
CALETA BRECKNOCK
TERUG IN PUERTO MONTT
Na een geweldige zomer in Holland met familie en vele vrienden zijn we 21 september weer op de boot. Deze keer vinden we de boot in prima staat in het water terug. De ontvochtiger heeft het heel de tijd keurig gedaan. Met dank aan het toeziend oog van Dave. Hij en Cata hebben inmiddels een zoon, Simon. We belanden opnieuw in vrienden- feestjes. De boot gaat uit het water voor antifouling. De max. prop schroef wordt vervangen door de vaste. We zijn bang dat we ooit in het zuiden iets aan de max.prop krijgen, want die heeft al vele draaiuurtjes. Ook het schroefaslager wordt vervangen. De boot kan in het zuiden nergens uit het water. Er zijn nog veel klusjes te doen. De watermaker heeft een garantierevisie nodig. Maar het ding mee naar Holland nemen was niet mogelijk. Dus hebben we de onderdelen meegekregen en kunnen zelf weer aan de slag. Na veel mailen en in en uit elkaar halen werkt hij weer. De 28e is Rietje jarig, dus weer een etentje en een feestje. We kopen een telefoon met lokaal kaartje. Het werkt niet. Terug naar de winkel. Nadat velen er zich mee bemoeid hebben krijgen we ons geld terug. Haal niet meer techniek in huis, is de les opnieuw! Vroeg of laat wordt het ellende! 1 okt. gaan we naar het verjaardagsfeestje van Dave. Hij kwam als Engelse solozeiler in 2004 , toevallig het jaar dat Hendrikjan en Hanny met de Bannister hier ook waren. Een kleine wereld. Inmiddels getrouwd met Cata de dochter van de voorzitter van de Jachtclubclub Reloncavi hier. Voorlopig zal hij hier dus niet meer wegkomen. Op het feestje komen de onderwerpen “vervuiling (de scheepswerven en vissers bevuilen hier nog volop hun eigen nest)”, “klimaatsverandering” en ook “politiek” aan de orde. Politiek ligt nog steeds erg gevoelig. Er zijn voor en tegenstanders betreffende de Pinoched priode. We vragen steeds hoeveel procent van de Chilenen nu tot de middenklasse behoort. De meesten houden het op zo’n 50% . Jeremy en Vanessa zijn hier ook een paar jaar geleden met hun boot een twee kinderen blijven plakken. De kinderen waren aan school toe. Ze hebben een huis op het eiland tegenover de haven gekocht. Ze kwamen uit Zuidafrika overgezeild, het doel was toen de Pacific. Grappig genoeg kunnen we behalve Engels ook oud Nederlands met hun spreken. Zo komt ook de geschiedenis van Zuid-Afrika aan bod. We doen dagenlang boodschappen om voorraden aan te leggen voor het vertrek naar het zuiden. Wekken en vacuüm trekken. Net voor onze bezoekende vrienden komen zijn we klaar.
MET HARRY EN NEL OP STAP
Kreunend en rammelend kruipt de oude bus vanaf de kade tegen de steile helling. Hoe vaak hebben we dit de laatste tijd niet gedaan? 350 pesos (55 eurocent) voor maximaal bijna een uur in de bus. De service is vele malen beter dan het in Nederland door managers bestuurde openbare vervoer. Overal waar je je hand opsteekt stoppen deze kleine ondernemers om je in of uit te laden. Bovendien rijden ze zeer frequent. Vandaag, 24 oktober, zitten we met zijn vieren in de bus. Harry en Nel zijn echt aangekomen! Tot nu toe hebben we veel droog weer gehad. We waren een beetje bang dat dit bij de aankomst van onze vrienden om zou slaan. Maar het is nog steeds mooi weer! Na een middagwandeling op het eiland en in de stad besluiten we de volgende dag naar het zuiden te vertrekken. We hebben een Zarpe (vaarvergunning met routebeschrijving) van de Armada gekregen. We moeten ons echter wel melden in Melinka. Dat is een aantal mijltjes omvaren op weg naar de San Rafael gletsjer. We moeten veel motoren daar de wind het nog al eens af laat weten, maar hebben ook een paar prachtige zeildagen.


OP WEG NAAR SAN RAFAEL
In Melinka gaan de vrouwen aan de wal voor de nieuwe Zarpe. De charmes werken, want nadat we een half uurtje in de buurt rondgevaren hebben komen ze terug met nieuwe papieren. Een Zarpe tot Puerte Williams. Goed geregeld! Harry en Nel maken kennis met het overnacht-ankeren in de baaien onderweg. Harry doet veel roei en lijnen werk, zei het iets minder lenig dan 25 jaar geleden toen we wedstrijd zeilden. We genieten van het landschap van Noord Patagonie. Rietjes brooddeeg rijst de pan uit. We genieten van het eten, een wijntje en hebben veel lol met zijn vieren. 28 0ktober varen we in de lagune voor de San Rafael glacier tussen de enorme ijsblokken.

IJSBLOKJES


VOOR DE GLETSJER
Ankeren kunnen we hier wel vergeten. We kunnen buiten het gletsjermeer ankeren op een klein riviertje. Een mooie gelegenheid om ons nieuwe warrelnet uit Colijnsplaat uit te proberen. Wanneer we het de volgende morgen ophalen zit er een Magalaanse rotskabeljauw van flink formaat in. Dat wordt dus vanavond opnieuw smullen! Na een tweede bezoek, met zon op de gletsjer wordt het tijd om richting Puyahapi te gaan. We moeten veel op de motor varen in regenachtig weer met weinig zicht. Dat is de andere, grijsgroene Patagonie sfeer. Opnieuw prachtige ankerbaaitjes. 3 november is het opnieuw prachtig weer. Nadat we genoten hebben van het uitzicht op de hangende gletsjer in het nationale park bij Puyahapi meren we af in het privé-haventje te Puyahapi.

HIER KUNNEN WE DE BOOT VEILIG ACHTERLATEN
Een leuk klein dorpje met een museumpje waar aan de wanden een fotocollage hangt over de korte geschiedenis. In 1930 zetten hier een paar Sudeten Duitsers voet aan wal. Het doel was plaatsen te vinden in Zuid Amerika waar immigranten terecht konden. Ze kozen voor deze plaats omdat ze er zelf geheel vrij konden pionieren. Door de tweede wereldoorlog is er van het emigratieplan weinig terecht gekomen. Uiteindelijk kwamen er nog een paar…. Wanneer we later diesel bevoorraden voor ons vertrek met de boot kunnen we in het Duits converseren. De pompeigenaar zijn ouders zijn na de 2e wereldoorlog hier via Puerte Montt terecht gekomen. De geschiedenis is overal aanwezig. In 1971 is Puyhapi officieel erkent als een plaats van Chile. Nu leven er bijna 500 mensen.
MET DE BUS DE ANDES IN
De wekker liep niet af. Bijna versliepen we ons nog. De bus komt ons nog tegemoet rijden omdat de chauffeur weet dat we gisteren kaartjes gekocht hebben. Dat kan hier allemaal. De eerste bustocht gaat door het regengroene oerwoud omhoog de Andes in. Over smalle gravel-wegen afgewisseld met geasfalteerde stukken. Het verbaast ons dat langs de weg nog zoveel land afgezet is met prikkeldraad. Er zijn in deze uithoeken blijkbaar nog veeteelt bedrijven. Af en toe zien we koeien en schapen. Maar het bos overheerst met overal neerstortende riviertjes met watervallen. Woeste rotstoppen bedekt met sneeuw steken overal boven het landschap uit. Na een prachtige rit van een uur of 6 belanden we in Cohaique. De plaatsjes stellen niet veel voor. Rechthoekig stratenpatroon. Altijd het parkplein in het midden. We zijn weer in de bewoonde wereld van internet, eettentjes en winkeltjes.
We vinden dankzij het meisje van het toeristenkantoortje een prima restaurantje
Ze doet ook haar uiterste best om uit te zoeken wat onze volgende verbinding naar het zuiden kan zijn. De busmaatschappijen en vertrekdagen kloppen niet met onze reisgidsjes zodat het nog een heel gepuzzel wordt. We zitten net nog voor het zomerseizoen, dus rijden de bussen ook nog minder frequent. Toch kunnen we voor de volgende dag een bus boeken naar Chocrane.

HET BUSSEN IN DE ANDES
Opnieuw een schitterende tocht van nu 8 uur. In Chocrane vinden we een prima hostel. Maar snel verder bussen wordt lastiger. Over twee dagen is er een bus naar O’Higgens. Maar de tocht met ferry’s en andere bussen naar El Chaten in Argentinië lijkt een week te gaan duren. Harry en Nel willen ook nog in de omgeving van Pucon kijken en het wijndistrict. Ja dan is Chile met zijn lengte van 4350 km toch opeens een groot land. Er moeten keuzes gemaakt worden. De volgende dag maken we een wandeling in een nationaal park dat aan Chocrane grens. We vertrekken voor de wandeling in prachtig weer, maar op de terugweg laat Andes zien hoe snel dit kan veranderen. Gelukkig bleef de wandeling laag, dus werd het niet al te koud. Harry en Nel kunnen zich drogen bij de aangemaakte kachel van de boswachters bij de ingang van het park. Volgende wandeling zullen ze regenkleding meenemen.
AFSCHEID NEMEN
7 november
Het wordt nu afscheid nemen. Harry en Nel terug naar het noorden. Wij verder naar het zuiden. Een gezellige tijd komt ten einde. We zullen onderweg proberen contact te houden via het internet. Onze bus gaat een half uur eerder dus worden we uitgezwaaid. De tocht naar O’Higgens wordt een onvergetelijke. De Andes wordt nog ruiger met adembenemende uitzichten, watervallen en afgronden. De eerst etappe gaat naar Puerte Yungay waar we na koffie met koeken met de pont het meer overgaan. De tocht blijft magnifiek maar we stranden 30 km voor O’Higgens. De bus kan niet meer verder. Er is een enorm stuk bergwand naar beneden gekomen met een paar rotsblokken van 30 ton, die de weg vernield en tot een vesperring gemaakt heeft.

WE KUNNEN EVEN NIET VERDER
De keus aan de weinige passagiers is, terug, of een uur of drie wachten op reddende auto’s vanuit O’Higgens. We besluiten tot het laatste. Er staan ook nog drie truck’s met wetenschappers van een weerstation, dat op het meer voor de gletsjer opgebouwd moet gaan worden. Ze gaan de verdere afname van de gletsjer in kaart brengen. Aan de andere kant van de versperring staan twee motoragenten. Ze zijn gewaarschuwd door een auto die vanmorgen uit O’Higgens vertrokken is. Nederlanders zoals later blijken zal. Na drie uur nemen we afscheid van onze buschauffeur en klimmen over de versperring van rotsblokken, puin en boomstammen naar de andere kant. De politie neemt onze bagage mee in een auto en wij gaan in de aangekomen minivan. Zo belanden we eind van de dag in hostal Mosco. Dit zal het aardigste hostal worden wat we op deze reis tegenkomen.
IN VILLA O’HIGGENS
De eigenaar en bouwer van ons hostal Mosco blijkt een Spanjaard afkomstig uit Santiago de Compostella. Zijn pelgrimstocht is dus ergens anders geëindigd. Jorge kan goed Engels en daardoor komen we snel te weten hoe deze kleine gemeenschap volgens Jorge in elkaar steekt. Je kan een tweepersoonskamer huren met ontbijt verzorgd door Jorge of een dormitorio (gemeenschappelijke slaapzaal voor 6 personen).

HOSTEL MOSCO
Wij kiezen voor het eerste en genieten elke morgen van een goed ontbijt. We ontmoeten een Nederlands paar met een 3 jarig meisje. Zij zijn vanmorgen op de versperring gestrand en zijn dus terug moeten komen. Wij zullen hier 5 dagen moeten verblijven voordat er een boot gaat over het meer richting Argentinië. We horen dat hier prima wandelwegen zijn, maar dat de trail’s niet zo goed worden onderhouden. De volgende dag is het half bewolkt. Op advies van Jorge gaan we de trail doen naar de Mosco-gletsjer. Je kan deze niet bereiken, daar het laatste deel van de trail versperd is door een aardverschuiving. Maar we kunnen tot de oude overnachtinghut.

DE SCHUILHUT
4 uur heen en vier uur terug, dat moet te doen zijn. Af en toe modderig en klauteren over omgewaaid bomen maar door prachtige bossen met open plekken voor mooie vergezichten.



WE KOMEN DE SPECHT EN DE CONDOR TEGEN
Er is een andere wandeling naar de Tigre gletsjer. Maar daar is de trail helemaal niet aangegeven volgens Jorge. Het leuke van zo’n hospedage/hostal is dat er steeds andere mensen komen. Er is maar 1 restaurant in het dorp maar nog niet open omdat het seizoen nog niet echt begonnen is. Wanneer wel? Dus in de grote benedenruimte wordt door backpakkers en andere gasten gekookt. Inmiddels zijn 2 Franse fietsers gearriveerd op weg van Washington (US) naar Ushuaya. En vanuit Argentinie is een Duitser,Marcus, komen wandelen. Van hem willen we informatie, want wij willen dit de andere kant op gaan doen. Er blijkt gemeenschappelijke belangstelling om naar de Tigre gletsjer te gaan wandelen. Jorge kent een gids. Die kan niet komen omdat hij dronken is. Om 20.00 uur is hij blijkbaar ontnuchterd. We onderhandelen over de prijs die nu met 6 personen zo wie zo voordelig is. Ik stel hem nog voor te betalen met een liter wijn per km. Hij lacht maar noemt zelf geen prijs. Marcus is in Duitsland leraar Spaans en maakt de uiteindelijke afspraken voor de volgende morgen. Omdat de weg nog versperd is haakt het Franse stel de volgende morgen af. Ze zijn bang hier lang te moeten blijven en niet genoeg geld voor de terugreis over te houden. Uiteindelijk vertrekken we met zijn vieren. Marcus, Okelien (Nederlandse vrouw). Rietje en ik.

DE TIGRE KLIMPLOEG
De gids heeft hier 5 jaar in een klein huisje geleefd en zomers lang in zijn eentje door de bergen gezworven. Een kaart heeft hij niet nodig. Hij blijkt een prima gids. Er is inderdaad geen trail aangegeven of te vinden. Het eerste uur gaat stijl omhoog over zompige en modderige berghelling. Daarna wordt het wat vlakker en vervolgen we de weg over rotsen en puin. We moeten ook nog aardige eindjes door de sneeuw baggeren. Maar na vier uur zijn we bij de gletsjer. Deze is nog niet blauw omdat we vroeg in het seizoen zijn. Er ligt nog teveel verse sneeuw op. Uitzichten rondom fantastisch! Voor de gletsjer lopen we een hele tijd over glad gepolijste leisteen. Wanneer we beseffen dat dit door de gletsjer gedaan is realiseren we ons ook hoe ver deze is gekrompen. De gids verteld ons tot waar het ijs in 2000 kwam. Verbijsterend! Het is de meest mooie dag die we kunnen hebben. Strak blauwe lucht. Rondom hoge toppen met sneeuw. In het dal beneden ons de instromende rivieren en meren rond O’Higgens. Aan de overkant van het dal kijken we op de Mosco gletsjer.


HET LANDSCHAP BIJ DE TIGRE GLETSJER
Na het nuttigen van onze lunch weer naar beneden. Om vijf uur stappen we in de open bak van het vrachtwagentje van de gids terug naar het hostal. Het goede nieuws voor de andere gasten is dat de weg weer open is. Bulldozers en dynamiet hebben de klus snel geklaard. De volgende dag zijn we weer de enige gasten en doen nog een trail aan de overzijde van het dal. s’Avonds horen we dat de meeste inwoners hier werken voor regeringsinstellingen. We vroegen ons al af wat je hier anders voor werk kon hebben. 30 man politie op 475 inwoners ( waarvan 100 kinderen) en de omgeving is nog al wat bijvoorbeeld. De regering wil deze afgelegen gebieden bevolkt hebben en ontwikkelen. We vragen Jorge waarom er zoveel bomen verbrand zijn langs de weg hier. De regering heeft in het verleden veehouders aangemoedigd bossen te verbranden om veeteelt te bevorderen. De Patagonische cipres kan 3000 jaar oud worden. Het hout is erg duurzaam. Veel gebruikt voor scheepsbouw. De regering besloot om het te beschermen. Alleen nog dode bomen kappen. Vervolgens stak men de bomen in brand, waardoor ze legaal als dood hout gerooid mochten worden. In vele balken van huizen zie je dat in dit hout de scheuren van binnen zwart zijn.

AFGEBRAND VOOR VEETEELT
Voor ons is dit alles nieuw omdat we op de vaarweg vanuit het zuiden vorig jaar niet door bewoonde gebieden kwamen. Het is blijkbaar onoverkomelijk, waar de mensen komen verdwijnt de natuur. Er wordt ook actie tegen gevoerd laat Jorge ons weten. Patagonie sin repressie. Patagonie zonder dammen. Er zijn dammen aangelegd voor elektriciteitscentrales en er zijn nog meer nieuwe plannen. De tegenstanders in Patagonie zeggen: “wij hebben daar niets aan, het is allemaal voor Santiago”. Kilometers hoogspanningmasten ontsieren het landschap. Er is een fotoboek over gemaakt. Auto’s hebben stikkers. Maar aan de andere kant wordt het wonen in Patagonie bijna gesubsidieerd vanuit Santiago. Politiek blijft een lastige zaak.
NAAR EL CHAlTEN
Na een rustdag worden we zaterdagmorgen naar de ferry gebracht. Om 8.00 vertrekt hij over het meer naar Candalario Mancilla. Een vaartocht van 5 uur. Bij de eerste stop meert de ferry niet af, maar wordt met een bijboot voorraad aan wal gebracht voor een man van 85 die hier met twee honden in de wildernis leeft. Later gaat een man met de bijboot van boord die ook alleen in de wildernis woont. De kapitein komt dit ons persoonlijk toelichten. De tocht verloopt in prachtig weer en de uitzichten zijn opnieuw fantastisch. Om 13.00 meert de pont af in Candalario Mancilla. Nu moeten we volgens Marcus nog 6 uur lopen om in Argentinië te komen en daar de volgende boot te nemen. Dan rest nog de bus naar El Chaiten. Een vol dagprogramma dus. Er zijn nog twee fietsers en een Engelse jongen met rugzak aan boord. Wij hebben geen tent dus willen de afstand dezelfde dag overbruggen. Al spoedig bereiken we buiten het dorpje de Chileense douanepost. Er is geen wegverkeer mogelijk, behalve wandelend of per paard.

DE GRENS TUSSEN CHILE EN ARGENTINIA
Je vraagt je af wat de douane hier doet. In ieder geval krijgen wij ons uitreisstempel in de paspoorten. De wandeling is niet moeilijk en met de uren ervaring van de laatste dagen gaat het vlot. Na 1,5 uur hebben we het eerste uitzicht op Fitzroy. We hebben weinig bagage en uiteindelijk bereiken we in 5 uur de Argentijnse grenswacht. We zitten nu aan de oever van Lago del Desierto. Fitzroy ligt voor ons aan het eind van het meer. De laatste boot en de bus naar El Chalten zijn belachelijk duur. Het is een toeristische rondtour naar de gletsjer en ofschoon je maar een deel van de route meegaat moet je de volle prijs betalen. Maar het prachtige weer en het uitzicht op de meest bijzonder berg van Argentinia maakt alles goed.

AANKOMST IN EL CHAITEN
Uiteindelijk zijn we om 20.30 in Auberge patagonie. We kunnen aan de overkant van de weg nog net een pizza eten met een wijntje. Daarna vallen we uitgeput maar voldaan in slaap op onze luxe kamer in de nieuwe aanbouw van deze auberge. De volgende dag is het nog steeds mooi weer en dus wandelen we naar Lago Capri.




UITZICHT OP FITZROY
Een mooie wandeling met als beloning een prachtig uitzicht op Fitzroy en omgeving. Dezelfde middag wandelen we nog naar het uitzichtpunt Cerro Torre. Wat veel op 1 dag, maar morgen is het bewolkt en we moeten aan de terugreis beginnen. We weten nog niet hoe lang deze gaat duren. Onze verdere vaartocht naar het zuiden wacht. Uiteindelijk bereiken we, via de Pampas van Argentinië, na een lange bustocht Antiqua. We “slapen” daar in het busstation. De volgende mogen lopen we samen met Tanja en Dave, een Belgisch stel wat al jaren rondtrekt in Zuid-Amerika, via de Argentijnse douane, naar de Chileense. Het is 6 km. en nog te vroeg voor openbaar vervoer. We vinden een cabana in Chili Chico. Heerlijk rustig aan het meer. De volgende dag zitten we op de pont naar de overzijde van het meer waar de bus op ons wacht om door te gaan naar Cohaique. Het is koud en winderig op de pont. Dus zitten we met veel mensen in een kleine ongeventileerde binnenruimte. Een schilderij van een stuurman met angstige ogen achter het stuurwiel in te grote golven, maar achter hem Jezus met zijn hand op zijn schouder. Een mooi jonge indiaanse vrouw met een dochtertje en een kind wat het babystadium nauwelijks voorbij is. Beide kinderen worden zoet gehouden met snoep. Zelf heeft de vrouw alleen nog wat zwarte stompjes in de mond. Weinig van geleerd blijkbaar en geen geld voor een tandarts. Wanneer de baby van het snoep moet overgeven verlaat ik de bedompte ruimte om buiten een frisse neus te halen. Terug binnen heeft een lid van de bemanning de verlichting aangedaan. Daarvan wordt namelijk het elektrisch voor het nieuwe beeldscherm afgetapt. De video gaat over een rondvaartfeest van de pont die alle gehuchten rond het meer aan doet. De kapitein gaat aan wal, ontmoet de lokale notabelen, toespraak, symbolische dronk, muziek ,dans en nog meer flessen open bij de barbecue. Prachtig maar in elk gehucht hetzelfde. Wanneer dit op 1 dag opgenomen is moet de alcohol wel uit de man zijn oren gekomen zijn. Dezelfde middag kunnen we vanuit Cohaique de bus naar Puyahapi nemen. 17 november zijn we terug aan boord na een prachtige rondreis door de Andes.
DE GOLF DE LA PENGA
Het weer is omgeslagen. Veel varen door regen en miezer. Af en toe slecht zicht waarin de radar ons wat moet helpen.
21-11 zijn we in een diepe baai om te schuilen voor het komende noodweer. Wachten op beter weer om de Golf de la Penga over te steken. Wat we zelden meemaken….. Er ligt al een jacht voor anker. Engelsen uit Poole. Ze zijn via het Panamakanaal naar beneden gekomen. Ze willen morgen ochtend om 7.00 uur weg! Hebben wij ander weersinformatie? De volgende boot verschijnt. Een krabbenvisser denken we. De volgende morgen is om 6.00 de visser verdwenen maar komt na 2 uur terug. De Engelse boot vertrekt om 12.00 en is om 14.00 uur weer terug. Het is duidelijk: je kan op dit moment niet naar buiten. Wachten. Het wordt druk wanneer de vloot nog aangevuld wordt met een werkschip en Frans jacht. 23-11 Begin van de middag wordt het droog, de wind is naar het zuidwesten geruimd. Nu zou de wind op de kop zijn dus wachten en klusjes doen, zoals bijwerken van dit verhaal, extra diesel uit jerrycans overhevelen in de tanks enz. De volgende dag is er een klein weergaatje. We wagen het. Het blijft toch het lastigste stuk. Je moet hier naar buiten, de oceaan op en je zit aan lager wal. Al spoedig zitten we dan ook weer in meters hoge golven. De wind is niet west zoals beloofd, maar zuidwest. Maar er is gelukkig niet veel wind. Op de motor, met het grootzeil strak en ver naar loef, ploeteren we tegen de zee in. We worden een beetje gaar van al het geslinger en gestamp. De hoogte van de golven is altijd moeilijk in te schatten. We krijgen pas een goede indruk wanneer we een visser passeren uit Vaparaiso. De boot is 40 meter lang en toch minimaal 10 meter hoog. Zelfs als we vlak bij hem zijn verdwijnt hij regelmatig uit het zicht achter de golftoppen. De bemanning hangt over de railing te vissen met haken aan lijnen! Niet echt een moderne methode lijkt ons. Als ze een vis boven halen slaan ze er een stok met een haak in. S-ávonds kunnen we afvallen en nu kan er gezeild worden. Eind volgende morgen komen we langzaam in de beschutting van de eilanden van Canal Messier. We zijn de Golf over!
EDEN
De volgende dagen zeilen we met de wind achterop door een indrukwekkend landschap. We kunnen vaak melkmeisje varen, en de boom voor de genua doet weer volop dienst. Intens groen oerwoud op de voorgrond en besneeuwde toppen met af en toe een gletsjer op de achtergrond. Zodra je de Golf over bent ben je echt in de wildernis. Geen zalm kwekerijen meer en geen tekenen van bewoning. Er lijkt een stemmetje door de boot te zingen: “EDEN” we komen er aan!’ De boot heeft er zin in. De 27e is het zo ver. Na het verleggen van boten met behulp van een visser en de politie liggen we naast de politieboot, beschut aan de oostzijde van de pier. We maken een afspraak met Don Jose voor diesel voor de volgende dag en voor het avondeten bij zijn vrouw. Er staat een enorm bord voor de school wat er vorig jaar niet was. De regering investeert 3.800.000 euro in een nieuwe pier en transfer hal. Over een jaar kan de Navimag afmeren i.p.v. ankeren. Volop werk voor onder andere de dorpstimmerman, die toch nog tijd weet te vinden om voor ons een heerlijk brood te bakken. Don Jose heeft in zijn herberg een hoop bouwvakkers te logeren, dus het dorp vaart wel bij het project. De volgende avond zitten we met de bouwvakkers aan de lange tafel bij Don Jose’s vrouw te eten. Don Jose en zijn vrouw klagen over de hoge transportkosten van de Navimag. Diesel en andere producten worden voor hem ingebracht met de Navimag vanuit Natalis.

DE HOSTAL VAN JOSE
Ondanks de reclame borden “internet voor iedereen in Eden´, kunnen we alleen bij de politie het web op. Ze zijn erg aardig voor ons! Later komt de politie opeens bij ons aan boord met een vraag: “of we met onze radar ook onder water kunnen kijken”. Ze menen n.l. een periscoop van een onderzeeër waargenomen te hebben. Nee dat kan met een radar niet, maar ze zijn al gelukkig met het gebruik van onze verrekijker. Na met het ding geruime tijd rondgespeurd te hebben komen ze tot de conclusie dat het loos alarm is. Rustig slapen allemaal dus nog steeds geen oorlog met Argentinia.
VERDER ZUIDWAARDS
De volgende dag komt de Navimag ons achterop. We hebben net een stuk met 40 knoop wind achterop gehad. Het is grauw weer. Na een babbel over de marifoon gaan ze linksaf om de betalende passagiers aan boord een glimp van de in wolken en regen gevangen Pia X gletsjer te laten zien.

REGEN EN WIND HEBBEN DE VLAG AANGETAST
We ankeren iedere nacht opnieuw in beschutte baaien waar we het nodige werk hebben om d.m.v. lijnen op de wal uit de wind te geraken. Want ofschoon we de wind meestal achter hebben waait het af en toe gemeen hard. Vele mijlen worden alleen afgelegd op de stagfok. Regelmatig bakt Rietje een heerlijk brood op ons dieselkacheltje en gestaag vorderen we zuidwaarts. Regen, hagel en sneeuw. We hebben nog steeds de oude genua in gebruik. De 30e is het zo ver… Vanachter een beschutte bergrug komen we in een stuk wat open ligt naar het westen. In 1 keer valt de wind met 40 knoop in het arme zeil. De schoothoek waait er uit. Inrollen een ankerbaai zoeken. In de beschutte baai de mast in omdat er bovenin nog een stuk doek vast zit. Nu kunnen we eindelijk de nieuwe North genua uit B.A. in gebruik gaan nemen.
Iedere morgen ligt er verse sneeuw op de bergen rondom ons en niet eens zo hoog boven het water. De zomer begint dus goed! We komen af en toe een zeeschip tegen. Waarschijnlijk is het weer te slecht om buitenom te varen. Omdat tegenliggers een zeldzaam gebeuren zijn roepen ze je altijd op voor een praatje.
DE MAGELAAN
3 december is het zo ver. We zijn aan het eind van Canal Smith en de Estrecho de Magallanes ligt voor ons. We willen voor we doorgaan een ankerbaai zoeken. Maar het is nog maar 13.00 uur. Nog 1 dag NW wind dan zuidwest. Dus misschien handig om nog 30 mijl door te varen, dan zijn we de winderige ingang van de straat over en kunnen beschut ankeren. Volgens onze gribs waait het van middag 25 knoop. Maar helemaal vertrouwen doen we het niet, de barometer valt nog al hard. Er is een bemande vuurtoren bij de ingang van Canal Smith. Nadat we alle informatie over schip en bemanning doorgegeven hebben komt hij met een weerbericht wat gelijk is aan het onze. Net buiten de beschutting van de bergen waait het al 30 tot 35 knoop. De barometer laat inmiddels een stormzak zien. Uiteindelijk zitten we de laatste 20 mijl in 40 tot over de 50 knopen wind in open water. Gelukkig zijn deze laatste mijlen ruim bezeild. Alleen met de stagfok komen we binnen een paar uur in de beschutting van baai Caleta Uriarte. Een beschutte baai maar met enorme willywaws (harde valwinden van de bergen). Regen en regen. Het regent hier gemiddeld 255 dagen per jaar! Twee dagen liggen we hier verwaaid en verregend. Maar met het comfort van de kachel, goed eten en drinken is dat wel uit te houden. Joshua Slocum lag ooit in de caleta naast ons , Puerto Angosto, per slot van rekening een maand te wachten op beter weer. Je mag aannemen dat het comfort in 1896 aan boord van zijn 11.20 meter lange sloep “The Spry” ,zonder motor, een stuk minder was dan nu!! De tijd van ijzeren mannen en houten schepen. Dagen waarop we de zon zien zijn momenteel zelfs voor iemand die een paar vingers mist op één hand te tellen. Met dit weer is de windrichting gelukkig tussen noord en west. In de praktijk dus wind achterop. We gebruiken alleen de genua of het stagzeil. Zonder gebruik van grootzeil hoeven we niet steeds in- en uit te reven, want de wind verandert regelmatig plotseling van matig naar zeer hard. In een paar dagen zijn we de Magelaan al doorgezeild en komen we weer in de smallere kanalen. Zelfs in ankerbaaien die volgens de pilot super beschut voor alle windrichtingen zijn worden we regelmatig overvallen door valwinden. Af en toe moeten we s’-nachts ankerwacht houden. Het anker krabt en we moeten in hevige windvlagen de motor bijzetten om niet met het tuigage in de bomen verstrikt te raken. Gelukkig is het maar kort donker. Wanneer het licht is zien we in de baai de windhozen over het water vliegen.
8/12. Het weer lijkt iets beter te worden. We liggen in één van de mooiste ankerbaaien. Caleta Brecknock. Zorgvuldig maken we vier lijnen op de wal vast. Terwijl we hier mee bezig zijn komt een vos kijken. Hij is waarschijnlijk meer verrast dan wij. Heeft nog nooit en mens of boot gezien lijkt het. Nadat hij het hele tafereel aandachtig gade geslagen heeft loopt hij onbevreesd ons beeld weer uit. Dat beeld is hier zonder de vos ook al adembenemend. De volgende dag is het prachtig weer! Blauwe luchten met stapelwolken. Dat die nog bestaan! We maken een wandeling door het granietlandschap naar een hoger gelegen bergmeer. Dit meer loopt met een snel stromend riviertje en waterval over in ons fjord. Het heeft weer gesneeuwd afgelopen nacht en met de regen van de laatste dagen lopen honderden riviertjes en watervalletjes van de granietrotsen in het fjord.




CALETA BRECHNOF
We zitten inmiddels zuidelijk genoeg en we zeilen nu oost richting Brazo Nordoeste en Brazo Sudoeste, waar de gletsjers in de zee uitkomen. We kiezen deze keer voor de Brazo Sudoeste.





IN BRAZO SUDESTE
ANKEREN EN STORM
Prachtige ankerplekjes in de buurt van de gletsjers. We ontmoeten een Zwitserse zeilboot. Erg winderige ankerplaats. In de nacht gehannes met lijnen en de zaak in de gaten blijven houden. Deze nacht en de volgende morgen waait het hier dat het rookt. Dat brengt op de ankerplek ongekend krachtige williwaws met zich mee. Een Poolse boot slaat bij het Beagle Canal in 80 knoop wind op de rotsen en twee mensen verdrinken.
Eindelijk gaat de barometer vanaf 970 weer stijgen. Op onze ankerstek is het nu rustig en de Zwitsers zijn vertrokken. Met het net vangen we centolla krab wat een uitstekend voorgerecht oplevert! Prachtig wandelen hier in de bergen met uitzicht op de twee gletsjers. Op de volgende ankerplek vinden we de volgende morgen een paar cm. sneeuw aan dek! Wat is er aan de hand, het is midden zomer, nog een paar dagen en het is de langste dag. Maar met de sneeuw is in ieder geval de wind tot zwijgen gebracht en het is niet koud. We maken een wandeling naar boven de bergen in. Op 300 meter boven de zee is er een halve meter sneeuw, dus geen doorkomen meer aan. Met nieuwe sneeuw en hagelbuien lopen we weer naar beneden. In de boot brandt de kachel. We lezen veel.
BAHIA YENEGAIA
We varen de Brazo Sudoeste uit en komen in het Beagle Canal. We gaan ankeren in Bayhia Yenegaia. Calleta Ferrari. Legerkapitein Ferrarie heeft hier in de 19 eeuw geprobeerd een nederzetting voor de toen nog overgebleven indianen op te zetten. Hij heeft ze koeien en paarden gegeven om een bestaan op te bouwen. Maar er zijn geen indianen meer. Een rijke Noord-Amerikaan, Thopmson, heeft het gebied gekocht en aan zijn grootgrond bezittingen in Chile en Argentinië toegevoegd. De man bezit op dit moment in de twee landen meer dan 1.000.000 hectare land. De haciënda wordt met zijn toestemming bewoond door Jose en Annemie. Jose is een van de laatste gaucho’s. Annemie is een Belgische vrouw uit Antwerpen die haar schoonheidssalon opgegeven heeft om met haar toenmalige liefde rond de wereld te gaan zeilen. Hier aangekomen werd ze verliefd op Jose en leeft nu dus een zeer basic leven. Vier jaar woont ze inmiddels hier. Jose moet in ruil voor hun woonstek het verwilderde vee doodschieten. Thompson’s doel schijnt te zijn, het land in oorspronkelijke staat terug brengen. Daar horen dus geen koeien, schapen en paarden in. Annemie denkt dat hij dit land aan de Chileense regering wil verkopen mits ze er een nationaal park van maken. In de praktijk vangt Jose nu wilde paarden en richt ze af om met bezoekers van de haciënda tochten in de omgeving te maken.

DE HACYENDA VAN JOSE EN ANNEMIE
De bezoekers zijn meestal de charterjachten die met hun gasten de haciënda aandoen. Verder jaagt hij op koeien, waarvan ze het vlees gedeeltelijk weer aan de centolla vissers verkopen. Uiteraard is het een belangrijk bestanddeel van hun eigen voeding en de dieren die ze hebben. 18 paarden, 17 honden en tig katten. De honden worden gebruikt voor de jacht. Ze sluiten een wilde koe in zodat Jose die kan vangen met zijn lasso of af kan schieten. We eten kelpsoep en eigen gebakken brood bij Annemie in de woonkeuken terwijl we op een gezellige manier onze levenservaringen uitwisselen. S’-avonds zetten we de conversatie voort aan boord waar we lasanga met Chileense wijn nuttigen. We geven haar wat gelezen Nederlandstalige boeken en spreken af na nieuwjaar opnieuw langs te komen. Gaan we dan paardrijden?? De volgende dag, 21 december, zeilen we de laatste 40 mijl in mooi weer met, zoals al de hele tijd de wind achterop, naar Puerte Williams.