Welkom op de onderwegsite van Lady of the Lowlands

We hopen dat jullie wat mee kunnen genieten van onze belevenissen op zee en aan land. Ons belangrijkste vervoermiddel, onze beschutting en ons eigen kleine plekje is onze zeilboot "Lady of the Lowlands". Wat wij schrijven is onze beleving. Wetenschappelijke onderbouwing is niet noodzakelijk aanwezig.

dinsdag 3 juli 2012

VAN GAMBIER NAAR HUAHINE




                                               NAAR DE BOUNTY SFEER

PERFECTE TOCHT
Voor het eerst in de Pacific, na 3000 eerdere mijlen, hebben we nu het weer waar je van droomt! Met een licht tot af en toe matig windje,  tussen zuidoost en oost, kunnen we genieten van deze overtocht. Door de constante en matige wind is er ook weinig of geen swell uit een andere richting. Er is geen maan, maar  bij de ongelooflijke sterrenhemels is het in de nachten niet aardedonker op het water. Genieten  dus van zonsondergangen, zonsopkomsten en de sterrenhemel. Het enige minpuntje: “het slepen van de vislijnen blijft deze overtocht onbeloond”. Wel verliezen we 2 keer het sleep(plastic) inktvisje, ondanks de stalen voorloop. De eerste atollen die we aan kunnen lopen liggen 450 NM. van Gambier. Hao of Amanu. We zeggen nu wel: “ we lopen dit of dat atol even aan”, maar dat is alleen mogelijk sinds het GPS navigatie systeem beschikbaar is gekomen. Voor die tijd liet iedereen de Tuamotus links liggen. De atollen liggen vaak te dicht bij elkaar waardoor astronavigatie in dit gebied een zeer riskante bezigheid is. Een aantal van de jachten die dit vroeger toch geprobeerd hebben  zijn als wrak op een rif geëindigd. De Tuamotus zijn allemaal laag en we vermoeden dat ze er in grote lijnen een beetje hetzelfde uitzien. Onze voorkeur gaat er daarom naar uit om er een paar voor langere tijd te verkennen ipv.  zoveel mogelijk verschillende atollen aan te lopen. Nu het prima weer is besluiten we  gelijk door te zeilen naar Makemo waardoor de oversteek oploopt naar 700 NM. Het loopt lekker met etmaal gemiddelden van rond de 140. Af en toe spinakeren we wat wanneer de wind erg licht is.

WANNEER DOOR DE PAS ?

Het wordt het rekenen. Want om het atol in te komen moet je door een pas. In deze passen staat  meestal een sterke ebstroom. Kan oplopen in sommige gevallen tot over de 10 knoop. Het beste is dus een entree rond de kentering en overdag, want deze nauwe gaten zijn vaak niet voorzien van verlichte betonning.  Teamoverleg. We kunnen 22 april om 17.00 bij de pas zijn, denken we. Dat is te laat want het wordt om 18.00 donker. Een uur om door de pas te gaan (is het op dat moment eb of vloed in de pas?) en een ankerplaats te vinden lijkt ons te krap. Na wat rekenwerk komen we erop uit dat we vandaag en de komende nacht de snelheid moeten vertragen tot 3,5 knoop. Met alleen het stagfokje op lukt dat  bijna. In de nacht trekt de wind nog wat aan waardoor we toch nog 4 uur voordat het licht wordt bij de pas bij Makemo zijn. Nog even wachten tot het licht wordt dus.

NEDERLANDS LANDSCHAP?

Wanneer het daglicht daar is verwonderen we ons over een  bijna Zeeuws dijklandschap vanaf het water. Een lage landstrook met wat plukjes bomen. Alleen de boerderijdaken ontbreken. Dichterbij gekomen zien we echter wuivende palmen ipv. canada’s of iepen.  We gaan de pas verkennen. Er loopt een sterke ebstroom uit. Dus meer geduld is noodzakelijk. Na een uur of twee horen we op de marifoon Rupert van de Kaya. Ze zijn  na ons vanuit Gambier vertrokken en nu 30 NM voor de pas. We vertellen ze dat ze gewoon door kunnen zeilen want over een paar uur kunnen we naar binnen. Wij zeilen, opnieuw vislijnen slepend, met halve wind de  ingang van de pas op en neer in de getijde golven. Wanneer we dicht bij de doorgang komen neemt de stroom te veel toe. Bij de 3e poging lijkt de stroom wat te minderen en zeilen we door. We komen binnen maar op een paar plaatsen moeten we de motor nog even bijzetten omdat we nog steeds 5 knoop stroom tegen hebben.

PAS OP, EEN  KORAALBOM

Nu zijn we binnen in de wondere wereld van het atol, na het dorp wat langs de pas ligt, gepasseerd te zijn. Weg is alle oceaandeining. Zaterdagmiddag Veerse meer….. Zo een atol is een vulkanische oprisping van moeder aarde. Een kraterrand van basaltlava. Hierop is het koraal tot ontwikkeling gekomen. Een klein wonder midden in de oceaan wat maar net boven water steekt. De hoogste boven de zee uitstekende delen liggen meestal aan de (noord) oostzijde. De westzijde is meer blootgesteld aan  de zomerstormen en dus lager. Zoals we later zelf zullen zien zijn daar delen die praktisch op zeeniveau liggen. Een atol heeft meestal 2 tot 3 passen. Al het water wat dus met vloed en windstuwing door de poreuze lage delen komt moet er bij eb door de passen uit. Vandaar dus dat de ebstroom in de pas langer en sterker is dan de vloedstoom. Het zeilen in dit binnenmeer is niet geheel zonder gevaar. Er bevinden zich koraalkolommen die verticaal oprijzen van de gemiddelde bodemdiepte van 20 meter tot het oppervlak. Ze zijn niet op de navigatiekaarten aangegeven. Je moet hier profiteren van de waterkleur en de zon. Je vaart met de zon in de rug of van opzij. Water ondieper dan 10 meter verkleurt van donker blauw naar lichtblauw. Midden in zo’n gebied zie je dan de “koraalbom”,  net onder water. Niet varen in het donker, met tegenlicht of bewolkt weer dus. We danken Rupert en Judy van de Kaya voor een heleboel kennisoverdracht!  We ankeren nog een paar uur na de pas  om op de goede lichtval te wachten. Dan zien we Rupert en Judy ook door de pas komen, steeds nog tegenstroom. Ervaren als zij zijn zeilen ze , nu de zon inmiddels goed staat, door naar de oostzijde van het binnenmeer. Het is onze eerste ervaring en we doen het rustig aan op de motor. Riet staat op de voorpunt om de bommen tijdig te spotten, en er wordt door mij gestuurd met de hand. We vinden het allemaal nogal mee vallen, omdat de bommen ruim vooraf duidelijk zichtbaar zijn. Maar op het eind rijst er een ongezien, klein bommetje vlak naast de boot op. Het blijft dus goed uitkijken!! Na 15 mijl gaan we voor anker in de oosthoek van het binnenmeer. De echte bountysfeer. Wuivende kokospalmen, witte strandjes en het water kleurt van diep blauw naar heel lichtblauw.

ANKEREN BIJ HUBERT

Het ankeren vergt hier speciale aandacht omdat in de prachtig witte zandbodem overal koraalplekken uitsteken. De ankerketting kan, vooral met het drijven van de boot in windstil weer, zich rond deze koraalplekken gaan draaien en vast komen te zitten. Daar is de truc met de boeitjes op bedacht. We gebruiken daarvoor de boeibollen die je hier vaak langs de waterkant vindt. Ze zijn afkomstig van de parelfarms. We bevestigen ze met een lijntje om de 8 meter aan de ketting, waardoor de ketting vrij van de bodem blijft. Helpt vaak vrij goed.

                              

                                                       ANKEREN BIJ HUBERT
                                
We hebben tekenen van leven en een soort bebouwing tussen de palmen ontdekt. Aan wal gekomen blijkt hier Hubert te wonen. De meeste van deze buitenplaatsen zijn alleen bewoond tijdens de kopra- oogst. Maar Hubert woont hier permanent. De kennismaking loopt grotendeels via Rupert., die alles zoveel mogelijk volgens Polynesische culturele gewoontes en gebruiken aan wil pakken. Hij heeft 25 jaar geleden een tijd op een eilandje gewoond en weet dus erg veel van gebruiken en omgangsvormen. Nu is 25 jaar best een aardige tijd. Dus vermoeden we later, in tegenstelling tot Rupert, dat ook hier de tijd niet geheel stil gestaan heeft.

ERVARINGEN MET DE POLYNESISCHE CULTUUR  EN HUISVESTING

Hoe dan ook, we benaderen Hubert met kleine cadeautjes, waarop hij weer dingetjes aan ons geeft. Omdat er hier zo weinig land is, in deze enorme oceaan, is alle land particulier bezit. Hubert geeft ons toestemming om zijn  land te betreden en  neemt ons mee op expeditie. Hij is een vrouwman- mens. Het is een oud gebruik in de Polynesische cultuur om de (meestal  oudste?) zoon als vrouw op te voeden. Dat is waarschijnlijk ontstaan om het voortbestaan van de familie te waarborgen. In het verleden werden veel oorlogen tussen de stammen gevoerd.  De oudste zoon werd dus niet in de oorlogshandelingen betrokken. (Het fijne weten we er nog steeds niet van). Hij is meestal de spil van de familie, verantwoordelijk voor het welzijn van de rest van de familie. Niet te vergelijken met wat wij in de westerse samenleving onder travestieten verstaan dus.  We leren van Hubert  snel heel wat over zijn manier  van leven hier en hoe hij in zijn voedselbehoefte voorziet. Dit soort sociale contacten zijn het leuke van het reizen. De taal is een probleem maar met een beetje Frans, gebaren en tekeningen in het zand komen we een eind. Hubert heeft dit stukje land verkregen nadat zijn  zuster is overleden. In de meeste families is er strijd en verwarring over het grondbezit. De bezitcultuur is ook wat anders dan in de westerse wereld. “Wat van jou is , is ook van mij”  wanneer je familie bent. Je kan dit voorkomen door te zeggen dit was een geschenk van mijn grootvader. (door Rupert zo uitgelegd). In het dorp staan prima huizen. Maar hier bij Hubert op de buitenpost wordt geleefd onder een afdak van golfplaten. Rooktonnen worden smeulend gehouden om de muggen enigszins te verdrijven.

Omdat het een regenachtige dag is wordt er niet in de kopra gewerkt door Rino en Mosu en andere vrienden, werkers. De heren hebben  de hele dag van het zelfgemaakte cocobier (zeer licht alcoholisch) zitten drinken. Nu moeten we komen eten. Eind van de middag zitten we te genieten van de prima verzorgde maaltijd. Rijst, linzen, kip, vlees en vis. Maar zij eten niet mee.

                               

                                       IN DE KEUKEN VAN HUBERT

Gestadig drinken ze door van het cocobier. Ze zijn  behoorlijk door de thee, maar eten niet. We vermoeden nu dat het niet gebruikelijk is om samen met je gasten te eten. Ze eten zelf erna wat over is.  Inmiddels regent het behoorlijk hard. De borden lopen vol. Dus gaan we naar binnen. Niet dat het daar veel beter is want de stalen golfplaten zijn  op vele plaatsen doorgeroest. Overal kun je gratis douchen dus. Een paar dagen later koken wij samen met Judy en Rupert voor hen. Zelfde patroon, ze eten niet mee, maar zijn blij  met de  grote hoeveelheden die overblijven en brengen de volgende dag keurig de lege pannen terug.

KOPRA OOGST

We begrijpen dat de Kopra teelt hier nog steeds een goede bron van inkomsten is. Ofschoon de prijs van Kopra op de wereldmarkt erg laag is maakt de Franse subsidie veel goed. De palmen dragen het hele jaar door. Een palm gaat na het planten na ongeveer 5 jaar vrucht dragen en doet dat ongeveer 25 jaar daarna. Per 3 a 4 maanden wordt de palmgaard bezocht om de gevallen noten te verzamelen. Die worden met een bijlslag door de helft geslagen en tot muurtjes gestapeld om voor te drogen. Na enige dagen wordt het kokosvlees er uit gehaald, gedroogd en in zakken van 50 kg. gedaan en daarna naar het dorp gebracht.

                                

                                                       DE KOPRAOOGST DROOGT

Zoals wij gezien hebben kan bij regen dit proces heel wat ingewikkelder worden. Bij Hubert  komen de twee familieleden die op dit moment in de kopra werken meestal om een uur of twee van het werk terug. Ze beginnen om 6.00 in de morgen. Daarna moet er gegeten worden. Hubert doet het huishoudelijke werk, zoals koken, brood bakken, kleren wassen enz. Maar de mannen moeten voor eten zorgen. Hoogtepunt: “Hubert plant kokospalmen met ons”, “ Kom terug over 5 jaar dan dragen ze vrucht”, zegt hij.

                                

                                                RIET PLANT EEN KOKOSPALM

VISSEN
Rino en Mosu gaan na het werk op jacht naar voedsel voor het avondeten. Meestal draait dat uit op vissen. We begrijpen van hen dat aan deze zijde van Makemo, zowel binnen en buiten het rif, er geen vis met ciguatera besmet is. En al snel worden we deelgenoot van hun visavonturen. Vissen met het net. Dat wordt gespannen over de uitgang van een inham (binnenzijde rif). Vervolgens jagen we de vis op met stenen en klappen met kokostakken op het water, richting net. Het net kan niet zo lang blijven staan. Wanneer er vis in zit komen de Blacktip haaien er op af. De heren doen ook veel aan speargun vissen met Rupert. Maar wij zijn daar te slechte duikers voor. Hubert doet niet aan de manlijke takken van net- en spearvissen. Maar vissen met de hengel is vrouwelijk genoeg. We leren spoedig dat een lange stok en een lijntje met haakje en steentje hier handiger is dan een werphengel. Hoogtepunt is het nachtvissen met volle maan op Red snapper. Met Hubert, Rino en Mosu ga ik met de hengelstokken het buitenrif op. Een wat gevaarlijke onderneming met op het rif brekende golven en spleten. Het hoofdzaklampje bleek weer eens een belangrijk wapen. Tegen de tijd dat ik mijn eerste Red Snapper gevangen had, hadden de mannen de tas vol en gingen we weer op huis aan.

                          
                                             RED SNAPPER IN DAGLICHT
WILMA EN JAAP KOMEN
Donderdag 31 mei is het zo ver. We hebben een busje gehuurd om Jaap en Wilma op het vliegveld af te halen. Met wapperende Zeeuwse vlag worden ze op Makemo onthaald. Grote hoeveelheden meegebrachte onderdelen en pakjes komen uit de rugzakken, ze hebben er krom van gelopen. Grote verrassing: Gegraveerde glazen en fles. Prachtig gedicht over de “Lady of the Lowlands” door Pernette. Heel lief en hartelijk bedankt!!

                                          
   
                                             EEN PRACHTIG GESCHENK

De volgende dag zeilen we naar de ankerplaats in het oosten bij Hubert. De dag erna is het volle maan. Dat komt prima uit want nu kan Jaap gelijk zijn eerste viservaring op het rif hebben. Met Hubert en zijn neef Napoleon gaan we in het donker het rif op. Voordat Jaap goed en wel aan het vissen is haalt de neef de ene na de andere vis uit de spleten in het rif. Maar deze keer zijn we beter voorbereid met de stokken met lijn en haak. Ook wij vangen een aantal Red snappers. Er is deze nacht weinig swell, dus minder golven op het rif. Wilma, Riet en Frances en Marianne (van de Spaanse boot Badoc), lopen op de binnenrand van het rif, en maken foto’s. De volgende dag nemen we afscheid van Hubert en zeilen naar de overzijde, waar we achter de twee motuutjes (eilandjes in het rif) ankeren (beste ankerplaats in geval van harde wind tussen Zuidoost en Oost). Uit de waterkelder onder het gemeenschapsafdak wat op deze motu staat gebruiken de dames dankbaar het water voor de was (we zijn hier twee keer geweest en nooit iemand gezien). Jaap vangt nog een reusachtige paling in een plas wanneer we over de keien van het rif lopen. Hij is erg verwonderd over de dikte van de huid, die we samen als een soort touwtrekwedstrijd verwijderen.



                                                TOUWTREKKEN MET PALING

Daarna gaan de Red Snappers en de paling op het rooster boven het kokosnootbast-vuurtje. Smullen!! De rest van de dagen wordt nog op andere plaatsen op het rif gevist en gesnorkeld. Zeilend naar de volgende ankerplaats in het atol hebben we eindelijk succes met de sleeplijn. 2 flinke Jobvissen achter elkaar.

                                  
                                                 
                                                 JAAP HEEFT BEET! JOBVIS

De laatste dag ankeren we bij de Noordwestpas. Hier is het snorkelen fantastisch. Prachtige hoge koraalrotsen en allerlei kleine en grote vissen. Riet komt met hoge snelheid naar de boot gezwommen na het zien van een Blacktip haai.
MUURVAST
Het hoge koraal is prachtig, maar heeft wel onze ankerketting te pakken. Wanneer we willen vertrekken zit het hele zaakje muurvast. Na enige uren van gemeenschappelijke inspanning, duwen met het bijbootje, snorkelen en voor- en achteruit met de boot krijgen we tot onze opluchting het anker toch uit het water. Jaap en Wilma zijn inmiddels aardig ingeburgerd maar nu gaan we zee op, weg uit het beschutte water van het atol.

TAHANEA

7 juni om 11.00 uur is het zo ver, we verlaten na 1,5 maand Makemo. Wat hebben we hier een geweldige tijd gehad! Voor Jaap en Wilma was het 6 dagen, maar er staat meer op het programma voor de vier weken dat ze hier zijn. Met 5 knoop stroom vliegen we de pas uit. Aan de beschutte kant van Makemo is de zee nog vlak. Eenmaal voorbij de punt gaan we de zuidelijke swell wel een beetje voelen. We maken gelijk goede voortgang omdat we met lichte wind aan de wind zeilen. Voor Jaap en Wilma een beetje wennen, nu opeens midden op de Grote Oceaan. Jaap voelt zich het best buiten en Wilma zit nog een tijdje met het emmertje voor zich, maar houdt bijna alles “binnen”. Door ons oponthoud met het anker op halen komen we nu in het donker aan op Tahanea. Dus uren heen en weer zeilen tot het licht wordt. De volgende morgen ankeren we tussen de twee passen. Het water is ongelofelijk helder.

                               

                                                   HELDER WATER

We maken prachtige wandelingen over het motu tussen de twee passen, snorkelen en vissen, eten met barbecue. We zijn en blijven nog steeds verwonderd over de grote hoeveelheid en verschillende soorten vis die we met de primitieve methode, bij Hubert geleerd, vangen. Het hoofdgerecht blijft deze dagen vis. Ook Tahanea is een atol waar je langer zou willen blijven, maar we willen ook nog eilanden na Tahiti gaan zien met Jaap en Wilma.

                             
    
                                           TAHANEA NATUURRESERVAAT
NAAR TAHITI
Nu wordt het een wat langere tocht voor onze gasten. Tahanea- Tahiti is 290 NM. In de Pacific een snapje, maar als je het niet gewend bent is het toch een heel eind. De omstandigheden zijn prima. Na een bewolkte en wat wisselvallige start staat de wind tussen Zuidoost en Oost en is de swell niet noemenswaardig. Wilma en Jaap houden zich prima en kunnen genieten van deze tocht met achterlijke wind. Ik leest in het logboek van Riet: “Heren melkmeisje in de nacht, dames alleen grootzeil”. Ingedeeld en actief in de wacht dus. De tweede nacht is het onrustiger, meer wind en swell. Bij een gijp breekt de mantel van de grootzeilval. We repareren de zaak provisorisch en gaan met 1 rif verder. We willen de val pas repareren/keren in Papeete. Jaap en wilma liggen die nacht flink te zweten in de hittige voorpunt. 14 juni om 11.00 uur varen we de Passe de Papeete in. We gaan meteen door, via de binnenzijde van het rif naar Marina Teina waar we tussen een enorme vloot van wereldzeilers ons anker laten vallen. Twee dagen worden besteed aan de bootpapierwinkel, boodschappen doen en lekker eten op de wal. Verwonderd kijken we naar al het autogeweld en fileverkeer. Dat zijn we niet meer gewend. We gaan door naar Moorea. In het begin van deze kleine oversteek kan er niet gezeild worden. Wind en geen wind uit alle kanten tussen deze twee eilanden. Na 1,5 uur zijn we ver genoeg weg van Tahiti om weer de oostenwind op te pakken. Nadat we de zuidpunt van Moorea bereiken vervolgen we onze tocht langs de prachtige oostkust van Moorea. Het anker valt in Opunohu bay. Lichtblauw water tussen het rif en de wal. Adembenemend uitzicht op de groene bergen van Moorea. De volgende dag wandelen we en de dag daarop huren we een auto’tje. De tocht rond het eiland is niet super omdat de hele weg rond het eiland met huizen bebouwd is. Wel prachtig is het uitzicht vanaf de Belvedere en aan de oostkant het uitzichtpunt op het rif. Ook de onverharde weg langs de ananasplantages is erg mooi.
NAAR HUAHINE
We vertrekken om 3.00 uur, om de volgende dag voor donker aan te komen. Maar omdat we de eerste uren bijna geen wind hebben lukt dat net niet. Op dit oversteekje is er nogal wat swell uit het zuiden. Wilma is korte tijd zeeziek maar knapt snel weer op. Jaap voelt zich alleen buiten goed. Maar opeens springt hij op en is springlevend wanneer de fietsband van de vislijn tot het uiterste uitgerekt wordt. Beet!! Worstelend, maar snel, haalt hij een MAHI-MAHI (gouddorade) van 115 cm. binnen. Dit is echt een prachtige vis, goudkleurig met blauwe kam!!

                              
   
                                                EEN MAHI-MAHI

De dag kan niet meer stuk. Het laatst deel van de tocht trekt de wind nog goed aan maar we halen het net niet meer voor het donker.

                               
   
                                                DE WIND TREKT AAN

Het is ook maar 12 uur licht. De aanloop van de pas van Huahine is echter uitstekend verlicht en we lopen aan zonder problemen. We ankeren in Bay Haaray omdat we liever niet in het donker in een koraalgebied voor anker gaan. De volgende dag ankeren we op een van de mooiste ankerplaatsen, Point Teapara. Voor ons licht lichtblauw water tot het rif. Aan de andere zijde de in en in groene bergen met aan de voet een wit zandstrandje. Het strandje is publiek, maar wordt onderhouden door Siki. Hij verkoopt ons kralensnoeren van bonen. “Niet mee zwemmen want dan gaan ze groeien”.

                             
   
                                                     SIKI IN ZIJN KANO

We horen van hem dat hier een 5 sterren hotel gebouwd is en een restaurant. In 1994 zijn deze mensen vetrokken omdat het zaakje failliet ging door gebrek aan gasten. Er is een prachtig aangelegd uitzichtpunt (laatste stuk houten trap bijna vergaan) waar je een fabelachtig uitzicht over het eiland en het rif hebt.

                              

                                                     FABELACHTIG UITZICHT

Siki brengt ons naar de verborgen boomgaard van het hotel waar we pompelmoezen en bananen kunnen verzamelen. Jaap en Henk gaan de bananenstruik met de machete te lijf…Meer dan 100 bananen aan deze kam!! Dat wordt weer bananen eten tot ze de oren uitkomen! Omdat Jaap en Wilma over twee dagen vertrekken zullen we dat veelal met zijn tweeën moeten doen. Het is het bijna het eind van de 4 weken die Jaap en Wilma bij ons aan boord zijn. We gaan anker op naar het dorp Fare. De volgende dag huren we twee scooters en toeren rond Huahine, wat eigelijk bestaat uit twee eilanden, verbonden met een brug. Prachtige tocht, we genieten. Erg leuke ervaring en veel meer midden in de natuur dan toerend met een auto. Tot nu toe bevalt Huahine ons het best van de Society archipel (Tahiti en de eilanden ten westen ervan). Erg mooi en rustig. De avond voor hun vertrek bieden Jaap en Wilma ons een heerlijk etentje aan. De vier weken dat ze aan boord waren zijn omgevlogen.

                             
                                                VERTREK VAN WILMA EN JAAP

























  

dinsdag 17 april 2012

NAAR GAMBIER






DONKERE LUCHTEN MAAR WEINIG WIND

Paaseiland is prachtig maar de zorg voor de boot in de verborgen baai (Hanga Pika) blijft. Wanneer de voorspelling voor  2 dagen later is: “Swell from the southwest waves 3,2 meter”, besluiten we voor die tijd naar buiten te gaan. Nog een heel gedoe met het op de juiste volgorde losmaken van alle lijnen en het anker van achter de ketting op te duiken. We ankeren nog op diverse mooie plekken rondom het eiland, maar op een gegeven moment is de wind en swell dusdanig dat er nergens nog een comfortabele ankerplaats is! Dus gaan we weer voor anker voor Hanga Roa. Uitklaren, zodat we elk moment weg kunnen. De armada en immigratiedienst komen deze keer naar ons toe. Om schade te voor komen door de grote golven, laten we ze niet afmeren aan ons. Eén van ons springt over met de scheepspapieren. We mogen na het uitklaren niet langer dan 24 uur blijven en mogen helaas ook geen boodschappen meer aan de wal doen. Omdat we liggen te raggen  achter ons anker besluiten we dezelfde avond van 25 februari maar zee te kiezen. Wind is er pas voor de volgende dag afgegeven, maar varen is comfortabeler dan hier nog een nacht te ankeren. De volgende morgen zijn we na een nacht met weinig tot geen wind en zware swell nog nauwelijks 10 mijl van Paaseiland weg. Irritant varen! Maar in de loop van de dag zeilen we met de afgegeven lichte wind tussen Noord en NoordNoordoost aan de wind in NW richting.

OP ZOEK NAAR DE OOSTEN  WINDEN



                                  
                 
                                              AF EN TOE WEINIG WIND

Na twee dagen in NW richting, pikken we op de hoogte van 24 graden de benodigde oosten wind op. De wind blijft licht tot matig tussen zuidoost en noordoost. Zonnige dagen in het begin. Maar naarmate we  vorderen komt er meer bewolking. En in de namiddag worden we regelmatig getrakteerd op hoosbuien. Voor de bui is er meestal toename van de wind. Na de bui is de wind vaak weg voor een aantal uren voordat hij zich weer in zijn oude richting nestelt. Jammer voor het 24 uurs gemiddelde!. Maar wat maakt het uit of je er een dag meer of minder over doet? We slepen dagelijks de twee vislijnen, maar deze keer zonder enig resultaat. De barometer gaat meestal in de loop van de middag 1 tot 3 punten snel naar beneden. Dat heeft, in  tegenstelling tot  wanneer er sprake is van een naderende depressie, echter geen vaste invloed op het toenemen van de wind. Toch blijven er onvoorspelbare  dingen.

 ZWARE LUCHTEN

 Soms neemt de wind onverklaarbaar binnen 30 sec. toe van 15 tot 30 knoop. De luchten zien er vaak  beangstigend uit.  Met al die buien en om niet constant in- en uit te reven varen we  veelal met een rif in het grootzeil. Maar als er weinig wind is, moet het rif er wel uit.  Op weg naar Paaseiland hebben we nog een keer een schip gezien, hier niets en niemand. De zee is en blijft leeg. Vaak zijn de golven vele malen groter dan de wind van dat moment kan veroorzaken. Wanneer de wind minder dan 10 knoop is  het  “voor de wind”  erg moeilijk om nog te zeilen. Het voortdurend klapperen van de zeilen  is irritant en er zeker niet goed voor. Koken is soms ook behoorlijk lastig. Maar met af en toe een  kant en klaar maaltijd, lukt dat toch goed. Het beste varen we onder deze omstandigheden onder hoeken. Toch maken we goede vooruitgang, met een gemiddelde van 120 mijl mogen we niet mopperen. In het begin zijn we naar het noorden gezeild  om in de oostenwind te komen. Het  is nu de vraag of we op deze hoogte zullen blijven, of nog naar beneden gaan om Pitcairn aan te lopen. Wanneer de weersinformatie voor de volgende dagen een golfhoogte van 3,6 meter aangeeft rond Pitcairn is die beslissing niet meer moeilijk. Er zal onder die omstandigheden niet fatsoenlijk te ankeren zijn. Nog 350 mijl naar Gambier. De oosten wind zet nu lekker door. Het 24 uurs gemiddelde loopt weer op tot 150 mijl.  Woensdagnacht  na 10 dagen zeilen zijn we er. We zeilen de laatste 10 mijl gedurende de nacht op een puntje fok, omdat we niet voordat het licht is de aanloop willen doen.

 OUDE BEKENDEN

Wanneer we de volgende morgen binnen het rif voor Rikitea voor anker liggen weten we niet wat ons overkomt. Weg is het rollen vanwege de swell en golven  van de afgelopen 2 maanden!! Je kan weer door en over de boot lopen zonder je overal aan vast te moeten houden! Alles blijft weer gewoon op de tafel staan!! Rikitea is de hoofdstad, nou ja stad, nog geen 1000 inwoners, van het eiland Mangareva.

RIKITEA ANKERPLAATS

Gambier bestaat uit een eilanden groep die omgeven is door een rif. Voor anker liggen een 8 tal zeilboten. De Theleme,  Touareg en Manguaya  zijn bekenden van ons. Een leuk welkom! De rest van de dag houden we ons gemak, inklaren komt hier niet zo nauw, dat kan morgen ook. Michelle en Richard  maken ons de volgende dag wegwijs op de wal. Inklaren is inderdaad een formaliteit vergeleken met Zuid-Amerika. Nadat we van de andere boten over hun overtocht gehoord hebben, beseffen we dat we geluk gehad hebben met de oosten wind. De Touareg had alleen NW wind. Ze hebben de koers nog verlegd naar de Marqueses. Maar ook toen kregen  ze opnieuw de wind tegen. Uiteindelijk hebben ze er 19 dagen over gedaan. We zitten nog steeds niet in de beroemde passaat winden. Te vroeg in het seizoen zeggen ze hier. Soms vraag je je af of die vaste pasaat-winden nog wel

                             

                                     RIKITEA

Een  minder leuk bericht ontvangen we van Wolfgang via de radio. La Rose, een Zuid-Afrikaanse  aluminium zeilboot van 54 voet is bij het invaren van Hanga Pika op Paaseilend op de rotsen gelopen en total loss!! We hebben met Nicky ( de eigenaar) bijna dagelijks radiocontact  gehad. Zij op weg naar Paaseiland en wij naar Gambier. Zo.n radiobabbel is meestal een leuke onderbreking van de wacht. Via een radiomail naar Andy Mc. Donalds, vernemen we dat het een fout van de loods was. We begrijpen het niet want zonder loods is de invaart ook goed mogelijk. Je hoeft alleen twee palen in 1 lijn te houden. Misschien met teveel brekende swell golven naar binnen proberen te varen? De invaart is erg nauw en gaat rakelings langs de rotsen. De in- en uitvaart kun je alleen doen met kalm weer en een vlakke zee!! Later horen we in Gambier van de “Obelisk” ,een amerikaanse boot die een poosje na hen aankwam, dat de boot inderdaad door grote brekers uit koers raakte en op  de basaltrotsen als een sardineblikje opengereten werd! Met verkeerde omstandigheden naar binnen gevaren.

 VERKENNEN  RIKITEA

                                          
             
                                    DE GRAFTOMBE VAN DE LAATSTE KONING

 Door de prachtige, met beton geplaveide dorpsstraat scheuren de scooters. Een groot aantal SUV’s met 8 cilinders. Het hele eiland heeft 35 km weg. De welvaart van een redelijk aantal mensen is te danken aan de zwarte parel- industrie. Wie niet werkt heeft blijkbaar ook niet te klagen, want Frankrijk stuurt het maandgeld.  Een vochtig tropische indruk met prachtig bloemenstruiken en fruitbomen: broodvruchten, bananen, papaya’s, citroenen, manga’s, kokosnoten en grapefruits ( pompelmoenen) als kinderhoofdjes. Het fruit ligt vaak onder de bomen. Wanneer je vraagt of je het kunt kopen, krijg je te horen dat je het mee kan nemen want zelf eten ze het toch niet op .  Na een paar dagen en een grote stap voorwaarts in het Frans van Riet, blijkt dit inderdaad wel te kloppen. Eigenlijk kopen we liever, want het lijkt een soort bedelen. Maar iedereen vindt het hier heel normaal. Wat eten ze dan zelf? Heel veel olwassen en kinderen met overgewicht. Vet en snoep dus. Ofschoon het goed mogelijk lijkt, verbouwen de inwoners bijna geen groenten. Rond de huizen maken de mensen wel veel werk van hun siertuin. Gras, bloemen en struiken onder de vruchtenbomen. Eén keer per 2 a 3 weken komt een bevoorradingsschip uit Papeete  wat aardappelen, uien, kool en wortelen meeneemt voor de paar kleine winkeltjes.  Je moet er snel bij zijn anders is het op.

 BANKOVERVAL

 Na een week vernemen we van de andere zeilers dat het postkantoor gesloten is. Je kan geen euro’s of dollars meer wisselen. Er is in dit vreedzame en goudeerlijke Rikitea een serieuze overval op het postkantoor gedaan. Een schip van de Franse marine zet onderzoekers aan wal. Tot op heden niet opgelost. Geruchten gaan dat de buit 400.000 euro is. Moet een bekende zijn, die weet wanneer er zoveel geld in het postkantoor aanwezig is. Nou ja, Frankrijk stuurt wel nieuw geld, het gaat daar economisch toch al prima op het moment! We houden onze zaken toch maar weer wat beter op slot.

 GIFTIGE VIS

 In menige tuin wordt achterin met vier golfplaten een verblijfplaats voor een varken gecreëerd.  Vis wordt weinig meer gegeten omdat de meeste soorten dragers zijn van het  ciguatera micro organisme dat op dood koraal groeit. Alleen roofvis die buiten het rif gevangen is, kan hier nog veilig gegeten worden. Na het eten van de besmette vis wordt je ernstig ziek. Voor ons erg jammer want  vissen binnen het rif is hierdoor zinloos geworden. Pierre van de Manguaya (hij was in Frankrijk zelf visser) heeft een boekje waar 4 vissen in staan die wel gegeten kunnen worden. We nemen foto’s er van, maar zullen het risico waarschijnlijk niet gaan nemen. Pierre heeft grote ideeën. Hij wil een oude schoener kopen in  Nederland. Na restauratie wil hij gaan handelen (smokkelen) in wijn en andere goederen, tussen Chili en Frans Polynesie. Alles is namelijk 3 a 4 keer zo duur hier vergeleken met Chilie. We vragen ons af of er geen oesters te koop zijn. Want voor de parelindustrie  moeten die toch volop aanwezig zijn. We vinden wel de prachtige schelpen maar oesters voorlopig niet.

De eetvoorraden gaan er sneller door dan berekend in Chilie. Er is niet veel te koop en zoals gezegd: drie keer de Nederlandse prijs. We leren van Rupert en Judie van de Khaya hoe je zelf boursin van melkpoeder kan maken en groentesprouts van radijszaad of ander zaad kan kweken. Rupert is Amerikaan van Britse origine. Jachtontwerper, bouwde 20 jaar geleden zijn eigen boot. Ze ontwerpen, bouwen en installeren in Californië, waar ze wonen,  milieuvriendelijke huizen met zonnecollectoren. Half jaar werken, half jaar zeilen. Ja, iedereen heeft toch geld nodig. ………

 ROND EN OVER RIKITEA
  
                                   
                                     DE KERK ACHTER DE BANANEN

 We zijn hier nu weer al tien dagen. Na een aantal dagen van tropische hitte, (38C. buiten, 35C.  in de boot en zeewater rond 30C.), is het de laatste dagen veel gaan regenen. Af en toe enorme wolkbreuken. Maar de temperatuur is met 28 graden ook een stuk aangenamer geworden. Tot nu toe hadden we ons water alleen van de watermaker. Maar nu het met zoveel bakken naar beneden komt hebben we ook maar eens trechters aan ons kuiptentje gemaakt. Prachtige wandelingen zijn er over het eiland met z’n tropische begroeing te maken. Een weggetje gaat helemaal rond en er zijn diverse paden over de bergen naar de andere kant. Aan de andere kant , westzijde, staan overal in het water de gebouwtjes op palen, deze van de parelboerderijen. Na elke wandeling komen we met vers fruit terug.

                               

                                   CRAPEFRUITS ALS KINDERHOOFDJES
   
Na een bergbeklimming (ca 400m. hoog) heb je een adembenemend uitzicht over de eilandengroep en het rif. Op zondagmorgen is het een bijzondere belevenis  om de mis bij te wonen in de prachtig gerestaureerde kerk. Zang van gemengd koor in een half Frans-Polynesische taal. Enige dagen na onze aankomst hadden met we de andere yachties onze eerste gezamenlijke barbecue op het erf van  Fritz Smack. Hij is een destijds ontsnapte Oost-Duitser die hier voor de 1e keer met het vreemdelingenlegioen kwam. Half de 70er jaren van de vorige eeuw heeft hij zich hier voorgoed gevestigd. Hij wil een soort ontmoetingsplaats voor zeilers zijn. Hij leeft hoofdzakelijk op een krat bier per dag, zegt hij. We kunnen bij hem internetkaarten kopen. Zoals alles in Frans Polynesie zijn die ook kostbaar.  Helaas werkt het internet alleen in de nacht. Overdag is de tel. lijn overbezet.

                            
  
                                 BIJ FRITS SMACK

 COCOSNOOT KENNIS

                             
   
                                  UITZICHT VAN HET BUITENRIF

Het weer is steeds instabiel. Dus ankeren tegen het buitenrif lijkt nog steeds geen goed idee. We besluiten om samen met de Khaya naar het eilandje Aukena te zeilen. Goed ankeren met winden tussen Zuidoost en Noordoost. Rupert woonde een aantal jaren op de Stille Zuidzee-eilanden. En hij leerde alles over de kokosnoot en hoe die te gebruiken is als een basis product. Eerst bezoeken we Bernard. Hij is een van de paar bewoners van het eiland. We willen misschien een varkentje van hem kopen om samen met de andere boten op Polynesische wijze in een grondkuil te bereiden. Het varken wordt een beetje te duur bevonden, dus deze voorstelling  gaat niet door. Bernard is voor een onafhankelijk Polynesië. Hij is  familie van de laatste koning van Gambier. Zo iets weet je nooit zeker, want er zijn er meer die dat beweren. (In ieder geval kun je de sarcofaag van de laatste koning in Rikatea bewonderen. Ommuurd door een kapel, om de rest van de bevolking duidelijk te laten zien dat hij een christelijke begrafenis gehad heeft). Ofschoon het wat tegenstrijdig lijkt met zijn onafhankelijkheidsgevoel, is Bernard erg trots op zijn nieuwe huis waarvoor hij  een behoorlijke subsidie vanuit Frankrijk gekregen heeft. Dit soort systeemhuizen, voorzien van veel kunststof panelen, zijn  voor ons niet erg fraai.  Wij hebben romantische gevoelens bij de oude hutten met de palmbladerendaken, maar voor Bernard is de romantiek van elke vier jaar een  palmbladeren dak vernieuwen ver te zoeken. We maken een prachtige wandeling over het strand en de lavablokken rond het eiland. Riet verzamelt krukels, die later wat moeilijker uit de schelp blijken te komen dan in Holland. Rupert geeft ons kokosnoot les. De meeste gereedschappen die nodig zijn maakt hij van de noot of de boom. Van het palmblad kun je van de kern een reep afsnijden waar je vervolgens een prima  klimkoord van maakt. 1. De verse noten drink je eerst uit, waarna je de afgezette pulp opeet. Meestal moet  je voor de hiervoor benodigde noten met het koord om de voeten de boom in. 2. Van de oudere noten onder de boom de bast verwijderen, de noot halveren en dan het witte vlees verwijderen en opeten. 3. De  kokosnootcream maak je door het witte vlees te pletten of te malen en vervolgens in een doek uit te wringen. 4. Dan de noten waarop al een nieuwe boom ontsproten is. Openen en dan zie je dat zich binnenin  een soort schuimbol gevormd heeft die zoet is, erg lekker!  5.  Van de kern van de plant kun je ook nog het hart eten. Dan zijn er vervolgens natuurlijk allerlei recepten waarin je de gewonnen producten kunt gebruiken. Rupert duikt ook nog conchs op. Grote prachtige schelpen, waar prachtig op kreeft lijkend vlees in zit. Hij blijft zonder luchtfles eenvoudig een paar minuten onder water. Wij zullen moeten kijken of we ze ook ondieper kunnen vinden, want zo diep en lang kunnen wij niet. Gezellige etentjes met zijn vieren. Judy is een eerste klas kokkin. Riet leert opnieuw op een ander wijze brood bakken. Hoeveel methodes hebben we onderhand al uit geprobeerd? Omdat het weer beter is als verwacht kunnen we toch bij het rif gaan ankeren. We vinden het er prachtig, maken ( op afstandje) kennis met de eerste blacktiphaaien. Op een gegeven moment zijn er zeker 6 in de buurt….even wennen… De geuren van de bomen en de kleuren van de zee en zijn bewoners zijn schitterend. Hier genieten we enorm van!

                              
                                      RUPPERT DUIKT SCHELPDIEREN OP
  
 AANHOUDENDE REGEN MET PASEN

 Wanneer houdt het eens op? Etmalen van over de 100 mm. neerslag volgen elkaar op. We willen zo langzamerhand richting Tuamotus. Maar de winter wil maar niet beginnen. In het winterseizoen krijg je hier droger weer en meer oosten wind. Elk keer geven de gribs hetzelfde beeld. Weinig wind van noord naar zuidoost doorgaand. Dit gaat gepaard met enorme regenval. Geduld is een schone zaak! Er vertrekt niemand en er zijn een aantal boten bijgekomen.  De avond voor paasfeest wordt voor de kerk een vuur ontstoken. De  mensen ( die vnl. in het wit gekleed zijn) steken daar een kaars aan en lopen daarmee de kerk in. Het eerst deel van de dienst wordt bij kaarslicht gehouden. De kerk is overvol. Op het plein voor de kerk staan ook mensen. Erg mooie bijeenkomst met veel zang. De dienst wordt deels in het Polynesisch en deels in het Frans gehouden.

16 april 2012

Het lijkt er eindelijk op dat het weer stabiel gaat worden. Over twee dagen woensdag wordt er oosten wind voorspeld. Deze keer lijkt het te gaan aanhouden. Op de atollen van de Tuamotus zal er niet veel meer zijn dan kokosnoten verwachten we. De enige groentes die we de laatste maand hebben kunnen kopen zijn uien, aardappelen en wortelen. De prijs daarvan is ongelofelijk. Maar daar staat tegenover dat je alle fruit van de mensen krijgt. Zelf eten ze er bijna niet van. We zouden inmiddels supporters voor het Nederlandse elftal kunnen zijn. Je hebt het idee dat de wortelen uit je oren groeien. Wel is hier is nog veel fruit te krijgen. Dus voor het vertrek zoveel mogelijk verzamelen.








zondag 19 februari 2012

NAAR PAASEILAND



   RAPA NIE

VAN  PUERTE MONTT NAAR VALDIVIA

Eindelijk is het zo ver. Na 8 maanden vertrekken we op 30 dec. 2011 richting Valdivia. Lichtelijk gespannen na zo’n lange tijd niet gevaren te hebben! Na  overnacht ankeren in Caleta Abtoa  aan het begin van Canal Chaco, de straat tussen het vaste land van Chile en Chiloe, gaan we met een flinke eb de Pacific op. Het wordt een rustige tocht met een groot aantal uren de motor aan. Na 1.5 etmaal gaan we via de aanloopbaai de rivier op richting Valdivia. De rivier slingert zich door een prachtig bebost landschap naar de stad, die we al een beetje kennen van ons eerdere busbezoek. Het eerste wat we doen , afgemeerd in Club de Yates de Valdivia, is Bram en Vivians gezinsuitbreiding bewonderen. Bram, Vivian en Fleur gaan een paar maanden na ons, nu met zijn drieën, de Pacific in. Valdivia vinden wij een van de leukste stadjes in Chile. Groot deel van de bevolking is van origine Duits wat dan ook de tweede taal is. We brengen een 3 daags  bezoek aan Wolfgang en Gabi in Villarica. Wolfgang onderhoudt het Patagonia cruisers radio netwerkje. Ze hebben een schitterend stuk land van 12 ha. Naast hun huis hebben ze nog een huis en een cabin, verscholen onder de kastanjebomen, die ze selectief verhuren. Er is prachtig uitzicht op de Villarica vulcaan.  Erg gezellige dagen maar we moeten de Pacific in.

                                
                                     BIJ WOLFGANG EN GABI


                                          DE TUIN VAN EN DE VULCAAN

NAAR ROBINSON CRUSOE EILAND

Na een veiligheidsinspectie door de Armada, verlaten we op16 jan. 2012  zwaar beladen met voedsel en diesel Valdivia. Na een overnacht ankeren in de buitenste baai Puerte Molinos begint de eerste dag op zee spectaculair. Tweemaal een tonijn aan de lijn en we zien een walvis. De wind is over het algemeen licht, maar we kunnen zeilen!  Prachtige sterren-nachten om van te genieten. De spinaker wordt sinds lange tijd gebruikt. 


                                      DE SPINAKER TOT ZONSONDERGANG

Riet heeft  als eerste op 55 mijl het hoge eiland ontdekt (extra oorlam wanneer we er zijn). Om niet in de nacht aan te komen en omdat de wind op is, moteren we langzaam de laatste 50 mijl. Om 8.00 uur liggen we aan de boei in Bahia Cumberland op Robinson Crucoe eiland. Deze San Fernadez eilanden behoren tot Chile. Uitzicht op een schitterend bergachtig eiland. De volgende morgen is het een drukte van belang op de pier. Het bevoorradingsschip uit Chile is aangekomen. Deze boot komt 1 keer per maand. Alles moet aangevoerd worden van het vaste land. Er leven hier 450 mensen in de zomer. Bestaansrecht wordt ontleend aan werkverschaffing door de overheid. Armada (Chileense marine), Conaf (beheerder van het eiland omdat het voor een  natuurpark is), Ministerie van agricultuur(SAG) de caribinieras en bibliotheek en basis school. Ook wij doen ons onvermijdelijke papierwerk bij de armada. We bezoeken de Conaf voor een wandelkaart. En ja, natuurlijk moet je hier lobster eten!!


                                       PACIFIC LOBSTER ZONDER SCHAREN

De eigenaar van het restaurantje belooft ons dat we de volgende dag zijn internet kunnen gebruiken. Achteraf blijkt dit zo traag als een slak. De volgende dag gaan we een wandeling maken naar de mirador, uitzichtpunt. Een klim waarna je bovenop de rim komt en naar twee zijden uitzicht over het eiland hebt. Werkelijk magnifiek !!


                                     UITZICHT VANAF DE RIM


                                     VOOR ANKER OP ROBINSONCRUSOE

Er is hier een plaquette in de rots waar het verhaal van Alexander Selkirk beschreven staat. Hij leefde 4,5 jaar alleen op dit eiland. Het boek Robinson Crusoe is hier op gebaseerd. Maar het heeft niets te doen met hoe Selkirk hier in  1704- 1709 werkelijk leefde. We gaan aan de andere kant ook nog een eind naar beneden. Uiteindelijk hebben we 6 uur gelopen. Genoeg, omdat het al lang geleden is dat we zo iets gedaan hebben. De avond van de laatste dag gaan we ons opnieuw te buiten aan de lobster. We ontmoeten een Amerikaan die al jaren aan het schatgraven is op het eiland. Vooraf studie gedaan van vermiste schepen in Spanje en Engeland. Maar tot op heden niets gevonden. Opeens begint hij Nederlands te spreken. Hij blijkt als vier- jarige met zijn gehele  familie naar Chicago geëmigreerd te zijn. Bernhard Keizer uit Amsterdam. Ja die bounty eilanden gaan nog een hoop romantiek op leveren!

 NAAR PAASEILAND

8.30    23-01-2012 is het zo ver. Nu wordt het opeens 1650 mijl varen. Toch een heel stuk naar Paaseilend. Het eerste etmaal begint goed. Ondanks de lichte wind, die half invalt, kunnen we 150 mijl afleggen. Maar het tweede etmaal wordt de wind nog minder en gaat beneden de 10 knoop. Recht van achteren, dus de snelheid wordt een stuk minder. Het hoge druk gebied wat op onze weg ligt breidt zich helaas steeds verder naar het noorden uit. We hebben onze koers vooraf al er omheen bepaald. Maar nu het zich steeds meer uitbreid is nog verder omvaren geen optie meer. We zullen enige dagen moeten moteren. 26 jan. Is het zo ver, een spiegel gladde zee met lichte deining. Geen wind!!


                                     SPIEGELGLAD GEEN WIND

        
        Gelukkig wordt het leed dat we niet kunnen zeilen een beetje verzacht door de gevangentonijn.


                                     TONIJN AAN DE LIJN

         Snij een stuk rauw in blokjes, in een marinade van olijfolie, citroensap en peterselie. Na een paar uur weet je niet wat voor lekkernij je proeft!! Goed, op deze manier blijven de gewekte voorraden voorlopig op peil. Wat niet op peil blijft is onze dieselvoorraad. We kunnen op dit traject maximaal 6 dagen de motor gebruiken, maar het zou zonde zijn om de hele voorraad te moeten gebruiken.

27-01-2012
Waar blijft de wind……. Vanmorgen konden we een uur aan de wind zeilen over bakboord. Toen was het weer op. Nu weer lichte wind  zodat we over stuurboord kunnen zeilen. We proberen alle beetjes wind te benutten. Maar we  kunnen niet meer maken dan er is. Dus de motor weer maar aan. Motorzeilen nu. Deze combinatie geeft  wat extra snelheid met het zelfde toerental van de motor. We zullen aan de noordzijde van het hogedrukgebied moeten zien te komen. Helaas heeft het zich de laatste paar dagen nog iets uitgebreid naar het noorden! Maar dan krijgen we s ’middags   “lichte wind”!!, waarmee we toch aan de wind kunnen zeilen. Zonsondergangen, eerste kwartier van de maan, waarvan je hier een “d” kunt maken i.p.v  een “p”.  We zeilen over de Stille oceaan!  In de middag van de 28e  krijgen we opnieuw wind die gedurende de nacht doorzet tot 13 knoop. Niet veel maar omdat hij half is lopen we gemiddeld toch 7 knoop gedurende 12 uur. Dus weer een 24 uur gemiddelde van 140 ml. Het water bruist heerlijk langs de boot. Af en toe uitschieters naar 8 knoop. Opnieuw een fantastisch heldere nacht waarbij je goed kunt zien bij het licht van duizenden sterren. Zondag morgen om 9.00 is de wind weer op. Er is nog 5 knoop wind, maar de overgebleven golven van afgelopen nacht maken zeilen voorlopig onmogelijk. We zijn inmiddels wel bijna op de helft van onze 1860 NM. Brood bakken nu we de motor aan hebben en onder het zonnetentje. Want het wordt weer al pittig warm!

31-01-2012.  4.59 uur. Vannacht is er maar 3 tot 6 knoop wind. Schrijven om de slaap te verdrijven in de tweede  wacht.  Het  water is  rustig, golven van buien van gisterenmiddag zijn verdwenen. Dus zeilt de boot met 4,5 knoop aan de wind onder de sterrenhemel. We hadden die middag de spinaker op en vingen de 4e tonijn. De visvangst gaat het  beste zeilend met een snelheid van 6 tot 7 knoop. Vissen weer afgelopen tot alles op is. Vorige nacht voor het eerst sinds ons vertrek een schip gezien. Riet haalde me uit bed omdat hij rakelings langs kwam. Om ons te bekijken? De zee is hier toch echt groot genoeg! Veel gedachten over  zin en onzin in de onvergetelijke sterren nachten.  Wat is het trouwens een goede mop dat meisje Laura naar Nieuw Zeeland gaat en zo een middelvinger opsteekt naar bemoeiziek Nederland. Tot onze  verwondering ontdekken we opeens dat we al 10 dagen onderweg zijn. Tijdbesef schijnt verloren gegaan in het ritme van dag en nacht. Brood bakken, het yoghurt plantje doet het in de warmte goed. 32 gr. C overdag in de boot  In de nacht 25 graden. De dagen vliegen om en het wachtsysteem s’nachts is een routine geworden.

3-02-2010  We zijn Paaseiland genaderd tot 520 mijl. We worstelen nog steeds met lichte weer omstandigheden. Overdag kunnen we nu meestal spinakeren met 6 tot 10 knoop wind. Gelukkig kan de boot  met deze condities een prima snelheid ontwikkelen. We zijn 150 mijl omgevaren om wind te zoeken boven het hoge druk gebied. Maar dit systeem is helaas steeds opnieuw naar het noorden uitgebreid. In de nacht is er meestal geen wind. Om diesel te sparen zoemt de motor dan stationair.  De maan wast. De  zee om ons heen is nu s’nachts  helder verlicht. De sterrenhemel verbleekt hierbij. Het is genieten onder deze omstandigheden. Maar we zouden toch ook nog graag een paar dagen meemaken van de volksfeesten gedurende de eerste twee weken van februari op Paaseilend. Nog zoveel te doen…… “Nog zwemmen in de stille oceaan.” Van wie was dat liedje ook al weer? Niet vergeten deze kans waar te nemen  in de volgende  windstilte!!  De maan is inmiddels vol. Het zicht gedurende de nacht is nu prima. Af en toe valt er lichte regen. De wolkenfabriek heeft vandaag zijn werk weer gedaan. Prachtige en grillige formaties.


                           UIT DE WOLKENFABRIEK

De verdamping door de brandende zon op deze immense zee is geweldig. Wanneer er veel luchtdrukverschil is worden de wolken met vaart naar het continent vervoerd. Maar nu in dit enorme gebied met hoge luchtdruk lijken ze doelloos rond te hangen.  Wij hebben dus ook nog steeds weinig wind. Af en toe kunnen we toch opeens weer een eind zeilen. Windrichting is vaak een verassing. Wanneer de lichte  wind pal van achteren komt is het moeilijk zeilen. Onder de kleine kabbelende golfjes ligt  een patroon van oude verwarrende golven. Daardoor ligt de boot te rollen. Motoren met een slakkengangetje om op nieuwe wind te wachten. Vliegende vissen worden af en toe opgejaagd door roofvissen. Het gaat niet snel maar op 6 februari is het maar 200 mijl meer!!

RAPA NUI

In navolging van Jacob Roggeveen zie ik op 8 febr. om 10.30 land aan de  horizon!! Met diep respect voor de zeilers van weleer. Ten slotte is ook Rappa Nui (Paaseiaend),door Nederlanders ontdekt.  Wij zien nu met onze moderne navigatie middelen dat we op 45 NM. van Rappa Nui zijn.

                         

                             RAPA NUI IS DAAR

We hebben vandaag  noorden wind die wat aantrekt. Met een snelheid van 8 NM.  worden de twee bergen die uit het water oprijzen samengevoegd tot  één eiland. Omdat we met NW. wind de swell niet vertrouwen bij Hanga Roa, besluiten we overnacht te ankeren aan de zuidkust bij Vinapu. De volgende morgen worden we bezocht door een boot van de Armada. Big brother is watching you. Of we gaan inklaren in Hanga Roa. Dat waren we al van plan nu de wind wat minder is dan gisterenmiddag. We hebben inmiddels contact met Andy  McDonald. Eenmaal voor anker voor Hanga Roa is het verre van comfortabel. De boot ligt te rollen. Riet blijft op de boot. Henk gaat met de papieren, alles waterdicht verpakt, in de dingy naar de wal. Eerst gaat het goed, maar dicht voor de wal wordt het dingytje opgepakt door een golf en surf ik met oncontroleerbare snelheid op de kust af. Bijna over de kop, grote angst voor het motortje. Wanneer het motortje onder water gaat, moet het direct totaal  gedemonteerd, schoongemaakt met zoet water, en met olie in elkaar gezet. Zo niet…. motortje onherstelbaar verloren. Maar op het laatste moment toch niet over de kop en bereik ik de wal. Andy Mc Donald  staat al te wachten. We hebben hem in Puerte Montt leren kennen en hij zal ons de komende dagen met alles helpen. Eerst brengt hij met naar de Armada, waar we vriendelijk en snel ingeschreven worden. Daarna gaan we naar Hanga Pika (Verborgen Baai). Daar is namelijk een klein haventje. We bekijken met Andy, of en hoe we daar in  kunnen en afmeren.  Het  lijkt mij goed mogelijk mits we vooraf een aantal voorzieningen treffen. Voor medezeilers die het plan op vatten hier af te gaan meren som ik nog even de aandachtspunten op. Het haventje wordt gevaarlijk met swell uit zuidwest tot noordwest.(Informeer bij Armda voor swellhoogte en richting). De windrichting kan anders zijn dan de swellrichting! Enorme brekers voor de haven en pittige golven rollen de haven in bij een afgeven swellgolfhoogte van meer dan 3 meter uit verkeerde richting  Voor die tijd moet je er uit zijn. Het kanaal tussen de rotsen waar je naar binnen vaart  is met hoog water niet ondieper dan 3 meter. Twee palen in 1 lijn houden. Schrik niet dat deze koers twee keer rakelings lang een rots gaat. (de armada eist officieel dat je een loods aan boord hebt bij deze invaart). Wij hadden Andy aan boord die daar bevoegd voor is. Eenmaal binnen meer je af met lijnen door de ogen van een ketting. De lijnen  kun je, al snorkelend door de ketting krijgen. Beter is je anker achter de ketting te haken. De lijnen schavielen nl. snel door in de ketting. Dan heb je ook nog twee zware lijnen naar de wal nodig. Kettingvoorloop is noodzakelijk, de lijnen schavielen door op de betonblokken. De mensen zijn  super behulpzaam. Iemand leende ons twee zware manilla trossen met stalen veren. Bij swell kun je ook nog een lange lijn naar de zuidelijke kademuur leggen. Dagelijks lijnen controleren!! Toch met de meeste windrichtingen goed afgemeerd heel wat comfortabeler dan achter het anker liggen rollen. Het kost eenmalig 150 US dollar ongeacht hoe lang je blijft. Diesel is binnen loopafstand en de prijs is 15% lager dan op het vaste land van Chile (wordt gesubsidieerd). Er is een watertappunt op de kade in dit schilderachtige haventje. Achter de kade staat een Ahu (beeld paaseiland), die over land en water waakt.


                           DE MOAI WAAKT OVER DE BOOT


                           VERBORGEN BAAI

Reken er ook op dat wanneer je bij Hanga Roa voor anker ligt niet vaak veilig naar de wal kan met je dingy. Je kan wel een vissersboot inhuren om je te halen en brengen. In ieder geval kunnen wij nu samen er op uit trekken om het eiland te zien. De boot onbeheerd achter anker achter laten is voor ons niet zo’n prettig idee. Officieel is het  ook niet toegestaan.

TAPATI

We zijn nog op tijd op Rapa Nui om een deel van de Tapati mee te maken. Een feest dat dit jaar duurt van 4 t/m 17 februari. Er is een belangrijk competitie-element in dit culturele feest aanwezig. Twee clans strijden in onderdelen van cultuur en sport tegen elkaar. Uit eindelijk wordt uit de winnende clan de koningin gekroond. 


                         KONINGIN  WINNENDE CLAN LILI

In het culturele deel zit veel dans en zang. Het sportgedeelte doet denken aan de Highlandgames in Schotland. B.v. op twee samengebonden bananen stammen een berg af sleeën door het gras. Maar ook veel watersport. Bodysurfen, roeien, viswedstrijden enz. In alle onderdelen is zoveel mogelijk opgenomen van traditionele gebruiken en kleding. Enorm groot van opzet, het hoogtepunt van het jaar voor de eilanders, ze zijn eigelijk het hele jaar met niets anders bezig volgens Andy. Op onze gehuurde fietsen naar Maunga Pui. Daar komen de body-gepainte/getatoueerde krijgers op de bananenstammen de berghelling met grote snelheid afgehobbeld. Vooraf traditioneel eten voor alle bezoekers (2000?) of meer. Geweldige belevenis!  Tweede hoogte punt van dit festival is de straatparade. Wordt gehouden op de dag voor de kroning van de Koningin.


                                         DANS IN DE STRAATPARADE


                          HOUTEN BEELDEN IN DE PARADE

           MOAI EN AHU

De grootste raadsel van Paaseiland zijn natuurlijk de Moai en Ahu. Er is al heel wat over gespeculeerd. Thor Heyerdahl probeerde te bewijzen dat het volk wat deze beelden oprichtte uit Zuid  Amerika afkomstig was. Hij zag o.a. overeenkomsten in precisie van de fundament van de platformen en de Inca muren. Van Danikens fantasie hield het op ruimtevaarders. Hij zag in de vreemde hoeden die de Moai’s dragen  helmen van ruimtevaarders. Tegenwoordig is de meest aanvaarde theorie dat Polynesië en daarbij behorend  Rapa Nui bevolkt is vanuit Micronesië. Uiteindelijk vanuit Azië via Indonesië dus. Hoe dan ook……… het zwaarste beeld is 12 ton. Vanaf de groeve werden de geheel of gedeeltelijk bewerkte blokken over afstanden van 12 km. verplaatst en opgericht. Ja daar zitten we dan aan zo’n indrukwekkende Ahu met vijftien Moai’s op.  Nooit kunnen bevroeden. Een geweldige belevenis!!



                          15 MOAI´S OP EEN AHU

                          BEELDEN VAN 12 TON


                           NOOIT KUNNEN BEVROEDEN

Paaseiland wordt over het algemeen als een kaal eiland zonder bomen beschreven. Wij zijn dan ook aangenaam verrast op onze fiets- en sqad- tochten een groen eiland met toch aardig wat bomen aan te treffen.



                          OVER HET EILAND MET DE SQUAD

Geweldig eiland dus met super aardige mensen. We komen via Andy, aardig wat te weten. De oorspronkelijke bevolking vermengt zich steeds meer met de Chilenen (hij is er zelf een voorbeeld van). Rapa Nui kent geen eigen grondbezit. Alleen wanneer je hier geboren bent heb je recht op een plaats om je huis te bouwen. Dus de enige manier om hier te wonen is trouw een vrouw die hier geboren is. Het toerisme wordt van jaar tot jaar belangrijker voor de werkgelegenheid. Grotere vliegtuigen kunnen sinds enige jaren hier landen.






Blogarchief