Welkom op de onderwegsite van Lady of the Lowlands

We hopen dat jullie wat mee kunnen genieten van onze belevenissen op zee en aan land. Ons belangrijkste vervoermiddel, onze beschutting en ons eigen kleine plekje is onze zeilboot "Lady of the Lowlands". Wat wij schrijven is onze beleving. Wetenschappelijke onderbouwing is niet noodzakelijk aanwezig.

dinsdag 24 september 2013

ZEILEND DOOR INDONESIE

 


NAAR KUPANG TIMOR

De verwachtingen zijn hoog gespannen. Koloniale Nederlandse geschiedenis, stille kracht, gordel van smaragd. Allemaal herinneringen. Wat gaan we in Indonesië vinden? De overtocht van Darwin naar Kupang op Timor is er één om in te lijsten! Heerlijk weer met een lekker windje achterop. Het enige missertje is het ontbreken van vis aan de sleeplijnen, maar je kan niet alles hebben. Kupang is een logische keus omdat het een inklaarhaven is. Onze visa en tijdelijke invoer voor de boot (cait) zijn in Australië geregeld, maar er is meer papierwerk nodig! Alvast maar aan wennen! We zullen wat moeten regelen. We zijn niet met de Indonesië rally meegegaan omdat we niet van zo'n drukte en gedoe houden. Zij komen een week of drie na ons aan, maar dan zijn wij hopelijk weer al lang vertrokken.

 
Voor anker in Kupang
AAN WAL
 
“Hello mister, how are you”, roepen tientallen kinderen wanneer ons bijbootje door de lichte branding op het strandje voor de visserhuisjes landt. Spoedig zullen we leren dat daarmee ook de totale kennis van de Engelse taal gespuid is. Bovendien noemen ze mannen en vrouwen allemaal mister. Niet te geloven…. er ligt al een Nederlandse  boot voor anker. De Boomerang van John en Debby, vierkoppige bemanning met hun kinderen, Nick en Luuk ( 5 en 7 jaar). Een paar dagen later zal het nog gekker worden wanneer er in Kupang vier Nederlandse boten voor anker liggen!! Nederland als enige natie vertegenwoordigd in Indonesië. Even de oude kolonie van vroeger. Aan wal is niet veel van dit gevoel merkbaar. Niemand spreekt nog Nederlands en wij geen Bahasa (officiële Indonesische taal). John en Debby hebben de papierwinkel via een agent gedaan. Kosten 80 euro. Dan ben je af van eindeloos zoeken naar kantoren en onderhandelen over de prijs. De agent koopt simpel alle  beambten om en 30% van de 80 euro is zijn fee. We zijn nu dus echt in Indonesië! Mister Nappa, de agent staat ons  al op het strand op te wachten. Hij met onze papieren en paspoorten een dagje alle kantoren rond, en wij pinnen. Zo simpel kan dat! We laten ons bootje op verzoek van Nappa achter op het strand bij een familie waarvan vader een houten poot heeft. Vissen met één been is lastig dus geven wij elke keer voor het oppassen van de dingy een kleine vergoeding en wat kleinigheden voor de kinderen. We moeten wat wennen aan de oranje-rood-gekleurde monden van sommigen, ze kauwen betelnoten. Nappa gelukkig met zijn  sociale daad, wij en de éénpoot en de kinderen ook. De woonomstandigheden  van deze familie zijn in onze westerse ogen schrijnend te noemen. Maar we zien alleen gelukkige gezichten.

OP STRAAT

Vrouwen blijven met open monden staan, wanneer ze vanonder hun hoofddoekje, met grote ogen naar Rietje kijken. Wanneer ze zien dat ik hun zo zie kijken, komt een gulle lach tevoorschijn. 90 % van Indonesië is geïslamitiseerd, de stille kracht is dus  doorgegaan.  De moslimwereld waarin we beland zijn, is totaal verschillend (vrijer) van de Arabisch- Noord Afrikaanse. Iedereen lijkt best plezier in het leven te hebben. Alle kinderen roepen “Hello mister”!  Allemaal met ons op de foto. We zijn aangekomen in een heerlijke chaos.
 
 
Iedereen wil op de foto

De straten worden gevuld met straathandel, duizenden scooters en afgeladen vrachtauto’s. Bemo’s (kleine busjes voor persoonsvervoer) met bonkende geluidsinstallaties zoeken toeterend hun weg er tussendoor.  Een verademing na het over- geordende Australië! 

 
Scooterland Indonesie
 
Even lastig, maar na enige tijd weten we een systeem in deze mierenhoop te ontdekken. We zitten in een bemo op weg naar een telefoonwinkel. Kupang is een grote stad. Ongelofelijk maar alles vliegt rakelings langs elkaar. Net niet raak, slinger naar de ander kant, waar de bijrijder een potentiële klant meent zien. De telefoonwinkel is super netjes en vol bedienend personeel. We krijgen een vip bediening door de enige Engels sprekende vrouw. In onze comfortabele zit zien we haar het software voor de dungle op onze laptop installeren, een kaartje in onze telefoon doen. Uitgebreide uitleg en alles wordt nogmaals voor ons opgeschreven. Na drie kwartier verlaten de van  airco voorziene winkel. Alles voor nog geen 25 euro.  Waar krijg je dit nog in Europa of Australie! Bellen binnen Indonesië is spotgoedkoop. Maar dat moet ook wel want meer kunnen ze niet betalen! Bijna iedereen heeft een mob. telefoontje en een scooter. Beiden na 1e aanbetaling op verdere afbetaling. Maar 250 miljoen zijn een hoop klanten! We hebben dorst gekregen, want warm is het! Het is ramadan, waar je weinig van merkt, maar toch….. een biertje? Het wordt nergens verkocht. Maar wanneer je er naar vraagt is het te regelen. We leren ook dat de persoon die het voor je regelt, er bijna altijd een kleine verdienste aan zal hebben. Even later zitten we op een terras wat in naam een toeristenbureautje is,  waar  Bintang  bier verkocht wordt. Van toeristische informatie blijkt weinig, maar de bintang is goed, uitzicht over het water, met de Lady tevreden achter haar anker.

BAÁ OP ROTI EILAND

Na een paar dagen hebben we de stad gezien. Geweldige belevenis en erg gezellig met John, Debbie en de kinderen, maar nu verlangen we even naar wat rust. Voordat we vertrekken naar Roti ontmoeten we in het  “ toeristenbureau met Bintang” twee Zweden op vakantie. Omdat de ferry misschien niet vaart vanwege de voorspelde harde wind morgen  bieden we ze een lift aan. Eén van de jongens is getrouwd met een Indonesische en woont in Java. Een kleine prachtige overtocht waarbij de Boomerang voor ons uit- vaart. De ankerplaats op de noordwest punt wordt door de Boomerang verkend en onveilig verklaard. Een geluk voor Zweedse jongens, want er was geen weg geweest naar het 25 km. verderop gelegen dorp. 

 
De Zweedse lifters

Eind van de middag dus achter de pier van Ba'a voor anker. Het wordt gezellig in de kuip van de Lady met John, Debby, Nick en Luuk, de twee lifters, eten en gitaar/drum muziek. Voordat we het weten is de avond voorbij en  de jongens slapen in de kuip omdat het te laat is geworden om een hotel te zoeken. Nadat de volgende dag de jongens per bemo vertrokken zijn naar de hoofdstad van het eilandje verkennen wij het dorp. En prachtig dorp, maar veel vuil op straat en in het water.

 
In de dorpsstraat

s’-Avonds eten de totale bemanning van de Boomerang en de Lady in een warung (klein fam. restaurant).  Geen Bintang bij het eten. John vraagt de eigenaar of hij dat kan organiseren. Natuurlijk  kan dat, dus even later komt hij terug met bintang op zijn  onvermijdelijke scooter.

 
Aan tafel met de Boomerang

Ze lopen hier geen  stap wanneer het op de scooter kan. Aan het eind van de maaltijd hebben we de politie aan de tafel.   Natuurlijk uit op een kleine aanvulling op hun te lage salaris. Ze willen papieren zien die we niet bij ons hebben, liggen aan boord. Daar willen ze moeilijk over gaan doen, dus  we bellen agent Nappa en geven de telefoon aan politie. Na een even durend gesprek, beleefd handen schuddend,  “alles in orde”, vertrekken ze weer zonder bijverdienste deze keer. In westerse ogen is het systeem corrupt, maar hier is dit onderdeel van de cultuur en openlijk. Wanneer je hier als westerling niet tegen kunt  kun je beter wegblijven.

NAAR DE KOMODO’S

13 juli in de namiddag vertrekken we op weg naar de Komodo-eilanden. Na een nacht met sterrenpracht komt de volgende middag een houten vrachtscheepje dwars voor onze boeg. Uiteindelijk geen kwade bedoelingen, ze zijn nieuwsgierig, op het laatste moment varen ze luid roepend en zwaaiend door. Prachtig zeilweer opnieuw met 15 tot 20 knoop bakstagwind. Het water is vlak en het blijft genieten. Zover nog niet veel motoruren in Indonesië, goed zo! In de 2e nacht bel ik met Trudy en Pa Zandee in Holland. Toch bijzonder midden op zee met zo’n satelliet telefoon. Meer wind dan voorspeld en minder helder. Schiet wel enorm op. 15 juli varen we met behoorlijk veel wind, deels veroorzaakt door de bergen aan stuurboord, de Komodo groep binnen.

 
Nachtelijke navigatie voor aanloop Komodo

 
Ochtendgloren bij aankomst in Komodo

Een prachtig landschap. Regen op afstand. Om 9.30 liggen we op onze 1e ankerplaats in de Komodo’s,  baai oostzijde Rinca. Heerlijk beschut, fantastische omgeving. We durven niet veel verder dan het strand in verband met waarschuwingen voor de varanen. Deze grote landvaranen zijn de enige nog zo groot levende soort in de wereld, sommigen zeker 2 meter lang. We zien ze hier niet, wel aapjes. Het onderwaterschip moet schoon! Vreselijke aangroei! Werk aan de boot! Eind van de volgende middag komt de Boomerang de baai in.  Vissers in kano gooien vroeg in de morgen hun net uit in de baai.  Darwin zit in het hoofd. Dieren passen zich aan  de nieuwe omstandigheden aan. Wanneer de vissers de mazen kleiner maken evolueren de vissen tot minder groot? Hoe is het mogelijk dat er nog vis is? Alles en iedereen vist hier op allerlei manieren.  Mijmerend in de baai lezen we ook "wij zijn ons brein" van Dick Swaab.

JAAP EN WILMA  AAN BOORD

We liggen, weer samen met de Boomerang, voor anker voor een resort in Labuhan Bajo op Flores. Goed voor een koud biertje, eten, zwemmen in het nieuwe open- lucht zwembad en een gratis openluchttaxi naar het stadje. Zo worden we naar het vliegveldje gereden om Jaap en Wilma op te halen.  Een enorm ambitieus project van de nieuwe aankomst- en vertrekhal staat, half af en doelloos, naast het kleine vliegveldje. Gewapend met de gebruikelijke hoeveelheid bagage komen Jaap en Wilma tevoorschijn.

 
Uit het vliegtuig

Na de rit met de openluchttaxi zitten we op het terras van ons resort achter de Bintang even bij te praten. Over het zwembad zien we uit op de Lady die in rustig kabbelend water achter zijn anker ligt…idylisch...

 
Zonsondergang vanaf resort-terras

In Labuhan Bajo wordt driftig gebouwd aan de infrastructuur en verblijfsaccommodatie voor toeristen.  Met de Komodo’s als achtertuin is dit de nieuwe bestemming voor wie uitgekeken is op Bali.

 
Op de markt in Labuhan Bajo
 
OP VARANEN TOCHT

Lekker luieren in een resort is best, maar nu de Komodo eilandgroep verder in. De kaart klopt niet helemaal, dus een beetje zoeken aan de hand van de waterkleur. Ook hier  komen dagtripjes met toeristen  vanuit Labuhan Bajo. De aantallen zijn niet groot, dus het is allemaal nog gezellig. Naast onze ankerplek, voor de ingang van het nationale park leven een paar vissertjes in kano’s. Ze lijken vergroeid met hun vaartuig. Hoe is het mogelijk dat ze alles doen in zo’n kleine ruimte!! Slapen, eten, koken, visvangst drogen (veelal inktvisjes uit de mangrove), en hun  behoeftes. Dat alles in een kano van 3 meter lang en 50 cm. breed!! Ze zijn  dolgelukkig met een paar vishaken.

 
Het leven in een kano

Vroege volgende morgen (dan  is het nog niet zo warm). We staan bij de kaartjeskoop van de parkingang. Prijzen in fel contrast met het geldloze bestaan van de vissertjes in de kano’s. We mogen alleen het park in met gids. Te gevaarlijk zonder……. Uiteindelijk blijken de varanen alleen te zien in het dorpje waar de beheerders wonen. Bijzonder om deze oerbeesten van zo dichtbij te zien rondscharrelen! 

 
Varaan in dorp

Je ziet ze zelden in de natuur, verzekert onze gids. Zo wordt bij voorbaat teleurstelling voorkomen! Want niemand ziet varanen in het wild hier! Toch een mooie wandeling met apen. Maar de varanen en ossen blijven op de wandeling buiten beeld.

HOUTEN VARANEN

Na een korte dag zeilen gaat de pin erin bij de ankerplaats Puja. Twee grote verrassingen. Er liggen al 3 andere zeilboten! Weer dezelfde  Nederlandse groep. Boomerang, de Luna Verde en de Seaquest. Dat gaan we geen 3e keer meer meemaken in Indonesië! De tweede verrassing komt in de vorm van een aantal kano’s met handel. Het belangrijkste te verkopen souvenir is de Varaan, uitgevoerd in houtsnijwerk. Wilma aan het onderhandelen.  Het is een gezellig spel waar de locals liefst uren voor uittrekken. Er is niets anders te doen voor hen.  Absoluut niet opdringerig. Aan de overzijde van onze ankerplek is een  snorkelplek met  mooi koraal en een gekleurd vissenarsenaal. Deze plek wordt bezocht met charterboten, vandaar de varanenhandel. De vissen worden we op deze plaats gehouden door ze bij te voeren met rijst. Terug naar Labuhan Bajo dikke stroom tegen, ongelooflijk wat een stroom! We ankeren nog een tijd. Maar toch weer stroom tegen. We kunnen gelukkig onze oude track varen in het donker. Weer voor anker voor het resort.
23-07 hebben we onze laatste (verse) inkopen gedaan en om 16.30 vertrekken we, richting Bira.

DE EILANDJES TUSSEN FLORES EN SULAWESIE

Het is een knobbelige zee zonder wind, niet het meest comfortabele begin van dit oversteekje naar  Tanah Mallahak. Uit eindelijk komt een licht wind in op 60 graden. Het water is wat vlakker geworden. We zeilen voor het eerst sinds lange tijd aan de wind! Het is erg warm binnen, onze gasten hebben wat last van katterigheid. De volgende dag zijn we er en vinden met moeite een ankerplek. Bij het eilandje Bimba vinden we alleen rotsbodem en geen zand. ‘’Geen goed ankergrondje” volgens Jaap. De kaart is behoorlijk onnauwkeurig en er zijn geen pilots of blogs van andere zeilers. Het eerste nachtje ligt het anker dus een beetje op en tussen de rotsen. Altijd  risico voor  “niet houden of niet meer los kunnen”. Gelukkig geen wind in de nacht en de volgende morgen komt het anker probleemloos los. Jaap was vanmorgen, zoals vaak, eerst uit bed en zag een kano met bejaarden met openvallende monden. Hij mag zich met zijn sportconditie natuurlijk nog jong vinden!  Duidelijk zien deze ”  bejaarden “ voor het eerst in hun leven een zeiljacht. We zijn nu van de gebruikelijke route af. De grote stroom van jachten gaat vanaf de Komodo’s richting Bali. De tweede kleine stoom gaat richting Ambon. Wij zijn de eenling op weg naar Sulawesie.

BETER ANKERGRONDJE

De volgende morgen vinden we een prima ankerstek,  net voor het rif van een piepklein dorpje. Toch altijd een moskee aanwezig.  Aan wal treffen we een  paar mensen aan  die een betonpad door het dorp aanleggen. Geen scooters hier, dus een aflossings- zorg minder. Wel televisieschotels in opmars. Elektrisch alleen wanneer je een kleine benzine generator hebt.  Er worden prachtige boten gebouwd. Traditionele techniek vermengd met moderne bevestigingslijmen.  Dat gaat niet werken omdat het hout niet droog genoeg is, denken wij. Maar hier wellicht een belangrijke stap voorwaarts.  Iedereen is aardig voor ons en blij met ons bezoek.
Onze boot laadt steeds opnieuw vreselijk aan! Niet uit het water geweest sinds Fiji. Dus snorkelen en schrapen. We kunnen er voorlopig nergens uit. We ankeren nog in een andere baai, die we voorpeilden met de dingy. Prachtige stek. We zoeken in de mangrove naar visaas omdat de vis de plastic nepvisjes niet slikken. Een leguaan  schrikt en valt rakelings langs mijn oor in het water. Ook met de gevonden schelpdieren geen vis. Geweldige onontdekte eilanden zijn dit ! Onbewoond hadden we gedacht. Maar we leren snel dat dat in Indonesië met zijn  250 miljoen inwoners bijna niet bestaat. Zo wordt Indonesië toch snel vooral een sociaal gebeuren. Heel anders dan Chili, waar je zo lang alleen met het landschap leefde. Jammer dat we de taal niet beheersen.

NAAR BIRA

We lezen in vele blogs dat zeilen in Indonesië hoofdzakelijk motoren is. Dat gaat voor ons tot nu toe niet op. Alleen de generator lust diesel. Voor de rest zeilen we tot nu toe bijna alles. Vandaag staat de spinaker er op.  Prachtige zeiltocht op  vlak water. We ankeren nu aan de westkust van Selayar.  Een lang smal eiland  zuidelijk van zuidwest Sulawesie. Het ankeren is steeds een verrassing daar we geen pilot kennen die iets zegt over dit gebied. Echt avontuur dus! Oei!, opnieuw rotsachtige bodem. We zijn de baai niet ingevaren omdat de diepte, in tegenstelling met wat de kaart aangeeft, snel terug loopt. De volgende morgen nog de baai met de dingy  verkend. Zeer ondiep, zelfs lokale visbootjes kunnen er niet in. Lang leve de dieptemeter. Verder weer langs deze prachtige groene kust. De bergen van het eiland worden richting Sulawesie lager. De volgende nacht ankeren we opnieuw voor de vuist weg  Er liggen  een aantal visserboten dus het zal wel mogelijk zijn. Het door ons in Chili laten maken Bugel anker is altijd fantastisch! Alle vissers zwaaien en roepen, natuurlijk weer enorm nieuwsgierig. Wij niet minder!  Dus wederzijds lumen (elkaar bekijken), zoals Jaap dat altijd uitdrukt. Kunnen we vis kopen? Je zal wel moeten wanneer je zelf niets vangt! Bij  dageraad komt er een vissertje langs met vis. We nodigen hem uit aan boord. Hij en zijn vriend drinken een biertje, wat voor een Indonesische moslim geen probleem hoeft te zijn. Bij navraag is het  antwoord dat Mohammed het wel goed zal vinden. De alcohol doodt immers de slechte dingen in je lichaam. We moeten nu aan de wal komen om de familie te ontmoeten. Simpele houten huizen, strategisch slim gebouwd op palen om ongedierte en vocht te voorkomen. Koffie met mierzoete cake. Heel de buurt zit met ons woonkamer. Niemand anders mag wat eten of drinken vanwege de Ramadam. Wij in de enige stoelen, zij op de vloer. We moeten natuurlijk met iedereen op de foto.
 
 
We worden veel bezocht
 
 
Wij bezoeken  de wal
 
 
Aardrijkskunde les
 
We wandelen door het dorp, met zeker 30 dorpskinderen rondom ons, springend en kwebbelend. De kinderen gaan zwemmen in een rivier, dus wij gaan mee, feest!!!  De kinderen gaan uit hun dak en hangen als apen boven de rivier aan lianen. Plons, daar gaat er weer één in de rivier. Onderweg met iedereen, (zelfs politieagenten stappen ervoor van hun scooter), op de foto. Geweldige middag! Jammer van het taalprobleem. We begrijpen alleen dat we het 1e jacht zijn dat hun dorpje bezoekt. Geweldige mensen en zo gastvrij.
 
 
Op stap met de dorpsjeugd
 
AANKOMST IN BIRA

We hebben al enige tijd mail- en daarna telefonisch contact gehad met Bartho, die al 9 jaar in Bira woont.  Bovendien kennen we de haven een beetje van Google op aarde. Omdat we met hek-anker af moeten meren bereiden we buiten alles zo goed mogelijk voor. Daarna het lichtblauwe water in van de havenmonding. Moet diep genoeg zijn want de ferry kan er ook in.  Bartho staat op de wal aanwijzingen te geven waar we moeten afmeren. Bekijken nog even goed de wirwar van lijnen van andere boten en dan gaat het hekanker erin. De voorlijnen zijn niet lang genoeg en worden verlengd met schoten. Wanneer we vast liggen vervangen we ze door de twee lange lijnen van 100 m1. die we nog van Patagonie hebben. Lang geleden dat we die gebruikt hebben!

 
De haven van Bira met De lady

Bartho aan boord. Eerst een biertje. Constatering dat we allemaal een paar jaartjes ouder geworden zijn, maar er natuurlijk goed uitzien( ahum)... Ons bezoek aan deze haven zou zonder Bartho knap lastig geweest zijn. Wanneer je de taal niet spreekt zijn een hoop formaliteiten onbegrijpelijk. Dus Bartho nogmaals onze dank voor alle hulp die we van je ontvingen! We leren dat alles kan in Sulawesie, én een te onderhandelen prijs heeft. Het tweede wat we leren is dat we altijd vriendelijk moeten blijven. En dan komt alles goed. De mensen zijn allemaal  vriendelijk en willen allemaal graag een kleinigheidje bijverdienen.  De overheidssalarissen zijn op erg laag nivo.. Bartho helpt ons bij de havenmeester met onze inschrijving in de haven. Snel klaar dus. De volgend morgen worden we gewenkt vanuit een politieauto op de wal. Aan de wal blijkt communicatie weer lastig. Ze vragen of we diesel nodig hebben (daar kunnen ze wat aan verdienen) en of we whisky of sigaretten voor hen hebben. De autoriteiten hebben geen  haantjes - mentaliteit. Bartho gebeld. Uiteindelijk blijkt dat de heren van de havenpolitie zijn en toch wel evenveel over de haven te vertellen hebben als de havenmeester. Later moeten we onderhandelen over het afrekenen anders krijgen we geen vertrekvergunning. Iedereen weer gelukkig.

ONZE BUREN IN DE HAVEN

Er valt wederzijds veel te bekijken.  Onze buurman aan stuurboord is een houten vrachtschip. Jaap en ik noemen deze boten Boekaniers. Aan onze bakboordzijde wordt dag en nacht met houten vissersboten vis aangeland.  Daarachter is de pier waar de ferry’s afmeren. Omdat het naar de eind van de Ramadan gaat, dus met het Suikerfeest in het vooruitzicht, zijn veel mensen onderweg om familie te bezoeken. De ferry’s zijn afgeladen met bussen,auto’s, heel veel scooters, koeien, stukgoed.  Het in- en uitladen neemt uren in beslag. De ferry’s hebben een voor- en achterklep maar om een of andere ondoorgrondelijke Indonesische reden moeten de bussen en auto’s op de ferry’s draaien. Wanneer daar geen ruimte meer voor is moet de rest achteruit  er op rijden. Soms zijn de bussen te hoog geladen en kunnen dus niet onder het rijdek door. Heel de handel wordt dan weer  verstouwd. Wij kijken onze ogen uit. De boekanier naast ons wordt geladen met zakken cement van 50 kg. stuk. Die worden met de kano, vier zakken per transport, naar de boot overgebracht. Uiteindelijk lenen ze een vlot en dan gaan er wel 10 tegelijk op! Na een dag  zitten de zakken in het ruim. Dat ruim lekt, er wordt hele dagen gepompt. Het dek wordt vele malen per dag overgoten met zeewater om het krimpen van het hout in de brandende zon tegen te gaan. Zou de cement droog blijven? Waarom vertrekken ze niet? Na een paar dagen wordt het duidelijk. De volgende vracht is een lading plastic stoelen. Zo gaat dat enige tijd door. Dan moet een groot deel van de lading weer aan dek. Nieuwe activiteit, de mast wordt gesloopt. Vissers en boekeniers gooien alles in het water, de haven is vol met plastic. Toch is het water niet zo vuil als in dit soort haventjes in Marokko, waar altijd een laag olie op het water dreef. Maar het is niet voor niets dat je af en toe aan Marokko moet denken.... Dus ook de mast gaat overboord en wordt naar de wal  gepeddeld. Na 3 dagen  komt de nieuwe mast. Onbeschilderd, plop in het water, naar de boot gepeddeld en met primitieve middelen aan dek gehesen. Hoezo droog hout, 3 uur later wordt hij in de verf gezet. Nog twee dagen voor het bevestigen en splitsen van de verstaging. Dan gaat de vlag uit.  8 tot 10 jongens verrichten al dit werk. De schipper kijkt en eet nasi. Aan bakboord werken de vissers door.
 
 
De Lady naast de boekanier
 
 
De vissers aan bakboord
 
Waarom maken ze geen aanlandsteiger vraag je je af? Met laag water kunnen ze niet dicht genoeg bij de havendam komen. Tempex kratten met vis worden over boord gezet en door het water naar de dam  gesleept . Daarna moeten ze nog over de stortsteen van de havendam naar boven gelopen worden.  Omgekeerd moeten, met veel moeite, ijsblokken aan boord gebracht worden. Veel gaat mis, maar ze blijven altijd lachen en hebben samen veel lol! Waar zie je dat in de westerse wereld in een overslagbedrijf

ANNE EN DAAN KOMEN

Doordat in Batam door de Ramadan de werf inactief is kunnen Anne en Daan ons een kort bezoek brengen.  Ja geweldig, een heel deel van de familie is nu in Indonesië.

 
Met Anne en Daan een dagje snorkelen

We verkennen Bira, wat twee kanten heeft. De havenkant  aan de oostkant. Over de weg lopend (wij zijn de enigen want alle locals verplaatsen zich elke meter per scooter), is het 1,5 km naar de westzijde. Je gaat halverwege door een poort, die aangeeft dat je nu in het toeristische deel van Bira komt. Voor toeristen per bus of auto een kleine bijdrage dus. Wij niet, we worden, nu het hele dorp weet dat we in de haven liggen, niet als gewone toerist beschouwd. Na de poort is het Sodom en Gomora volgens Bartho. Niet omdat daar zoveel bijzonders aan de hand is, maar er mag bier verkocht worden. Als je het aan “onze” kant van het dorp zoekt zul je een adresje onder de toonbank moeten weten. Want uiteindelijk kan alles in Indonesië. We hebben met Bartho inmiddels een ontmoetingsplaats. Bandu de vriend van Bartho is visser en runt samen met zijn vrouw een kleine toko waar we eind van de middag vaak een biertje gaan drinken. Hoewel Jaap en hij geen woord gesproken taal kunnen wisselen hebben ze al spoedig een soort visserslatijn ontwikkeld. Lijnen en haken als communicatie middel dus.  Er moet  gevist worden…… Anne en Daan vinden dat ook geweldig. Voordat het licht wordt kunnen we net weg komen met Bandu zijn houten bootje. Het water valt en waar het bootje ligt valt de haven droog. Overal ligt hier afval, waar we doorheen moeten waden om aan boord te komen. Er zit hier, onbegrijpelijk wanneer je ziet hoeveel er gevist wordt, nog steeds vis. Op de hoek voor Bira is er een drop- off. De diepte gaat daar vrijwel loodrecht van 6 meter naar 2600 meter. Daar loopt eb- en vloedstroom  over  de richel en de roofvis komt naar boven om makreel, sardines enz. te verorberen. Bandu sleept een massief stalen lijn met daaraan een haak met visje. Dat gaat vanaf een zelfgemaakte lier van hout. Hij is duidelijk gespannen of er gevangen wordt, want het is nieuwe maan, volle maan is beter. Na een paar uur is het toch raak. Ruk aan de lijn en tonijn. Jaap en  Daan mogen hem binnen draaien aan de houten handel van de lier. Daan vraagt zich later af waarom het eind van de handel vierkant is, maar dan is het vel van zijn hand al gestript. Prachtige vis die Bandu overlangs precies door de graat in twee helften hakt. Ook Jaap heeft dit nog nooit gezien. Halve vis voor Bandu halve voor ons. Geweldige trip in dat rollende bootje.

 
Na de vistrip

De volgende dag gaan Riet, Anne , aan en ik voor een familieonderonsje snorkelen op een eilandje wat voor Bira beach ligt. Met heel snel klein motorbootje er heen “gevlogen”. De verwachtingen zijn niet hoog gespannen, maar het valt erg mee.  Mooi koraal en gekleurde visjes. Voor Anne is het de eerste keer dat ze snorkelt bij het koraal. Luieren op het strand. Lekkere vislunch. Vakantiegevoel.

BARBEQUE BIJ BARTHO

De vis moet gegeten worden. Bartho woont in een bamboe huis naast de scheepswerf op het strand. Hij is er erg bescheiden over, maar wij vinden het een prachtig huis. Er worden in Sulawesie steeds meer stenen huizen gebouwd. Het hout wordt  schaars en dus te duur. Jammer, want houten huizen hebben veel voordelen in Indonesië.  Het verschil in dag- en nacht temperatuur is gering, dus stenen huizen koelen s’nachts niet af omdat ze de warmte vasthouden. De stenen huizen zijn constructief niet berekend op aardbevingen. Indonesië is wat dat betreft een gevarenzone. Bamboe is een goed alternatief in dit klimaat omdat het snel groeit en  voorlopig onbeperkt aanwezig lijkt te zijn. Het zal in een aardbeving vrolijk meeschudden. De huizen tochten lekker door en zijn dus redelijk koel. Heeft wel iets nomadisch in zich, wat ons natuurlijk aanspreekt.

 
Bamboe groeit er volop
 
 
Bartho's verjaardag

Direct naast het huis begint de scheepswerf.  De boten worden op het strand gebouwd.  IJzerhout voor de kielbalk, Mahonie voor de spanten. Teakhout voor de huid.  Werktuigen: Kettingtakel, kettingzaag, electrische schaven, hamer en beitel.  Prachtig nostalgisch handwerk. Het  teakhout wordt steeds meer een probleem. De bossen in Zuidwest Sulawesie zijn uitgeput en er is nooit een herplant-beleid geweest. Overal het zelfde dus. Drie typen boten zien we. Grote vrachtschepen tot 51 meter lang. Vissersboten van een meter of 20. Deze hebben een prachtig lijntje. En een soort salonboot.

 
Traditionele scheepsbouw Bira

Bartho is betrokken geweest bij de bouw van boten voor de pleziervaart. Hij woont hier nu 9 jaar en spreekt de taal. Maar met een ander doel heb je ook een beetje ander schip nodig. Betere binnenafwerking en veel meer techniek aan boord. Niet altijd eenvoudig in Indonesië lijkt ons. Intussen wordt de tonijn gaar op het prachtige houtvuurtje van afvalhout van de werf. We genieten samen van  de Australische wijn die we nog hebben. In Indonesië moet je voor wijn niet zijn. Verhalen over Goes en het leven vroeger daar. Gezellige avond op het strand met 7-en.

 
Isolatiecel na te veel sterke verhalen

DOOR SULAWESIE

Anne en Daan kunnen hier maar even zijn dus is een bezoek aan de Toraja net te ver. We kunnen geen auto met chauffeur huren, omdat met de suikerfeesten niemand van zijn familie weg gaat. Bovendien zou de auto een SUV Suzuki te klein zijn voor ons gezelschap en zijn bagage. Dus rijden we zelf. Het is druk op de weg. Iedereen is bij familie met de suikerfeesten. Maar we zijn even vergeten dat ze er ook naar toe en weer terug moeten…. Scooter-en autofestijn op de wegen! Maar we weten de nieuwe auto later schadevrij terug af te leveren.  We beleven opnieuw prachtige avonturen. Via de oostkant gaat het naar boven. We kunnen elke avond een hotel vinden. Maar opeens kunnen we nergens eten! Vanwege de suikerfeesten is er niets open. Daan vraagt het aan een familie in een andere auto. Ze rijden ons voor naar een Christelijk restaurant, wat wel open zou zijn.  Nee dus!

WONDERLIJKE  UITNODIGING

We worden uitgenodigd om bij de familie thuis te gaan eten. Iets wat zeker wel past bij het Suikerfeest. Na enige aarzeling stemmen we toe. Via een hobbelweg komen we bij een kast van een huis waar we de SUV de binnenplaats parkeren.  Er is vanuit de auto  al gebeld en er wordt druk gekookt voor ons in de keuken. Daar zitten we dan : Wilma, Jaap, Riet, Henk uit Goes en Anne en Daan half Goes /half Batam. In een enorme hal met beschilderde hemelkoepel worden we door de hele familie, die samen bij moeders op bezoek zijn voor de suikerfeesten, verwelkomd met cola en koekjes.
 
Proost met cola en koekjes

Natuurlijk met iedereen op de foto. Na enige tijd worden verzocht naar de eetzaal te komen. Geen overdreven woord bij het zien van deze afmetingen. Aan een tafel speciaal voor ons gedekt genieten we van voorgerechten, hoofdgerechten en nagerecht. Eigelijk hebben ze zelf al gegeten maar uit belangstelling zitten sommigen bij ons aan tafel en nemen zelf af en toe een klein hapje.

 
Aan tafel

Wat een gastvrijheid van deze moslimfamilie!  Anne en Wilma maken een plan om iets speciaals vanuit Nederland te gaan verzenden. Goed plan!

NAAR HET TEMPE MEER

Verder gaat het naar het noorden. Prachtig landschap, rijstvelden, huizen op palen. Het heeft veel geregend. Op een zeker moment is de weg volledig onder water verdwenen. Mannetjes staan tot hun middel in het water de route aan te geven. Hup daar gaat ie. Niet stoppen want dan kom je niet meer op gang. Onze SUV is met zwart glas geblindeerd, dus ze weten niet dat we boela zijn. ( bleekneus maar niet scheldend bedoeld). We openen de ramen. Een enthousiast gejuich van de omstanders. We komen weer uit het water en drukken de verkeershulp wat rupia- biljetten in de hand. Wederom vreugde en gejuich. Prachtig!

 
Moeder en dochter verenigd
 
 
Voor de rijstvelden

We naderen het meer, nou ja overal staat land onder water. Het waterpeil lijkt extreem hoog. Vele huizen op palen staan in het water en kunnen alleen met nooddammetjes of kano bereikt worden. Na enige navraag bereiken we een oord waar we twee gemotoriseerde kano’s kunnen huren om het meer op te kunnen. We moeten door het water naar de twee kano’s waden want de kade staat blank. Eerst varen we door het dorp op palen in het water. Overal worden we vriendelijk toegezwaaid. Dan stuiven we het meer op.

 
Over het meer
 
De kano’s hebben een Chinees motortje wat met een koord aangetrokken wordt. Geen  gezeur met accu’s dus. Hou het simpel!  Een lange as is direct op de motor aangesloten. Geen vrijloop of achteruit dus. Om te stoppen wordt de hele installatie gekanteld, zodat de schroef uit het water komt. Systeem ook in de amazoneregio en Africa gezien.We moeten twee kano’s huren. niet omdat we niet met zijn allen in 1 kunnen. Twee brengt natuurlijk meer huur op. Het meer is prachtig. Watervogels vliegen op voor de voorbij scheurende kano’s. We fotograferen en filmen elkaars kano uitgebreid. In een drijvend huis hebben we lunch. Gebakken banaan en rijst. Wanneer we om ajam (kip) vragen kan dat natuurlijk. Even om een kip naar een buureiland. Dan weer terug over het meer naar het dorp. Enthousiast zwaaiende tegenliggers. Vissers zetten hun netjes uit. Hier en overal wordt gevist. Later in de middag vervolgen we onze weg naar Wattasopang. We overnachten in een romantisch houten huis in een resort. Daan gaat eerst op  “bierjacht”, daar moet je hier soms heel wat voor doen!! We hebben hier prachtig uitzicht over de bergen vanaf het balkon. Voor de rest is het resort al weer in staat van verval. Het woord “onderhoud” schijn niet te bestaat in de Indonesische taal. Op weg naar Makassar bezoeken we nog de alom aangeprezen vlindertuin. Wilma is hier jaren geleden geweest. Toen waren er prachtige grote vlinders. Nu is het een dagrecreatie park geworden waar men vanuit Makassar een dagje gaat zwemmen en luieren. 

 
Recreatiepark geworden
 
Ja, dan is het weer al om voor Anne en Daan. We nemen afscheid  en zij vertrekken met het shuttlebusje van het hotel naar het vliegveld.  Tot in Batam!  We verdwalen een beetje in Makassar. We vragen de weg. Een jongeman stopt acuut met zijn werk, springt op zijn scooter, rijdt  voor ons en brengt ons weer op de goede weg. Hij blijft maar voor ons rijden. Uiteindelijk weten we hem te stoppen! Hij was van plan de hele 60 km. naar de volgende plaats voor te gaan rijden! Aarzelend accepteert hij het geld voor de benzine dat we hem geven. Nu met Jaap en Wilma terug naar Bira om Edwin onze chauffeur op te halen. Dan is het risico voor schade aan de auto voor hem. Onderweg zien we de mensen zeewier oogsten. Allemaal handwerk, waar volwassenen, kinderen, paarden, boten  hun aandeel in hebben. 

NAAR DE TORAJA

Even terug in Bira zien we dat Bandu keurig op de boot gepast heeft. Hij kijkt vier keer per dag en slaapt s-‘nachts onder het zonnetentje  in de kuip. Net aan boord breekt de schrik uit wanneer twee  grote Boekaniers de haven in komen.  Enorm lawaai en geronk, Open uitlaat bovendeks, met zelfgemaakte geluiddempers. Ze proberen achter hun ankers af te meren en van de enorm hoge boeg een lijn op de wal te zetten. Dat lukt van geen kanten. De schroefwerking maakt het niet mogelijk het achterschip de goede kant op te krijgen. Bovendien een anker van betonijzer op een schip van  60 ton? Na elke poging voor- en achteruit en de aanlandige wind komen ze dichterbij.  We houden er rekening mee dat het gevaarte op onze spiegel gaat klappen.  In allerijl vieren we onze ankerlijnen op en trekken de boot aan de voorlijnen naar de wal. De boegspriet ramt de tv antenne van de naast ons gelegen Boekanier. Uiteindelijk draait de boeg net achter ons langs. Met luid gekraak van sneuvelend hout klappen ze langzij tegen de ferry waar ze aan vastmaken.  Voor de vierde keer komen we goed weg in een haven : Puerte  Montt, Paaseiland, Bundaberg en nu hier. Ofschoon niet levensbedreigend lijkt het grootste gevaar voor de boot in de haven te liggen en niet op zee!
13-8 Na een uitziekdag, mijn ingewanden waren even van streek staat Edwin stipt om 8.30 uur op de havendam. Met zijn vieren hebben we nu ondanks de bagage van Jaap en Wilma ruimte genoeg. We hoeven nu niet zelf te rijden en kunnen dus nog meer genieten van de prachtige omgeving.  Bovendien hebben we een tolk bij de hand. De weg is nu na het einde van de suikerfeesten veel minder druk. Maar niet minder gevaarlijk. We passeren een plaats waar voor ons net 2 vrachtwagens met container in het ravijn gestort zijn. Het eerste stuk weg hebben we al gedaan, maar Edwin die al meerdere reisjes naar de Toraja gemaakt heeft weet af en toe een interessant ommetje. Zo rijden we opeens door een enorme rubberboom plantage. Aan de kant van de weg is de rijstoogst in volle gang. Bijna alles nog met de hand, wat een enorme werkverschaffing is.

 
Jaap en Wilma overwegen een nieuwe auto

De op handen zijnde mechanisatie zal veel mensen  noodzaken naar de grote steden te trekken. Je moet maar niet denken aan de bijkomende problemen met 250 miljoen inwoners.  Rijst is nog steeds alles hier. De mensen eten vaak drie keer op een dag rijst. Daar laten we een duizelingwekkende berekening op los. Voor het gemak nemen we aan dat ze al allemaal 2 keer per dag rijst eten en 2 ons maal 250.000.000, hoeveel kilo maakt dat nodig in een jaar?

 
Hoeveel rijst hebben we nodig?

 
Jaap en Henk hebben zitten rekenen

Wanneer we willen stoppen om wat te eten of drinken heeft Edwin daar zo zijn eigen gedachten over. Hij heeft zo zijn vaste plaatsen waar hij andere chauffeurs, soms met groepjes toeristen kan ontmoeten.  Daar willen we nu juist niet zijn. Het is zo leuk onder de lokale bevolking! Het duurt enige dagen voordat hij onze voorkeuren een beetje gaat snappen. Rijst en kruidnagelen liggen te drogen langs de wegkant. We passeren Guus en Nellie, Nederlandse fietsers uit Maassluis. Kennis gemaakt in  Bira. Ook op weg naar de Toraja. Petje af met de klim van morgen in gedachten. De volgende morgen  klimmen wij comfortabel in de auto de 40 km lange pas de bergen in vanaf Palopa.

 
Viskweken aan de kust bij Palopa
 
 
Zoetwaterviskweek in de rijstvelden

Voor Rantepao beginnen de typische zadeldakwoningen  en voorraadschuren. We zijn via een adembenemend landschap aangekomen in de Toraja.

DE BEWONERS VAN DE TORAJA

Oud volk van Chineese oorsprong. Tussen 1500 en 2500 voor Christus arriveren ze vanuit Zuid China. De bouwstijl herinnert aan schepen. “Na hun aanvankelijke vestiging aan de kust werden ze verdreven door Deutro Maleise stammen” (*bron ANWB wereldreisgids voor Indonesië). Ze vestigden zich in het binnenland in de bergen en hielden hun cultuur staande.
 
 
De typische scheepsvormige daken
 
De Nederlanders hadden pas succes met de verovering van dit gebied in 1906.  In navolging van het leger volgden de zendelingen. Die waren van protestante aard.  Deze slaagden er alleen in te bekeren door grote delen van de oorspronkelijke godsdienst (de Aluk Todolo) toe te staan. Zo ontstond een christelijk- animistische religie.  Ze houden deze godsdienst vast ook al zijn ze omringd door een voor de rest Islamitisch Sulawesie. “Er is nog steeds een in drieën ingedeeld klasse systeem. 1  Tokapua (de adel). 5% van de bevolking . 2.Tomakaka (het eenvoudige volk, beambten, kooplui en kleine boeren met wat grondbezit)  3. Tobuda (bezitlozen, voormalige slaven, waren nog slaaf tot het begin van de 20e eeuw)”. Alle rituelen en ceremonies voor vruchtbaarheid, goede oogst enz. worden nog steeds gehouden.  Het meest bijzonder zijn de begrafenis-ceremonies die plaats vinden onder de adel. Het duurt vaak vele jaren, 2 tot 10, voordat iemand daadwerkelijk begraven wordt. Er is veel geld voor nodig en ook familieleden van veraf moeten aanwezig kunnen zijn. Tot de begrafenis wordt de overledene gebalsemd en in huis bewaard.  Vroeger ging deze vorm van mummificeren met kruiden, tegenwoordig worden chemische conserveermiddelen ingespoten. Na de ceremonie wordt eindelijk het lichaam bijgezet in een uit de rotsen gehakt graf. Een houten pop,  levensecht gekleed en geschilderd komt op de familiegalerij erboven. Baby's werden rechtop begraven in bomen. De ziel kon meegroeien met de boom.

 
Rotsgraven met poppenbalkons
 
 
Poppen van de overledenen
 
 
Boomgraven voor babys
 
Er wordt nog steeds traditioneel geleefd van de landbouw  vanuit het bovengenoemde klasse systeem.  Toerisme is een opkomende bedrijfstak. Augustus is de maand van vele ceremonies. Toeristen zijn hartelijk welkom.  Hoe meer bezoekers op de ceremonie hoe meer aanzien voor de overledene!

DE CEREMONIE

Iedereen is dus welkom op de ceremonie. Maar je weet niet waar en wanneer ze zijn, dus heb je een gids nodig. Vandaag hebben we ,naast  onze islamitische Erwin, dus een Christelijke gids die ons gisterenavond verteld heeft dat er een 5 daagse ceremonie aan de gang is. Op weg naar de ceremonie is het volop genieten op de door de bergen slingerende smalle wegen.  Erwin heeft het druk om  alle kuilen te ontwijken. Uitstappen voor gewichtsbesparing, want de weg is zo slecht dat de bodem  de grond kan raken. Terrasvormige rijstvelden,  Waterbuffels, kippen, eenden, viskweekvijvers, kruidnagels, cacao, koffie, bamboe, bossen groen, groen groen!  Indonesie is een land van “tafereeltjes” die allemaal  uniek zijn. De architectuur van de huizen evolueert mee, maar het zadeldak wordt in ere gehouden. Zo zien we een kerk met een (scheeps) zadeldak waaruit een klokkentoren steekt. De palmbladeren daken van de tongkonan (woningen met zadeldaken) zijn neestaf vervangen door stalengolfplaten, die nadat ze roestbruin geworden zijn toch weer niet misstaan.  Maar er worden ook nog steeds nieuwe huizen  en voorraadschuurtjes gebouwd, met dan als enige aanpassing de dakbedekking.


 
Nieuwbouw met stalen daken

Overal wordt geoogst en gedorst. Rond de huizen kleurrijke bloemen, Papaya’s, bananen, sinaasappelen, kokosnoten.  Veel kinderen en prachtige vlinders maken het tafereeltje kompleet. Omdat onze gids het in zijn  hoofd heeft om 11.00 uur op de ceremonie aan te komen missen we de slachting van de ossen, wat Riet niet erg vindt. Het schijnt nog al een bloederig (schijn)gevecht te zijn. We bezoeken  eerst een rotswand met graven en poppenbalkons. Erg indrukwekkend en in een fabelachtige omgeving.  Nu naderen we na nog smallere weggetjes de ceremonieplaats. Ver ervoor parkeren want het is enorm druk. Elke dag van de ceremonie heeft een bepaald thema. Dat thema wordt uitgebeeld door de familieleden, soms vrouwen die zingen en dansen, soms kinderen. Vandaag lopen de mannen langzaam rond in een cirkel. Ze zingen de verdiensten van de voorvaderen van de overledene.  Er hangt een bord met de stamboom. Tot 10 generatie terug worden de verdiensten van deze mensen gezongen. Af en toe wordt dit ritueel onderbroken.
 
 
De  mannen zingen de levens van de vorige generaties
 
Er komt een zingende stoet binnen met twee narren voorop. De bezoekende families brengen mee wat ze kunnen geven. Wanneer ze kunnen, geven ze ossen (die zijn erg duur). Ossen zijn een statussymbool en het aantal wat je bezit geeft ook je rijkdom aan. Zoiets als bij ons een auto dus. Veel varkens,  luid schreeuwend vastgebonden op bamboe draagstellen.
 
 
Veel varkens worden binnengedragen
 
Daarna wordt in de stoet door de vrouwen allerlei eten en drinken meegebracht. Bij de ingang wordt alles nauwkeurig genoteerd. Bijna elk uur komt een nieuwe stoet  met genodigden. Ter ere van de ceremonie is een heel dorp gebouwd, van bamboe en hout. Na de ceremonie mag niets van het materiaal hergebruik worden. De gebouwen staan nog een vooraf vastgestelde tijd en worden dan gesloopt en verbrand. Jammer van dat prachtige materiaal. Maar ja, zo is het spel en zo wordt het gespeeld. In het midden een huis waar de overledene in zijn kist (prachtig houtsnijwerk), opgebaard ligt. Daarnaast de grote hal waar de naaste familie de bezoekers ontvangt. Daaromheen meer gebouwen waar, vanwege het klasseverschil, de afstand tot de dode groter wordt. Overal in deze gebouwen zitten mensen gezellig te eten van het ingebrachte vlees, noten, vruchten, water, koffie thee.  Het geheel doet een beetje denken aan een openluchtfestival met acts en veel eettenten. Op advies van onze gids hebben we een slof sigaretten meegenomen als geschenk.  Ik wordt aangesproken door een jonge man met een kind op de rug, Kan zo’n klein ventje al kinderen maken? Hij spreekt perfect Engels. Want de jeugd van deze adel heeft opleiding genoten. Zijn de Engels sprekende mensen in Bira op 1 hand te tellen, hier in de Toraja spreken velen buiten de grens. Er zijn zelfs familieleden uit Amerika en België. Hij is zeer vereerd met ons bezoek en wil weten hoe we van de ceremonie op de hoogte zijn gekomen. Ik wijs naar onze gids die aan de overzijde op een stuk vlees staat te kauwen. Erwin mag als goede moslim een biertje niet uit de weg gaan, maar met al dat varkensvlees blijft hij liever bij de auto! Die is  zijn trots en glorie, wordt elke dag trouw gewassen. Bijzonder is dat de mensen hier in de Toraja door hun cultuurbesef ook gevoel voor geschiedenis hebben.  In Bira weet niemand dat nog maar drie generaties geleden Nederland hier de scepter zwaaide.  Maar wanneer we hier vertellen waar we vandaan komen, (Iedereen in Indonesië vraagt Hallo mister where are you from)  komt men direct  op de Nederlandse koloniale tijd.  Wij schamen ons diep, maar zij hebben daar een goed gevoel bij (zeggen ze!). Zo vertelde een restauranthouder ons: voor de Nederlanders kwamen, hadden we een godsdienst die niet helemaal af was. Maar nu is onze godsdienst compleet geworden met Jezus erbij.
We zitten inmiddels in een van de gebouwde huizen aan de rand, tussen de slaven zullen we maar zeggen. Ook hier iedereen blij en vriendelijk. Koffie, koekjes, pinda’s worden geserveerd. Voor het vlees bedanken we. Wanneer je ziet hoe de buffels en varkens geslacht worden, (er wordt zo op de grond zonder enig systeem op in gehakt), heb je voorlopig genoeg vlees gegeten. 

AAN DE WANDEL

In het restaurantje bij het avondeten ontmoeten we Guus en Nelly die na voltooiing van hun fietsetappe in het hotelletje naast ons zitten.  We spreken af de volgende dag  samen met hen te gaan wandelen. Jaap en Wilma blijven in het dorp. Erwin moet via hobbelige wegen naar het noorden rijden.  Een prachtige route die we de volgende dag voor Jaap en Wilma nog een keer herhalen. Het wordt ons wel erg makkelijk gemaakt, want we beginnen hoog op de berg, en hoeven alleen naar beneden te lopen. Prachtige mensen in de terrasvormige rijstvelden.
 

 
 
De rijstvelden
 
We zien hoe een nieuwe tongkonan gebouwd wordt. Rondom in de bamboesteigers wordt de nokbalk geplaatst. We verdiepen ons nog eens in de kleuren van het prachtige houtsnijwerk van de tongonan’s. Rood staat voor bloed, Wit zijn de botten, Zwart is de duisternis, Geel is de geest. Aan de centrale paal aan de voorzijden: de buffelhoorns voor de welvaart en de hanenkop voor de moed. Aan sommige huizen hangt de paal vol buffelhoorns.  Wanneer het huis vernieuwd wordt gaan de hoorns mee, zodat de historie  in tact blijft. Een tongonan kost op dit moment ongeveer 60.000 euro om te  bouwen. Dat is voor onze begrippen met al dat houtsnijwerk een schijntje, maar hier natuurlijk een enorm kapitaal.

 
Tongonan in de bamboe steigers


 
Houtsnijwerk en buffelhoorns
 
 
De hoornpaal wordt van generatie op generatie en van huis naar huis meegenomen

We komen langs een groep steenhouwers. Die  hakken vierkante fundatieblokken voor de paalfundatie van de tongkonan’s. Later zien we een steenhouwer een rotsgraf hakken 70X70 cm.  en 2,5 meter diep in de rots. Dat is ruim 1 manjaar werk, of de waarde van 1 buffel.  Ze hebben een vuurtje en waterbak waarin ze de beitels van betonijzer harden. We komen langs een hakmesmakerij. De messen worden na het smeden eindeloos geslepen op stenen. Ook weer kinderarbeid.

 
De messen smederij
 
 
De messen op de markt

De wandeling naar beneden is genieten met zijn vieren. Voor Guus en Nellie ook even lekker ontspannend na hun fietsavonturen. Vergeet niet dat je onderweg met de fiets zeker met iedereen op de foto moet! Uiteindelijk is de wandeling (te) kort. Precies wanneer het begint te plenzen, het regent makkelijk in de Toraja, zijn we bij Edwin, die ons opwacht voor het laatste stukje met de auto.

TERUG NAAR BIRA EN DAN

We rijden via een prachtige bergweg terug via Parra Parra naar Makassar. Aan de verwisseling van kerk voor Moskee zien we dat we de Toraja verlaten. De vlindertuin slaan we deze keer over. Een geweldig afscheidsetentje met kippenvleugeltjes en Bintam met uitzicht op de haven van Makkasar.  Dan brengen we Wilma en Jaap naar het hotel bij het vliegveld. De tijd is voorbij gevlogen! Wij rijden met Erwin  terug naar Bira nadat we de procedure voor verlenging van ons visum ingezet hebben. Paspoorten  moeten we achter laten voor stempel, vooruitbetaald, je moet de mensen wel kunnen en durven vertrouwen.  Jaap en Wilma zullen nog een dag in Makassar blijven en gaan dan naar Lombok.

 
De wierteelt aan de kust tussen Makkasar en Bira

In Bira ligt de boot nog steeds op zijn  plaats, maar we zijn ingesloten door nieuwe buren. We zijn niet (meer) bang voor diefstal, want de mensen zijn tot nu toe alleen maar eerlijk en vriendelijk.  Maar door alle bootmanoeuvres in de haven zijn we wel een beetje bang voor schade. Ja, het achterhek is al wat verbogen. Regelmatig worden ankerlijnen over onze met boeitjes gemarkeerde ankers gegooid.  Hoe de lijnen elkaar allemaal kruisen zullen we bij vertrek ervaren. We moeten nu zelf ook plannen gaan maken. Van de voorzeilen zijn de onderlijken al gerepareerd. We willen nog laten duiken om de boot goed schoon te laten maken. Na de duik van Daan begint de aanlading weer al. We moeten wachten op onze paspoorten met stempel voor we kunnen vertrekken, tij om op de markt inkopen te doen. Servicebeurt motor en generator. Wat doe je met de afgedankt olie? Wordt gebruikt voor de smering van de kettingzagen, die je in heel Indonesie altijd hoort ronken. We zullen afscheid moeten nemen van Bartho, die ons weer een keer zal helpen om het havengeld af te rekenen. Uiteindelijk moeten we afrekenen met zowel de havenmeester als de  havenpolitie en  gewone politie. Dat duurde even voor we daar achter kwamen…..zij zelf waarschijnlijk ook!! Na onderhandelen iedereen tevreden. Bijkomend probleem was dat de havenpolitie ons in  eerste instantie niet wilde laten gaan. Volgens hen was er zwaar weer op komst. Wanneer wij  zouden vergaan zouden ze in de gevangenis terecht kunnen komen. Met de laptop met windgribs voor de komende 8 dagen konden we ze er uiteindelijk van overtuigen dat het allemaal wel meeviel met dat weer. Afscheid van Bandu die nog een koekjes cadeautje voor ons geeft. De laatste koffie en cola mogen we niet betalen. De 27e  augustus is het zo ver. Natuurlijk draaien we ons suf om via de lieren de achterankers op te halen. Er hangt een anker van een boekanier aan. Bartho helpt door onze punt  vanaf een andere boot vast te houden. We ankeren de boot nog even verderop in de haven om alles op te ruimen. Met Bartho aan boord nog een afscheid pilsje.  Zonder hem was alles wel een stuk moeizamer verlopen hier! Bedankt! Om 17.00 uur  roei ik hem naar de wal. Heel jammer dat hij niet een stuk mee kan varen, vinden we, maar hij gaat over een paar dagen naar Jakarta. Tot ziens Bartho en Bira, dank jullie voor de geweldige tijd.
Dan zijn we buiten waar de stoom ons oppakt. Snel zijn we rond de punt en weer op weg naar het westen. Het smsje van Bartho met goede vaart is erg leuk omdat er in staat dat Bandu een beetje verdriet heeft vandaag omdat wij weggaan. We kunnen niet meer antwoorden, het bereik is weg, de 1e nacht op zee begint…..

OVER DE JAVAZEE

Met wind tussen de 15 en 20 knoop is het heerlijk zeilen! Het water is vlak, de maximale golfhoogte is volgens de gribs niet meer dan 1,5 meter. Dat was in de Pacific wel eens anders. Toe nu toe hebben wij bijna alles nog kunnen zeilen in  Indonesië. Houden zo! De Java zee is behoorlijk druk. De AIS helpt goed voor de grote schepen. Ik doe een oproep voor ramkoers. Geen antwoord. Dus rondje gegijpt om even te vertragen. De volgende,…. wel netjes antwoord, spreekt  Engels. Geen probleem zegt hij, ik ga achter je langs. Ja, maar dan wel rakelings. Dus nog even de motor bij. Vele vissers en boekaniers hebben geen navigatieapparatuur.  Erg lastig zijn sleepboten met  sleep. Er zit  200 meter kabel tussen de sleper en de bak. Maar de gesleepte bakken zijn vaak niet verlicht. Ze varen overal op de Javazee met erts, boomstammen bamboe enz.. Het blijft scherp opletten in de nacht dus. 
30-08 We willen het eiland Paulu Bawean aanlopen. Maar met onze huidige snelheid komen we in het begin van de nacht aan. We beginnen 18 uur van te voren af te remmen (alleen op de stagfok) tot 3.5 knoop. Dat valt nog niet mee omdat af en toe de wind doorzet en het log toch weer naar 5 gaat. Het laatste eind varen we met gereefde stagfok! De tactiek lukt  en we slagen er in bij het licht worden het eiland aan te lopen.  Het wemelt van de kleine visboten waarvan we, voor het licht werd, de ledlampjes overal zagen knipperen.  Zo manoeuveren we tussendoor deze enthousiast zwaaiende vissers naar onze ankerplek, waar we dus vroeg in de morgen 31-08 de pin laten vallen.

PALAU BAWEAN

Een prachtig groen eiland ligt voor ons. Prima ankerstek! We zien dat de nachtvissertjes hun vangst overladen op een grotere boekanier die waarschijnlijk  naar Java gaat. Zal hij ijs aan boord hebben? De vis wordt nooit schoon gemaakt. Het gaat hier alleen nog maar om sardientjes en sprot. De hele Javazee is leegevist w.b. grotere vis. Geen wonder wanneer je ziet hoeveel visboten er dag en nacht op het water zijn. Vanaf de boot kijken we uit op een schilderachtig vissersdorpje.

 
Zeilende visprauw

Even bijkomen en genieten. De volgende morgen gaan we aan wal waar we de dingy achter laten bij een vissersfamilie. Daar komt net een familielid (iedereen is familie) met vier man aan boord met de nachtvangst. Een geringe vangst van piepkleine sardientjes. Natuurlijk met iedereen op de foto. We krijgen een wijngaasje exota limonade aangeboden! Wisten niet dat die nog bestond. Helrode kleurstof met prik en water. Morgen zullen we wat kinderkleren brengen. We hebben die meegekregen van het Leger des Heils en de  Pinkstergemeente in Australië. De mensen  erg blij, want aan kinderen geen gebrek. Via een recent met betonklinkers bestrate weg, met langzij aardige stenen huizen met vaak Hollandse dakpannen, komen we in het dorp aan. Een prachtig, voor ons romantisch, haventje waar met hoog water de vissers kunnen aanlanden.  We ontdekken dat de mensen hier van visconservering leven. Allemaal familiewerk. De vrouwen ontdoen de sardientje van hoofd en ingewandjes. Daarna worden ze in kleine aardewerken potjes gedaan. De volgende vult het potje aan met water, een bepaald kruid en zout. Onder een groot houten afdak met gebakken dakpannen wordt door de stoker een langgerekt houtvuur aan de praat gehouden. Op het rooster daarboven staan de potjes te koken. Na afkoelen worden ze ingepakt in bananenbladeren en gestapeld. Klaar voor transport naar de markten in Java.

 
Het koken van de potjes

Ook worden er sardientjes en andere postzegels van visjes op netten en gaas gedroogd. De vislucht is dus alom aanwezig. Bij het dorpsschooltje aangekomen moet iedereen op de foto wat gepaard gaat met een enorm gejuich. Nu, zie die maar weer eens bij de les te krijgen de rest van de morgen. Helaas hebben we geen schriftjes en pennen meer. Onderwijs is gratis, maar uniform en lesmateriaal is voor rekening van ouders.

 
De schoolkinderen en juf

In de geoogste rijstvelden staat ergens een man te zwaaien en te roepen. Even kijken. Een steenfabriekje. Hij heeft een houten kistje van baksteenformaat, een waterput, en kleiachtige ondergrond. Hij laat ons trots zien hoe zijn steenfabriek werkt. Water uit de put, mengen met aarde. In die bagger staat hij lang te stampen tot hij een homogeen mengsel heeft. Vervolgens stampt hij zijn kist vol. Omkeren en de steen kan voordrogen in  de zon. Daarna zullen ze toch nog gebakken moeten worden. Maar dat gebeurt elders denken we, omdat we geen resten van houtvuren kunnen vinden. Misschien bij de bakker die ook de kleivispotjes bakt. Drie kinderen spelen hem na met een klein vormpje. Ziet er niet naar uit of je hier rijk van wordt, dus morgen maar wat kleren voor de kindertjes brengen.

 
De steenfabriek

Geen internet en telefoonbereik hier. Inmiddels weten we dat op onze aanlandplaats een familie leeft met 6 dochters. Drie van de mannen van de dochters werken  in Batam  en varen als bemanning. Er is geen werk meer in het dorp en visserij lijkt gezien de vangsten een aflopende zaak. Een van de dochters nodigt ons uit in huis (Riet is er wel bij) Met  “hoe en wat” en een Engels-Bahasa woordenboek hebben we een soort gesprek.  Jammer dat we niet meer van de taal kunnen maken. We kopen erg grote nog groene bananen, maar vragen ons 10 dagen later af of ze ooit rijp worden. Kookbananen waarschijnlijk. 


 
Koning banaan

Gisteren hebben we de kinderkleren her en der afgeleverd,  vandaag nemen we afscheid. Er liggen vier verse kokosnoten in de dingy te wachten wanneer we van wal gaan.

NAAR BATAM

Wat nu echt naderbij komt……. Weer vissers,  ze zijn alom aanwezig.  De nacht wordt doorgebracht tussen minimaal 30 schepen die met heel fel licht ‘s nachts vissen op sprot. Als spinnen met sprieten schuiven ze over de zee. De felle lampen moeten de visjes naar boven halen. Het is makkelijk tussen hen door te  slalommen omdat ze niet meer snelheid hebben dan 3 knoop en een zee van licht zijn. Ook rondom aan de horizon zie je lichtplekken van deze boten.  Overdag gaan ze langs de kust voor anker. Opnieuw lekker zeilen met  15 knoop wind. Maar hoe dichter we bij Batam komen hoe warmer het wordt. De wind wordt erg zwak. De motor moet aan. We komen nu in een wereld van, opnieuw, een nieuw visfenomeen. Grote houten kooien staan overal in het water. Later zullen we ontdekken dat ze drijven en verankerd zijn. Zo’n houten kooi heeft een diameter van een meter of 8. Bovenop een platvorm met een driepoot waar het net mee opgehesen kan worden. Verder staat er een slaaphuisje op. Want er leven  een paar mannetjes op die twee keer per nacht sterke lampen aandoen en het net ophalen. Ook voor de kleine visjes dus.

 
Een nieuw visfenomeen

Opnieuw  slalom-varen maar nu wel overdag gelukkig. We ankeren voor het dagrecreatie-eilandje Palm Ketawi.

 
Ankeren bij Ketawi

Het wordt onderhouden door een aantal mensen, die het reuze leuk vinden om aan boord te kijken en een “babbel” te maken. Na een paar dagen gaan we verder. Het lijkt nu verstandig om alleen overdag te varen wanneer mogelijk. Het water wemelt van de houten viskooien, en niet allemaal verlicht. Dus bij het eerste daglicht om 5.30 uur vertrokken. Helaas wordt dit een ochtend met heel veel regen en de rest van de dag  weinig wind. Zeilen, motorzeilen en motoren. Voor donker liggen we in een mooie baai aan de noordzijde van Palua  Bangka. We willen hier een paar dagen blijven. Maar de gribs voorspellen wind voor de volgende dag, en daarna dagenlang niets meer, behalve meer regenkansen. De volgende oversteek naar Palau Lingga is net te ver voor een dagtocht. Dus verlaten we onze prima ankerstek om 15.30 zodat we de volgende morgen aan gaan komen. Het donkere deel moet op die manier midden op zee vallen, waar geen viskooien zijn, denken en hopen we. Het is al bijna donker wanneer we flink schrikken. Een groot  houten vlot schiet op twee meter rakelings langs de boot!! Waarschijnlijk de fundatie van een teloor gegane viskooi. De nacht verloopt verder zonder  problemen. Wanneer het licht wordt is de wind afgenomen tot minder dan 10 knoop. Het rollen staat  verder zeilen niet meer toe. De laatste paar uren worden op de  motor afgelegd.  Onder een regenbui proberen we eerst te ankeren tussen het eilandje en de zuidoostpunt van Lingga. Dat bevalt door de swell en stroming maar matig. De tweede ankerplaats aan de noordzijde van de zuidoostpunt bevalt wel goed, Maar ook daar wat last van lichte swell. Verderop in de baai om de zuidoostpunt is een schattig vissersdorpje. Maar we vinden het ankeren hier, wanneer je uit de swell wil zijn, wat te ondiep en te dichtbij de rotsen. Dus we houden het bij onze oude stek maar wel zo ver mogelijk in de hoek.

SLANGEN EN APEN

Twee dagen later, alleen aan de wandel, Rietje heeft haar teen bezeerd, kom ik op een wirwar van paadje, na het geluid van de kettingzaag,  houthakkers tegen. Vissers bij gebrek aan vis, zoekend naar een andere manier om wat geld te verdienen.

 
Niet veel meer te vissen
 
Ze hakken in de jungle  bomen waaruit wat bruikbaars te maken valt. Veelal dunnen bomen, waar ze met veel behendigheid, één balk uit kunnen zagen. Alles met vier man en een kettingzaag. Hoe kunnen ze hier van leven? Eén van de houthakkers laat meteen het werk in de steek en wil mij naar een dorp brengen. Na vijf kilometer komen we daar aan. Ziet er  armoedig uit. Er is een winkeltje, maar ik heb geen geld bij me en ook niets nodig. Gelukkig loopt hij weer met me terug, want dat was zonder hem een zware opdracht geworden met al die vertakkingen. Er steekt nog een gele slang voor ons het pad over. Erg gevaarlijk begrijp ik van hem.  Voor het eerst ben ik op stap met iemand die klaagt over Indonesië. Slecht en geen geld. Uiteindelijk draait het uit op geld vragen, maar dat heb ik niet bij me. Gelukkig wel water, want het is drukkend klam warm. Het laatste stuk van het houthakkerskamp loop ik weer alleen terug. Schrik nog even van een aap die voor mijn neus uit de boom springt, maar ben dan weer op het hagel witte strand. Voor ons een romantisch plaatje, maar voor deze  vissers armoede. Nog een twee of drie laatste overnacht ankeringen en we zijn in Batam!!

 

1 opmerking:

  1. Hoi, Hardstikke leuk dit te lezen. We hoorden van Middelburgers dat jullie onderweg zijn met de boot. Wij leven in een camper, ook leuk, zie luciaisweg.nu Groetjes Adrie en Lucia Vreeke, oud (jeugdzeilles) zeilers

    BeantwoordenVerwijderen

Blogarchief