NAAR KUPANG TIMOR
De verwachtingen zijn hoog
gespannen. Koloniale Nederlandse geschiedenis, stille kracht, gordel van
smaragd. Allemaal herinneringen. Wat gaan we in Indonesië vinden? De overtocht
van Darwin naar Kupang op Timor is er één om in te lijsten! Heerlijk weer met
een lekker windje achterop. Het enige missertje is het ontbreken van vis aan de
sleeplijnen, maar je kan niet alles hebben. Kupang is een logische keus omdat
het een inklaarhaven is. Onze visa en tijdelijke invoer voor de boot (cait)
zijn in Australië geregeld, maar er is meer papierwerk nodig! Alvast maar aan
wennen! We zullen wat moeten regelen. We zijn niet met de Indonesië rally
meegegaan omdat we niet van zo'n drukte en gedoe houden. Zij komen een week of
drie na ons aan, maar dan zijn wij hopelijk weer al lang vertrokken.
Voor anker in Kupang
AAN WAL
“Hello mister, how are you”,
roepen tientallen kinderen wanneer ons bijbootje door de lichte branding op het
strandje voor de visserhuisjes landt. Spoedig zullen we leren dat daarmee ook
de totale kennis van de Engelse taal gespuid is. Bovendien noemen ze mannen en
vrouwen allemaal mister. Niet te geloven…. er ligt al een Nederlandse boot voor anker. De Boomerang van John en
Debby, vierkoppige bemanning met hun kinderen, Nick en Luuk ( 5 en 7 jaar). Een
paar dagen later zal het nog gekker worden wanneer er in Kupang vier
Nederlandse boten voor anker liggen!! Nederland als enige natie
vertegenwoordigd in Indonesië. Even de oude kolonie van vroeger. Aan wal is
niet veel van dit gevoel merkbaar. Niemand spreekt nog Nederlands en wij geen
Bahasa (officiële Indonesische taal). John en Debby hebben de papierwinkel via
een agent gedaan. Kosten 80 euro. Dan ben je af van eindeloos zoeken naar
kantoren en onderhandelen over de prijs. De agent koopt simpel alle beambten om en 30% van de 80 euro is zijn
fee. We zijn nu dus echt in Indonesië! Mister Nappa, de agent staat ons al op het strand op te wachten. Hij met onze
papieren en paspoorten een dagje alle kantoren rond, en wij pinnen. Zo simpel
kan dat! We laten ons bootje op verzoek van Nappa achter op het strand bij een
familie waarvan vader een houten poot heeft. Vissen met één been is lastig dus
geven wij elke keer voor het oppassen van de dingy een kleine vergoeding en wat
kleinigheden voor de kinderen. We moeten wat wennen aan de
oranje-rood-gekleurde monden van sommigen, ze kauwen betelnoten. Nappa gelukkig
met zijn sociale daad, wij en de
éénpoot en de kinderen ook. De woonomstandigheden van deze familie zijn in onze westerse ogen schrijnend te noemen.
Maar we zien alleen gelukkige gezichten.
OP STRAAT
Vrouwen blijven met open monden staan, wanneer ze vanonder hun hoofddoekje, met grote ogen naar Rietje kijken. Wanneer ze zien dat ik hun zo zie kijken, komt een gulle lach tevoorschijn. 90 % van Indonesië is geïslamitiseerd, de stille kracht is dus doorgegaan. De moslimwereld waarin we beland zijn, is totaal verschillend (vrijer) van de Arabisch- Noord Afrikaanse. Iedereen lijkt best plezier in het leven te hebben. Alle kinderen roepen “Hello mister”! Allemaal met ons op de foto. We zijn aangekomen in een heerlijke chaos.
De straten worden gevuld met straathandel,
duizenden scooters en afgeladen vrachtauto’s. Bemo’s (kleine busjes voor
persoonsvervoer) met bonkende geluidsinstallaties zoeken toeterend hun weg er
tussendoor. Een verademing na het over-
geordende Australië!
Even lastig, maar
na enige tijd weten we een systeem in deze mierenhoop te ontdekken. We zitten
in een bemo op weg naar een telefoonwinkel. Kupang is een grote stad.
Ongelofelijk maar alles vliegt rakelings langs elkaar. Net niet raak, slinger
naar de ander kant, waar de bijrijder een potentiële klant meent zien. De
telefoonwinkel is super netjes en vol bedienend personeel. We krijgen een vip
bediening door de enige Engels sprekende vrouw. In onze comfortabele zit zien
we haar het software voor de dungle op onze laptop installeren, een kaartje in
onze telefoon doen. Uitgebreide uitleg en alles wordt nogmaals voor ons
opgeschreven. Na drie kwartier verlaten de van
airco voorziene winkel. Alles voor nog geen 25 euro. Waar krijg je dit nog in Europa of
Australie! Bellen binnen Indonesië is spotgoedkoop. Maar dat moet ook wel want
meer kunnen ze niet betalen! Bijna iedereen heeft een mob. telefoontje en een
scooter. Beiden na 1e aanbetaling op verdere afbetaling. Maar 250
miljoen zijn een hoop klanten! We hebben dorst gekregen, want warm is het! Het
is ramadan, waar je weinig van merkt, maar toch….. een biertje? Het wordt
nergens verkocht. Maar wanneer je er naar vraagt is het te regelen. We leren
ook dat de persoon die het voor je regelt, er bijna altijd een kleine
verdienste aan zal hebben. Even later zitten we op een terras wat in naam een
toeristenbureautje is, waar Bintang
bier verkocht wordt. Van toeristische informatie blijkt weinig, maar de
bintang is goed, uitzicht over het water, met de Lady tevreden achter haar
anker.
Scooterland Indonesie
BAÁ OP ROTI EILAND
Na een paar dagen hebben we
de stad gezien. Geweldige belevenis en erg gezellig met John, Debbie en de
kinderen, maar nu verlangen we even naar wat rust. Voordat we vertrekken naar
Roti ontmoeten we in het “
toeristenbureau met Bintang” twee Zweden op vakantie. Omdat de ferry misschien
niet vaart vanwege de voorspelde harde wind morgen bieden we ze een lift aan. Eén van de jongens is getrouwd met een
Indonesische en woont in Java. Een kleine prachtige overtocht waarbij de Boomerang
voor ons uit- vaart. De ankerplaats op de noordwest punt wordt door de Boomerang
verkend en onveilig verklaard. Een geluk voor Zweedse jongens, want er was geen
weg geweest naar het 25 km. verderop gelegen dorp.
Eind van de middag dus achter de pier van Ba'a voor anker. Het wordt gezellig in de kuip van de Lady met John, Debby, Nick en Luuk, de twee lifters, eten en gitaar/drum muziek. Voordat we het weten is de avond voorbij en de jongens slapen in de kuip omdat het te laat is geworden om een hotel te zoeken. Nadat de volgende dag de jongens per bemo vertrokken zijn naar de hoofdstad van het eilandje verkennen wij het dorp. En prachtig dorp, maar veel vuil op straat en in het water.
s’-Avonds eten de totale bemanning van de Boomerang en de Lady in een warung (klein fam. restaurant). Geen Bintang bij het eten. John vraagt de eigenaar of hij dat kan organiseren. Natuurlijk kan dat, dus even later komt hij terug met bintang op zijn onvermijdelijke scooter.
Ze lopen hier geen stap wanneer het op de scooter kan. Aan het eind van de maaltijd hebben we de politie aan de tafel. Natuurlijk uit op een kleine aanvulling op hun te lage salaris. Ze willen papieren zien die we niet bij ons hebben, liggen aan boord. Daar willen ze moeilijk over gaan doen, dus we bellen agent Nappa en geven de telefoon aan politie. Na een even durend gesprek, beleefd handen schuddend, “alles in orde”, vertrekken ze weer zonder bijverdienste deze keer. In westerse ogen is het systeem corrupt, maar hier is dit onderdeel van de cultuur en openlijk. Wanneer je hier als westerling niet tegen kunt kun je beter wegblijven.
De Zweedse lifters
Eind van de middag dus achter de pier van Ba'a voor anker. Het wordt gezellig in de kuip van de Lady met John, Debby, Nick en Luuk, de twee lifters, eten en gitaar/drum muziek. Voordat we het weten is de avond voorbij en de jongens slapen in de kuip omdat het te laat is geworden om een hotel te zoeken. Nadat de volgende dag de jongens per bemo vertrokken zijn naar de hoofdstad van het eilandje verkennen wij het dorp. En prachtig dorp, maar veel vuil op straat en in het water.
In de dorpsstraat
s’-Avonds eten de totale bemanning van de Boomerang en de Lady in een warung (klein fam. restaurant). Geen Bintang bij het eten. John vraagt de eigenaar of hij dat kan organiseren. Natuurlijk kan dat, dus even later komt hij terug met bintang op zijn onvermijdelijke scooter.
Aan tafel met de Boomerang
Ze lopen hier geen stap wanneer het op de scooter kan. Aan het eind van de maaltijd hebben we de politie aan de tafel. Natuurlijk uit op een kleine aanvulling op hun te lage salaris. Ze willen papieren zien die we niet bij ons hebben, liggen aan boord. Daar willen ze moeilijk over gaan doen, dus we bellen agent Nappa en geven de telefoon aan politie. Na een even durend gesprek, beleefd handen schuddend, “alles in orde”, vertrekken ze weer zonder bijverdienste deze keer. In westerse ogen is het systeem corrupt, maar hier is dit onderdeel van de cultuur en openlijk. Wanneer je hier als westerling niet tegen kunt kun je beter wegblijven.
NAAR DE KOMODO’S
13 juli in de namiddag vertrekken we op weg naar de Komodo-eilanden. Na een nacht met sterrenpracht komt de volgende middag een houten vrachtscheepje dwars voor onze boeg. Uiteindelijk geen kwade bedoelingen, ze zijn nieuwsgierig, op het laatste moment varen ze luid roepend en zwaaiend door. Prachtig zeilweer opnieuw met 15 tot 20 knoop bakstagwind. Het water is vlak en het blijft genieten. Zover nog niet veel motoruren in Indonesië, goed zo! In de 2e nacht bel ik met Trudy en Pa Zandee in Holland. Toch bijzonder midden op zee met zo’n satelliet telefoon. Meer wind dan voorspeld en minder helder. Schiet wel enorm op. 15 juli varen we met behoorlijk veel wind, deels veroorzaakt door de bergen aan stuurboord, de Komodo groep binnen.
Nachtelijke navigatie voor aanloop Komodo
Ochtendgloren bij aankomst in Komodo
Een prachtig landschap. Regen op afstand. Om 9.30 liggen we op onze 1e ankerplaats in de Komodo’s, baai oostzijde Rinca. Heerlijk beschut, fantastische omgeving. We durven niet veel verder dan het strand in verband met waarschuwingen voor de varanen. Deze grote landvaranen zijn de enige nog zo groot levende soort in de wereld, sommigen zeker 2 meter lang. We zien ze hier niet, wel aapjes. Het onderwaterschip moet schoon! Vreselijke aangroei! Werk aan de boot! Eind van de volgende middag komt de Boomerang de baai in. Vissers in kano gooien vroeg in de morgen hun net uit in de baai. Darwin zit in het hoofd. Dieren passen zich aan de nieuwe omstandigheden aan. Wanneer de vissers de mazen kleiner maken evolueren de vissen tot minder groot? Hoe is het mogelijk dat er nog vis is? Alles en iedereen vist hier op allerlei manieren. Mijmerend in de baai lezen we ook "wij zijn ons brein" van Dick Swaab.
JAAP EN WILMA AAN BOORD
We liggen, weer samen met de Boomerang, voor anker voor een resort in Labuhan Bajo op Flores. Goed voor een koud biertje, eten, zwemmen in het nieuwe open- lucht zwembad en een gratis openluchttaxi naar het stadje. Zo worden we naar het vliegveldje gereden om Jaap en Wilma op te halen. Een enorm ambitieus project van de nieuwe aankomst- en vertrekhal staat, half af en doelloos, naast het kleine vliegveldje. Gewapend met de gebruikelijke hoeveelheid bagage komen Jaap en Wilma tevoorschijn.
Uit het vliegtuig
Na de rit met de openluchttaxi zitten we op het terras van ons resort achter de Bintang even bij te praten. Over het zwembad zien we uit op de Lady die in rustig kabbelend water achter zijn anker ligt…idylisch...
Zonsondergang vanaf resort-terras
In Labuhan Bajo wordt driftig gebouwd aan de infrastructuur en verblijfsaccommodatie voor toeristen. Met de Komodo’s als achtertuin is dit de nieuwe bestemming voor wie uitgekeken is op Bali.
Op de markt in Labuhan Bajo
Lekker luieren in een resort
is best, maar nu de Komodo eilandgroep verder in. De kaart klopt niet helemaal,
dus een beetje zoeken aan de hand van de waterkleur. Ook hier komen dagtripjes met toeristen vanuit Labuhan Bajo. De aantallen zijn niet
groot, dus het is allemaal nog gezellig. Naast onze ankerplek, voor de ingang
van het nationale park leven een paar vissertjes in kano’s. Ze lijken vergroeid
met hun vaartuig. Hoe is het mogelijk dat ze alles doen in zo’n kleine ruimte!!
Slapen, eten, koken, visvangst drogen (veelal inktvisjes uit de mangrove), en
hun behoeftes. Dat alles in een kano
van 3 meter lang en 50 cm. breed!! Ze zijn
dolgelukkig met een paar vishaken.
Vroege volgende morgen (dan is het nog niet zo warm). We staan bij de kaartjeskoop van de parkingang. Prijzen in fel contrast met het geldloze bestaan van de vissertjes in de kano’s. We mogen alleen het park in met gids. Te gevaarlijk zonder……. Uiteindelijk blijken de varanen alleen te zien in het dorpje waar de beheerders wonen. Bijzonder om deze oerbeesten van zo dichtbij te zien rondscharrelen!
Je ziet ze zelden in de natuur, verzekert onze gids. Zo wordt bij voorbaat teleurstelling voorkomen! Want niemand ziet varanen in het wild hier! Toch een mooie wandeling met apen. Maar de varanen en ossen blijven op de wandeling buiten beeld.
Het leven in een kano
Vroege volgende morgen (dan is het nog niet zo warm). We staan bij de kaartjeskoop van de parkingang. Prijzen in fel contrast met het geldloze bestaan van de vissertjes in de kano’s. We mogen alleen het park in met gids. Te gevaarlijk zonder……. Uiteindelijk blijken de varanen alleen te zien in het dorpje waar de beheerders wonen. Bijzonder om deze oerbeesten van zo dichtbij te zien rondscharrelen!
Varaan in dorp
Je ziet ze zelden in de natuur, verzekert onze gids. Zo wordt bij voorbaat teleurstelling voorkomen! Want niemand ziet varanen in het wild hier! Toch een mooie wandeling met apen. Maar de varanen en ossen blijven op de wandeling buiten beeld.
HOUTEN VARANEN
Na een korte dag zeilen gaat
de pin erin bij de ankerplaats Puja. Twee grote verrassingen. Er liggen al 3
andere zeilboten! Weer dezelfde
Nederlandse groep. Boomerang, de Luna Verde en de Seaquest. Dat gaan we
geen 3e keer meer meemaken in Indonesië! De tweede verrassing komt
in de vorm van een aantal kano’s met handel. Het belangrijkste te verkopen
souvenir is de Varaan, uitgevoerd in houtsnijwerk. Wilma aan het
onderhandelen. Het is een gezellig spel
waar de locals liefst uren voor uittrekken. Er is niets anders te doen voor
hen. Absoluut niet opdringerig. Aan de
overzijde van onze ankerplek is een
snorkelplek met mooi koraal en
een gekleurd vissenarsenaal. Deze plek wordt bezocht met charterboten, vandaar
de varanenhandel. De vissen worden we op deze plaats gehouden door ze bij te voeren met rijst. Terug naar Labuhan Bajo dikke stroom tegen,
ongelooflijk wat een stroom! We ankeren nog een tijd. Maar toch weer stroom
tegen. We kunnen gelukkig onze oude track varen in het donker. Weer voor anker
voor het resort.
23-07 hebben we onze laatste (verse) inkopen gedaan en om 16.30 vertrekken we, richting Bira.
23-07 hebben we onze laatste (verse) inkopen gedaan en om 16.30 vertrekken we, richting Bira.
DE EILANDJES TUSSEN FLORES
EN SULAWESIE
Het is een knobbelige zee
zonder wind, niet het meest comfortabele begin van dit oversteekje naar Tanah Mallahak. Uit eindelijk komt een licht
wind in op 60 graden. Het water is wat vlakker geworden. We zeilen voor het
eerst sinds lange tijd aan de wind! Het is erg warm binnen, onze gasten hebben
wat last van katterigheid. De volgende dag zijn we er
en vinden met moeite een ankerplek. Bij het eilandje Bimba vinden we alleen
rotsbodem en geen zand. ‘’Geen goed ankergrondje” volgens Jaap. De kaart is
behoorlijk onnauwkeurig en er zijn geen pilots of blogs van andere zeilers. Het
eerste nachtje ligt het anker dus een beetje op en tussen de rotsen.
Altijd risico voor “niet houden of niet meer los kunnen”.
Gelukkig geen wind in de nacht en de volgende morgen komt het anker
probleemloos los. Jaap was vanmorgen, zoals vaak, eerst uit bed en zag een kano
met bejaarden met openvallende monden. Hij mag zich met zijn sportconditie
natuurlijk nog jong vinden!
Duidelijk zien deze ” bejaarden “ voor
het eerst in hun leven een zeiljacht. We zijn nu van de gebruikelijke route af.
De grote stroom van jachten gaat vanaf de Komodo’s richting Bali. De tweede
kleine stoom gaat richting Ambon. Wij zijn de eenling op weg naar Sulawesie.
BETER ANKERGRONDJE
De volgende morgen vinden we
een prima ankerstek, net voor het rif
van een piepklein dorpje. Toch altijd een moskee aanwezig. Aan wal treffen we een paar mensen aan die een betonpad door het dorp aanleggen. Geen scooters hier, dus
een aflossings- zorg minder. Wel televisieschotels in opmars. Elektrisch alleen
wanneer je een kleine benzine generator hebt. Er worden prachtige boten gebouwd. Traditionele techniek vermengd met
moderne bevestigingslijmen. Dat gaat
niet werken omdat het hout niet droog genoeg is, denken wij. Maar hier wellicht
een belangrijke stap voorwaarts.
Iedereen is aardig voor ons en blij met ons bezoek.
Onze boot laadt steeds opnieuw vreselijk aan! Niet uit het water geweest sinds Fiji. Dus snorkelen en schrapen. We kunnen er voorlopig nergens uit. We ankeren nog in een andere baai, die we voorpeilden met de dingy. Prachtige stek. We zoeken in de mangrove naar visaas omdat de vis de plastic nepvisjes niet slikken. Een leguaan schrikt en valt rakelings langs mijn oor in het water. Ook met de gevonden schelpdieren geen vis. Geweldige onontdekte eilanden zijn dit ! Onbewoond hadden we gedacht. Maar we leren snel dat dat in Indonesië met zijn 250 miljoen inwoners bijna niet bestaat. Zo wordt Indonesië toch snel vooral een sociaal gebeuren. Heel anders dan Chili, waar je zo lang alleen met het landschap leefde. Jammer dat we de taal niet beheersen.
Onze boot laadt steeds opnieuw vreselijk aan! Niet uit het water geweest sinds Fiji. Dus snorkelen en schrapen. We kunnen er voorlopig nergens uit. We ankeren nog in een andere baai, die we voorpeilden met de dingy. Prachtige stek. We zoeken in de mangrove naar visaas omdat de vis de plastic nepvisjes niet slikken. Een leguaan schrikt en valt rakelings langs mijn oor in het water. Ook met de gevonden schelpdieren geen vis. Geweldige onontdekte eilanden zijn dit ! Onbewoond hadden we gedacht. Maar we leren snel dat dat in Indonesië met zijn 250 miljoen inwoners bijna niet bestaat. Zo wordt Indonesië toch snel vooral een sociaal gebeuren. Heel anders dan Chili, waar je zo lang alleen met het landschap leefde. Jammer dat we de taal niet beheersen.
NAAR BIRA
We lezen in vele blogs dat
zeilen in Indonesië hoofdzakelijk motoren is. Dat gaat voor ons tot nu toe niet
op. Alleen de generator lust diesel. Voor de rest zeilen we tot nu toe bijna
alles. Vandaag staat de spinaker er op.
Prachtige zeiltocht op vlak water.
We ankeren nu aan de westkust van Selayar.
Een lang smal eiland zuidelijk
van zuidwest Sulawesie. Het ankeren is steeds een verrassing daar we geen pilot
kennen die iets zegt over dit gebied. Echt avontuur dus! Oei!, opnieuw
rotsachtige bodem. We zijn de baai niet ingevaren omdat de diepte, in
tegenstelling met wat de kaart aangeeft, snel terug loopt. De volgende morgen nog de baai met
de dingy verkend. Zeer ondiep, zelfs
lokale visbootjes kunnen er niet in. Lang leve de dieptemeter. Verder weer
langs deze prachtige groene kust. De bergen van het eiland worden richting
Sulawesie lager. De volgende nacht ankeren we opnieuw voor de vuist weg Er liggen
een aantal visserboten dus het zal wel mogelijk zijn. Het door ons in
Chili laten maken Bugel anker is altijd fantastisch! Alle vissers zwaaien en
roepen, natuurlijk weer enorm nieuwsgierig. Wij niet minder! Dus wederzijds lumen (elkaar bekijken),
zoals Jaap dat altijd uitdrukt. Kunnen we vis kopen? Je zal wel moeten wanneer
je zelf niets vangt! Bij dageraad komt
er een vissertje langs met vis. We nodigen hem uit aan boord. Hij en zijn
vriend drinken een biertje, wat voor een Indonesische moslim geen probleem hoeft
te zijn. Bij navraag is het antwoord
dat Mohammed het wel goed zal vinden. De alcohol doodt immers de slechte dingen
in je lichaam. We moeten nu aan de wal komen om de familie te ontmoeten.
Simpele houten huizen, strategisch slim gebouwd op palen om ongedierte en vocht
te voorkomen. Koffie met mierzoete cake. Heel de buurt zit met ons woonkamer.
Niemand anders mag wat eten of drinken vanwege de Ramadam. Wij in de enige
stoelen, zij op de vloer. We moeten natuurlijk met iedereen op de foto.
We worden veel bezocht
Wij bezoeken de wal
Aardrijkskunde les
We
wandelen door het dorp, met zeker 30 dorpskinderen rondom ons, springend en
kwebbelend. De kinderen gaan zwemmen in een rivier, dus wij gaan mee,
feest!!! De kinderen gaan uit hun dak en
hangen als apen boven de rivier aan lianen. Plons, daar gaat er weer één in de
rivier. Onderweg met iedereen, (zelfs politieagenten stappen ervoor van hun
scooter), op de foto. Geweldige middag! Jammer van het taalprobleem. We
begrijpen alleen dat we het 1e jacht zijn dat hun dorpje bezoekt.
Geweldige mensen en zo gastvrij.
We hebben al enige tijd mail-
en daarna telefonisch contact gehad met Bartho, die al 9 jaar in Bira
woont. Bovendien kennen we de haven een
beetje van Google op aarde. Omdat we met hek-anker af moeten meren bereiden we
buiten alles zo goed mogelijk voor. Daarna het lichtblauwe water in van de
havenmonding. Moet diep genoeg zijn want de ferry kan er ook in. Bartho staat op de wal aanwijzingen te geven
waar we moeten afmeren. Bekijken nog even goed de wirwar van lijnen van andere
boten en dan gaat het hekanker erin. De voorlijnen zijn niet lang genoeg en
worden verlengd met schoten. Wanneer we vast liggen vervangen we ze door de
twee lange lijnen van 100 m1. die we nog van Patagonie hebben. Lang geleden dat
we die gebruikt hebben!
Bartho aan boord. Eerst een biertje. Constatering dat we allemaal een paar jaartjes ouder geworden zijn, maar er natuurlijk goed uitzien( ahum)... Ons bezoek aan deze haven zou zonder Bartho knap lastig geweest zijn. Wanneer je de taal niet spreekt zijn een hoop formaliteiten onbegrijpelijk. Dus Bartho nogmaals onze dank voor alle hulp die we van je ontvingen! We leren dat alles kan in Sulawesie, én een te onderhandelen prijs heeft. Het tweede wat we leren is dat we altijd vriendelijk moeten blijven. En dan komt alles goed. De mensen zijn allemaal vriendelijk en willen allemaal graag een kleinigheidje bijverdienen. De overheidssalarissen zijn op erg laag nivo.. Bartho helpt ons bij de havenmeester met onze inschrijving in de haven. Snel klaar dus. De volgend morgen worden we gewenkt vanuit een politieauto op de wal. Aan de wal blijkt communicatie weer lastig. Ze vragen of we diesel nodig hebben (daar kunnen ze wat aan verdienen) en of we whisky of sigaretten voor hen hebben. De autoriteiten hebben geen haantjes - mentaliteit. Bartho gebeld. Uiteindelijk blijkt dat de heren van de havenpolitie zijn en toch wel evenveel over de haven te vertellen hebben als de havenmeester. Later moeten we onderhandelen over het afrekenen anders krijgen we geen vertrekvergunning. Iedereen weer gelukkig.
De haven van Bira met De lady
Bartho aan boord. Eerst een biertje. Constatering dat we allemaal een paar jaartjes ouder geworden zijn, maar er natuurlijk goed uitzien( ahum)... Ons bezoek aan deze haven zou zonder Bartho knap lastig geweest zijn. Wanneer je de taal niet spreekt zijn een hoop formaliteiten onbegrijpelijk. Dus Bartho nogmaals onze dank voor alle hulp die we van je ontvingen! We leren dat alles kan in Sulawesie, én een te onderhandelen prijs heeft. Het tweede wat we leren is dat we altijd vriendelijk moeten blijven. En dan komt alles goed. De mensen zijn allemaal vriendelijk en willen allemaal graag een kleinigheidje bijverdienen. De overheidssalarissen zijn op erg laag nivo.. Bartho helpt ons bij de havenmeester met onze inschrijving in de haven. Snel klaar dus. De volgend morgen worden we gewenkt vanuit een politieauto op de wal. Aan de wal blijkt communicatie weer lastig. Ze vragen of we diesel nodig hebben (daar kunnen ze wat aan verdienen) en of we whisky of sigaretten voor hen hebben. De autoriteiten hebben geen haantjes - mentaliteit. Bartho gebeld. Uiteindelijk blijkt dat de heren van de havenpolitie zijn en toch wel evenveel over de haven te vertellen hebben als de havenmeester. Later moeten we onderhandelen over het afrekenen anders krijgen we geen vertrekvergunning. Iedereen weer gelukkig.
ONZE BUREN IN DE HAVEN
Er valt wederzijds veel te
bekijken. Onze buurman aan stuurboord
is een houten vrachtschip. Jaap en ik noemen deze boten Boekaniers. Aan onze
bakboordzijde wordt dag en nacht met houten vissersboten vis aangeland. Daarachter is de pier waar de ferry’s
afmeren. Omdat het naar de eind van de Ramadan gaat, dus met het Suikerfeest in
het vooruitzicht, zijn veel mensen onderweg om familie te bezoeken. De ferry’s zijn afgeladen
met bussen,auto’s, heel veel scooters, koeien, stukgoed. Het in- en uitladen neemt uren in beslag. De
ferry’s hebben een voor- en achterklep maar om een of andere ondoorgrondelijke
Indonesische reden moeten de bussen en auto’s op de ferry’s draaien. Wanneer
daar geen ruimte meer voor is moet de rest achteruit er op rijden. Soms zijn de bussen te hoog geladen en kunnen dus
niet onder het rijdek door. Heel de handel wordt dan weer verstouwd. Wij kijken onze ogen uit. De boekanier naast ons wordt
geladen met zakken cement van 50 kg. stuk. Die worden met de kano, vier zakken
per transport, naar de boot overgebracht. Uiteindelijk lenen ze een vlot en dan
gaan er wel 10 tegelijk op! Na een dag
zitten de zakken in het ruim. Dat ruim lekt, er wordt hele dagen gepompt.
Het dek wordt vele malen per dag overgoten met zeewater om het krimpen van het
hout in de brandende zon tegen te gaan. Zou de cement droog blijven? Waarom
vertrekken ze niet? Na een paar dagen wordt het duidelijk. De volgende vracht
is een lading plastic stoelen. Zo gaat dat enige tijd door. Dan moet een groot deel
van de lading weer aan dek. Nieuwe activiteit, de mast wordt gesloopt. Vissers
en boekeniers gooien alles in het water, de haven is vol met plastic. Toch is
het water niet zo vuil als in dit soort haventjes in Marokko, waar altijd een
laag olie op het water dreef. Maar het is niet voor niets dat je af en toe aan
Marokko moet denken.... Dus ook de mast gaat overboord en wordt naar de wal gepeddeld. Na 3 dagen komt de nieuwe mast. Onbeschilderd, plop in
het water, naar de boot gepeddeld en met primitieve middelen aan dek gehesen.
Hoezo droog hout, 3 uur later wordt hij in de verf gezet. Nog twee dagen voor
het bevestigen en splitsen van de verstaging. Dan gaat de vlag uit. 8 tot 10 jongens verrichten al dit werk. De
schipper kijkt en eet nasi. Aan bakboord werken de vissers door.
De Lady naast de boekanier
De vissers aan bakboord
Waarom maken
ze geen aanlandsteiger vraag je je af? Met laag water kunnen ze niet dicht
genoeg bij de havendam komen. Tempex kratten met vis worden over boord gezet en
door het water naar de dam gesleept .
Daarna moeten ze nog over de
stortsteen van de havendam naar boven gelopen worden. Omgekeerd moeten, met veel moeite, ijsblokken aan boord gebracht
worden. Veel gaat mis, maar ze blijven altijd lachen en hebben samen veel lol!
Waar zie je dat in de westerse wereld in een overslagbedrijf
ANNE EN DAAN KOMEN
Doordat in Batam door de
Ramadan de werf inactief is kunnen Anne en Daan ons een kort bezoek
brengen. Ja geweldig, een heel deel van
de familie is nu in Indonesië.
We verkennen Bira, wat twee kanten heeft. De havenkant aan de oostkant. Over de weg lopend (wij zijn de enigen want alle locals verplaatsen zich elke meter per scooter), is het 1,5 km naar de westzijde. Je gaat halverwege door een poort, die aangeeft dat je nu in het toeristische deel van Bira komt. Voor toeristen per bus of auto een kleine bijdrage dus. Wij niet, we worden, nu het hele dorp weet dat we in de haven liggen, niet als gewone toerist beschouwd. Na de poort is het Sodom en Gomora volgens Bartho. Niet omdat daar zoveel bijzonders aan de hand is, maar er mag bier verkocht worden. Als je het aan “onze” kant van het dorp zoekt zul je een adresje onder de toonbank moeten weten. Want uiteindelijk kan alles in Indonesië. We hebben met Bartho inmiddels een ontmoetingsplaats. Bandu de vriend van Bartho is visser en runt samen met zijn vrouw een kleine toko waar we eind van de middag vaak een biertje gaan drinken. Hoewel Jaap en hij geen woord gesproken taal kunnen wisselen hebben ze al spoedig een soort visserslatijn ontwikkeld. Lijnen en haken als communicatie middel dus. Er moet gevist worden…… Anne en Daan vinden dat ook geweldig. Voordat het licht wordt kunnen we net weg komen met Bandu zijn houten bootje. Het water valt en waar het bootje ligt valt de haven droog. Overal ligt hier afval, waar we doorheen moeten waden om aan boord te komen. Er zit hier, onbegrijpelijk wanneer je ziet hoeveel er gevist wordt, nog steeds vis. Op de hoek voor Bira is er een drop- off. De diepte gaat daar vrijwel loodrecht van 6 meter naar 2600 meter. Daar loopt eb- en vloedstroom over de richel en de roofvis komt naar boven om makreel, sardines enz. te verorberen. Bandu sleept een massief stalen lijn met daaraan een haak met visje. Dat gaat vanaf een zelfgemaakte lier van hout. Hij is duidelijk gespannen of er gevangen wordt, want het is nieuwe maan, volle maan is beter. Na een paar uur is het toch raak. Ruk aan de lijn en tonijn. Jaap en Daan mogen hem binnen draaien aan de houten handel van de lier. Daan vraagt zich later af waarom het eind van de handel vierkant is, maar dan is het vel van zijn hand al gestript. Prachtige vis die Bandu overlangs precies door de graat in twee helften hakt. Ook Jaap heeft dit nog nooit gezien. Halve vis voor Bandu halve voor ons. Geweldige trip in dat rollende bootje.
De volgende dag gaan Riet, Anne , aan en ik voor een familieonderonsje snorkelen op een eilandje wat voor Bira beach ligt. Met heel snel klein motorbootje er heen “gevlogen”. De verwachtingen zijn niet hoog gespannen, maar het valt erg mee. Mooi koraal en gekleurde visjes. Voor Anne is het de eerste keer dat ze snorkelt bij het koraal. Luieren op het strand. Lekkere vislunch. Vakantiegevoel.
Met Anne en Daan een dagje snorkelen
We verkennen Bira, wat twee kanten heeft. De havenkant aan de oostkant. Over de weg lopend (wij zijn de enigen want alle locals verplaatsen zich elke meter per scooter), is het 1,5 km naar de westzijde. Je gaat halverwege door een poort, die aangeeft dat je nu in het toeristische deel van Bira komt. Voor toeristen per bus of auto een kleine bijdrage dus. Wij niet, we worden, nu het hele dorp weet dat we in de haven liggen, niet als gewone toerist beschouwd. Na de poort is het Sodom en Gomora volgens Bartho. Niet omdat daar zoveel bijzonders aan de hand is, maar er mag bier verkocht worden. Als je het aan “onze” kant van het dorp zoekt zul je een adresje onder de toonbank moeten weten. Want uiteindelijk kan alles in Indonesië. We hebben met Bartho inmiddels een ontmoetingsplaats. Bandu de vriend van Bartho is visser en runt samen met zijn vrouw een kleine toko waar we eind van de middag vaak een biertje gaan drinken. Hoewel Jaap en hij geen woord gesproken taal kunnen wisselen hebben ze al spoedig een soort visserslatijn ontwikkeld. Lijnen en haken als communicatie middel dus. Er moet gevist worden…… Anne en Daan vinden dat ook geweldig. Voordat het licht wordt kunnen we net weg komen met Bandu zijn houten bootje. Het water valt en waar het bootje ligt valt de haven droog. Overal ligt hier afval, waar we doorheen moeten waden om aan boord te komen. Er zit hier, onbegrijpelijk wanneer je ziet hoeveel er gevist wordt, nog steeds vis. Op de hoek voor Bira is er een drop- off. De diepte gaat daar vrijwel loodrecht van 6 meter naar 2600 meter. Daar loopt eb- en vloedstroom over de richel en de roofvis komt naar boven om makreel, sardines enz. te verorberen. Bandu sleept een massief stalen lijn met daaraan een haak met visje. Dat gaat vanaf een zelfgemaakte lier van hout. Hij is duidelijk gespannen of er gevangen wordt, want het is nieuwe maan, volle maan is beter. Na een paar uur is het toch raak. Ruk aan de lijn en tonijn. Jaap en Daan mogen hem binnen draaien aan de houten handel van de lier. Daan vraagt zich later af waarom het eind van de handel vierkant is, maar dan is het vel van zijn hand al gestript. Prachtige vis die Bandu overlangs precies door de graat in twee helften hakt. Ook Jaap heeft dit nog nooit gezien. Halve vis voor Bandu halve voor ons. Geweldige trip in dat rollende bootje.
Na de vistrip
De volgende dag gaan Riet, Anne , aan en ik voor een familieonderonsje snorkelen op een eilandje wat voor Bira beach ligt. Met heel snel klein motorbootje er heen “gevlogen”. De verwachtingen zijn niet hoog gespannen, maar het valt erg mee. Mooi koraal en gekleurde visjes. Voor Anne is het de eerste keer dat ze snorkelt bij het koraal. Luieren op het strand. Lekkere vislunch. Vakantiegevoel.
BARBEQUE BIJ BARTHO
De vis moet gegeten worden.
Bartho woont in een bamboe huis naast de scheepswerf op het strand. Hij is er
erg bescheiden over, maar wij vinden het een prachtig huis. Er worden in
Sulawesie steeds meer stenen huizen gebouwd. Het hout wordt schaars en dus te duur. Jammer, want houten
huizen hebben veel voordelen in Indonesië.
Het verschil in dag- en nacht temperatuur is gering, dus stenen huizen
koelen s’nachts niet af omdat ze de warmte vasthouden. De stenen huizen zijn constructief
niet berekend op aardbevingen. Indonesië is wat dat betreft een gevarenzone.
Bamboe is een goed alternatief in dit klimaat omdat het snel groeit en voorlopig onbeperkt aanwezig lijkt te zijn.
Het zal in een aardbeving vrolijk meeschudden. De huizen tochten lekker door en
zijn dus redelijk koel. Heeft wel iets nomadisch in zich, wat ons natuurlijk
aanspreekt.
Direct naast het huis begint de scheepswerf. De boten worden op het strand gebouwd. IJzerhout voor de kielbalk, Mahonie voor de spanten. Teakhout voor de huid. Werktuigen: Kettingtakel, kettingzaag, electrische schaven, hamer en beitel. Prachtig nostalgisch handwerk. Het teakhout wordt steeds meer een probleem. De bossen in Zuidwest Sulawesie zijn uitgeput en er is nooit een herplant-beleid geweest. Overal het zelfde dus. Drie typen boten zien we. Grote vrachtschepen tot 51 meter lang. Vissersboten van een meter of 20. Deze hebben een prachtig lijntje. En een soort salonboot.
Bartho is betrokken geweest bij de bouw van boten voor de pleziervaart. Hij woont hier nu 9 jaar en spreekt de taal. Maar met een ander doel heb je ook een beetje ander schip nodig. Betere binnenafwerking en veel meer techniek aan boord. Niet altijd eenvoudig in Indonesië lijkt ons. Intussen wordt de tonijn gaar op het prachtige houtvuurtje van afvalhout van de werf. We genieten samen van de Australische wijn die we nog hebben. In Indonesië moet je voor wijn niet zijn. Verhalen over Goes en het leven vroeger daar. Gezellige avond op het strand met 7-en.
DOOR SULAWESIE
Bamboe groeit er volop
Bartho's verjaardag
Direct naast het huis begint de scheepswerf. De boten worden op het strand gebouwd. IJzerhout voor de kielbalk, Mahonie voor de spanten. Teakhout voor de huid. Werktuigen: Kettingtakel, kettingzaag, electrische schaven, hamer en beitel. Prachtig nostalgisch handwerk. Het teakhout wordt steeds meer een probleem. De bossen in Zuidwest Sulawesie zijn uitgeput en er is nooit een herplant-beleid geweest. Overal het zelfde dus. Drie typen boten zien we. Grote vrachtschepen tot 51 meter lang. Vissersboten van een meter of 20. Deze hebben een prachtig lijntje. En een soort salonboot.
Traditionele scheepsbouw Bira
Bartho is betrokken geweest bij de bouw van boten voor de pleziervaart. Hij woont hier nu 9 jaar en spreekt de taal. Maar met een ander doel heb je ook een beetje ander schip nodig. Betere binnenafwerking en veel meer techniek aan boord. Niet altijd eenvoudig in Indonesië lijkt ons. Intussen wordt de tonijn gaar op het prachtige houtvuurtje van afvalhout van de werf. We genieten samen van de Australische wijn die we nog hebben. In Indonesië moet je voor wijn niet zijn. Verhalen over Goes en het leven vroeger daar. Gezellige avond op het strand met 7-en.
Isolatiecel na te veel sterke verhalen
DOOR SULAWESIE
Anne en Daan kunnen hier
maar even zijn dus is een bezoek aan de Toraja net te ver. We kunnen geen auto
met chauffeur huren, omdat met de suikerfeesten niemand van zijn familie weg
gaat. Bovendien zou de auto een SUV Suzuki te klein zijn voor ons gezelschap en
zijn bagage. Dus rijden we zelf. Het is druk op de weg. Iedereen is bij familie
met de suikerfeesten. Maar we zijn even vergeten dat ze er ook naar toe en weer
terug moeten…. Scooter-en autofestijn op de wegen! Maar we weten de nieuwe auto
later schadevrij terug af te leveren.
We beleven opnieuw prachtige avonturen. Via de oostkant gaat het naar
boven. We kunnen elke avond een hotel vinden. Maar opeens kunnen we nergens
eten! Vanwege de suikerfeesten is er niets open. Daan vraagt het aan een
familie in een andere auto. Ze rijden ons voor naar een Christelijk restaurant,
wat wel open zou zijn. Nee dus!
WONDERLIJKE UITNODIGING
We worden uitgenodigd om bij
de familie thuis te gaan eten. Iets wat zeker wel past bij het Suikerfeest. Na
enige aarzeling stemmen we toe. Via een hobbelweg komen we bij een kast van een
huis waar we de SUV de binnenplaats parkeren.
Er is vanuit de auto al gebeld
en er wordt druk gekookt voor ons in de keuken. Daar zitten we dan : Wilma, Jaap,
Riet, Henk uit Goes en Anne en Daan half Goes /half Batam. In een enorme hal
met beschilderde hemelkoepel worden we door de hele familie, die samen bij
moeders op bezoek zijn voor de suikerfeesten, verwelkomd met cola en koekjes.
Natuurlijk met iedereen op de foto. Na enige tijd worden verzocht naar de eetzaal te komen. Geen overdreven woord bij het zien van deze afmetingen. Aan een tafel speciaal voor ons gedekt genieten we van voorgerechten, hoofdgerechten en nagerecht. Eigelijk hebben ze zelf al gegeten maar uit belangstelling zitten sommigen bij ons aan tafel en nemen zelf af en toe een klein hapje.
Wat een gastvrijheid van deze moslimfamilie! Anne en Wilma maken een plan om iets speciaals vanuit Nederland te gaan verzenden. Goed plan!
Proost met cola en koekjes
Natuurlijk met iedereen op de foto. Na enige tijd worden verzocht naar de eetzaal te komen. Geen overdreven woord bij het zien van deze afmetingen. Aan een tafel speciaal voor ons gedekt genieten we van voorgerechten, hoofdgerechten en nagerecht. Eigelijk hebben ze zelf al gegeten maar uit belangstelling zitten sommigen bij ons aan tafel en nemen zelf af en toe een klein hapje.
Aan tafel
Wat een gastvrijheid van deze moslimfamilie! Anne en Wilma maken een plan om iets speciaals vanuit Nederland te gaan verzenden. Goed plan!
NAAR HET TEMPE MEER
Verder gaat het naar het
noorden. Prachtig landschap, rijstvelden, huizen op palen. Het heeft veel
geregend. Op een zeker moment is de weg volledig onder water verdwenen.
Mannetjes staan tot hun middel in het water de route aan te geven. Hup daar
gaat ie. Niet stoppen want dan kom je niet meer op gang. Onze SUV is met zwart
glas geblindeerd, dus ze weten niet dat we boela zijn. ( bleekneus maar niet
scheldend bedoeld). We openen de ramen. Een enthousiast gejuich van de
omstanders. We komen weer uit het water en drukken de verkeershulp wat rupia-
biljetten in de hand. Wederom vreugde en gejuich. Prachtig!
We naderen het meer, nou ja overal staat land onder water. Het waterpeil lijkt extreem hoog. Vele huizen op palen staan in het water en kunnen alleen met nooddammetjes of kano bereikt worden. Na enige navraag bereiken we een oord waar we twee gemotoriseerde kano’s kunnen huren om het meer op te kunnen. We moeten door het water naar de twee kano’s waden want de kade staat blank. Eerst varen we door het dorp op palen in het water. Overal worden we vriendelijk toegezwaaid. Dan stuiven we het meer op.
Moeder en dochter verenigd
Voor de rijstvelden
We naderen het meer, nou ja overal staat land onder water. Het waterpeil lijkt extreem hoog. Vele huizen op palen staan in het water en kunnen alleen met nooddammetjes of kano bereikt worden. Na enige navraag bereiken we een oord waar we twee gemotoriseerde kano’s kunnen huren om het meer op te kunnen. We moeten door het water naar de twee kano’s waden want de kade staat blank. Eerst varen we door het dorp op palen in het water. Overal worden we vriendelijk toegezwaaid. Dan stuiven we het meer op.
Over het meer
De kano’s hebben een Chinees
motortje wat met een koord aangetrokken wordt. Geen gezeur met accu’s dus. Hou het simpel! Een lange as is direct op de motor aangesloten. Geen vrijloop of
achteruit dus. Om te stoppen wordt de hele installatie gekanteld, zodat de
schroef uit het water komt. Systeem ook in de amazoneregio en Africa gezien.We
moeten twee kano’s huren. niet omdat we niet met zijn allen in 1 kunnen. Twee
brengt natuurlijk meer huur op. Het meer is prachtig. Watervogels vliegen op
voor de voorbij scheurende kano’s. We fotograferen en filmen elkaars kano
uitgebreid. In een drijvend huis hebben we lunch. Gebakken banaan en rijst.
Wanneer we om ajam (kip) vragen kan dat natuurlijk. Even om een kip naar een
buureiland. Dan weer terug over het meer naar het dorp. Enthousiast zwaaiende
tegenliggers. Vissers zetten hun netjes uit. Hier en overal wordt gevist. Later
in de middag vervolgen we onze weg naar Wattasopang. We overnachten in een
romantisch houten huis in een resort. Daan gaat eerst op “bierjacht”, daar moet je hier soms heel wat
voor doen!! We hebben hier prachtig uitzicht over de bergen vanaf het balkon. Voor
de rest is het resort al weer in staat van verval. Het woord “onderhoud” schijn
niet te bestaat in de Indonesische taal. Op weg naar Makassar bezoeken we nog
de alom aangeprezen vlindertuin. Wilma is hier jaren geleden geweest. Toen
waren er prachtige grote vlinders. Nu is het een dagrecreatie park geworden
waar men vanuit Makassar een dagje gaat zwemmen en luieren.
Ja, dan is het weer al om voor Anne en Daan.
We nemen afscheid en zij vertrekken met
het shuttlebusje van het hotel naar het vliegveld. Tot in Batam! We
verdwalen een beetje in Makassar. We vragen de weg. Een jongeman stopt acuut met zijn werk, springt op zijn
scooter, rijdt voor ons en brengt ons weer op de goede weg. Hij blijft maar
voor ons rijden. Uiteindelijk weten we hem te stoppen! Hij was van plan de hele
60 km. naar de volgende plaats voor te gaan rijden! Aarzelend accepteert hij
het geld voor de benzine dat we hem geven. Nu met Jaap en Wilma terug naar Bira
om Edwin onze chauffeur op te halen. Dan is het risico voor schade aan de auto
voor hem. Onderweg zien we de mensen zeewier oogsten. Allemaal handwerk, waar
volwassenen, kinderen, paarden, boten hun aandeel in hebben.
Recreatiepark geworden
NAAR DE TORAJA
Even terug in Bira zien we
dat Bandu keurig op de boot gepast heeft. Hij kijkt vier keer per dag en slaapt
s-‘nachts onder het zonnetentje in de
kuip. Net aan boord breekt de schrik uit wanneer twee grote Boekaniers de haven in komen. Enorm lawaai en geronk, Open uitlaat bovendeks, met zelfgemaakte
geluiddempers. Ze proberen achter hun ankers af te meren en van de enorm hoge
boeg een lijn op de wal te zetten. Dat lukt van geen kanten. De schroefwerking
maakt het niet mogelijk het achterschip de goede kant op te krijgen. Bovendien
een anker van betonijzer op een schip van
60 ton? Na elke poging voor- en achteruit en de aanlandige wind komen ze
dichterbij. We houden er rekening mee
dat het gevaarte op onze spiegel gaat klappen.
In allerijl vieren we onze ankerlijnen op en trekken de boot aan de
voorlijnen naar de wal. De boegspriet ramt de tv antenne van de naast ons
gelegen Boekanier. Uiteindelijk draait de boeg net achter ons langs. Met luid
gekraak van sneuvelend hout klappen ze langzij tegen de ferry waar ze aan
vastmaken. Voor de vierde keer komen we
goed weg in een haven : Puerte Montt,
Paaseiland, Bundaberg en nu hier. Ofschoon niet levensbedreigend lijkt het
grootste gevaar voor de boot in de haven te liggen en niet op zee!
13-8 Na een uitziekdag, mijn
ingewanden waren even van streek staat Edwin stipt om 8.30 uur op de havendam.
Met zijn vieren hebben we nu ondanks de bagage van Jaap en Wilma ruimte genoeg.
We hoeven nu niet zelf te rijden en kunnen dus nog meer genieten van de
prachtige omgeving. Bovendien hebben we
een tolk bij de hand. De weg is nu na het einde van de suikerfeesten veel
minder druk. Maar niet minder gevaarlijk. We passeren een plaats waar voor ons
net 2 vrachtwagens met container in het ravijn gestort zijn. Het eerste stuk
weg hebben we al gedaan, maar Edwin die al meerdere reisjes naar de Toraja
gemaakt heeft weet af en toe een interessant ommetje. Zo rijden we opeens door een
enorme rubberboom plantage. Aan de kant van de weg is de rijstoogst in volle
gang. Bijna alles nog met de hand, wat een enorme werkverschaffing is.
Jaap en Wilma overwegen een nieuwe auto
De op handen zijnde mechanisatie zal veel mensen noodzaken naar de grote steden te trekken. Je moet maar niet denken aan de bijkomende problemen met 250 miljoen inwoners. Rijst is nog steeds alles hier. De mensen eten vaak drie keer op een dag rijst. Daar laten we een duizelingwekkende berekening op los. Voor het gemak nemen we aan dat ze al allemaal 2 keer per dag rijst eten en 2 ons maal 250.000.000, hoeveel kilo maakt dat nodig in een jaar?
Hoeveel rijst hebben we nodig?
Jaap en Henk hebben zitten rekenen
Wanneer we willen stoppen om wat te eten of drinken heeft Edwin daar zo zijn eigen gedachten over. Hij heeft zo zijn vaste plaatsen waar hij andere chauffeurs, soms met groepjes toeristen kan ontmoeten. Daar willen we nu juist niet zijn. Het is zo leuk onder de lokale bevolking! Het duurt enige dagen voordat hij onze voorkeuren een beetje gaat snappen. Rijst en kruidnagelen liggen te drogen langs de wegkant. We passeren Guus en Nellie, Nederlandse fietsers uit Maassluis. Kennis gemaakt in Bira. Ook op weg naar de Toraja. Petje af met de klim van morgen in gedachten. De volgende morgen klimmen wij comfortabel in de auto de 40 km lange pas de bergen in vanaf Palopa.
Viskweken aan de kust bij Palopa
Zoetwaterviskweek in de rijstvelden
Voor Rantepao beginnen de typische zadeldakwoningen en voorraadschuren. We zijn via een adembenemend landschap aangekomen in de Toraja.
DE BEWONERS VAN DE TORAJA
Oud volk van Chineese
oorsprong. Tussen 1500 en 2500 voor Christus arriveren ze vanuit Zuid China. De
bouwstijl herinnert aan schepen. “Na hun aanvankelijke vestiging aan de kust
werden ze verdreven door Deutro Maleise stammen” (*bron ANWB wereldreisgids
voor Indonesië). Ze vestigden zich in het binnenland in de bergen en hielden
hun cultuur staande.
De typische scheepsvormige daken
De Nederlanders hadden pas succes met de verovering van
dit gebied in 1906. In navolging van
het leger volgden de zendelingen. Die waren van protestante aard. Deze slaagden er alleen in te bekeren door
grote delen van de oorspronkelijke godsdienst (de Aluk Todolo) toe te staan. Zo
ontstond een christelijk- animistische religie. Ze houden deze godsdienst vast ook al zijn ze omringd door een
voor de rest Islamitisch Sulawesie. “Er is nog steeds een in drieën ingedeeld
klasse systeem. 1 Tokapua (de adel). 5%
van de bevolking . 2.Tomakaka (het eenvoudige volk, beambten, kooplui en kleine
boeren met wat grondbezit) 3. Tobuda
(bezitlozen, voormalige slaven, waren nog slaaf tot het begin van de 20e
eeuw)”. Alle rituelen en ceremonies voor vruchtbaarheid, goede oogst enz. worden
nog steeds gehouden. Het meest
bijzonder zijn de begrafenis-ceremonies die plaats vinden onder de adel. Het
duurt vaak vele jaren, 2 tot 10, voordat iemand daadwerkelijk begraven wordt.
Er is veel geld voor nodig en ook familieleden van veraf moeten aanwezig kunnen
zijn. Tot de begrafenis wordt de overledene gebalsemd en in huis bewaard. Vroeger ging deze vorm van mummificeren met
kruiden, tegenwoordig worden chemische conserveermiddelen ingespoten. Na de
ceremonie wordt eindelijk het lichaam bijgezet in een uit de rotsen gehakt
graf. Een houten pop, levensecht
gekleed en geschilderd komt op de familiegalerij erboven. Baby's werden rechtop begraven in bomen. De ziel kon meegroeien met de boom.
Rotsgraven met poppenbalkons
Poppen van de overledenen
Boomgraven voor babys
Er wordt nog steeds
traditioneel geleefd van de landbouw
vanuit het bovengenoemde klasse systeem. Toerisme is een opkomende bedrijfstak. Augustus is de maand van
vele ceremonies. Toeristen zijn hartelijk welkom. Hoe meer bezoekers op de ceremonie hoe meer aanzien voor de
overledene!
DE CEREMONIE
Iedereen is dus welkom op de
ceremonie. Maar je weet niet waar en wanneer ze zijn, dus heb je een gids
nodig. Vandaag hebben we ,naast onze
islamitische Erwin, dus een Christelijke gids die ons gisterenavond verteld
heeft dat er een 5 daagse ceremonie aan de gang is. Op weg naar de ceremonie is
het volop genieten op de door de bergen slingerende smalle wegen. Erwin heeft het druk om alle kuilen te ontwijken. Uitstappen voor
gewichtsbesparing, want de weg is zo slecht dat de bodem de grond kan raken. Terrasvormige
rijstvelden, Waterbuffels, kippen,
eenden, viskweekvijvers, kruidnagels, cacao, koffie, bamboe, bossen groen,
groen groen! Indonesie is een land van
“tafereeltjes” die allemaal uniek zijn. De architectuur van de huizen
evolueert mee, maar het zadeldak wordt in ere gehouden. Zo zien we een kerk met
een (scheeps) zadeldak waaruit een klokkentoren steekt. De palmbladeren daken
van de tongkonan (woningen met zadeldaken) zijn neestaf vervangen door
stalengolfplaten, die nadat ze roestbruin geworden zijn toch weer niet
misstaan. Maar er worden ook nog steeds
nieuwe huizen en voorraadschuurtjes
gebouwd, met dan als enige aanpassing de dakbedekking.
Overal wordt geoogst en gedorst. Rond de huizen kleurrijke bloemen, Papaya’s, bananen, sinaasappelen, kokosnoten. Veel kinderen en prachtige vlinders maken het tafereeltje kompleet. Omdat onze gids het in zijn hoofd heeft om 11.00 uur op de ceremonie aan te komen missen we de slachting van de ossen, wat Riet niet erg vindt. Het schijnt nog al een bloederig (schijn)gevecht te zijn. We bezoeken eerst een rotswand met graven en poppenbalkons. Erg indrukwekkend en in een fabelachtige omgeving. Nu naderen we na nog smallere weggetjes de ceremonieplaats. Ver ervoor parkeren want het is enorm druk. Elke dag van de ceremonie heeft een bepaald thema. Dat thema wordt uitgebeeld door de familieleden, soms vrouwen die zingen en dansen, soms kinderen. Vandaag lopen de mannen langzaam rond in een cirkel. Ze zingen de verdiensten van de voorvaderen van de overledene. Er hangt een bord met de stamboom. Tot 10 generatie terug worden de verdiensten van deze mensen gezongen. Af en toe wordt dit ritueel onderbroken.
Nieuwbouw met stalen daken
Overal wordt geoogst en gedorst. Rond de huizen kleurrijke bloemen, Papaya’s, bananen, sinaasappelen, kokosnoten. Veel kinderen en prachtige vlinders maken het tafereeltje kompleet. Omdat onze gids het in zijn hoofd heeft om 11.00 uur op de ceremonie aan te komen missen we de slachting van de ossen, wat Riet niet erg vindt. Het schijnt nog al een bloederig (schijn)gevecht te zijn. We bezoeken eerst een rotswand met graven en poppenbalkons. Erg indrukwekkend en in een fabelachtige omgeving. Nu naderen we na nog smallere weggetjes de ceremonieplaats. Ver ervoor parkeren want het is enorm druk. Elke dag van de ceremonie heeft een bepaald thema. Dat thema wordt uitgebeeld door de familieleden, soms vrouwen die zingen en dansen, soms kinderen. Vandaag lopen de mannen langzaam rond in een cirkel. Ze zingen de verdiensten van de voorvaderen van de overledene. Er hangt een bord met de stamboom. Tot 10 generatie terug worden de verdiensten van deze mensen gezongen. Af en toe wordt dit ritueel onderbroken.
De mannen zingen de levens van de vorige generaties
Er komt een zingende stoet binnen met twee narren voorop.
De bezoekende families brengen mee wat ze kunnen geven. Wanneer ze kunnen, geven
ze ossen (die zijn erg duur). Ossen zijn een statussymbool en het aantal wat je
bezit geeft ook je rijkdom aan. Zoiets als bij ons een auto dus. Veel
varkens, luid schreeuwend vastgebonden
op bamboe draagstellen.
Veel varkens worden binnengedragen
Daarna wordt in de stoet door de vrouwen allerlei eten
en drinken meegebracht. Bij de ingang wordt alles nauwkeurig genoteerd. Bijna
elk uur komt een nieuwe stoet met
genodigden. Ter ere van de ceremonie is
een heel dorp gebouwd, van bamboe en hout. Na de ceremonie mag niets van het
materiaal hergebruik worden. De gebouwen staan nog een vooraf vastgestelde tijd
en worden dan gesloopt en verbrand. Jammer van dat prachtige materiaal. Maar
ja, zo is het spel en zo wordt het gespeeld. In het midden een huis waar de
overledene in zijn kist (prachtig houtsnijwerk), opgebaard ligt. Daarnaast de
grote hal waar de naaste familie de bezoekers ontvangt. Daaromheen meer
gebouwen waar, vanwege het klasseverschil, de afstand tot de dode groter wordt.
Overal in deze gebouwen zitten mensen gezellig te eten van het ingebrachte
vlees, noten, vruchten, water, koffie thee.
Het geheel doet een beetje denken aan een openluchtfestival met acts en
veel eettenten. Op advies van onze gids hebben we een slof sigaretten
meegenomen als geschenk. Ik wordt
aangesproken door een jonge man met een kind op de rug, Kan zo’n klein ventje
al kinderen maken? Hij spreekt perfect Engels. Want de jeugd van deze adel
heeft opleiding genoten. Zijn de Engels sprekende mensen in Bira op 1 hand te
tellen, hier in de Toraja spreken velen buiten de grens. Er zijn zelfs
familieleden uit Amerika en België. Hij is zeer vereerd met ons bezoek en wil
weten hoe we van de ceremonie op de hoogte zijn gekomen. Ik wijs naar onze gids
die aan de overzijde op een stuk vlees staat te kauwen. Erwin mag als goede
moslim een biertje niet uit de weg gaan, maar met al dat varkensvlees blijft
hij liever bij de auto! Die is zijn
trots en glorie, wordt elke dag trouw gewassen. Bijzonder is dat de mensen hier
in de Toraja door hun cultuurbesef ook gevoel voor geschiedenis hebben. In Bira weet niemand dat nog maar drie generaties
geleden Nederland hier de scepter zwaaide.
Maar wanneer we hier vertellen waar we vandaan komen, (Iedereen in
Indonesië vraagt Hallo mister where are you from) komt men direct op de
Nederlandse koloniale tijd. Wij schamen
ons diep, maar zij hebben daar een goed gevoel bij (zeggen ze!). Zo vertelde
een restauranthouder ons: voor de Nederlanders kwamen, hadden we een godsdienst
die niet helemaal af was. Maar nu is onze godsdienst compleet geworden met
Jezus erbij.
We zitten inmiddels in een van de gebouwde huizen aan de rand, tussen de slaven zullen we maar zeggen. Ook hier iedereen blij en vriendelijk. Koffie, koekjes, pinda’s worden geserveerd. Voor het vlees bedanken we. Wanneer je ziet hoe de buffels en varkens geslacht worden, (er wordt zo op de grond zonder enig systeem op in gehakt), heb je voorlopig genoeg vlees gegeten.
We zitten inmiddels in een van de gebouwde huizen aan de rand, tussen de slaven zullen we maar zeggen. Ook hier iedereen blij en vriendelijk. Koffie, koekjes, pinda’s worden geserveerd. Voor het vlees bedanken we. Wanneer je ziet hoe de buffels en varkens geslacht worden, (er wordt zo op de grond zonder enig systeem op in gehakt), heb je voorlopig genoeg vlees gegeten.
AAN DE WANDEL
In het restaurantje bij het avondeten ontmoeten we Guus en Nelly die na voltooiing van hun fietsetappe in het hotelletje naast ons zitten. We spreken af de volgende dag samen met hen te gaan wandelen. Jaap en Wilma blijven in het dorp. Erwin moet via hobbelige wegen naar het noorden rijden. Een prachtige route die we de volgende dag voor Jaap en Wilma nog een keer herhalen. Het wordt ons wel erg makkelijk gemaakt, want we beginnen hoog op de berg, en hoeven alleen naar beneden te lopen. Prachtige mensen in de terrasvormige rijstvelden.
De rijstvelden
Tongonan in de bamboe steigers
Houtsnijwerk en buffelhoorns
De hoornpaal wordt van generatie op generatie en van huis naar huis meegenomen
We komen langs een groep steenhouwers. Die hakken vierkante fundatieblokken voor de paalfundatie van de tongkonan’s. Later zien we een steenhouwer een rotsgraf hakken 70X70 cm. en 2,5 meter diep in de rots. Dat is ruim 1 manjaar werk, of de waarde van 1 buffel. Ze hebben een vuurtje en waterbak waarin ze de beitels van betonijzer harden. We komen langs een hakmesmakerij. De messen worden na het smeden eindeloos geslepen op stenen. Ook weer kinderarbeid.
De messen smederij
De messen op de markt
De wandeling naar beneden is genieten met zijn vieren. Voor Guus en Nellie ook even lekker ontspannend na hun fietsavonturen. Vergeet niet dat je onderweg met de fiets zeker met iedereen op de foto moet! Uiteindelijk is de wandeling (te) kort. Precies wanneer het begint te plenzen, het regent makkelijk in de Toraja, zijn we bij Edwin, die ons opwacht voor het laatste stukje met de auto.
TERUG NAAR BIRA EN DAN
We rijden via een prachtige
bergweg terug via Parra Parra naar Makassar. Aan de verwisseling van kerk voor
Moskee zien we dat we de Toraja verlaten. De vlindertuin slaan we deze keer
over. Een geweldig afscheidsetentje met kippenvleugeltjes en Bintam met uitzicht
op de haven van Makkasar. Dan brengen
we Wilma en Jaap naar het hotel bij het vliegveld. De tijd is voorbij gevlogen!
Wij rijden met Erwin terug naar Bira
nadat we de procedure voor verlenging van ons visum ingezet hebben.
Paspoorten moeten we achter laten voor
stempel, vooruitbetaald, je moet de mensen wel kunnen en durven
vertrouwen. Jaap en Wilma zullen nog
een dag in Makassar blijven en gaan dan naar Lombok.
In Bira ligt de boot nog steeds op zijn plaats, maar we zijn ingesloten door nieuwe buren. We zijn niet (meer) bang voor diefstal, want de mensen zijn tot nu toe alleen maar eerlijk en vriendelijk. Maar door alle bootmanoeuvres in de haven zijn we wel een beetje bang voor schade. Ja, het achterhek is al wat verbogen. Regelmatig worden ankerlijnen over onze met boeitjes gemarkeerde ankers gegooid. Hoe de lijnen elkaar allemaal kruisen zullen we bij vertrek ervaren. We moeten nu zelf ook plannen gaan maken. Van de voorzeilen zijn de onderlijken al gerepareerd. We willen nog laten duiken om de boot goed schoon te laten maken. Na de duik van Daan begint de aanlading weer al. We moeten wachten op onze paspoorten met stempel voor we kunnen vertrekken, tij om op de markt inkopen te doen. Servicebeurt motor en generator. Wat doe je met de afgedankt olie? Wordt gebruikt voor de smering van de kettingzagen, die je in heel Indonesie altijd hoort ronken. We zullen afscheid moeten nemen van Bartho, die ons weer een keer zal helpen om het havengeld af te rekenen. Uiteindelijk moeten we afrekenen met zowel de havenmeester als de havenpolitie en gewone politie. Dat duurde even voor we daar achter kwamen…..zij zelf waarschijnlijk ook!! Na onderhandelen iedereen tevreden. Bijkomend probleem was dat de havenpolitie ons in eerste instantie niet wilde laten gaan. Volgens hen was er zwaar weer op komst. Wanneer wij zouden vergaan zouden ze in de gevangenis terecht kunnen komen. Met de laptop met windgribs voor de komende 8 dagen konden we ze er uiteindelijk van overtuigen dat het allemaal wel meeviel met dat weer. Afscheid van Bandu die nog een koekjes cadeautje voor ons geeft. De laatste koffie en cola mogen we niet betalen. De 27e augustus is het zo ver. Natuurlijk draaien we ons suf om via de lieren de achterankers op te halen. Er hangt een anker van een boekanier aan. Bartho helpt door onze punt vanaf een andere boot vast te houden. We ankeren de boot nog even verderop in de haven om alles op te ruimen. Met Bartho aan boord nog een afscheid pilsje. Zonder hem was alles wel een stuk moeizamer verlopen hier! Bedankt! Om 17.00 uur roei ik hem naar de wal. Heel jammer dat hij niet een stuk mee kan varen, vinden we, maar hij gaat over een paar dagen naar Jakarta. Tot ziens Bartho en Bira, dank jullie voor de geweldige tijd.
Dan zijn we buiten waar de stoom ons oppakt. Snel zijn we rond de punt en weer op weg naar het westen. Het smsje van Bartho met goede vaart is erg leuk omdat er in staat dat Bandu een beetje verdriet heeft vandaag omdat wij weggaan. We kunnen niet meer antwoorden, het bereik is weg, de 1e nacht op zee begint…..
De wierteelt aan de kust tussen Makkasar en Bira
In Bira ligt de boot nog steeds op zijn plaats, maar we zijn ingesloten door nieuwe buren. We zijn niet (meer) bang voor diefstal, want de mensen zijn tot nu toe alleen maar eerlijk en vriendelijk. Maar door alle bootmanoeuvres in de haven zijn we wel een beetje bang voor schade. Ja, het achterhek is al wat verbogen. Regelmatig worden ankerlijnen over onze met boeitjes gemarkeerde ankers gegooid. Hoe de lijnen elkaar allemaal kruisen zullen we bij vertrek ervaren. We moeten nu zelf ook plannen gaan maken. Van de voorzeilen zijn de onderlijken al gerepareerd. We willen nog laten duiken om de boot goed schoon te laten maken. Na de duik van Daan begint de aanlading weer al. We moeten wachten op onze paspoorten met stempel voor we kunnen vertrekken, tij om op de markt inkopen te doen. Servicebeurt motor en generator. Wat doe je met de afgedankt olie? Wordt gebruikt voor de smering van de kettingzagen, die je in heel Indonesie altijd hoort ronken. We zullen afscheid moeten nemen van Bartho, die ons weer een keer zal helpen om het havengeld af te rekenen. Uiteindelijk moeten we afrekenen met zowel de havenmeester als de havenpolitie en gewone politie. Dat duurde even voor we daar achter kwamen…..zij zelf waarschijnlijk ook!! Na onderhandelen iedereen tevreden. Bijkomend probleem was dat de havenpolitie ons in eerste instantie niet wilde laten gaan. Volgens hen was er zwaar weer op komst. Wanneer wij zouden vergaan zouden ze in de gevangenis terecht kunnen komen. Met de laptop met windgribs voor de komende 8 dagen konden we ze er uiteindelijk van overtuigen dat het allemaal wel meeviel met dat weer. Afscheid van Bandu die nog een koekjes cadeautje voor ons geeft. De laatste koffie en cola mogen we niet betalen. De 27e augustus is het zo ver. Natuurlijk draaien we ons suf om via de lieren de achterankers op te halen. Er hangt een anker van een boekanier aan. Bartho helpt door onze punt vanaf een andere boot vast te houden. We ankeren de boot nog even verderop in de haven om alles op te ruimen. Met Bartho aan boord nog een afscheid pilsje. Zonder hem was alles wel een stuk moeizamer verlopen hier! Bedankt! Om 17.00 uur roei ik hem naar de wal. Heel jammer dat hij niet een stuk mee kan varen, vinden we, maar hij gaat over een paar dagen naar Jakarta. Tot ziens Bartho en Bira, dank jullie voor de geweldige tijd.
Dan zijn we buiten waar de stoom ons oppakt. Snel zijn we rond de punt en weer op weg naar het westen. Het smsje van Bartho met goede vaart is erg leuk omdat er in staat dat Bandu een beetje verdriet heeft vandaag omdat wij weggaan. We kunnen niet meer antwoorden, het bereik is weg, de 1e nacht op zee begint…..
OVER DE JAVAZEE
Met wind tussen de 15 en 20
knoop is het heerlijk zeilen! Het water is vlak, de maximale golfhoogte is
volgens de gribs niet meer dan 1,5 meter. Dat was in de Pacific wel eens
anders. Toe nu toe hebben wij bijna alles nog kunnen zeilen in Indonesië. Houden zo! De Java zee is
behoorlijk druk. De AIS helpt goed voor de grote schepen. Ik doe een oproep voor
ramkoers. Geen antwoord. Dus rondje gegijpt om even te vertragen. De
volgende,…. wel netjes antwoord, spreekt
Engels. Geen probleem zegt hij, ik ga achter je langs. Ja, maar dan wel
rakelings. Dus nog even de motor bij. Vele vissers en boekaniers hebben geen
navigatieapparatuur. Erg lastig zijn
sleepboten met sleep. Er zit 200 meter kabel tussen de sleper en de bak.
Maar de gesleepte bakken zijn vaak niet verlicht. Ze varen overal op de Javazee
met erts, boomstammen bamboe enz.. Het blijft scherp opletten in de nacht
dus.
30-08 We willen het eiland
Paulu Bawean aanlopen. Maar met onze huidige snelheid komen we in het begin van
de nacht aan. We beginnen 18 uur van te voren af te remmen (alleen op de
stagfok) tot 3.5 knoop. Dat valt nog niet mee omdat af en toe de wind doorzet
en het log toch weer naar 5 gaat. Het laatste eind varen we met gereefde
stagfok! De tactiek lukt en we slagen
er in bij het licht worden het eiland aan te lopen. Het wemelt van de kleine visboten waarvan we, voor het licht
werd, de ledlampjes overal zagen knipperen.
Zo manoeuveren we tussendoor deze enthousiast zwaaiende vissers naar
onze ankerplek, waar we dus vroeg in de morgen 31-08 de pin laten vallen.
PALAU BAWEAN
Een prachtig groen eiland
ligt voor ons. Prima ankerstek! We zien dat de nachtvissertjes hun vangst
overladen op een grotere boekanier die waarschijnlijk naar Java gaat. Zal hij ijs aan boord hebben? De vis wordt
nooit schoon gemaakt. Het gaat hier alleen nog maar om sardientjes en sprot. De
hele Javazee is leegevist w.b. grotere vis. Geen wonder wanneer je ziet hoeveel
visboten er dag en nacht op het water zijn. Vanaf de boot kijken we uit op een
schilderachtig vissersdorpje.
Even bijkomen en genieten. De volgende morgen gaan we aan wal waar we de dingy achter laten bij een vissersfamilie. Daar komt net een familielid (iedereen is familie) met vier man aan boord met de nachtvangst. Een geringe vangst van piepkleine sardientjes. Natuurlijk met iedereen op de foto. We krijgen een wijngaasje exota limonade aangeboden! Wisten niet dat die nog bestond. Helrode kleurstof met prik en water. Morgen zullen we wat kinderkleren brengen. We hebben die meegekregen van het Leger des Heils en de Pinkstergemeente in Australië. De mensen erg blij, want aan kinderen geen gebrek. Via een recent met betonklinkers bestrate weg, met langzij aardige stenen huizen met vaak Hollandse dakpannen, komen we in het dorp aan. Een prachtig, voor ons romantisch, haventje waar met hoog water de vissers kunnen aanlanden. We ontdekken dat de mensen hier van visconservering leven. Allemaal familiewerk. De vrouwen ontdoen de sardientje van hoofd en ingewandjes. Daarna worden ze in kleine aardewerken potjes gedaan. De volgende vult het potje aan met water, een bepaald kruid en zout. Onder een groot houten afdak met gebakken dakpannen wordt door de stoker een langgerekt houtvuur aan de praat gehouden. Op het rooster daarboven staan de potjes te koken. Na afkoelen worden ze ingepakt in bananenbladeren en gestapeld. Klaar voor transport naar de markten in Java.
Ook worden er sardientjes en andere postzegels van visjes op netten en gaas gedroogd. De vislucht is dus alom aanwezig. Bij het dorpsschooltje aangekomen moet iedereen op de foto wat gepaard gaat met een enorm gejuich. Nu, zie die maar weer eens bij de les te krijgen de rest van de morgen. Helaas hebben we geen schriftjes en pennen meer. Onderwijs is gratis, maar uniform en lesmateriaal is voor rekening van ouders.
In de geoogste rijstvelden staat ergens een man te zwaaien en te roepen. Even kijken. Een steenfabriekje. Hij heeft een houten kistje van baksteenformaat, een waterput, en kleiachtige ondergrond. Hij laat ons trots zien hoe zijn steenfabriek werkt. Water uit de put, mengen met aarde. In die bagger staat hij lang te stampen tot hij een homogeen mengsel heeft. Vervolgens stampt hij zijn kist vol. Omkeren en de steen kan voordrogen in de zon. Daarna zullen ze toch nog gebakken moeten worden. Maar dat gebeurt elders denken we, omdat we geen resten van houtvuren kunnen vinden. Misschien bij de bakker die ook de kleivispotjes bakt. Drie kinderen spelen hem na met een klein vormpje. Ziet er niet naar uit of je hier rijk van wordt, dus morgen maar wat kleren voor de kindertjes brengen.
Geen internet en telefoonbereik hier. Inmiddels weten we dat op onze aanlandplaats een familie leeft met 6 dochters. Drie van de mannen van de dochters werken in Batam en varen als bemanning. Er is geen werk meer in het dorp en visserij lijkt gezien de vangsten een aflopende zaak. Een van de dochters nodigt ons uit in huis (Riet is er wel bij) Met “hoe en wat” en een Engels-Bahasa woordenboek hebben we een soort gesprek. Jammer dat we niet meer van de taal kunnen maken. We kopen erg grote nog groene bananen, maar vragen ons 10 dagen later af of ze ooit rijp worden. Kookbananen waarschijnlijk.
Gisteren hebben we de kinderkleren her en der afgeleverd, vandaag nemen we afscheid. Er liggen vier verse kokosnoten in de dingy te wachten wanneer we van wal gaan.
Zeilende visprauw
Even bijkomen en genieten. De volgende morgen gaan we aan wal waar we de dingy achter laten bij een vissersfamilie. Daar komt net een familielid (iedereen is familie) met vier man aan boord met de nachtvangst. Een geringe vangst van piepkleine sardientjes. Natuurlijk met iedereen op de foto. We krijgen een wijngaasje exota limonade aangeboden! Wisten niet dat die nog bestond. Helrode kleurstof met prik en water. Morgen zullen we wat kinderkleren brengen. We hebben die meegekregen van het Leger des Heils en de Pinkstergemeente in Australië. De mensen erg blij, want aan kinderen geen gebrek. Via een recent met betonklinkers bestrate weg, met langzij aardige stenen huizen met vaak Hollandse dakpannen, komen we in het dorp aan. Een prachtig, voor ons romantisch, haventje waar met hoog water de vissers kunnen aanlanden. We ontdekken dat de mensen hier van visconservering leven. Allemaal familiewerk. De vrouwen ontdoen de sardientje van hoofd en ingewandjes. Daarna worden ze in kleine aardewerken potjes gedaan. De volgende vult het potje aan met water, een bepaald kruid en zout. Onder een groot houten afdak met gebakken dakpannen wordt door de stoker een langgerekt houtvuur aan de praat gehouden. Op het rooster daarboven staan de potjes te koken. Na afkoelen worden ze ingepakt in bananenbladeren en gestapeld. Klaar voor transport naar de markten in Java.
Het koken van de potjes
Ook worden er sardientjes en andere postzegels van visjes op netten en gaas gedroogd. De vislucht is dus alom aanwezig. Bij het dorpsschooltje aangekomen moet iedereen op de foto wat gepaard gaat met een enorm gejuich. Nu, zie die maar weer eens bij de les te krijgen de rest van de morgen. Helaas hebben we geen schriftjes en pennen meer. Onderwijs is gratis, maar uniform en lesmateriaal is voor rekening van ouders.
De schoolkinderen en juf
In de geoogste rijstvelden staat ergens een man te zwaaien en te roepen. Even kijken. Een steenfabriekje. Hij heeft een houten kistje van baksteenformaat, een waterput, en kleiachtige ondergrond. Hij laat ons trots zien hoe zijn steenfabriek werkt. Water uit de put, mengen met aarde. In die bagger staat hij lang te stampen tot hij een homogeen mengsel heeft. Vervolgens stampt hij zijn kist vol. Omkeren en de steen kan voordrogen in de zon. Daarna zullen ze toch nog gebakken moeten worden. Maar dat gebeurt elders denken we, omdat we geen resten van houtvuren kunnen vinden. Misschien bij de bakker die ook de kleivispotjes bakt. Drie kinderen spelen hem na met een klein vormpje. Ziet er niet naar uit of je hier rijk van wordt, dus morgen maar wat kleren voor de kindertjes brengen.
De steenfabriek
Geen internet en telefoonbereik hier. Inmiddels weten we dat op onze aanlandplaats een familie leeft met 6 dochters. Drie van de mannen van de dochters werken in Batam en varen als bemanning. Er is geen werk meer in het dorp en visserij lijkt gezien de vangsten een aflopende zaak. Een van de dochters nodigt ons uit in huis (Riet is er wel bij) Met “hoe en wat” en een Engels-Bahasa woordenboek hebben we een soort gesprek. Jammer dat we niet meer van de taal kunnen maken. We kopen erg grote nog groene bananen, maar vragen ons 10 dagen later af of ze ooit rijp worden. Kookbananen waarschijnlijk.
Koning banaan
Gisteren hebben we de kinderkleren her en der afgeleverd, vandaag nemen we afscheid. Er liggen vier verse kokosnoten in de dingy te wachten wanneer we van wal gaan.
NAAR BATAM
Wat nu echt naderbij komt…….
Weer vissers, ze zijn alom
aanwezig. De nacht wordt doorgebracht
tussen minimaal 30 schepen die met heel fel licht ‘s nachts vissen op sprot.
Als spinnen met sprieten schuiven ze over de zee. De felle lampen moeten de
visjes naar boven halen. Het is makkelijk tussen hen door te slalommen omdat ze niet meer snelheid hebben
dan 3 knoop en een zee van licht zijn. Ook rondom aan de horizon zie je
lichtplekken van deze boten. Overdag
gaan ze langs de kust voor anker. Opnieuw lekker zeilen met 15 knoop wind. Maar hoe dichter we bij Batam
komen hoe warmer het wordt. De wind wordt erg zwak. De motor moet aan. We komen
nu in een wereld van, opnieuw, een nieuw visfenomeen. Grote houten kooien staan
overal in het water. Later zullen we ontdekken dat ze drijven en verankerd
zijn. Zo’n houten kooi heeft een diameter van een meter of 8. Bovenop een
platvorm met een driepoot waar het net mee opgehesen kan worden. Verder staat
er een slaaphuisje op. Want er leven
een paar mannetjes op die twee keer per nacht sterke lampen aandoen en
het net ophalen. Ook voor de kleine visjes dus.
Opnieuw slalom-varen maar nu wel overdag gelukkig. We ankeren voor het dagrecreatie-eilandje Palm Ketawi.
Het wordt onderhouden door een aantal mensen, die het reuze leuk vinden om aan boord te kijken en een “babbel” te maken. Na een paar dagen gaan we verder. Het lijkt nu verstandig om alleen overdag te varen wanneer mogelijk. Het water wemelt van de houten viskooien, en niet allemaal verlicht. Dus bij het eerste daglicht om 5.30 uur vertrokken. Helaas wordt dit een ochtend met heel veel regen en de rest van de dag weinig wind. Zeilen, motorzeilen en motoren. Voor donker liggen we in een mooie baai aan de noordzijde van Palua Bangka. We willen hier een paar dagen blijven. Maar de gribs voorspellen wind voor de volgende dag, en daarna dagenlang niets meer, behalve meer regenkansen. De volgende oversteek naar Palau Lingga is net te ver voor een dagtocht. Dus verlaten we onze prima ankerstek om 15.30 zodat we de volgende morgen aan gaan komen. Het donkere deel moet op die manier midden op zee vallen, waar geen viskooien zijn, denken en hopen we. Het is al bijna donker wanneer we flink schrikken. Een groot houten vlot schiet op twee meter rakelings langs de boot!! Waarschijnlijk de fundatie van een teloor gegane viskooi. De nacht verloopt verder zonder problemen. Wanneer het licht wordt is de wind afgenomen tot minder dan 10 knoop. Het rollen staat verder zeilen niet meer toe. De laatste paar uren worden op de motor afgelegd. Onder een regenbui proberen we eerst te ankeren tussen het eilandje en de zuidoostpunt van Lingga. Dat bevalt door de swell en stroming maar matig. De tweede ankerplaats aan de noordzijde van de zuidoostpunt bevalt wel goed, Maar ook daar wat last van lichte swell. Verderop in de baai om de zuidoostpunt is een schattig vissersdorpje. Maar we vinden het ankeren hier, wanneer je uit de swell wil zijn, wat te ondiep en te dichtbij de rotsen. Dus we houden het bij onze oude stek maar wel zo ver mogelijk in de hoek.
Een nieuw visfenomeen
Opnieuw slalom-varen maar nu wel overdag gelukkig. We ankeren voor het dagrecreatie-eilandje Palm Ketawi.
Ankeren bij Ketawi
Het wordt onderhouden door een aantal mensen, die het reuze leuk vinden om aan boord te kijken en een “babbel” te maken. Na een paar dagen gaan we verder. Het lijkt nu verstandig om alleen overdag te varen wanneer mogelijk. Het water wemelt van de houten viskooien, en niet allemaal verlicht. Dus bij het eerste daglicht om 5.30 uur vertrokken. Helaas wordt dit een ochtend met heel veel regen en de rest van de dag weinig wind. Zeilen, motorzeilen en motoren. Voor donker liggen we in een mooie baai aan de noordzijde van Palua Bangka. We willen hier een paar dagen blijven. Maar de gribs voorspellen wind voor de volgende dag, en daarna dagenlang niets meer, behalve meer regenkansen. De volgende oversteek naar Palau Lingga is net te ver voor een dagtocht. Dus verlaten we onze prima ankerstek om 15.30 zodat we de volgende morgen aan gaan komen. Het donkere deel moet op die manier midden op zee vallen, waar geen viskooien zijn, denken en hopen we. Het is al bijna donker wanneer we flink schrikken. Een groot houten vlot schiet op twee meter rakelings langs de boot!! Waarschijnlijk de fundatie van een teloor gegane viskooi. De nacht verloopt verder zonder problemen. Wanneer het licht wordt is de wind afgenomen tot minder dan 10 knoop. Het rollen staat verder zeilen niet meer toe. De laatste paar uren worden op de motor afgelegd. Onder een regenbui proberen we eerst te ankeren tussen het eilandje en de zuidoostpunt van Lingga. Dat bevalt door de swell en stroming maar matig. De tweede ankerplaats aan de noordzijde van de zuidoostpunt bevalt wel goed, Maar ook daar wat last van lichte swell. Verderop in de baai om de zuidoostpunt is een schattig vissersdorpje. Maar we vinden het ankeren hier, wanneer je uit de swell wil zijn, wat te ondiep en te dichtbij de rotsen. Dus we houden het bij onze oude stek maar wel zo ver mogelijk in de hoek.
SLANGEN EN APEN
Twee dagen later, alleen aan
de wandel, Rietje heeft haar teen bezeerd, kom ik op een wirwar van paadje, na
het geluid van de kettingzaag, houthakkers tegen. Vissers bij gebrek aan
vis, zoekend naar een andere manier om wat geld te verdienen.
Ze hakken in de
jungle bomen waaruit wat bruikbaars te
maken valt. Veelal dunnen bomen, waar ze met veel behendigheid, één balk uit
kunnen zagen. Alles met vier man en een kettingzaag. Hoe kunnen ze hier van
leven? Eén van de houthakkers laat meteen het werk in de steek en wil mij naar
een dorp brengen. Na vijf kilometer komen we daar aan. Ziet er armoedig uit. Er is een winkeltje, maar ik
heb geen geld bij me en ook niets nodig. Gelukkig loopt hij weer met me terug,
want dat was zonder hem een zware opdracht geworden met al die vertakkingen. Er
steekt nog een gele slang voor ons het pad over. Erg gevaarlijk begrijp ik van
hem. Voor het eerst ben ik op stap met
iemand die klaagt over Indonesië. Slecht en geen geld. Uiteindelijk draait het
uit op geld vragen, maar dat heb ik niet bij me. Gelukkig wel water, want het
is drukkend klam warm. Het laatste stuk van het houthakkerskamp loop ik weer
alleen terug. Schrik nog even van een aap die voor mijn neus uit de boom
springt, maar ben dan weer op het hagel witte strand. Voor ons een romantisch
plaatje, maar voor deze vissers
armoede. Nog een twee of drie laatste overnacht ankeringen en we zijn in Batam!!
Niet veel meer te vissen
Hoi, Hardstikke leuk dit te lezen. We hoorden van Middelburgers dat jullie onderweg zijn met de boot. Wij leven in een camper, ook leuk, zie luciaisweg.nu Groetjes Adrie en Lucia Vreeke, oud (jeugdzeilles) zeilers
BeantwoordenVerwijderen