bak getimmerd. Door de vorm van de kielbalk raakt de bodem van de bak het water en de stabiliteit is daar. De piroque is geboren. Leuk is dat je dit nog zo goed kunt zien aan de vorm van deze boten. De resten van de afgebrande palen van de lodge zijn nog in het water te zien. Na enige jaren was de lodge weer opgebouwd maar de boten zijn nog niet helmaal klaar. Daar moet nu toch een keer hard aan gewerkt gaan worden, want de twee kleine boten zijn te weinig voor het aanbod van de hotels. Het is hier in de loop van de dag heet en het werk gaat langzaam. Voor de mannen die voor Peter werken is Peter nu een soort (Peet)vader. Als kleine jongens zijn ze klusjes voor hem gaan doen. Hij heeft werk in het dorp gebracht. Maar werken is voor de meeste Gambianen anders dan in Noordeuropa. Als je werkt doe je dat omdat er direct voedsel of geld nodig is. Zodra de behoefte bevredigd is ontbreekt de reden om iets te doen. Je onderneemt pas weer iets als er volgende een directe noodzaak is. Wel is er een toenemende groep in de samenleving die door de misleidende massacommunicatiemiddelen, die overal voorhanden zijn, ook permanent wil gaan werken om een hoger welvaartsniveau te bereiken. Maar vervolgens is er geen werk in Afrika. Er zijn soms wel mogelijkheden, maar vreemd genoeg zijn vrijwel alle ondernemingen op gebied van toerisme en productie europees initiatief. En dan ben je weer terug bij af, want voor ondernemen moet je vermogen hebben om vooruit te denken, en dat zit niet in de genen.

ROND DE LODGE

Het is warm en werken is er zwaar. Maar er moet vaak gewerkt worden om te kunnen eten. Wanneer het water in de kreek half is afgegaan, komen de vrouwen van het dorpje Lamin in hun uitgeholde boomstamkano’s uit de kleine zijkreek de ebbende hoofdkreek op. Voor ons, rustig voor anker liggend, een prachtig zicht. Maar voor hen is het zwaar werk. Peddelend stoomafwaards langs de mangrove zoeken naar plaatsen waar oesters zich op de droogvallende takken hebben vastgezogen. Het is geen licht werk. Net voor donker komen ze met de binnenlopende vloed terug. Ze komen langs, deels nieuwsgierig en groeten uiterst vriendelijk. De tegenstelling is groot. Voor ons is het een vakantiesfeertje. Alle mensen zijn erg vriendelijk en omdat het allemaal vanaf het terrein van Peter komt, weet je dat het te vertrouwen is. Natuurlijk willen ze allemaal voor een vergoeding wat voor je doen, maar als je dat niet wilt, is dat ook goed. Eenmaal van het terrein van Peter af, stap je midden in het Afrikaanse platteland. Daar maken we kennis met de bumpers (klevers). Bumpers zijn mensen die wat aan europeanen willen verdienen. Willen je gids zijn, alles voor je doen en later zonder afspraken vooraf afrekenen. Onder deze mensen is de vriendelijkheid gemaakt en als je van hen af wil komen slaat de vriendelijkheid om in een brutale, soms agressieve houding. Elke dag komen wat toeristen vanaf de hotels naar de lodge van Peter om met een piroque een rondvaartje door de kreek te maken. Dus kun je aan de poort bumpers verwachten. En ja hoor, heel vriendelijk groetend worden we benaderd door iemand die een lijst onder onze neus duwt. Of we even willen tekenen en een bedrag in willen vullen. Voor een plaatselijk te stichten school. Ons wantrouwen blijkt spoedig terecht. Want als we niet direct tekenen zien we de grimas van vriendelijkheid veranderen in frustratie. Even later wordt hij opdringerig brutaal. Dus nemen we met nadruk afscheid en gaan door de velden op weg naar het dorpje Lamin. Tussen steeds kleiner wordende kreken bereiken we het hoger gelegen land. Broodbomen, casewnutbomen en kleine in cultuur gebrachte lapjes vormen nu het landschap. Hier en daar zijn vrouwen op de akkers aan het werk. Groenten, kruiden en knolgewassen. Erg zwaar werk in deze hitte , die het water van de kreek met bijbehorend windje opdroogd, zwaar op je valt. Dan komen we in het dorpje. Een lange zandweg met aan twee zijden bebouwing van huizen en hutten, veelal omheind met een muur. De mensen zijn allemaal even vriendelijk! Iedereen groet en vraagt hoe het met je gaat. Van welk land? Kinderen vragen om snoep en muntjes. We geven geen snoep met de mededeling dat het slecht voor de tanden is. Na 2 km. bereiken we de hoofdweg, die geasfalteerd is. Taxibusjes van oorsprong uit Nederland en Duitsland komen regelmatig voorbij. Hand opsteken en je zit er in. Het is zo’n 6 km naar Serakunda. De bijrijder hangt voortdurend uit de schuifdeur aan de zijkant om nieuwe passagiers te werven. Er is nog 1 plaats vrij naast Rietje op de achterbank. Daar komt iemand te zitten met een spelende transistorradio. Vergeleken met de andere mensen wil hij net iets te graag een praatje beginnen. We komen natuurlijk niet meer van hem af, het prototype van een bumper! Het bekende verhaal: “Zijn broer woont in Amsterdam en heeft een vriend die Jan heet”. Hij ons naar de bank.

GEEN GELD UIT DE MUUR

Ofschoon vooraf met alle klem ontkend zal hij uiteraard een beloning willen. Maar uiteindelijk gaat dat niet door, want ook wij hebben geen geld! De pinautomaat accepteert geen mastercard en we hebben de Visakaart aan boord gelaten. Morgen opnieuw. We hebben nog net 20 eurocent voor het busje terug. Van nu af gaan we over op de met succes in Marroko toegepaste tactiek. De volgende morgen gaan we weer richting Bakau samen met Rob. We nemen nu een gidsje mee uit het dorp. We kunnen nu net als in Marokko iedereen weer eenvoudig afschudden, “Sorry we hebben al een gids. Dit is Stevin Gerard. Hij is de held van het dorp, de midvoor van het voetbalteam van Lamin’. Dan druipt men meestal wel af. Vandaag gaan we naar een krokodillen poel. Ofschoon Stevin Gerard ons heeft verzekerd de plaats te kennen weet hij natuurlijk niet waar het is. Nu is Serakunda ook best een grote stad. Er schijnen hier inmiddels 700.000 mensen te wonen! Het is allemaal opgezet in de voor Gambia bekende compounds. Want we zijn hier in een islamitisch land. Het hebben van meerdere vrouwen moet de Gambianen erg aangesproken hebben toen ze islamiet werden. Veel mannen hebben 3 vrouwen. Daar er toch echt ongeveer evenveel meisjes als jongens geboren worden is het voor de armste mannen moeilijk aan een vrouw te komen. Een compound in een dorp bestaat uit het huis van de man. Verder is hij min of meer verplicht voor iedere vrouw een huis(je) te hebben. Dus staan er binnen de ommuring van de compound een aantal huisjes. Hij kan op afroep een van de vrouwen naar zijn huis laten komen voor diverse diensten. Alle de vrouwen hebben kinderen die samen spelen op het erf en natuurlijk gewoon broertjes en zusjes zijn. Iedereen is zo’n beetje familie van iedereen. Wanneer de man oud wordt, wordt de oudste zoon van zijn eerst gehuwde vrouw het hoofd van de familie. De hele familie heeft er aan gewerkt dat hij een hogere opleiding heeft gehad. Hij is immers de financieel verantwoordelijke voor de familie. Het is duidelijk dat wanneer hij ook weer vrouwen heeft het aantal huisjes binnen de muren groter wordt. Het is wel heerlijk dat de meeste mensen hier Engels kunnen en heel gemakkelijk en open over hun leven spreken. Op deze manier wordt voor een deel snel duidelijk hoe de samenleving hier in elkaar steekt.

GODSDIENSTVRIJHEID

De mensen zijn diep gelovig. 95% van de bevolking is islamiet. Maar vermengd met de Afrikaanse tradities is dit niet te vergelijken met de Arabische wereld. Er is godsdienstvrijheid en respect voor andere geloofsopvattingen. Reclameborden voor allerlei kerken langs de kant van de weg zijn normaal. Met Stevin Gerard zijn wij met het busje en daarna een taxi inmiddels bij de ingang van het krokodillenpark in Bakau beland. Ook hier weer een uiterst vriendelijke ontvangst. Er is een nationaal historisch museumpje aan verbonden. Via maskers, voodoo’s en foto’s uit de koloniale tijd komen we in de prachtige oude tuin met de krokodillenvijver. In Europa wordt je op eerbiedige afstand gehouden met hekjes en bordjes. Hier is het allemaal wat gemoedelijker. Je zit tussen de krokodillen, kan ze aaien, ofschoon de velletjes hard zijn, en vervolgens samen op de foto. De bewaker verzekert ons dat ze absoluut geen honger hebben, ze krijgen voldoende vis. Nadat hij ons gevraagd heeft: “Welk land?” , is Nederland het beste land samen met Gambia. Vervolgens laten we ons natuurlijk een krokodillentand aansmeren. Weet Steven Gerard de weg naar het strand? En hoe ver is het lopen? Dat weet hij wel en natuurlijk is het niet ver. Dus gaan we weer op weg. Je kan het de jongen niet kwalijk nemen. Alle streets en Avenue’s zijn dezelfde zandstofstraten met langs de kanten de omheiningen van de compounds. Wat moet deze stad een oppervlak hebben met zijn 700.000 inwoners! Na een uur door hitte,stof en prachtige tafereeltjes op straat te hebben gelopen komen we in de ambassadewijk. Die ligt natuurlijk aan het strand. De volgende middag komt Stevin Gerard na school de foto van hem ophalen die we inmiddels aan boord geprint hebben. Inmiddels weten we aardig de weg in het dorp en hoe in Serakunda te komen. We gaan nog een keer inkopen doen. We kopen een hoeveelheid pennen en notitieblokken. Die kunnen we in plaats van snoep uitdelen wanneer we de rivier opgaan en een paar dorpjes bezoeken. Wat fruit en groente van de markt en we zijn klaar om Lamin lodge te verlaten om de Gambia rivier op te gaan. Rob met W2N gaat met zijn Grand Soleil met ons mee, zodat we met 2 boten zijn. We komen dit keer zonder problemen de af en toe ondiepe kreek uit en gaan voor anker voor Banjul om de volgende morgen met de komende vloed de rivier op te gaan.
17 december 2008
Om 8.00 gaan we ankerop. De Engelse boot en de Nederlandse moteren de nog brede rivier op. Al spoedig besluiten we dat er met de achteropkomende wind best nog te zeilen valt. Met uitgerolde genua zeilen de 2 boten verder. We moeten de kaart goed in de gaten houden. De positie van de boot op de kaart is onnauwkeurig. Dat komt omdat het hier gaat om oude ingescande kaarten, die nooit meer bijgewerkt zijn sinds in 1965 Gambia onafhankelijk werd van Engeland.

HERINNERINGEN AAN DE SLAVENHANDEL


Na enige uren passeren we Fort James, door de Engelsen gebouwd op een strategisch eilandje in de rivier. Op de wal ligt het plaatsje Jufureh. Hier werden in het verleden mensen als beesten op de markt verhandeld. Zelfs op het kleine eilandje werden soms 600 slaven voor de verscheping gevangen gehouden. Je snapt niet hoe ze er op pasten! In de middag komen gidsen met piroques met kleine groepjes toeristen het eilandje op. Toeristen zoeken langs de waterkant naar resten van de zwarte kralensnoeren, die van de lichamen van de slaven gerukt werden en in het water werden gegooid. Het eilandje is inmiddels werelderfgoed en wordt dus onderhouden.


Ankeren bij en bezoeken van James eiland

Wij gaan verder de rivier op. Langzamerhand wordt de rivier iets smaller, zodat we wat meer van de oevers gaan zien. Voor de ingang van Mandori kreek gaan we voor anker. Met het laatste restje vloed roeien we met Rob de kreek in. Pogingen om met de grote boten erin te komen zijn uitgelopen op vastlopen in de modder.

In de kreek
De kreek is smal en afwisselend zijn we omsloten door mangrove of zijn er meer open stukken. Hierin staan veel dode bomen. Waarschijnlijk in het verleden al eens platgebrand voor landbouw. Met een plons laat een leguaan zich uit een boom vallen in het water. Prachtige vogels in kobaltblauwe kleuren. Op hoog water keren we om en zijn net voor donker terug bij de boten. De zon is onder.

Zonsondergang op de rivier

Detail mangrove
Een half uur later is het aarde-donker. Het nachtelijk krekelconcert is begonnen. Hinder van muggen valt tot nu toe mee. Gelukkig zitten we in het droge seizoen. We hebben een muskietennet omgebouwd, zodat we heel de kuip kunnen overdekken.

NOG WARMER

Zo kunnen we ook buiten slapen, want in de boot kan het nog heel lang warm blijven. Op het eind van de middag loopt de binnentemperatuur op tot 33-35 graden. Zodra de zon onder is koelt het buiten aardig wat af, maar in de boot blijft het warm tot half de nacht. De volgende dag valt het tij ongunstig uit. We kunnen pas gaan varen om 7.00 uur wanneer het licht is. Maar de stroom loopt al 4 uur. Dus krijgen we na een paar uur de stroom tegen. We komen steeds verder van de zee. Daarmee wordt het nog warmer en heieger. Zonder zonnetent is het op het heetst van de dag niet meer mogelijk in de kuip te vertoeven. Riet bakt brood en cake. De moter is aan, dus stroom genoeg. De rivier wordt smaller, de stroom sterker. Uiteindelijk gaan de ankers in de modder, een paar mijl voor Elefant eiland. Bij een hutje op de wal staat iemand te zwaaien. Gedrieën gaan we met de dingy aan wal. We krijgen het zoveelste verhaal te horen. “Toen ik een klein kind was”, vertelt de man, “was dit de aanlandplaats van de ferry die de rivier op en neer ging.” We hebben zelf gelezen dat de ferry met alle aanlegplaatsen, een geschenk was van Zweden. In zeer gebrekkig Engels vertelt hij dat de ferry gezonken is.

Het wrak van de Zweedse veerboot

Wij zijn inmiddels het wrak in de rivier gepasseerd. Wat hier rest is een ruïne van het wachthuisje en de verrotte paalresten van de steiger. Het dorp waar de man woont is hier 4 km. vandaan.

VISJE KOPEN

Elke morgen komt hij hier om zijn netten uit te zetten in de rivier. Daarna zoekt hij de schaduw van de overkapping op. Eind van de middag, wanneer de zon niet meer zo hard brandt, gaat de boomstamkano de rivier weer op om de netten op te halen. Willen jullie vis kopen? Het water is hier inmiddels bijna zoet, en we zijn geen liefhebbers van zoetwatervis. Maar goed, het is voor hem een kans een extraatje te verdienen. Met behulp van een roestig bot mes wordt de vis aan diverse kanten behakt en de schubben vliegen in het rond. Hij benadrukt dat we ook de kop op moeten te eten. “Very good vis!!”. De keuken-klaargemaakt vis wordt nog even nagespoeld in het modderige rivierwater. “Good cooking”, is het laatste advies. Rob is verbijsterd! Terug aan boord spoelen we de vis na in schoon water, zouten hem, en stoppen hem tot morgen in de koelkast. De volgende dag blijkt dat ik als enige terecht vertrouwen had in dit visje. Goed doorbakken, ontdaan van de graten, is het een uitstekende vulling voor de spaghetti.

Visje prepareren
19 december 2008
Vandaag gaan we het beter aanpakken met de stroom. Het is nog nauwelijks licht als de ankers op gaan. Naar verwachting zijn er nu nog vier uur stroom mee te pakken. Zodra de stroom het sterkst tegen gaat lopen zijn we van plan te gaan ankeren. Waarschijnlijk kunnen we dan eind van de middag weer een paar uur varen. Het landschap verandert langzamerhand van mangroveoevers in tropisch. Op de oevers verschijnen de eerste palmen. Het water is modderbruin. We proeven niet maar na Elefant eiland is het volgens de pilot zoet. Af en toe zien we kleine dorpjes op de oever waar kinderen zwaaien. Als wij terugzwaaien gaan de volwassen ook enthousiast zwaaien. Er wordt van alles geroepen, maar we kunnen het niet verstaan. Waarschijnlijk willen ze dat we stoppen voor een bezoek. Aan het eind van de middag zijn we bij Kantour. We zijn inmiddels 250 km. de rivier op gevaren. De stroom bleef vandaag veel langer meelopen dan verwacht. Net voor het plaatsje gaan we na een schitterende, maar warme vaardag weer voor anker. Kantour is een verschepingsplaats van landbouwproducten. Ook is er een fabriek voor de verwerking van casewnoten. Of het allemaal nog werkt is ons niet duidelijk. Er liggen een drietal roestige stalen transportbakken afgemeerd. De bedrijven zien er verwaarloosd en verlaten uit. Het lijkt erop dat na 1965 een aantal activiteiten doodgebloed zijn. Later op de terugweg krijgen we toch nog een binnenvaartschip in actie zien.

NATIONAAL PARK

Na Kantour gaan we het River Gambia Nationale Park in. We worden benaderd door twee jongens in een open motorbootje. Kaartje kopen, ze wijzen ons een route aan tussen de eilandjes. Die is wat anders dan we ons voorgenomen hadden. Hopelijk diep genoeg. Wij varen nog steeds met onze diepgang van 2,6 m1. Maar Rob´s boot steekt 2 m1 en vaart voorop, dus we voelen ons redelijk safe. We belanden bij een eilandje waar de jongens ons chimpansees laten zien. We zien ook een kooi. Waar is die voor? De apen blijken deels uit België te komen!! Er wordt gefokt met apen uit de Antwerpse dierentuin! De bedoeling is dat ze langzamerhand weer aan de wildernis wennen. Ze kunnen niet zwemmen, dus is het niet mogelijk voor ze om het eiland te verlaten. Volgens de folders zijn er inmiddels een 20 tal in deze nieuwe omgeving geboren. De parkwachters , deze jongens, gaan ze regelmatig voeren met bananen en mangoo´s. Ik heb bij het ingaan van het park inmiddels een hippokop boven water gezien. De jongens verzekeren ons dat we er aan de andere kant van het park vele zullen gaan zien. Twee andere wachters zullen ons daar opwachten. Met moeite slepen we de kiel over de bar aan het eind van de kreek en komen weer in iets dieper water. We speuren de oevers af naar krokodillen en het water naar hippo´s, maar voorlopig zien we niets van dit al. Dat is niet nodig want de vegetatie op de oevers en de talloze prachtig gekleurde water- en landvogels zijn al een avontuur uit een andere wereld op zich. Aan de oostzijde van het park aangekomen komt inderdaad het volgende moterbootje op ons af. Hippo´s? Ja man, heel veel. Wanneer wil je ze zien, wij kunnen je gidsen. De beste tijd schijnt met laag water te zijn. Op afstand hebben we de hippo´s inmiddels ontdekt. Maar de nijlpaarden laten allen hun hoofden boven water zien. De massa eronder blijft verborgen in het bruine water. We maken een afspraak met de jongens. Op de terugweg komen we hier ankeren en zullen met hun bootje met laag water de hippo´s gaan bezoeken.

GEORGETOWN

Vandaag moteren we door tot JanJanbureh, de ander naam voor Georgetown. We zijn 292 km rivieropwaarts. We kunnen niet verder. Vorig jaar is een electriciteitskabel over de rivier opgehangen. Niemand weet de hoogte. Maar die is in het midden zeker niet meer dan 14 m1. Jachten kunnen niet meer verder. Toekomstvisie is een onbekend fenomeen in Gambia. Onze ankerplaats is juist voor de oversteekplaats van de twee kleine veerpondjes. Deze maken de verbinding tussen JanJanbureh op het eiland en de vaste wal. Op de oever blijven kinderen en volwassenen naar ons roepen. De ankerbodem is slecht. Tot onze verbazing rotsachtig hier. Wij ankeren opnieuw aan de eilandkant van de rivier. Rob is inmiddels aan wal op de andere oever en meteen omringt door de plaatselijke bevolking. Bij ons is het nog rustig. Twee jongentjes staan voortdurend te roepen. Dus ga ik met de dingy, gewapend met twee schriftjes en pennen aan wal. Ze zijn 9 en 11 jaar, gaan naar school, en spreken goed Engels. Ze willen natuurlijk aan boord, dus neem ik ze mee en Riet voorziet ze van een glas appelsientje. Uiterst beleefd dankjewel. We willen nu er zoet water in de rivier zit, eindelijk de boot schoonmaken. Dus zet ik ze weer op de wal. De boot is bedekt met zout en fijn bruin Afrikaans stof. De schoten en vallen kun je rechtop zetten! Dit wordt een meerdaagse schoonmaakoperatie. Je moet de tijdstippen in de vroege morgen en late namiddag plannen. Van 11.00 tot 16.30 is het veel te heet. We schatten de buitentemperatuur in de zon dan zeker tot boven de 40gr. In de boot is het eind van de dag 35 gr….. Riet gaan met Rob boodschappen doen en ziet hoe een net uit de gevangenis ontsnapte dief wordt achtervolgd tot op de veerpont en meteen opnieuw de boeien om zijn polsen krijgt!

BOODSCHAPPEN

De volgende morgen ga ik met Rob opnieuw aan de wal. Je ontkomt er niet aan hulp te accepteren van hulpvaardige mensen. De motivatie is tweeërlei. Ze hebben niets anders te doen en zijn nieuwsgierig. In de tweede plaats kunnen ze er misschien materieel iets op vooruit gaan. Als Rob en ik op de wal zijn, en de twee kleine jongens van gisteren op de dingy passen, roepen ze onafgebroken naar Riet MISS,MISS, money, money. Ze willen over komen roeien met de dingy, maar wanneer strenge Riet dat verbiedt geven ze op. Rob en ik doen inmiddels boodschappen met een jongen en een volwassen man als begeleiders. Rob kan niemand wegsturen dus hij heeft altijd een wolk van begeleiders om zich heen. We hebben weinig geld meer en JanJanbureh is eigenlijk maar een dorp van 500 inwoners waar geen bank is. En zeker geen door Rob beoogde pin machine, maar misschien wel de mogelijkheid om gasflessen te wisselen. Als je op een veronderstellende manier iets aan iemand vraagt zal het antwoord altijd positief zijn. Wellicht kunnen ze met je mee??. Na Robs vraag schijnt er dan ook een bank te zijn in Kantour. Hoe kunnen we daar komen? Met een taxi. We staan enige tijd zinloos te wachten voor een pont en uiteindelijk geven we het op.
Georgetown was een belangrijk verzamelpunt voor slaven die in het achterland gevangen werden. De ruïne van de gevangenis voor de weerbarstige slaven staat er nog. Er is geen enkele wrok tegen de blanken over dit zwarte stukje zwarte geschiedenis. Het was verkeerd, maar onze stammen hadden zelf ook al slaven zeggen ze. Die stammen zijn hier veel belangrijker dan wij beseften. In Gambia zijn er 7. De twee belangrijkste zijn: Madinkas en Wolofs. Ofschoon alles in vrede naast elkaar leeft, krijgen we steeds meer kleine kleine dingen te horen over onderlinge wrijving. Deels uit frustratie met de eigen situatie. Maar als de president een Wolof is zijn natuurlijk alle belangrijke posten en banen binnen de stam uitgedeeld. Van ontwikkelde Gambianen krijgen we duidelijk te horen dat de macht bij de president ligt en niet bij het parlement. Maar van welke stam is de persoon die dit aan je verteld? Het blijft moeilijk een goed beeld te krijgen. De president zegt: “Vriendelijk zijn voor alle toeristen”, dat is goed voor jezelf en het land! Dat brengt iedereen in de praktijk en verwacht vervolgens een materiele beloning.

NEDERLANDS SUCCES

Het bekende riedeltje klinkt hier en daar : “Hoe heet je”, “Van welk land”, “Mijn naam is….”, Overal horen we dat. Maar als ze dat in JanJanbureh vragen, wordt daarna enthousiast gewezen naar de twee veerpontjes, die het eiland met het vasteland verbinden. Ontwikkelingshulp uit Nederland. From Greuningen zeggen ze. Ik heb inmiddels op de lokale markt wat groente en fruit kunnen kopen. Vervolgens vraag je je af waarom hier in elk winkeltje eieren uit Nederland verkocht worden? Terwijl er toch in elke compound kippen te houden zijn. Waarom moeten de eieren van zo ver komen? In Serakunda zien we ook allerlei Nederlandse producten. Bintjes, kippenpoten in de diepvries. Is dit een dumping van onze overschoten ? Ontwikkelingshulp? Of hebben een paar figuren een gouden handel? We komen er niet achter. De handel in oude auto’s, hoofdzakelijk oude Mercedessen voor taxi en minibusjes voor het groepsvervoer is enorm. In Serakunda hebben we ook een winkel “Amsterdam inport en export” gezien. …De fietsen, opgeraapt van de grachten, zijn in alle maten en kleuren te koop.

VOGELLODGE


Laat in de middag besluiten we voor een betere ankerplek alvast de rivier 2 km.terug af te zakken. Er schijnt daar een lodge te zijn waar toeristen komen om vogelontdekkingstochten te maken. Wij hebben weinig verstand van vogelmodellen, maar inmiddels wel ontdekt dat er ongelofelijk veel soorten zijn in alle mogelijke kleuren. Door hier en daar wat te vragen weten we inmiddels dat de grote roofvogels die rondcirkelen arenden zijn. Verder zijn er grote gieren, allerlei gekleurde zwaluwen, kanaries e.d. in felle kleuren en de prachtige kobaltblauwe langstaarten. We bezoeken de lodge en ontmoeten de Engelse eigenaar. Ook hier weer een buitenlands initiatief dus. Via het internet worden de klanten gevonden. De situatie dat we geen lokaal geld hebben is ongewijzigd en we kunnen dus alleen koffie drinken in de lodge. Geld voor het restaurant hebben we niet meer! Rob voelt zich hier wat ongelukkig bij, maar wij troosten ons met de gedachte dat we nog voldoende voorraden aan boord hebben. Bovendien hebben we de broodmachine. Water moeten we nu wel zuinig mee zijn. Ik durf het niet aan in dit erg zanderige water de watermaker te draaien! Maar omdat we nu zo ver stroomopwaarts zijn is het water zoet. Dus kunnen we ons er mee wassen en afkoelen. Het is, zoals gezegd, tussen 14.00 en 18.00 te warm om iets te doen. En vaak moeten we ons, om af te koelen, overgieten met emmers water! We spoelen dan het dek van de boot ook mee, omdat je daar anders je voeten aan verbrandt. Toch is het aan het eind van de middag in de boot zo’n 35 gr. C. De volgende morgen wandelen we door de jungle naar de andere kant van het eiland. Voordat het te warm wordt zijn we weer terug op de boten. Morgen willen we de rivier terug af gaan zakken.
21 december 2008
Gelukkig hoefden we vanmorgen niet vroeg weg voor het tij. Vannacht is er een kleine ramp gebeurd! Als ik opsta ligt er een kano met een zwijgende man naast de boot. Eerst denk ik dat hij vis wil verkopen.

GEVANGEN IN NET

Maar al spoedig zie ik dat zijn visnet rond de boot zit! Hoe kan dat nu? De boot ligt aan ca 40 meter ketting voor anker. Hij heeft zijn net dicht achter de boot uitgezet in de schemering. Vervolgens is in het donker het tij gekeerd. 40meter+40meter is 80 meter, dus is de boot tijdens het draaien van de stroom in het net gekomen. In plaats van dat hij ons gewaarschuwd heeft is hij heel de nacht blijven wachten tot het tij weer zou keren. Helaas draaide deze keer nu de boot in de andere richting rond zijn as. Daardoor zit het net nu twee keer rond de boot en hopeloos vast aan roeren en kiel en misschien schroef. Enorm stom van hem om dat net zo dichtbij uit te zetten. Maar ook een strop. We proberen het net zo voorzichtig mogelijk te ontwarren, wat gedeeltelijk lukt. Maar een ander deel zit vast onder de scheggen van de roeren, dus hij moet hier en daar toch snijden. Wij zijn bang dat er iets in de buurt van de schroef blijft zitten, want in dit modderwater te moeten gaan duiken lijkt geen leuk vooruitzicht, zeker als je weet dat er ook krokodillen zitten! Hij kan geen woord Engels of Frans. Deze vissers komen uit Senegal. Ze vestigen zich langs de oevers van de rivier om een nieuw bestaan op te bouwen, hebben we gehoord. Het is blijkbaar een illegale activiteit, maar het wordt toegestaan. Paspoorten of zo bestaan niet, dus ja wie komt nu uiteindelijk van waar? Goed, als hij weg is met een enorme herstelklus voor zijn vrouw ga ik nog met de verlengde grote vishaak vanuit de dingy op zoek naar netresten. Ik vind niets meer aan de roeren, maar bij de schroef kan ik net niet komen. Motor aan. Stationair vooruit. Een zacht getik. Waarschijnlijk van een netkurk. Maar de schroef blijft draaien, achteruit ook! Opgelucht halen we adem. Om twaalf uur zijn we op weg. Zeilend en moterend komen we eind van de middag aan bij de grens van het nationale park waar het anker er weer in gaat. De parkwachters die ons de volgende morgen opzoeken zijn niet die van vorige keer.

HOEZO TOEGANGSBILJET?

Nieuwe afspraken worden gemaakt. Maar de jongens willen nu geld hebben voor de benzine van de buitenboordmotor. Een buitenkansje voor hen, salarisaanvulling natuurlijk. We hebben wel geld voor de toegangskaartjes gereserveerd, maar niet voor 250 dalaris benzine. Op hun voorstel als volgt opgelost. Entree zonder toegangskaartjes! De 300 kunnen we betalen voor de benzine en verdwijnt in hun eigen zak. O.K. Op weg met het bootje naar de hippo’s. Inderdaad krijgen we de hippo’s die we heel de nacht al hoorden, nu te zien. Maar ze lopen over de bodem dus je ziet nog steeds alleen de koppen! We zien ook nog het dagkamp van de jongens waar ook weer chimps opgevoed worden. Terug in de boot bieden we ze een kop koffie aan. Nu krijgen we veel te horen. Het nationale park was van een Duitser. Opnieuw een buitenlands initiatief dus! Door overlijden is het overgegaan in handen van zijn vrouw. Nu heeft de regering inmiddels recht op 50% van de opbrengst (de President dus). En vanuit Duitsland of Amerika worden de salarissen van de parkwachters en het voer voor de apen betaald.

De Parkwachters en Rob en Henk

Nou ja, als de gidsen op deze manier aan iedereen tickets verkopen zal de president er voorlopig ook niet veel beter van worden. De jongens zitten wel lekker bij ons aan boord. Maar we willen de boot weer schoonspoelen nu we nog in zoet water zitten, dus nemen we na uitwisselen van adressen afscheid. Een paar uur later is het tij gekeerd en vervolgen we onze weg.
Wat doe je met Kerstfeest op een tropische rivier waar het in de loop van de middag 35 graden in de boot is en buiten boven de 40?

DE RODE ROTS

We liggen voor anker bij een rode rots. Een van de hoogste bergen van Gambia, hoogte 40 meter! De avond na de aankomst klimmen Rob en ik voor zonsondergang naar boven. Omringd door een kinderhorde. Het dorp blijkt 2 km. van de rivier te liggen. Er is één meisje wat Engels kan in het groepje. Ze vraagt of we pennen voor de schoolkinderen hebben. We kunnen het dorpje vanaf de rots zien en beloven de volgende morgen te komen. Het uitzicht op de rivier is geweldig. Maar de kinderen vragen alle aandacht. Ze hebben de fototoestellen ontdekt en willen allemaal een foto nemen. Terwijl de koeien regelmatig in de rivier komen afkoelen en drinken zijn de moeders beneden in de rivier de was aan het doen. De volgende morgen wandelen we door de droge velden naar het dorp. De pindaoogst wordt binnengehaald. Overal wordt enthousiast gezwaaid en geroepen. Natuurlijk hebben we al begeleiding van een paar kinderen. In het dorp aangekomen nemen de kinderen ons mee naar wat waarschijnlijk hun compound is. De huisjes van de compound bestaan uit een vierkant van 4x4 meter wat gevormd wordt door 4 muren. Deze zijn van rechthoekige zandsteenblokken die opeengestapeld zijn met klei. Het dak met grote overstekken is piramidevormig. Houten sparren afgedekt met een laag palmbladeren. We worden door de leider van de compound ontvangen. Hij zit in het midden op een kleed en is pinda’s aan het eten. Wij krijgen er ook aangeboden en we kunnen gaan zitten. Na het groeten verstomd het gesprek want noch een van de vrouwen, kinderen of hijzelf spreekt Engels. De vrouwen hebben weer prachtig gekleurde jurken aan en bekijken ons zonder gene van alle kanten. Dan komt er een jongen aan van een andere compound die ons rond wil leiden in het dorp. We twijfelen een beetje hoe we de verdeling van de pennen en schriften aan gaan pakken. Want als we dat hier doen blijft het overgrote deel wellicht alleen bij deze familie. Gelukkig komt dan het Engels sprekende meisje aan wat we gisteren ontmoet hebben. We vragen haar de schriftjes uit te delen aan de kinderen die naar het dorpsschooltje gaan. De jongen neemt ons nu mee voor de rondleiding en door vragen komen we aardig wat te weten. Het dorp heeft ca 400 inwoners. Die zijn verdeeld over een 20 compounds. De mannen in compound hebben 2 tot 6 vrouwen. Dat hangt af van hoe welvarend je bent. Want voor iedere vrouw betaalt hij een bruidschat aan de compound waaruit ze afkomstig is. Ook moet voor iedere vrouw een hut gebouwd worden. Een dure aangelegenheid dus. Vervolgens krijgen we de watervoorziening te zien van het dorp. De bron met de twee uiterst effectieve handpompen is aangelegd door de regering zegt hij. Vrouwen in prachtige gewaden met kinderen in doek op de rug gebonden staan aan de pompen te zwengelen om hun water te tappen.

BURGEMEESTER

We worden voorgesteld aan een oude man. Dit is het dorpshoofd. De jongen legt uit dat hij verantwoordelijk is voor recht en orde, beheer van gemeenschappelijke bezittingen, zoals een oude automotor met opgebouwde vermaaltrechter voor mais e.d. Hij is ook verantwoordelijk voor contacten en verdeling van hulp van de overheid. Ofschoon de jongen zegt dat het prima is dat we foto’s nemen zien we vele, vooral mannen, minder blij kijken. Ze gaan direct naar binnen. Vrouwen en kinderen schijnen het eerder prachtig te vinden. Uiteindelijk belanden we bij de jongen zijn eigen compound. Hij is de oudste zoon van de eerste vrouw. Daardoor is hij de toekomstige leider van de compound. Dat is een grote verantwoording. Al het geld wat de compound kan sparen wordt in zijn opleiding gestoken. Dit heeft ook een grote invloed op de ontwikkeling van de andere kinderen. Het basisonderwijs is gratis, maar de leermiddelen moet men zelf betalen. Hoe de keuze tot stand komt komen we niet aan de weet, maar lang niet alle kinderen krijgen basisonderwijs. Alleen de oudste zoon krijgt voortgezet onderwijs en wanneer de compound de middelen bij elkaar krijgt ook hoger onderwijs. Sommigen hebben een sponsor voor de studie in het buitenland. Er is (g)een universiteit in Gambia. Als je universitair studeert zoek je de verschillende professoren thuis op. Dat betekent in de praktijk: rondreizen door het land. Als we rondgekeken hebben in de compound komen een paar vrouwen met een jongen aan die een lelijke wond aan de hand heeft. Niet ontsmet, dus aan het zweren. Hand en onderarm dik. We hebben antibiotica aan boord en beloven dit s’middags te brengen. Ze leggen uit dat ze wel naar een medische post kunnen voor een recept maar geen geld hebben om de medicijnen in de apotheek te kopen. We zijn erg onder de indruk van al deze impressies. Onder de daken van de rieten hutjes (je ziet hier nog geen roestige golfplaten) is ook de harde wereld waarin je moet zien te overleven, aanwezig.





Rond het dorp aan de rivier

ZONDER GELD

Rob heeft een probleem. Hij wordt uitgenodigd om bij een familie te komen eten. Moreel kan hij dat niet want hij heeft geen geld om wat terug te doen. Dus zint hij op nieuwe mogelijkheden om aan zijn geld te komen. De ellende is dat als je iets aan iemand vraagt, je altijd een bevestigend antwoord krijgt. Ook als ze het niet weten. Het lijkt wel of ze bang zijn je teleur te stellen. In ieder geval gaat Rob s’-middags om 15.30, gewapend met onze laatste 65 dalasi, op weg naar een pinautomaat. Of er in Farrafenni een bank met pinautomaat is? Ja, die zou er wel zijn. Eind van de middag is Rob in Farrafenni, waar wel een bankgebouwtje in aanbouw is, maar zeker geen pinautomaat. Hij is nu kwaad op zijn gids. Krijgt uiteindelijk het geld van de autobenzine terug om de bus terug te nemen. Maar de bus stop 5 km. van onze ankerplaats. De tocht naar de rivier is in het donker niet te doen en gevaarlijk. Maar er zijn weer al een paar gidsen die met hem teruglopen door de jungle. Zo zien we Rob s’-avonds laat weer terugkomen met nog steeds geen geld. Hij heeft nu nog het plan een 2-daagse reis te ondernemen naar Banjul. We ontraden hem dit ten zeerste omdat we de volgende dag willen vertrekken en die busreis best 2-3 dagen kan gaan duren. Hij is het wel met ons eens en probeert een paar dagen te leven zonder geld. Wij hebben een ander idee gekregen. Morgen is het eerste kerstdag. We denken dat het leuk is om voor de kinderen die zich elke dag op de rivieroever vermaken pannenkoeken te gaan bakken. Gewapend met de koekenpan, 2 (onze laatste) eieren, meel, melk, boter, zout en suiker gaan we aan wal. Eerst is er wat onbegrip, maar zodra de driepoot van stenen gemaakt is en ik wat hout sprokkel voor het vuurtje wordt het duidelijk. Twee jongens, blijken later volwassen mannen, nemen deze taak direct over. Riet maakt het beslag en het feest kan beginnen. De kinderen vinden het prachtig en de moeders die natuurlijk weer aan het wassen zijn in de rivier, komen kijken en stralen. Af en toe wordt het geheel opgevrolijkt door een kudde koeien die komt baden in de rivier. Het kerststalletje is compleet. De mannen zorgen er voor dat de kinderen netjes op beurt hun pannenkoek krijgen. Rob en ik voorzien ze van suiker. Oppassen! Niet met je linker hand aanraken. We zijn in een islamitisch land, er wordt met de hand gegeten, maar alleen met rechts. Na de kinderen zijn de moeders aan bod. Daarna ontstaan er spontane dansen, de kinderen zingen, en een emmer wordt tam-tam. Prachtig kerstfeest!
26 december 2008
We hebben geluk, als het om kwart voor zeven licht is gaat de stoom precies de goede richting uitlopen. We zijn op weg naar Banjul. We hebben nog 160 km. voor de boeg. Dat moeten we in drie dagen kunnen doen. Eenmaal voor anker in Banjul moeten we diesel in de twee boten zien te krijgen. Dat wordt een hele operatie. Onderhandelen over de prijs. Daarna het transport per auto naar de kade en vervolgens met de dingy’s naar de voor anker liggende boten. Onze jerrycan’s worden aangevuld met een aantal van de pomphouder. Toch moet de auto drie keer rijden met drie man op de voorbank en de met diesel besmeurde can;s op de achterbank. Maar auto’s zijn hier geen heilige koeien. Gestapeld in containers komen gebutst en gedeukt uit Hamburg en Rotterdam. De betaling voor de diesel is een soort Monopoly. Het grootste Gambiaanse biljet is ca. 4 euro waard. Er moet met de visakaart 7 keer gepind worden voor een enorm pak biljetten in de rugzak. Geen winkel, restaurant of pomp accepteert een kaart. Aan het eind van de dieseloperatie ontstaat er helaas/ natuurlijk een verschil van mening over de betaling. Steeds meer mensen zijn ingeschakeld voor hulpdiensten, maar we hebben een prijs afgesproken, en daar blijven we bij. Dat levert een hoop vervelend gedoe op, waardoor we het behoorlijk beu zijn in Banjul, Riet wil er nooit meer naar toe!
30 december 2008
We liggen weer voor anker in de vertrouwde ankerkreek van Lamin Lodge. Inkopen doen in Serakunda voor de oversteek. Supermarkt gevonden. Natdat we weten wat het eindbedrag is, weer naar de bank om geld in de rugzak te pinnen. Uiteindelijk komt alles aan boord. Op oude jaarsdag liggen twee Nederlandse, twee Engelse en een Australische boot voor anker in Lamin Kreek. Met een prima verzorgd etentje vieren we gezamenlijk oud-en nieuw in de Lodge.

Van 2008 naar 2009!
1 januari 2009
In het nieuwe jaar gaan straks alle boten weer hun eigen weg. Rob gaat op weg naar Zuidafrika. Ascencion en ST.Helena zijn voor hem de volgende doelen. De Rhythme of Life gaat de Gambiarivier op. Wij maken ons klaar voor de oversteek naar BRAZILIË!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Blogarchief