Salvador en omgeving
SALVADOR DE BAHIA
Geen inburgeringsverklaring nodig
De jubelkreten van Riet zijn nauwelijks verstomd of het geluid van de wereldstad Salvador met zijn drie miljoen inwoners valt op ons. We hebben een plaats gekregen in de Bahia jachthaven aan een kopsteiger. (Salvador wordt lokaal veel Bahia genoemd, wat eigenlijk de provincie is.) Deze plaats blijkt bedoeld voor een megajacht, dus te duur voor ons. Later verkassen we naar een box. Een paar dingen vallen ons vrij snel op. De Brazilianen houden van veel geluid. Het overgrote deel van de boten is motorboot. De boten wedijveren met elkaar in de sterkte van de geluidsinstallatie. Verder ontdekken we al ras dat vrijwel niemand Engels spreekt. We zijn dan ook blij dat er op het havenkantoor een student in tijdelijke dienst is die deze taal uitstekend beheerst. Niet dat er gebrek is aan personeel op de haven. Af en toe lijk je er over te struikelen, iedereen is aardig, alleen Portugees sprekend, en schijnt weinig te doen te hebben. De toegang tot de steiger is persoonlijk bewaakt, dag en nacht. Toch blijft het voor ons vraag wie nu wel en niet op de steigers hoort. Elke Braziliaanse boot heeft één of meerdere lieden in dienst die de boot onderhouden. Het water loopt dag en nacht, meterstanden worden dan ook terecht opgenomen. Verder valt op dat er een hoog percentage bootbezitters is wat niet uitblinkt in manoeuvreren met hun boot. In de week dat we in de haven liggen worden we drie keer geramd. “Pardon, of hebt u schade?”, kan er niet af. Op het havenkantoor worden we erop attent gemaakt dat er veel overvallen op de weg tussen de haven en de stad plaatsvinden, we niet veel van waarde bij ons moeten dragen en in donker met een taxi terug moeten komen. Niet geweldig, denk je dit nu opschrijvend, maar we hebben de stad toch niet als onprettig of onveilig ervaren.
INKLAREN
Ja we zijn weer in een ander land. Dus de papierwinkel moet weer afgewerkt worden. Wat is het vervagen van de grenzen in Europa toch een zaligheid. Op dit gebied is in Zuid Amerika nog veel werk te verzetten. Niet dat er een gebrek is aan ambtenaren. 52 % van de mensen is in dienst van de overheid in Brazilië. Eerst moeten we naar de Police Federal Nautica. Daarna moeten we naar de douane. Daarna naar de gezondheidsdienst. En tenslotte naar de Capitainero de Marina. Het is een enorm gezoek in de stad naar de kantoren, vaak zonder enige aanduiding op de gevels. Openings-en sluitingstijden in alle kantoren verschillend en op de meest vreemde tijden. Uiteindelijk, na het invullen van talloze papieren, voorzien van vele stempels, is na een dag en een 2e morgen de zaak voor elkaar. Het moet gezegd worden, bijna alle ambtenaren blijven heel de tijd vriendelijk. Het lijkt wel of ze blij zijn wat te doen te hebben. Het vele wachten heeft ook wel het voordeel dat je in contact komt met andere mensen die ook zitten te wachten. Wanneer Riet naar het kantoor van de Capitainero del Puerte is zit ik in het wachthokje. Ik kwam niet eens het terrein op. Niet toegestaan in shorts voor mannen. Riet mag er in korte broek wel naartoe! In het wachthokje is een waterautomaat, waar iedereen op moppert omdat het water er niet koud uit komt. Met handen en voeten heb ik een gesprek met een lokale zeeman. Hij is in vele havens in Europa geweest. Geweldig daar! In Londen kun je veilig over straat lopen. Hier thuis kan hij dat niet! Zelfs in de bussen worden de mensen beroofd. Je blijft toch wel tot carnaval? Wat je dan aan tieten ziet wil je niet weten. Vervolgens worden de maten handmatig aangegeven. Later zal blijken dat hij niet weet dat het thema van carnaval dit jaar homo is, tieten was vorig jaar. Ofschoon je in grote steden altijd voorzichtig bent aangaande je bezittingen, maakt alles wat je zo hoort over de veiligheid je wel extra alert.
IN DE STAD
Waarom er zoveel berovingen zijn wordt snel duidelijk. Er zijn hier nog steeds veel erg arme mensen. Er is ook een groep rijke mensen. De middenklasse is veel te klein. Vele mensen proberen de stap naar een beter bestaan te maken door straathandel. Maar dat is erg moeilijk. Meestal meer verkopers dan kopers. Wij lopen de eerste dagen over straat zonder camera´s, en met een minimale hoeveelheid zakgeld. Maar gek genoeg kom je alleen maar vriendelijke mensen tegen en is de sfeer relaxt. De stad bestaat grofweg uit drie delen hoofddelen. De oude stad, die op en rond de oude Portugese vesting gebouwd is. De havenbuurten liggen ca. 80 meter lager. Met een lift kun je van de kade naar de oude bovenstad. Dan is er in zuidelijke richting op de kop van het schiereiland de nieuwe stad Barra. Dit deel is modern met veel hoogbouw. Alle westerse winkels en supermarkten. De skyline is indrukwekkend. Het tussendeel wordt vergeten, maar hier zijn eigenlijk de woonwijken waar de meeste mensen wonen. Verder is het geheel natuurlijk omringd door talloze suburbs waar ook een belangrijk deel van de 3 miljoen wonen en werken. Salvador is vooral een Afrikaanse stad. De bevolking bestaat voor 80% uit de nazaten van de slaven die hier op de plantages te werk gesteld werden. In het moderne deel Barra wonen in verhouding de meeste licht gekeurde mensen. De Afrikaanse invloed is duidelijk aanwezig in de manier van leven. Ritueel, muziek, dans en ritme zijn overal voelbaar. Kort na ons bezoek aan Gambia valt de overeenkomst natuurlijk extra op. De invloed van de Islam in Gambia en de Rooms-katholieke kerk hier zijn niet bij machte geweest de Afrikaanse roots uit te bannen. In beide landen vinden we een eigen vermenging. De toeristen komen alleen in de oude stad en dan nog in de paar belangrijkste straten en pleinen waar de winkeltjes en terrasjes zijn. Het is erg gezellig op straat en er is altijd wel ergens life muziek te horen. Overal word je uiteraard benaderd door de straatverkopers, die de voor jouw onbruikbare artikelen komen aanprijzen. Uiteindelijk blijkt eten en drinken de beste handel. Dat moeten we allemaal! Vooral mineraal water is hier een noodzaak. Door de vochtige warmte blijf je drinken. Overal hoor je schreeuwen: ` Aqua mineral, frio`. De “bulk” boodschappen doen we in de supermarkt in Barra of een ander suburb, met de taxi. Prijzen zijn hier voor Europeanen behoorlijk laag. Koffie drinken op terras 10 tot 50 eurocent. Bier 30 tot 80 eurocent. Uit eten met wijn of bier 10 tot 40 euro met 2 personen. Het laatste bedrag ben je kwijt in de betere restaurants op prachtige locaties.
RIO VERMELHO
Een plaats waar je de vermenging van Afrikaanse en Rooms-katholieke riten op een bijzondere wijze kan meemaken is aan een dorpje aan de kust. Inmiddels is dit dorpje geheel opgenomen in een suburb. Maar het feest van de vissers van 2 februari is groter dan ooit. De bevolking brengt offers aan de zee. Om de godin, uitgebeeld als een zeemeermin, goed te stemmen voor het komende jaar. Tot het meest belangrijkste onderdeel behoort het brengen van je offer in de kapel waar het beeld van de meermin staat. Een rij van kilometers met mensen met hun offer in de hand (meestal bloemen maar soms ook complete maaltijden), schuifelt langzaam vooruit in de rij. Toen een tropische regenbui van ruim een half uur losbarstte, bleef de rij onveranderd staan. Wij bekeken het met anderen vanonder een luifel. Op het strand worden door groepen mensen dansen en rituelen uitgevoerd. Veel muziek en zang. Je ziet hier, op een enkele toerist na, alleen zwarte mensen. Het feest, je kan dit gezien de uitbundigheid niet anders zien, is zo uitgegroeid dat veel mensen buiten de rij direct bloemen in de zee komen werpen. Uiteraard wordt daar dan weer door de vissers gebruik van gemaakt. De mensen kunnen tegen vergoeding een stukje de zee op om hun bloemen te offeren. Door muziek en dans raken de mensen in tranche en iedereen is gelukkig.
Vrouw in dance-trance in Rio Vermelho
Natuurlijk konden wij ook de bloemenmeisjes niet weerstaan. We kochten ons bosje en offerden. Ook wij moeten de zee als onze goede vriend houden!
HEINEKENREGATTA
Ofschoon er nog een andere jachthaven is, die precies onder de lift midden in de stad ligt, kunnen wij daar op dit moment niet liggen. De haven is verhuurd voor enige weken aan de Heinekenrace. De boten moeten uit Zuid-Afrika komen. Ze komen maar mondjesmaat binnen, gezien het lichte weer wat ze op het laatste deel van deze race hebben. Met de Heinekenrace mag bovendien een club ARCers meevaren. Dit zijn toerschepen, dus die liggen waarschijnlijk dagen geparkeerd ergens op de oceaan, tot ze de verleiding om de motor aan te zetten niet meer kunnen weerstaan. In onze haven hebben we o.a. kennis gemaakt met een Fransman: Dit is redelijk uitzonderlijk daar de Fransen enorm klitten aan elkaar. Maar hij kan Engels en dat maakt het leven onder de medezeilers een stuk aangenamer. Super aardig en helemaal overtuigt van het goede in de mens. Maar op zondagmorgen 11.00 uur, wandelend van de haven naar de stad, wordt hij omringd en bedreigd door een groepje jongeren. Ze proberen zijn zakken leeg te halen. Hij heeft niet veel bij zich, dus de schade valt mee. Hij weet zich los te rukken en rent terug naar de haven. De afstand tussen de lift en de in de stad gelegen jachthaven is maar 500 meter. Elke avond worden daar mensen van de Heinekenrace, die terugkomen van de bovenstad, tussen de lift en het ingangshek van de haven onder bedreiging beroofd. Veel aandacht in de Braziliaanse media. Maar geen zichtbare verbetering in verlichting of het aantal politieagenten op straat. Iedereen roept dan natuurlijk: “sleep ze uit de kantoren”. Wij blijven voorzichtig, gaan soms met meerder mensen de stad in, (we kennen inmiddels hier een paar Zweedse boten) en blijven goed om ons heen kijken. Natuurlijk zijn bijna alle mensen eerlijk. Ik laat mijn leesbril ergens op een terras liggen. Iemand neemt de moeite om ons achterna te lopen, en probeert dat met handen en voeten uit te leggen. Bij de ingang van de lift is het vaak erg druk, dus let op dat je niet gevolgd wordt. Ook bij pinautomaten goed opletten dat niemand je volgt. Het lijkt allemaal erg, maar het valt mee.
Het is nog steeds drie weken voor carnaval. Maar door alle enthousiaste verhalen zijn we van plan dit mee te gaan maken. Maar eerst gaan we nog twee weken de diepe baai achter Salvador verkennen.
ISLA DEL FRADA EN BOM JESUS
25 –02-2009
Ja, bijna alle namen van dorpen zijn hier gegeven door de Jezuïeten en ontleend aan geloof en bijbel. Na ruim een week Salvador zijn we toe aan wat rust op het platteland. Volgestouwd met boodschappen uit de supermarkt vertrekken we. Weinig wind, een klam regenbuitje. Na ca 25 mijl vinden we een prachtig ankerplekje. Schitterend naar drie kanten. Het bergachtige eiland Isla de Frada en aan de andere kant Bom Jesus. Alleen in Noordelijke richting kijken we op de kade van een olieraffinaderij. Maar dat is ook realiteit hier. Brazilië heeft nog een economische toekomst in handen met grote olievoorraden. Op Frada maken we een prachtige wandeling. De eilanden zijn groen en hebben een tropische vegetatie van palmen, mangobomen en vingerkamerplanten, die je ook in Nederlandse huiskamers vindt. We hebben geluk, want hier en daar liggen de mango’s rijp onder de bomen. Maar wat moet je veel water meenemen op zo’n wandeling!! Zelfs in de schaduw van de bomen is het toch steeds weer ruim boven de 30 gr.C. en vochtig! Kleine inkopen kunnen we op het eilandje Bom Jesus doen. De taalbarrière blijft een probleem. Voor de rest van Zuid-Amerika moeten we nu toch echt verder met de Spaanse les!! Maar we hebben het steeds zo druk. Kleine klusjes en schadereparatie van de drie ram-pogingen door Brazilianen in de haven. In de boot is het te warm om wat te doen. Zelfs s´nacht komt het niet onder de 30 gr. Dus hebben we nu een prima oplossing gemaakt: een buitentafelblad dat ook precies tussen kuipbanken past. De matrassen van de voorpunt passen nu in de kuip. We dekken alles af met de biminie en een muskietennet en kunnen nu heerlijk buiten slapen! Want buiten is het s´nachts heerlijk hier met zo´n 25 gr. Overdag wordt regelmatig afkoeling in het water gezocht. Ofschoon dit rond de 25 gr. is, is het op het heetst van de dag lekker verfrissend. Veel plezier hebben we van de watermaker. We kunnen steeds naspoelen met zoet water. Na een zoutwaterbad voel je je weer snel plakkerig.
NIET ZEKER ZONDER KAART
Of zeker niet zonder kaart, zou je moeten zeggen. Na een paar dagen willen we naar de Rio Paraguacu. We hebben een pilot met tekeningetjes van de rivier, maar geen officiële kaarten. Onze elektronische kaart gaat net niet ver genoeg landinwaarts. We proberen de eerste ton via de pilot te vinden. Maar daarvoor moeten we even door een gebied van 10 mijl waar we geen kaart van hebben. Nadat we eerst een voor ons onbekend eiland omzeilen, weten we de ton te vinden. Nu de koers naar de volgende ton. Op deze koers is, door het met de verrekijker versterkte oog, niets te vinden. Wat nu? Voorzichtig proberen. Helaas loopt de diepte rap terug naar 4 meter. Onverantwoord, zeker nu er opeens 20 knoop wind staat. Dus na een heerlijke zeilmiddag weer terug op onze vorige ankerstek. Wie liggen daar? De twee Zweedse boten. Na een buurpraatje blijken zij aparte Braziliaanse kaarten elektronisch te hebben. Eerst kunnen we ze niet inlezen in ons programma. Nadat we ons programma opnieuw Engelstalig geïnstalleerd hebben ipv. Nederlands lukt het! Je moet het maar weten. Hakon is een keer ruim een dag bezig geweest met een Duitser voordat hij er achter kwam. De kaarten werken alleen in Engels, Zweeds, en IJslands. Enige dagen later vinden we uit dat je na de eerste ton met een boog om moet varen naar de tweede ton om een ondiepte te vermijden. Maar nu bereiken we probleemloos de rivier die we niet hadden willen missen!
RIO PARAGUACU
Tussen de tropisch groenbeboste berghellingen, met zandstranden aan de voet, varen we met de vloed naar binnen. Er is na de ingang een scheepswerf. Maar daarna is alles puur natuur. Prachtige ankerplekjes, vissers in boomstamkano’s. Niet te vergeten “de Saveiro’s”. Deze prachtig gaffelgetuigde zeilboten zijn hier nog volop als werk- en plezierboten in gebruik en worden zelfs nog nieuw gebouwd. Voor de wind tot halve wind zijn ze met hun grote grootzeil behoorlijk snel. De kleine fok is alleen een hulpmiddel om door de wind te gaan, lijkt het. Aan de wind zijn ze minder snel maar dan wordt gebruik gemaakt van het stromen van de rivier. Na twee dagen liggen we voor anker bij Maragojipe.
In Maragojipe
Op de markt in Maragojipe
Kano's van de marktbezoekers in Maragojipe
Een Saveiro (zeilende gafel getuigde vrachtboot) in aktie in de monding van de rivier.
De lokale dorpsjeugd zoekt verkoeling vanaf de steiger in het water. We worden benaderd door een Belg in een dinky. Hij blijkt hier al een paar jaar te verblijven. Zijn 9.00 meter boot ligt al enige tijd voor anker. Hij heeft hier een stukje land gekocht. De oorzaak van dat alles is de liefde. Zijn gevonden Braziliaanse wil niet varen. Dan heb je een probleem als zeiler. Hij heeft een auto gekocht, en benadert nu de enkele zeilboten die hier komen. Een rondrit van 1 of meerder dagen door het binnenland. Maar wij hebben niet zo’n trek om in de hitte daaraan te beginnen. Twee dagen later heeft hij toch klanten aan drie Australische mensen die hier met de boot aangekomen zijn. Met zijn drie-en op het achterbankje van een Braziliaanse Passaat lijkt ons net wat te plakkerig. Op zaterdag morgen zijn we al vroeg te vinden in het dorp. Er is hier een streekmarkt waar de wijde omgeving op af komt. Een markt met overvloed aan fruit. In groente is de keus overal beperkt. De boeren komen voordat het licht is uit de bergen met hun waar tweezijdig opgehangen aan de muildieren of paarden. Na afloop van de markt om 14.00 uur worden de resten in de manden geladen en gaat het weer huiswaarts. De markt is druk bezocht en er wisselen vele producten van eigenaar. Dat moet ook wel want het kost allemaal, naar Europese begrippen, bijna niets. Veel mensen komen over het water met kano’s en kleine veerpontjes. Kleine jongens kunnen je met hun kruiwagen als boodschappenwagen begeleiden en/of alle aankopen transporteren naar je huis of kano aan de steiger. Ook wij maken dankbaar gebruik van dit aanbod. Gevraagde kosten voor transport met de kruiwagen over 1,5 km., 50 eurocent.
ITAPARICA
Ten westen van Salvador ligt het eiland Itaparica. Het dorp op de noordwestpunt is het bekendste toeristische plaatsje in de omgeving van Salvador. Weekeindhuizen van Savadorianen zijn op het eiland te vinden. En veel dagtoeristen. Het heeft een kleine jachthaven, maar de meeste boten liggen voor anker voor de haven, bij de prachtig droogvallende zandbank. Aankomend zien we beide Zweedse boten voor anker liggen. We ankeren naast een catamaran. Ik vind het enigszins vreemd dat een man ligt te zonnen op een van de drijvers, daar is het veel te heet voor. Iedereen zoekt op dit tijdstip de schaduw van de biminie op. Al vlug komt Hakon met de dinky naar ons toe om ons te begroeten. Even later maakt hij ons duidelijk dat de zonnende man dood is. Hij is de schipper van de catamaran die met gasten rondvaart. Vannacht is hij bij een overval aan boord door het hoofd geschoten! Er is daarna veel geroepen en geschreeuwd, maar de hulp was te laat. Geschrokken door deze gebeurtenis besluiten we samen met de twee Zweedse boten in het haventje te gaan liggen. Niet dat dat veel uitmaakt want de haven is van buitenaf ook niet beschermd. Maar we vinden het ook verschrikkelijk om toe te zien dat de Braziliaanse politie het toelaat dat televisieploegen alle details ongegeneerd komen filmen en een dood mens zonder enige afdekking de hele dag in de brandende zon laat liggen. Itaparica heeft een wat criminele naam. Een maand geleden is hier een een Fransman beroofd, het kaakherstel moest via een operatie. Je verwacht dan dit soort acties met geweld niet op zo’n korte termijn daarna. De meeste berovingen gaan hier wel met bedreiging gepaard. Iedereen geeft zijn spulletjes dan ook braaf af, dan hoeft er niet geschoten te worden. De volgende dag ontmoeten we Zuid-Afrikanen in hun restaurantje aan de kade. Hun boot ligt hier nog voor anker. Ze hebben dit pandje een paar jaar geleden voor een habbekrats gekocht en omgetoverd tot een restaurantje. Zij weten wie de vermoorde was en menen zeker te weten dat het om een afrekening in het drugscircuit gaat. Door het toerisme hier en de connecties met het achterland is de drugsmaffia hier volgens hen actief. Ze vinden ook de beroving van de Fransman dubieus, daar de man niet terug naar Frankrijk is gegaan, maar hier zelfs bezit aan de wal gekocht heeft. Wij vonden het natuurlijk ook wel vreemd dat tussen 10 buitenlandse zeilboten juist een Braziliaanse boot wordt overvallen. De man wordt door het hoofd geschoten, dat verwacht je in een paniek-verweer situatie toch niet. De Zweden hebben op het havenkantoor gehoord dat het een beroving is, maar wij hebben onze twijfel. Hoe dan ook, de daders werden meteen opgepakt en worden ook weer zonder enige blindering 4x daags op tv vertoont. Itaparica is wel een mooi plaatsje. Het is lang niet zo toeristisch als we verwachten. Of is het laagseizoen?
Straatje Ithaparica
Zonsondergang terras Ithaparica
In het grote hotel aan het noordwest-strand is Wifi. We gaan hier regelmatig even naar toe met de laptop. Tegen gebruik van een kopje koffie of een flesje mineraalwater kunnen we in de Lounge met eigen computer het net op. Al spoedig blijkt dat in dit grote hotel bijna geen gasten zijn. Het jachthaventje is alleen in het weekeinde redelijk druk bezet met wat motorboten uit Salvador.
WATERVAL
In de pilot wordt gesproken van een waterval. Om deze te bereiken gaan we verder het achter het eiland gelegen water op. Met behulp van de nieuw verkregen kaarten kunnen we eenvoudig het diepere water vinden tussen de zandbanken. Het blijft wel opletten want de banken vallen met laag water net niet droog. We passeren enkele eilanden die privé bezit zijn. Ze zijn jaren geleden door Portugezen en Italianen voor een appel en een ei gekocht. Deze mensen hebben de laatste jaren door het verkopen van de helft of meerder delen van het eiland een enorme winst gemaakt. Buitenhuisjes met helikopter-landplaats e.d. Ook is een eiland verkocht voor de ontwikkeling van een super luxueus hotel. Wij varen door tot een paar km. voor de brug die het vaste land met Itaparica verbindt. De waterval vinden we meer door toeval. We zien een mooi ankerplekje en daar blijkt hij te zijn. Maar weinig water valt, op dit moment drupt hij alleen. Wij hebben een prima ankerstek voor twee nachten hier. Maar aan land gaan blijkt moeilijk door de dichte tropische vegetatie. Dus besluiten we nog één keer terug te gaan naar het mooiste wat we in deze omgeving tegenkwamen, Rio Paraquana, terug naar ons favoriete ankerstekje. Van de kanovissers proberen we grote garnalen te kopen. Maar op dit moment zijn ze er blijkbaar niet. Vers op de markt kopen is in deze hitte te risicovol vinden we. Ze worden alleen gekoeld met lauw water. We kopen gerookte garnalen, die lang goed blijven en opnieuw veel fruit en groente op de zaterdagmarkt in Maragojipe. Maar nu nemen we vooral ruim de tijd om op een terrasje het schouwspel aan ons voorbij te laten gaan.
Carnaval in Bahia
Enige dagen voor carnaval zijn we terug in Salvador. De overeenkomst met het comité Heinekenregatta is afgelopen. Dus kunnen we nu in de stadshaven liggen. Deze is minder luidruchtig door muziek van Braziliaanse bootbezitters. Wel klinkt de muziek elke avond van de bovenstad door tot op het water. Maar je ligt in een stad dus wat geluid kun je verwachten. De haven is bovendien de helft goedkoper dan de dure, luxe Bahia marina. De haven wordt met de dag voller. Alle buitenlanders druppelen binnen voor het carnaval. Ja, maar hoe gaat dat nu met carnaval. Waar ga je naar toe en hoe? Er is elke dag enorm veel mee te maken. We besteden er een dag aan om dit uit te zoeken. Carnaval blijkt hier heel anders te zijn dan in Europa en zelfs dan in andere delen van het land. Je hebt hier immers de Afrikaanse roots die bepalend zijn. Een aantal steden beweren het grootste carnaval te hebben. Maar dat gaat meestal om een bepaald gegeven. We komen er achter dat Salvador claimt de grootste te zijn omdat hier gedurende de carnavaldagen elke dag 1.5 miljoen dansende mensen op straat zijn. Er zijn drie routes. Barra, Cabo Grande en Palegrino.
1.5 MILJOEN MENSEN DANSEN OP STRAAT
Straatdans
Op drie manieren kun naar carnaval kijken of meedoen. Een plaats huren in een van de talloze Camarodges: een voor de rest van het publiek afgeschermde tribune langs één van de routes. Want de 1,5 miljoen zijn alleen de mensen die op straat meelopen in de “bloks”. Deze “bloks” zijn groepen die voor en achter de muziek lopen. In zo’n “blok” loop je dansend mee in de optocht, min of meer onder bescherming. Tientallen bewakers lopen mee en een groot aantal mensen, die samen onder het lopen een touw spannen om het “blok”. Dan kun je ook nog “wild” gaan. Dat is uiteraard het gevaarlijkst vanwege zakkenrollerij ed.
Klaar voor het carnaval
Het toeristenbureau en kaartenverkoop raden dit uiteraard af. De bloks en camarodges worden gevormd door Brazilianen. Toeristen uit de VS of Europa zijn hier schaars. De nodige informatie zijn we na veel vragen en zoeken op internet aan de weet gekomen. Maar het werd pas echt duidelijk toen we in het kaartverkoopwinkeltje een meisje troffen dat Nederlands sprak (Studenten uitwisselingproject tussen Eindhoven en Salvador). In Salvador is zelfs in een toeristenbureau het overgrote deel van het talrijke personeel de Engelse taal niet machtig. We kochten kaarten voor een dag in een Camarodge in Barra. Na ons gingen nog andere stellen over tot aankoop voor kaarten voor deze camarodge. De Zweden met drie boten: Unicorn, Flying Penquin, en Blue Dame. Engeland was vertegenwoordigd vanuit het belastingparadijs Jersey met de Hurah, Belgie met de Sea You en Frankrijk met de Jason. En uiteraard Nederland met de Lady of the Lowlands. 7 stel, een groep van 14 Europese toeristen in Barra. Daar de camarodge pas om 6 uur open zou gaan gingen we met zijn allen in de voormiddag in Barra uit eten in een seafood restaurant. We waren bang dat de taxi’s later niet meer door de mensenmenigte in Barra konden komen. Eenmaal in de camarodge voltrok zich een ongelofelijk schouwspel voor onze ogen. De optocht kwam hier om 18.00 op gang en zou de hele nacht doorgaan.( Nederland bleek het taaist van het hele stel en bleef tot 3.00 uur). In Barra is het carnaval het grootste van de stad maar ook het modernste. De Afro Blocos vormen de grote attracties in de parade hier. Deze groepen gekostumeerde dansers en muzikanten staan boven op platformen van de speciaal voor carnaval gebouwde opleggers (trios electricos). De trucks trekken de opleggers met een gemiddelde loop/dans snelheid van 1 km/pu door de straten. Voor en na elke truck loopt en danst het blok mee.
Trios electricos
De grootte maar ook de entreeprijs in de blokken is in Barra sterk afhankelijk van de bekendheid van de artiesten. Tussen de omheinde “blokken” en het toekijkende publiek langs de straat lopen/dansen ook nog velen mee. Deze zone wordt ook bevolkt door de mobiele verkopers van bier, bier, bier, water en etenswaren. Overal zie je hoofden met tempexboxen met verkoelende drank meehobbelen. Tenslotte lopen in deze smalle zone regelmatig, in de ganzepas, rijtjes van zes tot tien man oproerpolitie mee. De straten sluiten weer aan op de camarodges. Na verloop van tijd is er niets meer te zien dan één dansende mensenmassa. Af en toe stopt de oplegger voor een camarodge. Telefoonkabels die over de weg gespannen zijn moet opgelicht worden, zo hoog zijn de opbouwen van de opleggers. Ze mogen dan ook alleen met carnaval op de weg. Het grootste gedeelte onder het platform is volgebouwd met de enorme speakers en de rest van de geluidsinstallatie.
OORDOPPEN NOODZAKELIJK
Wanneer een truck voor de camarodge stopt zijn oordoppen dan ook een noodzakelijk kwaad. De muziek van de groepen ondersteunt de zang en vindt zijn basis in de Afrikaanse drums. De versterkte basdrum dreunt zo door dat je de inhoud van je blikje in je hand voelt bewegen. De verschillende drums worden aangevuld met blaas en snaarinstrumenten. Dan komt weer de volgende wagen. Van verre hoor je de drum. Als je een film ziet van een massa-parade van militairen raak je enorm gefascineerd door de aantallen mensen en hoe die allemaal gelijk zijn gedresseerd. Hier is het de geordende chaos die je verwonderd achterlaat. In beide gevallen is het de beweging van de massa die fascineert. In het eerste geval is het ook beangstigend. De laatste is gelukkig een gezondere uitlaatklep dan de eerste.
Wijs geworden door de manier van organisatie gaan we nog een avond met de Zweden kijken vanaf de straatkant in de oude stad. Hier is de optocht minder massaal en traditioneler. Hier in de oude stad is het meer een familiefeest. Uit zijstraten komen regelmatig ook nog de kleine optochten uit de buurten tevoorschijn. Als we elkaar kwijtraken zien we het boven iedereen uitstekende vikinghoofd van Yalmar weer wel ergens. Ook hier zijn we een (groepje) van de weinige toeristen. De lokale bevolking kan het viking hoofd ook niet missen. Yalmar kan die avond niemand iets weigeren.
Met Zweden en Argetijnen op het carnaval
Dus koopt hij talloze carnavalversieringen en bier. Maar hij kan er blijkbaar tegen, want hij blijft iedereen in het Zweeds aanspreken en wordt ook weer in het Braziliaans Portugees van antwoord voorzien.
NAAR HET ZUIDEN
Na een verblijf van meer dan een maand in Salvador de Bahia en zijn omgeving gaan we nu echt in zuidelijke richting. De eerste dag zeilen we met een slakkengangetje 30 mijl langs de kust en gaan bij Mauro de San Paulo naar binnen. We ankeren voor in de rivier maar vinden het niet geweldig. We hebben geen kaart om de rivier op te gaan, dus de volgende dag zijn we op weg naar Camamu.
Camamu
Bahia Camamu blijkt een prachtig gebied. Na een nachtoverankering bij de ingang gaan we verder de rivier op. Na een km. of 15 vinden we een klein paradijsje tussen twee kokospalm-eilandjes met zandstrandjes. We krijgen na enige moeite wat kokosnoten uit de bomen (Kap de kop eraf en doe de kokosmelk in de koelkast). In de baai voor het strandje zien we s’morgens vroeg de vissers balancerend in hun kano’s de netten uitzetten. De kinderen van de vissers komen met een boomstamkano ons de verse vis verkopen.
Eigen cocospalmenstrandje
Zeilkano
Terug bij de monding treffen we de twee Argentijnse boten waar we eerder in Salvador kennis mee maakten. We kunnen hier aan een mooring afmeren. Er is een camping met gastverblijven op de wal. Op de wal wordt het gezelschap compleet gemaakt met een Duitse zeiler. Stephan heeft het zeilen op de Chiemsee in Beieren geleerd. Maar hij heeft Duitsland, naar hij zegt, voorgoed verlaten en zeilt al jaren rond in zijn stalen boot van 14 m1 die maar liefst 26 ton weegt! Ja, die zou het ook moeilijk doen in het lichte weer op de Chiemsee! Een mengeling van Spaans, Duits en Engels is die avond de conversatietaal. Op het water hebben we nog geen muggen gehad, maar hier onder de bomen wordt je van alle kanten opgegeten. Daar er buiten de boten geen gasten zijn zit de eigenaar ook bij ons aan tafel. Ook al met een zeilverleden. Het seizoen is na de carnaval over, zegt hij. Wij krijgen de indruk dat het toerisme hier nog redelijk nieuw is en nog hoofdzakelijk uit Salvador komt. De volgende morgen gaan we zee op voor een zeiltocht van 270 nm. naar de Albrolhos eilanden. Bij de monding komen we eerst de Hurah tegen. Even een babbel over de VHF. “Waar zijn boeien bij het invaren van deze rivier?” “ Die staan wel in de pilot, maar ze liggen er niet!” We moeten de groeten hebben van de Rythme of Life. Inderdaad is het radiocontact met Christine en Diederik wat lastig verlopen de laatste tijd. We komen net in dieper water als we ook de Rhythme of Life in zicht krijgen. Over de VHF praten we even bij en geven de ervaringen en ankerplekjes op de rivier door.
VOORVARENDE START
De wind is maar 13 tot 15 knoop maar komt in op 90 gr. Dus vliegt de boot, in de namiddag, met een vrolijk schijnend zonnetje het vlakke water over. In 10 uur hebben we de eerst 80 mijl achter ons. Maar de volgende morgen komt de wind ruim in en is afgenomen. Gang eruit dus en het begint te regenen. Een wat sombere broeierige dag, want koud is het hier niet in de regen. Een keer doemt een coaster voor ons op die we al op de radar gespot hadden. Er geen aanvaringsgevaar, maar als hij uit de regen tevoorschijn komt, is hij toch redelijk dichtbij. Misschien geschrokken van ons horen we hem vanaf nu elke 5 minuten de hoorn gebruiken. Had hij ons wel gezien??? In de avond wordt het weer droog. De maan is tot Rietje’s grote vreugde weer van de partij. We kunnen rustig om beurten slapen want voor de rest zien op een enkele visser na niets meer. Er is weinig wind. We willen niet in de nacht aankomen, dus nemen we genoegen met een gangetje van 3 knoop. Als het licht wordt zien we drie kleine molshopen aan de horizon. En weer een paar uur later liggen we voor anker bij drie piepkleine eilandjes midden in de oceaan. De Albrolhos eilanden zijn een nationaal park.
De Albrolhos
Bij aankomst zijn we de enige boot. Maar het is weekeind, dus om 10 uur arriveert een motorboot met een groep die komt snorkelen en zwemmen en het eiland verkennen. Wij worden benaderd door een parkwachter. Hij kan een aantal zinnen Engels. Uitgelegd wordt dat we niet zonder de parkwachters aan wal mogen. Geen afval, ook geen organisch afval in het water, niet vissen.
GOOI HET MAAR BUITEN DE PARKGRENS IN ZEE
Het organische afval mogen we wat hem betreft zodra we buiten de grens van het park zijn aan de zee toevertrouwen. Duiken met flessen alleen samen met de parkwachters. Ankeren, varen, zwemen en snorkelen mag overal. Verder vertelt hij ons dat we hier op de beste plaats liggen om te snorkelen omdat het rif hier het mooiste is. We zullen schildpadden, vele vissen en waarschijnlijk jonge haaien gaan zien. Dit is de babykamer van de Braziliaanse oceaan. Omdat dit plekje bij de voorspelde windrichting van de komend dagen nog de beste beschutting geeft besluiten we hier voorlopig maar te blijven liggen. De beschutting is inderdaad meestal goed. Alleen 2 uur voor hoogwater tot 2 uur na hoog water is er nogal wat swell. Dat betekent toch weer 8 uur rollen per 24 uur. Maar de ankerplek maakt alles goed! Nadat de motorboot terug is naar de vaste wal, is de baai weer voor ons alleen. Achter de zandbodem, die het water helder blauw laat kleuren begint het rif. Langs deze rand kunnen we in water van 2 tot 3 meter diep heerlijk snorkelen.
Snorkelen
Maandagmorgen komt een catamaran naast ons ankeren. Deze twee Duitsers varen onder vlag van Varanua, een eiland in de Stille Zuidzee. Ze vinden het duiken hier maar niets. Maar wij zijn niet verwend door al die schitterende locaties in de Pacific. We vinden het hier prachtig. Aquarium vissen, schildpadden en niet te vergeten de fregatvogels die hele dagen boven ons zweven.
STEMMEN IN DE NACHT
Dan zijn er ook nog de witte vogels. Die hebben duidelijk een ander eiland dan de fregatvogels. s’-Avonds in de kuip horen we een paar vrouwen babbelen. Aangezien er in de omgeving verder geen mensen zijn is dit erg vreemd! Maar we delen de ervaring. We komen er achter dat het de witte vogels zijn die deze menselijke tonen uitwisselen. De Duitsers zijn dezelfde avond weer vertrokken nadat we ze verteld hebben dat de gribs voor vannacht 10 tot 12 knoop voorspellen. Ze zijn ook op weg naar Chili, dus wie weet zien we elkaar weer. Zo gaat het meestal. Waar komen jullie vandaan? Wat zijn jullie verdere plannen? Wanneer er overeenkomsten zijn worden E-mail adressen en blogs uitgewisseld. Je geeft elkaar informatie en hulp waar nodig. Zo kan iedereen ook zonder veel nadenken een beroep op een ander doen. Mooi toch!
11-03-2009
Om 7.00 halen we het anker op en verlaten de Abrolhos archipel. Met zeer lichte wind, afwisselend motorend of zeilend gaan we weer op weg, verder naar het zuiden. In de loop van de middag zien we een gunstige windrichting voor de spinaker ontstaan. Altijd toch een hoop gedoe voor alles ingespannen is met de vraag of de windsterkte en richting gunstig blijven. Maar we mogen deze kans niet laten gaan, want hiermee kunnen we onze snelheid wat opvoeren. Het laatste deel van de spinaker hijsen gaat veel te zwaar, zelfs via de lier. Iets te lang blijf ik proberen.
DIKKE PECH
Het resultaat is nu dat de slurf bijna boven is, maar muurvast zit. Hij kan dus ook niet naar beneden! Dat is een situatie waar je niet op zit te wachten. Waarschijnlijk zit de val tussen de wang en de schijf van het blok wat voor de mast hangt. Balen, maar naar boven dus. Riet kan mij, op lage snelheid met de lier, goed hijsen. Het duurt wel lang voor je boven bent, want helpen klimmen gaat niet. Je moet je goed vasthouden aan het want. Door de deining zwaait de mast ondanks het lichte weer vervaarlijk heen en weer. Uiteindelijk wordt mijn vermoeden op 17meter boven het water bevestigd. Val naast blok. Valsluiting open en de spi met hoes valt naar beneden op dek. De sluiting maak ik vast aan het want. Het blok hier repareren is onmogelijk, dat moet tot later wachten. Het dek is nat van mijn zweet wat gestaag naar beneden drupt vanwege deze inspanning en warmte. Beneden voel ik me wat vreemd in het hoofd. Ipv. een zonnesteek blijk ik door het enorme heen en weer gezwaai van de mast zeeziek geworden te zijn! Nadat de maag leeg is ben ik na een half uurtje weer de oude. Er is meer wat niet werkt zoals we willen. We hebben enorme moeite om windgribs binnen te krijgen in deze streken. Iedereen klaagt hierover. De zenders Trinidad en Chili zijn vaak moeilijk te vangen. Soms krijg ik wat uit Novascotia in Canada. Die moeten een heel sterke zender hebben. Ons bijbootje heeft zijn beste tijd ook gehad. Het is al oud en door de brandende zon is hij nu langzaam aan het vergaan. We moeten altijd de pomp bij de hand hebben als we het gebruiken. Omdat we nergens meer in havens of aan een steiger liggen, dus altijd ankeren, ( blijft zo tot Uruguaya) hebben we het heel, heel vaak nodig om ergens aan de wal te gaan.
De volgende middag zijn we ter hoogte van Vitoria met nogal wat wind. Zijn we een beetje grib verslaafd geworden?, varen we niet meer zonder actueel grib-weerbericht? Ipv. door te gaan naar Rio de Janeiro of Cape Buzios besluiten we, na enige aarzeling over het komende weer, Vitoria aan te lopen. Het gevolg is nu wel dat we de aanloop van de haven in het donker doen. Zoals studie vooraf uitwees blijkt dit niet al te moeilijk. We hebben veel aan de gekopieerde Braziliaanse elektronische detailkaarten. We zien nog een ander jacht uit de haven komen. Ipv. uit te varen, komen ze naar ons toe met de bedoeling ons naar de jachthaven te begeleiden! Erg aardig. Nu varen we alsnog over een bankje van 4m1. waar ik omheen had willen varen! We weten dat we de ondiepe haven niet in kunnen en ons anker valt in de kom voor de haven.
In Vitoria
De volgende dag besteden we om boodschappen te doen in de prima uitgeruste supermarkt bij de haven. Het Wifi werkt weer eens niet. Uiteindelijk mag ik op de PC van een alleraardigste meisje op het havenkantoor de mail checken en het weer op halen. De ankerplaats is niet geweldig. Voordat we stapels papier in moeten gaan vullen gaan we de volgende morgen weer op weg. We besluiten naar Buzios te gaan. Ik wil graag even met Brigitte Bardot op de foto. Dit oord is beroemd geworden in ZuidAmerika omdat Brigitte hier in 1964 op vakantie was. Haar borstbeeld staat levensgroot in brons op de boulevard. Opnieuw hebben we erg weinig wind! We proberen toch steeds te zeilen onder het motto “wat maakt het uit”, 1 of 2 dagen! Als het donker wordt is de wind echter helemaal verdwenen. De motor gaat aan. Het is zwaar bewolkt en het regent af en toe. Bliksemflitsen. Aardedonker. De lage visboten zijn in de altijd aanwezige deining moeilijk of niet te zien op de radar. Alle ingrediënten voor een hoop ellende zijn aanwezig. Af en toe zien we een wit lichtje hier en daar. Is dat een vissertje? Langzaam tuffen we verder op onze kompaskoers. Totdat ik een bootje met een wit licht naar ons toe zie komen varen. Als je het niet gezien had, had je het gemengde geluid van een luid ploffende diesel en schreeuwende vissers wel gehoord! O, jee, drijfnetten natuurlijk! De houten sloep van 7 meter met een kleine uitgebouwde kist in het midden, meer is het niet, ligt naast ons. Er ontstaat een conversatie in het Braziliaanse-Portugees en Zeeuws. Daaruit wordt niets duidelijk. Met armgebaren spreken we af hun te volgen om hiervandaan en zeker niet in de netten te komen. Zeker een kilometer motoren we achter hen aan langs het drijfnet wat we d.m.v. een schijnwerper kunnen volgen. Af en toe komen ze langszij, ons bijna rammend. Aan het eind van het net kunnen we onze weg vervolgen. Maar dan? De motor slaat af. Naar binnen rennend zien we rook uit het motorcompartiment komen!!
NOODLOT
Door het luide geluid van de visboot met open uitlaat en hun geschreeuw hebben we het warmtealarm van onze motor niet gehoord. De vissers verdwijnen achter ons in de donkere nacht en wij drijven rond. Waar rook is, is vuur! Dus motorcompartiment open met de brandblusser in de aanslag. Is er wel of niet vuur? Verstikkende wolken stijgen op! Dus gelijk de brandblusser leeggespoten op onze prachtige blauwe trots. Daarna kunnen we even niet binnen zijn, vanwege de dampen. Nadat alle luiken openstaan verbetert de situatie. Ik zend een Pan-Pan uit. Geen enkele reactie van de Braziliaanse kustwacht! Ik herhaal de boodschap gericht aan `alle schepen`. Ik vermeld dat we brand in de machinekamer gehad hebben. Dat de brand geblust is. Dat we zonder motor “niet manoeuvreerbaar” zijn omdat het windstil is. Vervolgens zetten we het deklicht en het oranje zwaailicht aan. Er is wat licht in de duisternis gekomen. Ofschoon het op afstand boven land veel bliksemt is het hier nu droog en het zicht verbetert. Nu zien we een aantal visboten liggen en heel ver weg aan het eind van hun netten een boeitje met een ledlichtje op. Nu naar de motor kijken. Na het optrekken dampen is de ravage enorm. De prachtig blauwe kleur is bedekt met een laag smerig bluspoeder. Maar ik zie ook meteen de oorzaak en dat er eigenlijk geen brand was. De V/snaar van de dynamo, die tevens de pomp van de koelvloeistof aandrijft, is gebroken. De rook was de stomende koelvloeistof die uit de overloopslang spoot! De spannende vraag is nu of de motor op tijd gestopt is, of zo heet geworden is dat hij vastgelopen is? De windmeter geeft 3 knoop wind aan, bijna niets. Maar de deining is minder en langer geworden. Dus we gaan proberen te zeilen. Met enige moeite weet ik een knoop snelheid uit de boot te persen. We zijn weer op weg en nu “beperkt manoeuvreerbaar” geworden! Riet houdt omgeving en koers in de gaten, en ik ga verder met de motor. De nieuwe snaar is snel gelegd. Nieuwe koelvloeistof erin. Ik wil eerst de motor rond laten gaan zonder te starten om te zien of er geen bewegende delen vastzitten. Zonder gloeien even de starter laten gaan. Hij slaat meteen aan! Maar ik moet hem direct weer stoppen. Een niet goed klinkend tikkend geluid is daar. Overtuigd dat we hier voorlopig weinig aan kunnen doen en om verder schade te voorkomen besluiten we tot Buzios alleen de zeilen te gebruiken. Dan klinkt de marifoon. Lady, Lady this is Artic Sunrise. De gezagvoerder van dit vrachtschip, die een beetje Engels kan, heeft begrepen dat we problemen hebben. Hij heeft de kustwacht niet horen antwoorden en vraagt of hij iets voor ons kan doen. Nadat hij de kustwacht in het Portugees heeft opgeroepen komen we tot de verbijsterende conclusie: De kustwacht spreekt geen Engels!! Wat was er nu gebeurd als we een May-Day uitgezonden hadden! Inmiddels heeft zich een tweede gemeld, dit is een prima Engels sprekende wacht van Olieplatform 3. Via de driehoek hoort de kustwacht nu pas ons verhaal. We zeilen inmiddels langzaam richting Buzios. We melden dat alle problemen voorlopig opgelost zijn. Maar weten niet of we Buzios aan kunnen lopen met een eventueel te verwachten dwarsstroom langs de kust. Halverwege de nacht worden we nog opgeroepen door een prima Engels sprekende kustwacht. Die hebben ze dus uit bed moeten trommelen! We herhalen het verhaal en dat we oke zijn. Verder weet de man van Olieplatvorm 3 te melden dat er in Buzios een loodspost is. Dus met een oproepje op 16 kunnen we eenvoudig een sleepje regelen.
HOEZO LOODS
Langzaam zeilen we de hele nacht door. Wanneer het licht wordt zien we de baai van Buzios voor ons. Maar ja, 3 knoop wind gaat dat? We besluiten de loods te bellen voor assistentie. Slepen willen we alleen wanneer er gevaar ontstaat om door de stroom op de rotsen te eindigen. Geen enkel antwoord! Te vroeg? Hoe kan dat nu, een loodspost is toch dag en nacht bemand? Voorlopig zeilen we langzaam door. Na 20 minuten komt er een reactie, in zeer gebrekkig Engels. Hij vraagt onze positie. Uiteindelijk blijkt het een boot te zijn die 40 mijl van onze positie weg is. Verkeerde informatie, er is hier helemaal geen loods! We moeten tussen twee rotsen de baai in. Er zit veel ruimte tussen, ½ mijl. We danken het kunnen zeilen aan de kruisende koers. Met deze wind zou elke ruime koers onmogelijk zijn voor deze boot van bijna 15 ton. We besluiten de rots op te zoeken die het verst landinwaarts ligt. De andere in het oosten ligt dicht bij de kaap waar we stroom verwachten. Na een slagje van een half uur zijn we op hoogte van de rots. Met de volgende slag moet het gebeuren. De baai in of halverwege terug voor een nieuwe slag. Het anker is klaar gemaakt voor een onmiddellijke drop wanneer we zonder wind komen en naar de kaap gaan drijven. Gelukkig kunnen we nu profiteren van lichtweerervaring tijdens wedstrijdzeilen. Want met geduld loopt de boot heel langzaam de gewenst hoogte om van de rots aan de overzijde vrij te blijven. Halverwege krijgen we de wind hoger in van de wal en de boot is in de baai. We zijn veilig! Een half uur later draaien we de boot in de wind en Riet pakt in 1 keer het hulpboeitje van een mooring op.
Met enige problemen Buzios bereikt
WAT NU?
We zijn moe en moeten een nacht slaap in halen. Daarna een dag werk om de motor schoon te maken. Nog een dag om het interieur schoon te maken, de gordijnen te wassen. Alles is kleverig en stoffig van het bluspoeder en dan te weten dat het niet nodig was! De motor aan een grondige inspectie onderworpen. Nieuwe tests. Kleppendeksel eraf. Motor op de krukas met de hand rondgedraaid. Compressie lijkt op alle 5 de zuigers normaal en gelijk. Kleppen openen en sluiten normaal. De kleppen gesteld. Het geluid is snel verklaard. De nieuwe snaar is nl. iets korter. De snaren zijn eigelijk de aanleiding van deze ellende. De 6 snaren die ik meegenomen heb uit Nederland waren gebaseerd op de oude dynamo en daardoor te kort. Ik heb bij onderhoud de snaar vervangen met een onderweg gekochte snaar van 11 ipv. 12 mm breed. De tweede snaar die ik toen kon kopen was wel goed van breedte maar iets te kort. Ik heb hem er nu toch opgekregen. Daardoor raakten de koelschoepjes net de motor, vandaar het harde getik. Nu blijft alleen het warmte-alarmlampje nog branden als de motor draait. Op de wal is internet. Dus nu kunnen we het hele verhaal naar Andre Pekaar en Nanni mailen. We krijgen echter geen snel antwoorden op onze vragen. Na enig nadenken zelf maar weer verder zoeken. Er blijkt sluiting tussen het draadje van de warmtevoeler en de draad van de gloeispiralen ontstaan te zijn. Nieuwe draad en nu werkt alles weer normaal. Na 5 dagen Buzios, waar ik vergeten ben op de foto te gaan met Brigitte, varen we opnieuw uit. Daar we nog steeds geen antwoord van Nanni hebben, besluiten we de motor alleen voor korte duur te gebruiken. Als test heb ik hem 30 minuten laten draaien op 1000 toeren onbelast. Ik heb ook nog de thermostaat vervangen omdat ik me afvroeg of die zoveel warmte kon overleven. Als we de motor gebruiken moeten we de temperatuur maar voortdurend in de gaten houden. Het lichte weer houdt aan. Het is maar 65 mijl naar Rio de Janeiro. Vastbesloten de motor sporadisch te gebruiken zeilen we de baai uit, langs een van de hier dagelijks voor anker gaande cruiseschepen. Na de kaap wordt het kruisen, want de wind zit de laatste tijd steeds meer in de zuidhoek. Zou dit op een vroege herfst duiden? Het kruisen met 6 knoop gaat prima maar de afstand verdubbelt bijna.
CABO FRIO
20-03-2009
Om 16.00 uur hebben we, na een de hele middag opgekruist te zijn, de kaap gerond. De Koude Kaap heeft zijn naam te danken aan een diepe koude golfstroom die, gevoed vanuit Antarctica, hier naar de oppervlakte komt. Even maar niet zwemmen dus. Veel deining zoals gebruikelijk bij kapen maar misschien heeft de wisselende watertemperatuur ook nog invloed. Na de ronding gaan we weer westwaarts. Na kunnen we voor het eerst profiteren van de lichte zuidelijke wind. Tot na 23.00 kunnen we goede voortgang maken met 6 tot 10 knoop wind. Maar dan is de zak leeg. Windstil! We zijn nog een 30 mijl van Rio de Janeiro. We laten ons meedrijven met de stroom die hier langs de kust mee staat. Maar met 0.6 knoop gaat dat ook niet erg hard. In de loop van de nacht wordt het druk met achteropkomende scheepvaart. Gelukkig geen vissers deze keer. Maar ik moet toch wel een paar keer de motor starten om in ieder geval onze koers en snelheid duidelijk te maken. Nadat het licht geworden is komt er een heel licht windje. West, dus opnieuw kruisen. Maar de wind is zo licht dat we na een paar slagen niets vooruit gekomen zijn. In 7 uur hebben we 7 miles gevaren. Uiteindelijk gebruiken we de motor toch maar een paar uur op 1000 toeren. Hij functioneert geheel normaal. Ook de uitlaatgassen zijn normaal. Dan komt er eindelijk half de middag wat wind uit het zuiden. We zeilen weer.
RIO DE JANEIRO BEREIKT!
Indrukwekkende aankomst in Rio
De Guanabara bay ligt voor ons open
Precies op 18.30 wanneer het donker is gaan we voor anker voor de Yachtclub Iate de Rio de Janeiro. Het is wel een enorme belevenis met eigen boot de Guarabara Bay van Rio in te zeilen en voor anker te gaan voor de Yachtclub Rio de Janeiro. De volgende morgen nadat het licht is, blijken we te liggen tussen “Het Suikerbrood” met zijn kabelbaan aan de ene zijde en daartegenover aan de andere zijde, het met wolkenflarden omgeven enorme Christusbeeld op de Corcovado. Zo simpel als de faciliteiten van Yachtclub Rio de Janeiro in het water zijn, alleen moorings, des te luxer de walfaciliteiten. Maar dan komt de verrassing.
TOEGANG GEWEIGERD
Wanneer we met de scheepspapieren naar het kantoortje van de club gaan, wordt spoedig duidelijk dat we niet welkom zijn. Deze club is zo elitair dat ze een lijst van buitenlandse clubs hebben waarvan alleen die leden welkom zijn. Daarop staan zelfs W.V. De Maas en W.V. Muiden niet vermeld. Geen enkele Nederlandse club. Voor de rest zijn alleen gasten welkom met een invitatie van een lid. We kunnen dus niet inschrijven. Later krijgen zullen we nog verschillende invitaties krijgen, maar houden dan uiteraard de eer aan ons zelf. De volgende morgen steken we de Guarabara over naar Niteroy. We komen terecht bij de Rio jachtclub. Een kleine club, maar ook weer dezelfde uitstekende wal accommodatie. Zwembad, groot clubgebouw enz. De tegenstelling is wel erg groot. We worden hier bijna als helden ontvangen. “Helemaal met zijn tweeën de oceaan over met die prachtige boot enz., enz`”. Dat komt hoofdzakelijk omdat we meteen na aankomst tegen een bijzonder mens aanlopen, Arthur Duarte. “Voor mijn vrienden Balu”. Balu is Solingzeiler en musicus. Hij speelt de dwarsfluit. Jazz en klasiek. Hij heeft in het verleden menigmaal in Europa gespeeld en spreekt goed Engels en Frans.
Balu, Riet en Henk
Balu laat Riet Rio zien en vertelt en vertelt.
De wal- entourage is wat vergelijkbaar met W.S.V ”De Werf”. Prachtige oude bomen. De gebouwen en zwembad hebben wel een wat ander dimensie. Er zijn 150 leden en 40 boten. Door Balu, die zich over ons ontfermt, weten we snel veel over de club en de omgeving. We zijn hier terechtgekomen bij een echte zeilclub! De Volvorace moet binnenkomen in Rio. Maar doordat er buiten steeds bijna geen wind is zijn ze al dagen over tijd. Schipper van Ericcson 4 is Tobyan Schmidt, beroemd lid van deze club. Zijn broer Larson Schmidt is tweevoudig olympisch gouden medaille winnaar in de Star klasse! De derde broer , Axel Schmidt is de man van de P.R. en heeft hier in de buurt een ontwikkelingsproject opgezet wat we later gaan bezoeken.
DE DAG VAN DE RACE
De club bestaat 95 jaar. Voor het feest, 2 weken later, zijn we uitgenodigd maar dan willen we toch echt weer op weg zijn. Maar het zou toch een enorme eer zijn als we zaterdag meedoen aan de clubwedstrijd. Ja, maar daar is deze boot niet voor geschikt, te zwaar, genua gaat lastig overstag met de kotterstag, enz. Het helpt niet, we zijn de klos. Dus bestaat de bemanning uit : Balu, De professor (Mello Marco Antonio da S.), Rachel, die weer een dochter heeft die olympisch winnares 470 is, Maria (Rietje), en Henk. Zoals steeds is er weinig wind, de startlijn is kort. Zoals het bij een echte clubwedstrijd behoort, kan er alleen over stuurboord gestart worden! We willen voorzichtig zijn met de grote boot, maar zodra we bezig zijn kruipt het bloed waar het niet gaan mag, en weten als tweede na Tobyan Smidt, (die ook even een dagje ontspanning zoekt na de Volvorace finish), de startlijn over te gaan. Tobyan zeilt in een Deens scherenkruisertje. Door zijn opa, die hem leerde zeilen, hier naartoe gehaald en als een relikwie wordt onderhouden. Zodra de wind ruimer wordt verliezen we snel terrein, omdat we niet spinakeren. We hebben nog nooit een wedstrijd gevaren met deze boot. Met 6 knoop wind op dit vlakke water doet de boot het boven verwachting. We hebben tenslotte geen genua 1 maar een 2. Na het volgende kruisrak zijn we weer veel jachten voorbij en ontmoeten Larson Schmidt met een tweede scherenkruier bij de bovenboei. Daarna is het afgelopen met het succesverhaal. We weten niet dat er zoveel stroom in dit punt van de baai staat. Vergeten dus een slag voor extra hoogte te maken en stromen onder de boei. Wind weg. Tobyan is dan al lang over de finish maar voor de meeste anderen zit er niet anders op dan opgeven. Voor de rest is alles zoals in Nederland. De meeste wedstrijden worden achteraf in de Pub overgezeild en dan wel gewonnen………
HET PROJETO GRAEL
We leren veel over Rio en zijn omgeving. Hier aan de andere kant van San Francises baai, tegenover de club, zien we elke avond de lichtjes van huizen in de bergen. Die zijn veelal illegaal gebouwd. Ook elektrisch wordt vaak illegaal afgetapt. Daar wordt in de club verschillend over gedacht natuurlijk. Ondanks dat 52% van de bevolking werkzaam is voor de regering is er in Brazilië geen goed kadaster. Daar op de ongeregistreerde grond wonen de kansarmen. Overdag vind je ze b.v. ventend met water en snoep tussen de auto´s in de files op de rondwegen rond Rio. Wanneer we hier met de broers Schmidt in de club over praten komen we snel tot dezelfde conclusie. Brazilie heeft nog steeds geen grote middenklasse, het bekende Zuid-Amerikaanse probleem. Axel Schmidt en anderen hebben nu aan de baai een project opgezet om kansarme kinderen gratis vakkennis bij te brengen op gebied van jachtbouw, elektronica en computers.
Het project werk voor kansarmen
Het project verhoogt “volgens onderzoek” voor 30% de kans op een plaats op de arbeidsmarkt. Verder worden volwassenen ook geholpen met vakkennis om een eigen bedrijfje te beginnen. Ontwikkelingshulp in eigen land dus. Het project is uiterst professioneel opgezet. 30 % van het benodigde geld komt van de regering. De rest is bedrijfssponsoring. Natuurlijk zijn hierbij de contacten van Tobyan erg handig.
Scheepelectronicales
Alex Schmidt en zijn vrouw steken veel tijd en energie in dit project
RIO EN NITEROY
Het voordeel van deze club is de rustige omgeving. Maar als we naar Rio willen is er de reistijd. Na een paar keer besluiten we geen bus meer te nemen. 2,5 uur in de file is wel genoeg. Er gaat hier een ferry in de baai en dat gaat redelijk snel. Rio is een mooie stad en zou nog veel mooier zijn als de auto´s en bussen uit het centrum geweerd werden. Maar dat lijkt nog steeds een stap te ver. De auto heeft hier nog steeds alle rechten en de voetganger heeft er buiten de met stoplichten aangegeven zebra´s geen! Oppassen dus. We nemen het oude stadstrammetje. Krakend en piepend bergop richting Corcovado. Het laatste stuk kan met taxi of een steil klimmend treintje. Het uitzicht is magnifiek. Staande onder het Christusbeeld van ruim 30 meter hoog kijk je over het Suikerbrood, Copacabana-beach, de stad, de Guarabara baai en Niteroy.
Rio vanaf Corcovado
Op corcovado
Op corovado
We hebben geluk met het weer, want vele dagen hangt deze top in de wolken. Het is hier nog steeds vochtig warm maar minder dan in Salvador. Het programma is steeds overvol. We gaan nog op het Suikerbrood met het kabelbaantje. Maar Balu heeft steeds opnieuw plannen. We bezoeken een vriendin. Zij is een idealistische architecte. Ze kan voor weinig geld houten huizen bouwen voor de kansarmen.
Henk ontmoet een collega
DE EEUWIGE CORRUPTIE
Maar de regering werkt het tegen, die willen alleen beton natuurlijk. En zo komen de gesprekken weer op de politici. Met geld in de onderbroek worden ze gearresteerd op weg naar Zwitserland. Maar natuurlijk gaan ze vrijuit enz. Ze heeft een boek gemaakt over het werk van haar grote voorganger ,Zizano. Nu is ze zijn werk aan het archiveren en heeft daar een instituut voor opgericht. Om geld heeft deze 3e generatie van rijke Brazilianen zich nooit druk hoeven te maken. Het zijn allemaal mensen met veel opleiding, artistiek en levensgenieters. Maar hier en daar komt de bodem van de schatkist in zicht. Zo bezoeken we een huis wat altijd open staat. Jaren lang waren hier feesten, iedereen liep in en uit. Maar het hele vermogen is nu op, en het huis is ook te koop. We krijgen de eigenaar niet te zien, hij schijnt alleen nog op bed te liggen. Af en toe horen we op de steile hellingen de meest vreemde geluiden uit de volkswagenmotor van Balu´s auto. Ook verliezen we wel eens een onderdeel van de carrosserie. Maar hij blijft het doen! Balu is een echte vriend geworden. Maar we moeten verder. De laatste avond kookt Balu voor ons en ik zit gebogen over de kist met pentekeningen, krijt en aquarellen van zijn vader. Balu heeft de dwarsfluit lang niet meer aangeraakt. We beschouwen het dan ook als een eer dat hij dit nu toch voor ons doet. Ik vermoed dat hij bang is voor de ziekte van Parkison. Zijn vader heeft deze ziekte gehad. Hij slikt medicijnen hoewel hij de ziekte niet heeft. Balu heeft weer al een nieuw idee. Hij heeft een vriendin in Angras dos Reios. Pianiste. Ze heeft een tia gehad, maar zou toch weer wel met hem kunnen spelen. Zo verlaten we Rio op 31 maart 2009 met Balu en de dwarsfluit aan boord. Balu heeft nog een speciaal cadeau voor ons. De ondertekende CD van Arthur Balu Duarte en de pianist Cristóväo Bastos. Geweldig! Er is weinig of geen wind. Om 23.00 valt het anker na een lange motortocht in de baai Ilha Grandes.
Isla Grande
De volgende morgen kijken we op naar de tot 1000 meter oprijzende toppen van het eiland. De bergen zijn met een tropisch groen tapijt bedekt. Eén top lijkt op een vogelkop. De papagaaienkop, zegt Balu.
Voor anker. Isla Grande
Later roei ik Balu naar de wal. Een laatste tropisch fruit en koffie op terras. Balu vertelt hoe hij hier vroeger kwam. Veel meisjes!, “als vliegen kwamen ze hier aan”. Hij wijst op een paar meisjes op straat, die waarschijnlijk even alleen zijn om de croissantjes voor hun vriendje op de camping te halen. Dan loopt hij enigszins gebogen naar de pier waar de Ferry wacht. Nu, bij het afscheid, weet hij voor het eerst even niets te zeggen. Wij hebben nog enige dagen nodig om tot rust te komen en alle indrukken in en rond Rio te verwerken. Dat kan goed op Ilha Grande. Het dorpje is toeristisch, maar er is een nationaal park waar je heerlijk kunt wandelen. We zien een eilandje met daarop de ruines van een fort. Dit gebouw werd gebruikt om eind 1800 de uit Europa binnenkomende immigranten in quarantaine te houden. De Brazilianen waren erg bang voor cholera en andere ziektes die zij mee konden brengen. Prachtige kleine strandjes. Ook dit eiland is weer tropisch bebost. Bij tropisch bos denk je meestal aan het Amazonegebied. Nu we een beetje meer van dit enorm grote land gezien hebben weten we dat er veel meer beboste gebieden zijn. Wat heeft Brasil toch veel meer te bieden dan waar we vooraf aan hadden kunnen denken!
03-04-2009
We vertrekken uit de ankerbaai Abraao op Ilha Grande. Het is nog steeds een slordige 1300 nm. naar Buenos Airos. Dus we moeten maar eens wat mijlen gaan maken. Tussen de vaste wal en Ilha Grande motorterend vinden we weinig wind. Wanneer we de volle zee opgaan nog steeds erg weinig wind, maar wel enorme deining uit het zuidoosten. We proberen uren te zeilen met de motor een beetje bij. Zeilen erop, zeilen eraf. Eind van de volgende morgen komt de voorspelde Noordoostenwind pas echt. Prachtig zonnig weer, we varen melkmeisje. Het stagzeil wordt strak tussen het grootzeil en de genua gezet. Dit geeft meer stabiliteit en rust in de zeilen. In de middag is de wind 25 knoop. De hele nacht is er veel wind, de volgende weer niet. Rietje is niet blij dat de wind regelmatig veel meer is dan de voorspelling. Net voor de 2e nacht, na uren van windstilte begint er een licht windje uit het zuidoosten te komen. Maar ook nu wordt het snel weer heftiger dan voorspeld. Onweer, gelukkig op voldoende afstand. Vervolgens wordt de wind eerder zuid dan voorspeld. Kruisen dus. Daar zitten de meeste toerzeilers niet op te wachten. De laatste 20 mijl geloven we het wel. Er is nu maar 10 tot 15 knoop wind meer. Met het grootzeil hoog op de rail als steun gaat de motor aan. In de loop van de morgen van 6 april komen we aan in de baai van Ilha de Sante Catharina. Dit was de tocht van de wisselende winden.
PAPIERWINKEL OMZEILEN
De baaien bij Florionapolis
In Florionapolis vinden we een groot veld met afmeerboeien voor de Club Nautica. Er ligt één buitenlandse boot voor anker. Wij gaan aan een mooring. Half de middag krijgen we bezoek van een moterbootje van de club. Of we voor de papieren naar de wal willen komen. We kijken elkaar enigszins hopeloos aan. O nee! Hoe werkt het ook al weer? In een nieuwe provincie moet je de totale papierronde overdoen. Police Federal, Capitainero, en de douane. Binnen de provincie moet je in elke haven alleen naar de Police Federal. We hebben echt geen zin om voor de 2 dagen dat we hier van plan zijn te blijven dat circus van een dag weer af te gaan. Alle buitenlandse zeilers blijven dus zoveel mogelijk buiten de havens. Niet echt bevorderlijk voor de toeristische inkomsten. Maar ja, wet is wet! De clubs zijn verplicht om voor de politie of wie dan ook de registratie te doen, ze kunnen in al hun vriendelijkheid niets door de vingers zien. Dus kopen we diesel en gaan zonder officieel aan land te gaan weer verder. We vinden 10 mijl Noordelijker een fantastische baai waar een visfabriek blijkt te zijn. Na de schemering vaart een zwerm van gemotoriseerde sloepen met kotterbomen de zee op. Wij verzinnen allerlei theorieën waarom er niet overdag gevist wordt. Later horen we dat vissen door de regering 4 dagen in de week verboden is. Daarom wordt er illegaal in de nacht gevist, want het controle kantoor is dan gesloten! De ambtenaren, die dit natuurlijk weten, zijn allemaal omgekocht. Brazilië! We worden weer uiterst gastvrij ontvangen. Een man die op de landtong van de baai woont helpt ons met diesel halen met zijn auto, en we worden bij hem thuis uitgenodigd om het internet te gebruiken. De volgende morgen komt hij aan boord voor de Hollandse koffie met cake van Riet. De pinautomaat in het dorp lust geen Pin, Visa of Mastercard. Dus zitten we zonder cash. In een supermarkt kun je wel pinnen, vaak met veel moeite. De ene keer lukt het met een pinpas de andere keer met de Mastercard of de Visa. Tegenover onze ankerplaats staat een lege visfabriek. Deze is gebouwd door de vader van de man die ons zo aardig helpt. Staat al 10 jaar leeg. Een prachtige locatie om te verbouwen tot een droomhuis, of restaurant met pier voor eigen boot aan deze prachtige baai. Maar wij moeten verder! Er ankert een catamaran met Braziliaanse vlag naast ons. We maken kennis met Sonja en Gibe. Ze hebben de catamaran zelf gebouwd. In een mengeling van Spaans, Engels, Portugees en Nederlands worden aan boord van de catamaran bouwervaringen uitgewisseld. Epoxy is het toverwoord. We eten bij hen garnalen van de lokale vissers, 1 euro de kilo. We kijken uit op de bergtoppen achter het strandje van de baai. We gaan een middagje catamaranzeilen. Het grootzeil is te groot voor de mast en de giek, maar alles is nog “experimental”. De volgende dag zijn we met zijn vieren op weg naar één van de toppen. Gibe heeft nogal wat gewicht van zijn eigen lichaam mee naar boven te zeulen. Hijgend en puffend met het nodige doorzettingsvermogen weet hij met ons de top te bereiken. Prachtig uitzicht over de omliggende baaien is onze beloning. Net voor donker zijn we terug waar Riet een flinke pan pasta op tafel zet die gretig aftrek vindt.
De top bereikt!
Op weg naar het dal
Sonja en Gibe willen om de kas te spekken gaan charteren. Eerst in het noorden van Brasil. Na de nodige ervaring willen ze daar mee doorgaan in de Carieb. Mast en beslag van de catamaran is van de 2e hands markt. In Brazilie is dit spul erg duur en het budget is klein. Ze hebben nog geen enkel instrument behalve een draagbare GPS.
12 april 2009
Na afscheid van Sonja en Gibe, die nog een laatste portie garnalen voor ons gekocht heeft bij de vissers, vertrekken we eind van de morgen. Er is weinig wind en de motor moet er dus weer aan geloven. In de middag kunnen we nog wat zeilen met de motor bij. We genieten van een prachtige zonsondergang en de gewokte garnalen. Het is 21.30 uur, Riet is aan haar eerste slaap begonnen, als ik eindelijk kan zeilen. Er is nu een lichte aflandige wind langs de kust ontstaan. Maar na een paar uur moet de motor weer bij.
HOLLEN OF STILSTAAN
De volgende avond komt er flink wind. Gelukkig uit NO richting, zodat we hem achter hebben. Gedurende de nacht blijft de wind toenemen tot 32 knoop. Eerst zeilen we op het grootzeil met 2 reven. Later alleen op een voor ¾ uitgerold voorzeil. De boot doet het hier prima op. Ook proberen we het alleen op de stagfok. Maar dat is toch te weinig voor deze wind. Riet is (weer) kwaad dat de windgribs niet kloppen! Voorspelling 10 tot 15 knoop. Nu is het opeens meer dan het dubbele! Hollen of stilstaan met de wind hier. Als het s’morgens licht wordt, met weer een prachtige zonsopkomst, zien we pas wat voor een zee deze wind vannacht opgebouwd heeft. Hoge golven met sissende brekende koppen lopen onderdoor de boot. Af en toe een plens water aan dek of in de kuip. In de loop van de dag neemt de wind langzaam af. Eind van de middag is er geen wind meer, maar de golven blijven nog heel wat langer doorlopen. Na de 3e zonsondergang met prachtige oranje lucht, met een afgevlakte zee, beginnen we aan de 3e nacht van dit traject. De maan is nog steeds onze vriend. Maar het deukje groeit snel. 3 kwart is hij nog, en komt iedere avond later op.
UITKLAREN
Rio Grande del Sul
Nu we Rio Grande del Sul naderen verwachten we het hoofdstuk Brazilië af te kunnen sluiten met uitklaren en vertrekken naar Uraquay. Maar Brazilie blijft tot de laatste minuut boeien met nieuwe indrukken en belevenissen. Door de waterstuwing door de zuidenwind spoelen we op 14 april met stroom mee bij Rio Grande del Sul naar binnen. Net voor donker meren we af aan een Iers jacht wat aan het steigertje van het scheepvaartmuseum ligt. We ontmoeten een van de meest gastvrije mensen in Brazilie. De directeur van de musea die onder de Universidade Federal do Rio Grande vallen. Op de Ierse boot naast ons worden een vrouw met haar zoon van boord gestuurd en moeten maar zien terug in Engeland te komen. Lauro Barcellos, de directeur, nodigt ons voor onbepaalde tijd uit gratis te blijven en alle Musea te bezoeken. Maar als we de volgende morgen windgribs ophalen blijkt er twee dagen Noordoosten wind afgegeven te worden. Die moet je koesteren. Dus we kunnen maar 1 dag blijven. We moeten helaas verder. Weer nog veel te doen! Diesel ophalen in jerrycans, boodschappen . Gastenboek. Uitklaren, wat hier goed gaat. Dus geen tijd om dit leuke stadje verder te verkennen.
DE CLUBVLAG VAN “DE WERF”
Als tegenprestatie voor ons verblijf wordt gevraagd in het gastboek van de museumhaven één vraag te beantwoorden.: “Wat is een zeilboot?”. ’s-Avonds laat werken we nog aan de tekst, die we besluiten kort te houden. We zijn hier tenslotte ook kort.
A sailboat is the way to:
Say ,with sadness, goodbye to friends and shores
A sailboat is the way to:
Bring you to the beauty of the sea
A sailboat is the way to:
Arrive and meet new friends and land
Dit lijkt ons nu de geschikte plaats om een clubvlag van “De Werf” op te hangen. Lauro is er mee in zijn sas. Zeker wanner we vertellen dat “De Werf” ook een soort museum haventje is. Er zijn hier andere Nederlanders geweest, dus de Nederlandse vlag hangt er al in verschillende formaten. De drie W.S. verenigingen zouden ons wat clubvlaggen mee moeten geven! We zijn nu tenslotte hun ambassadeurs in de wereld. De volgende morgen verlaten we Brazilië op weg naar Uraquay. Hoe hadden we dit vooraf kunnen vermoeden: zoveel nieuwe mensen leren kennen, zoveel nieuwe indrukken opdoen, zoveel belevenissen!! BRASIL! BRASIL!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten